woensdag, januari 23, 2008

Politie plundert biertruck

Vier militaire politieagenten in Rio de Janeiro worden voor de Braziliaanse krijgsraad gedaagd wegens het plunderen van een biertruck. Een volle vrachtwagen van bierbrouwer Ambev werd begin vorig weekend in het noorden van de stad overvallen door twee motorrijders en tot stilstand gedwongen bij een sloppenwijk.

Toen de agenten even later arriveerden, besloten ze van de nood een deugd te maken. Ze tilden wat kratten uit de truck en stapelden deze achterin hun dienstwagens, zo legde een amateurfotograaf van een afstandje vast.

Het overblijvende bier mocht door buurtbewoners worden weggesjouwd, altijd handig zo vlak voor carnaval. De agenten maakten geen proces-verbaal op van de overval. De kater kwam vanochtend, toen de foto op de voorpagina van de krant O Globo stond.


dinsdag, januari 22, 2008

Prins João in bres voor voorvaderen

Interviewtje met een sympathieke edelman voor het Historisch Nieuwsblad.
----------------------------------------------------------------------------------
Op 7 maart herdenkt Brazilië dat het Portugese koningshuis tweehonderd jaar geleden voet aan wal zette in de nieuwe Portugese hoofdstad Rio de Janeiro.

Dat was een sluwe zet van prins-regent (en latere koning) João VI, die net voor de inval van Napoleon in Lissabon het hazenpad koos om niet van de troon te worden gestoten.

Niet alleen Braziliaanse historici buigen zich opnieuw over deze unieke koloniale harttransplantatie, ook prins João Henrique de Orléans e Bragança (53), de achterkleinzoon van de laatste Braziliaanse keizer, doet een duit in het zakje. "Zonder de vlucht van mijn familie zou Brazilië niet bestaan.”

De vlotte prins, van beroep fotograaf, is in zijn nopjes over het opleven van het debat over ‘1808’. Immers, de nadruk ligt daarin niet zozeer op de logge, centralistische bureaucratie van het kleine Portugal die de Bragança’s zonder enige aanpassing loslieten op het reusachtige Brazilië, maar op hun rol als grondleggers van de Braziliaanse natie.

Zo wordt in twee historische bestsellers betoogd dat Portugees Latijns-Amerika zonder de bindende rol van het gevluchte koningshuis in minstens vier landen was uiteengespat, net als het Spaanse deel.

“João VI was vanaf dag één bezig een nieuwe natie te vormen vanuit Rio”, stelt de prins. “Ik kan je 37 voorbeelden geven, maar ik zal me inhouden. Hij opende de Braziliaanse havens voor andere landen, zodat de kolonie zelfstandig kon handelen. Hij creëerde persvrijheid, een Braziliaanse bank en nog een reeks eigen instituties.”

Terwijl Spaans Latijns-Amerika vanaf 1808 in brand staat door onafhankelijkheidsoorlogen, krijgt Brazilië zijn vrijheid beetje bij beetje in de schoot geworpen.

Nadat João VI naar Portugal is teruggekeerd, maakt zijn zoon Pedro I in 1822 zonder bloedvergieten een keizerrijk van de kolonie. Pas in 1889 zal opvolger Pedro II moeten toezien hoe Brazilië een republiek wordt.

“Daarna begon de republiek de monarchie zwart te maken om zich te legitimeren”, zegt diens achterkleinzoon João Henrique, die bij een referendum in 1993 nog campagne voerde voor terugkeer van de monarchie (Brazilië koos voor continuering van de presidentiële republiek, slechts 13% van de kiezers stemde voor monarchie).

João VI at kip met zijn handen en was besluiteloos, Pedro I zat alleen achter de vrouwen aan en Pedro II zat altijd met zijn neus in de boeken. Onzinnige roddels die afleiden van de kern van hun erfenis. Dit is het moment om de mythen van de republiek door te prikken.”

zondag, januari 13, 2008

Correspondent danst samba in wasbeerpak

Rio maakt zich op voor carnaval, zie onderstaande column uit de krant van vandaag.

Gisteren was ik ter voorbereiding in het sambastadion van de stad, waar mijn sambaschool Portela warm liep voor de grote optocht van zondag 3 februari. Jawel, ik ga in het kader van de participerende journalistiek maar eens meelopen ditmaal.

Een exemplaar van onderstaand pakje zal daartoe voor 395 reais (150 euro) een nacht het mijne zijn. Inderdaad, sambaleken kunnen zich zonder enige vorm van selectie inkopen in de parade, wat niet zonder risico is gezien de strenge normen die de jury zou hanteren bij de beoordeling.

Wrede wasbeer op de schouder, niet? Misschien lukt het wel om wat alcohol in zijn ingewanden te verbergen en onzichtbaar met mijn mond in contact te brengen. Dat zou geen overbodige luxe zijn, aangezien de figuranten worden geacht vanaf 4.00u 's nachts springend, zingend, lachend en als het even kan samba dansend door het 700 meter lange Sambódromo te paraderen.
----------------------------------------------------------------------------------
Er wordt gezegd dat het nieuwe jaar in Rio de Janeiro pas begint na carnaval, dat over drie weken alweer losbarst. Terwijl in schuurtjes en garages wordt gesleuteld aan de kostuums en sambaritmes, wentelt de stad zich in een lome zomerslaap. En daar valt iets voor te zeggen bij temperaturen rond 35 graden.

In de sloppenwijk Mangueira, tevens de bekendste sambaschool van Brazilië, werd de rust afgelopen week nochtans bruusk verstoord. De politie van Rio is het jaar begonnen zoals het geëindigd was: met het bestormen van de bastions van drugsbendes in de stadsheuvels.

Op de top van de wijk stuitten de agenten op een middeleeuws aandoend fort dat de lokale bende had gemetseld, compleet met schietgaten. Ook vonden ze een ton marihuana die alvast was ingeslagen voor de feestdagen. Maar het belangrijkste mikpunt van de ‘Operatie Carnaval’, bendeleider ‘Tuchinha’, was al gevlogen.

Het geval wil dat deze Tuchinha, die naar eigen zeggen leeft van de verfhandel, de componist is van het carnavalslied dat de roze-groene sambaschool naar de zege moet voeren in de grote parade van Rio.

Ik beleefde onlangs de verkiezing van dit lied in Mangueira’s sambapaleis aan de voet van de heuvel, in een nacht waarin het mooie en het dubieuze van Rio hand in hand gingen. Terwijl een enorme drumband de bonte mensenmassa van het ene naar het andere hoogtepunt trommelde, deden dealers goede zaken in het gewoel, onder toeziend oog van Tuchinha en aanhang in de vip-boxen.

Als de politie was binnenvallen, dan had een geheime vluchtweg vanachter een vipbox richting het fort op de heuvel hen uitkomst geboden, zo ontdekte de politie dinsdag.

Tot overmaat van ramp liet de voorzitter van Mangueira zich onlangs filmen als gangmaker van de bruiloft van opperdrugsbaron Fernandinho Beira-Mar.

In de kranten van Rio wordt nu de morele val van Mangueira beweend, hoe onvermijdelijk deze ook lijkt in een wijk die volledig in handen van de misdaad is.

En de bewoners? Die zijn na het gedoe van deze week toe aan een goed feest.


zondag, december 02, 2007

Verkiezingen bij Fluminense

Het fijne van mijn lidmaatschap van de sportclub Fluminense is niet alleen dat je er van 4.00u ’s ochtends tot middernacht baantjes kunt trekken in het zwembad (lang leve de goedkope arbeid van Braziliaanse badmeesters en portiers!), maar ook dat het afgelopen week een kijkje in de keuken gaf van de presidentiële Latijns-Amerikaanse democratie.

De deftige club uit het rijkere zuiden van Rio koos dinsdag een nieuwe voorzitter. Voorzitter Roberto Horcades was herkiesbaar, en liet over zijn campagne geen gras groeien.

Daags voor de verkiezingen rinkelt de telefoon . ‘Gaat u morgen stemmen?’, vraagt een mevrouw die kennelijk de ledenlijst afbelt.

‘Jawel.’

‘Op wie?’

'Mevrouw, dat gaat u toch niets aan?’

‘Op Horcades?’

‘Doet u geen moeite.’

Horcades paaide de leden in de campagne met de belofte van een nieuw zwembad voor ‘de hele familie’. (Om een idee te geven: dat zijn blanke gezinnen die in het weekend vanuit de ligstoel toekijken hoe overwegend zwarte zwembadjongens de bladeren uit het water vissen.)

Het eerbiedwaardige ‘lid van het Strategische Comité van de Fifa’ (zo kopte de jongste editie van het clubblad) vond het evenwel niet ethisch om de namen van “vier versterkingen” voor Flu’s voetbalteam in volle campagne te onthullen.

Dat zou Horcades dinsdagavond pas doen, mits herkozen uiteraard. U begrijpt dat er voor de tegenkandidaten weinig eer te behalen was.

Het meest serieuze tegengeluid klonk eigenlijk nog in onderonsjes met de badmeesters en portiers. Het is dat ze geen stemrecht hebben, maar ze zijn niet zo te spreken over de clubleiding. Geregeld maanden moeten wachten op een toch al onmogelijk loon van 140 euro maakt het leven van een kostverdiener er namelijk niet makkelijker op.

Brazilië mag nog sporen van de slavernij dragen, het is een volbloed democratie. Net als Venezuela, zo verdedigt president Lula (die er in weerwil van geruchten niet over zegt te peinzen om de grondwet open te breken om een derde ambtstermijn mogelijk te maken) zijn collega keer op keer in de Chávez-vrezende Braziliaanse media.

De machtige Venezolaanse president organiseert vandaag immers een zoveelste referendum, ditmaal over een grondwetswijziging die hem onbeperkt herkiesbaar zou maken én de kiezers een zesurige werkdag voorspiegelt.

zondag, november 25, 2007

Drieluik Colombia

Dat was me het reisje wel. Leuk volk, de Colombianen. En Bogotá is een verademing in vergelijking met het vreselijke, verknipte Caracas. Na deze eerste indruk (zie foto beneden) van de snelweg van het vliegveld naar stad kon de meest fietsvriendelijke stad van het continent eigenlijk al niet meer stuk.

In het volgende drieluik lees je over mijn bevindingen in Colombia: respectievelijk een stukje over de benarde situatie van Tanja, het vluchtelingendrama op het Colombiaanse platteland en de inspanningen om gedeserteerde guerrillero's en paramilitairen aan een nieuw bestaan te helpen. Smeuïge details van de reis zijn vanaf 12 december in Amsterdam verkrijgbaar, want ik kom weer een paar weken terug.
------------------------------------------------------------------------------------
'Tanja nu gijzelaar'

De gedeserteerde FARC-strijdster ‘Sonja’ (23) begrijpt wel wat de Denekampse guerrillera Tanja Nijmeijer naar de Colombiaanse jungle heeft gelokt. “De verhalen zijn mooi, over Ché, de Bolivariaanse idealen, sociale rechtvaardigheid. In de dorpen geniet je respect als guerrillera, je krijgt eten en drank van de mensen. En de feesten tussen kerst en nieuwjaar zijn chevere (leuk).

De Colombiaanse vertelt dat ze op haar 14e vrijwillig toetrad tot de FARC, in drie maanden leerde een AK-15 te hanteren en op haar 15e opdracht kreeg een ‘pad’, ofwel informant, in de eigen eenheid dood te schieten.

Net als Tanja, die op slag wereldberoemd werd toen haar kritische dagboek werd ontdekt bij een legeraanval op haar kamp, zag Sonja de romantiek langzaam afbrokkelen. “Elke dag om vier uur op, om 4.15u klaarstaan, tot 6.00u op wacht; het leek wel een kantoorbaan.”

Toen ze voor de tweede keer straf kreeg na een ruzie met een kameraad, brak er iets. “Ik moest vijfhonderd keer brandhout halen en twintig meter loopgraf en latrines graven. Ik ben weggerend, drie dagen lang.” Ze dook onder bij een tante en gaf zich later over bij een politiepost.

Oud-FARC-man ‘Bruno’ (38), die drugs dealde voor de guerrilla en de benen nam toen hij werd geacht een gouverneur te ontvoeren, ziet het somber in voor Tanja. “Ze heeft een ideologisch delict gepleegd en daar staat de doodstraf op. Ze heeft het geluk dat ze buitenlandse is. Maar ontsnappen zal nu nog lastiger zijn.”

De tweede man van de FARC, ‘Raúl Reyes’, vertelde in het tv-programma NOVA dat Tanja best een maandje op verlof mag om haar familie in Nederland op te zoeken, mits ze daarna terugkeert in de gelederen. En of de Nederlandse regering gelijk even kon lobbyen om de FARC van de EU-terroristenlijst te krijgen.

“Schaamteloos. PR van jaren ‘60/’70-gehalte”, aldus de Nederlandse FARC-kenner Liduine Zumpolle. Ze hielp onlangs bemiddelen om Tanja vrij te krijgen, maar kreeg nul op het rekest van de FARC. “Tanja is nu een gijzelaar”, stelde de krant El Mundo deze week, daarbij Den Haag tot actie manend.

In diplomatieke kringen wordt gevreesd dat de FARC door alle aandacht een tweede Ingrid Bétancourt in de schoot geworpen krijgt, ofwel, onderhandelingsaas met een hoge politieke prijs.

Maar anders dan de gegijzelde Frans-Colombiaanse politica, hoeft Tanja op weinig medeleven van de Colombianen te rekenen. Het wil er bij hen niet in dat een afgestudeerde vrouw uit het rijke Nederland haar leven vergooit voor een club bejaarde revolutionairen en ordinaire bandieten, waar het land massaal de buik van vol heeft.
------------------------------------------------------------------------------------
Gevecht om land en cocaïne

“Ik had 3325 cacaobomen op mijn boerderij”, vertelt Severino Moquera Blan (60) in zijn blubberige tuintje in de sloppen van Quibdó, een Colombiaanse oerwoudstad waar het vrijwel elke dag regent.

“Het Subversieve Front (de marxistische guerrilla FARC, red.) gaf ons een uur om te vertrekken. Ze vermoordden mijn broer en mijn schoonvader. We zijn ontsnapt onder een berg bananen in een kano. We wonen hier al elf jaar, teruggaan kan niet. Ik ben boer, maar wat kan ik zaaien op een paar vierkante meter? Meneer, wij zijn jodidos.

De pisang, zijn ze, vrij vertaald. Land kwijt, spullen kwijt, familie kwijt, wortels kwijt. Jaarlijks worden zo’n 200.000 Colombianen van huis en haard verdreven; opgeteld zo’n drie van de 42 miljoen inwoners van het Zuid-Amerikaanse land. Maar druppelsgewijs als de volksverhuizing zich voltrekt, staat de ‘grootste humanitaire ramp van het westelijke halfrond’ (aldus de VN) nauwelijks op het internationale netvlies.

In de provincie die Quibdó als hoofdstad heeft, de Chocó, is in tien jaar 20% van de bevolking op de vlucht geslagen. Grote boerenfamilies van weduwen en veel kinderen die stranden in de steden, waar hen, zo te zien, weinig anders rest dan zittend voor vermolmde huisjes hun tijd stuk te slaan.

De boosdoeners zijn extreemlinkse guerrillero’s en extreemrechtse (oud-)paramilitairen, die de bevolking geen rust en neutraliteit gunnen in hun bloedige twist om de jungle. De Chocó is daarin een strategisch brandpunt. De streek aan de Panamese grens is een labyrint van rivieren en heeft zowel een Caribische als een Pacifische kust; ideaal voor de drugshandel waarmee beide groepen zich financieren.

“Het conflict explodeerde in 1997 met de Operatie Genesis, toen paramilitairen met steun van het leger een offensief begonnen om de guerrilla terug te dringen”, zegt documentairemaker Jesús Durán. “In wezen is het niets meer dan een ordinair gevecht om land en drugs. Boeren die voedsel verbouwen, worden weggejaagd ten faveure van het cocablad en de oliepalm. Als excuus voor het landjepik wordt gezegd dat de grond nodig is als buffer tegen de vijand. Of ze beweren dat de boer gecollaboreerd heeft.”

Een varkensboer die varkens verkocht aan guerrillero’s die zijn dorp controleerden? Laat de binnengevallen paramilitairen het niet horen. Een winkelier die paramilitairen op krediet liet kopen? Collaboratie, oordeelt de nieuwe lokale guerrillacommandant. En met een beetje pech staat daarop de doodstraf.

Colombia-kenner Piet Spijkers heeft een buitenverblijf bij Paz de Ariporo, een provincieplaatsje waar guerrillero’s en paramilitairen actief waren. “Er werden iedere nacht een paar mensen vermoord. De bevolking kon geen kant op."

Maar Spijkers zegt dat hij dit jaar voor het eerst weer veilig naar zijn buitenhuis kan reizen, omdat het Colombiaanse leger het gebied heeft terugveroverd op de illegale groepen. “De veiligheid is enorm verbeterd onder president Álvaro Uribe. Bij zijn aantreden in 2002 had één op de vijf Colombiaanse gemeenten geen politiebureau. Nu hebben ze dat allemaal.”

Dat dit nog geen garantie op bewegingsvrijheid geeft, blijkt als De Telegraaf Quibdó niet uit kan door diverse schermutselingen in de omgeving, met tientallen doden en zo’n duizend vluchtelingen als gevolg.

Volgens de Colombiaanse grondwet hebben de ontheemden recht op opvang. In 2004 tikte het Constitutioneel Gerechtshof de regering op de vingers vanwege de “systematische ontkenning” van het recht op veiligheid, onderwijs en zorg.

“Een historische uitspraak,” zegt Fanny Uribe van Plan Internacional Colombia, een kindgerichte ontwikkelingsorganisatie. “Te meer daar het hof oordeelde dat er geen specifieke aandacht is voor kinderen, terwijl 60% van de vluchtelingen kind is.”

Veel is er sindsdien niet verbeterd, vinden mensenrechtenorganisaties. Plan springt derhalve bij om de jonge vluchtelingen te helpen met het wegpraten van trauma’s, het inhalen van verloren schooljaren en het vullen van de maag via gaarkeukens.

De 12-jarige Jessenia Mina Rivas uit de vluchtelingenwijk Brisas del Poblado in Quibdó zou niet eens meer naar haar dorp terug wíllen. “Ik mis het wel, maar hier heb ik meer kansen. Ik kan gratis met de bus naar school en er is muziekles. Ik wil zangeres worden”, zegt ze gedecideerd. Een originele ambitie, zo blijkt, want de meeste buurtgenootjes worden liever soldaat of politieagent om guerrillero’s dood te schieten.

Verderop in de krottenwijk El Futuro (De Toekomst) zijn de hulporganisaties nog niet neergestreken. Bewoners drinken water uit de regenton en in de moerasjes rond de krotten drijven drollen.

Julia del Carmen Santos (33) zit met tien familieleden thuis te wachten op haar broer, die vandaag een karweitje heeft in de stad en hopelijk weldra een lunch meebrengt. Waarom deze gezond ogende vrouw intussen niet zelf wat ontplooit? Een beetje zelfstudie wellicht? “Dat lukt niet, je ziet toch hoe we erbij zitten? Je raakt hier uit vorm.”

En wat ze ervan vindt dat een guerrillaleger dat zich al 43 jaar als belangenbehartiger van de arme boeren opwerpt, haar rustige boerenleven heeft geruïneerd? “Tja, over die zaken kun je beter niets zeggen.” Twee seconden later. “Het is maluco” (krankzinnig).
----------------------------------------------------------------------------------
Tussen vrede en gerechtigheid

Mede dankzij de gewaagde ‘Wet van Recht en Vrede’ van president Uribe, is de stroom binnenlandse vluchtelingen licht geslonken de laatste jaren. De wet is uniek in de zin dat ze illegale groepen die in volle strijd zijn, uitnodigt de wapens neer te leggen in ruil voor strafverlaging en hulp bij de opbouw van een nieuw leven.

In een klaslokaal aan de krioelende hoofdstraat van Quibdó is de Colombiaanse verzoening in volle gang. Veertien atletische jonge kerels spreken elkaar gebroederlijk toe over ‘De Inspanning’ die nodig is om ‘De Verandering’ te verwezenlijken.

Ze vertellen hoe ze door geldgebrek of gedwongen rekrutering in de guerrilla of contraguerrilla verzeild raakten. “Ze zijn vaak zo jong begonnen met vechten dat ze nog niet weten dat de ‘o’ rond is”, zegt lerares Aleida Moreno. Een baan vinden is haar leerlingen nog niet gelukt, maar zolang ze de lessen en psychotherapie volgen, krijgen ze een uitkering.

Het pardonprogramma van de regering heeft al 45.000 strijders verleid tot ontwapening. Nadat de grootste paramilitaire groep AUC dat collectief deed, zijn het nu vooral twijfelende guerrillero’s die zich uit de jungle laten weglokken.

Vermoedelijk geprikkeld door het feit dat het leger terrein wint in de oorlog met de FARC, melden zich dagelijks gemiddeld negen gevluchte guerrillero’s voor desertie.

Toch is er internationaal veel kritiek op de wet, die daders zou voortrekken boven slachtoffers. Paramilitaire kopstukken die duizend moorden op hun geweten hebben, komen weg met maximaal acht jaar celstraf. Veel misdaden tegen de menselijkheid worden niet eens onderzocht en van financiële genoegdoening voor de slachtoffers is nog nauwelijks sprake.

In Quibdó leidt dat tot wrange contrasten. Neem ‘Gerson’ (28) , een gezellige Colombiaan, maar wel eentje met de nodige moorden op zijn kerfstok.

Niets van justitie te vrezen als de gewezen paramilitair commandant heeft, wandelt hij onbekommerd door de stad. Op school gaat het zo goed dat zijn droom in vervulling lijkt te gaan: dierkunde studeren aan de universiteit. Schuldig tegenover kansloze vluchtelingen voelt hij zich niet echt. “Tja, als wij hun land niet innamen, dan deed de vijand het.”

“We moeten ergens een streep zetten,” verdedigt een regeringswoordvoerder. “Dat is de prijs van de vrede. En het is vijf keer goedkoper een ontwapende strijder op weg te helpen, dan hem te bevechten in het oerwoud.”

De uitkering voor re-integrerende strijders is na kritiek verlaagd van een dubbel naar een enkel minimumloon. Momenteel is 56% van hen aan het werk, van wie driekwart in de informele sector.





Foto's:
- Fietsen op de snelweg.
- Niet het ROC te A'dam-Zuidoost, maar een klasje oud-guerrillero's en paramilitairen in de Chocó.
- Ever the rain. Julia del Carmen Santos in Villa Futuro in Quibdó.

zondag, november 04, 2007

WK Voetbal in het land der blinden

Schrik niet. Toen duizend random Brazilianen onlangs een wereldkaart werd voorgelegd, was het resultaat als volgt, zo bericht het blad Veja dit weekend.

- 50% kon Brazilië niet aanwijzen op de kaart.

- 84% had geen idee waar buurman Argentinië ligt.

- 18% wist de VS wel te vinden en 3% kende de ligging van Frankrijk (Nederland bleef wijselijk buiten beschouwing).

- 10% van de Brazilianen met een universitaire achtergrond wist niet dat Brazilië in Zuid-Amerika ligt.

- 50 % van de respondenten met basisschoolniveau, bleek onbekend met het feit dat Brazilië in Zuid-Amerika ligt.

Je kunt je afvragen of een land dat nauwelijks weet waar het zelf ligt, niet iets anders aan het hoofd zou moeten hebben dan de organisatie van het WK Voetbal in 2014 – deze week met veel tamtam binnengehaald door een legertje Braziliaanse politici (o.m. Lula) en politici in spe (Romario is gepolst voor het vice-burgemeesterschap van Rio) dat speciaal naar Zürich was afgereisd, ofschoon er geen tegenkandidaten waren. Dat betekent dat weer miljarden opgaan aan brood en spelen, terwijl het onderwijs een puinhoop blijft.

Op deze blog is de topografische blindheid in kaart gebracht.


donderdag, november 01, 2007

Nicht Máxima: 'Mijn leven is een puinhoop'

Het zwarte schaap van de familie Zorreguieta beleeft zwarte tijden en stapt liefst vandaag nog op een vliegtuig naar Nederland. Laura Viña, het ondeugende paaldansende achternichtje van prinses Máxima, vertelt tussen twee stripacts in een nachtclub in Buenos Aires openhartig over de tragische dood van haar vriend. “Ik heb op het punt gestaan om zelfmoord te plegen.”

Máxima’s relativerende woorden over de Nederlandse identiteit vindt Viña “niet zo slim” in haar positie. Maar de onbereikbare nicht “die met haar neus in de lucht loopt” heeft wel gelijk, aldus de kleine, donkere tegenpool.

De 26-jarige Laura, onlangs door een blad verkozen tot één van de twintig meest sensuele vrouwen van Argentinië, is de ster van de club New Shampoo in Recoleta, de chique wijk waar Máxima´s ouderlijk huis staat. Na middernacht klautert ze om het uur als een volleerde turnster hoog de paal in.

Terwijl harde rockmuziek door de donkere kelder dreunt, blijft ze secondenlang horizontaal gestrekt aan de paal hangen. Dan glijdt de gelaarsde diva behendig naar beneden en werpt haar zwarte stola en met siliconen gevulde bh af. Ze springt van het podium en eindigt in een split op de vloer tussen een groep wild applaudisserende mannen.

Tien minuten later komt komt ze opgewekt en half aangekleed aan de bar staan voor een gesprek met het bezoek uit Nederland.

Hoe gaat het met je?

“Mijn leven is een puinhoop”, lacht ze grimmig. “Mijn vriend is twee maanden geleden vermoord. (Gonzalo Acro, lid van de harde supporterskern van voetbalclub River Plate, neergeschoten in een bendeoorlog, red.). Hij was de liefde van mijn leven. De vader van mijn 8-jarige dochtertje Camila was ook al dood.

Ik heb de laatste tijd huilend thuis gezeten. Maar God zegt me dat ik door moet gaan. Ik moet voor mijn dochter zorgen.”

Wat vindt zij ervan dat je op deze manier de kost verdient?

“Ik speel open kaart met haar. Ik zie geen alternatief. Ik heb geen zin om voor een loontje van duizend pesos iedere dag acht uur op kantoor te gaan zitten. Ik doe dit puur voor de ‘plata’ (poen), het betaalt erg goed.

Klopt het dat je plannen hebt voor een acteercarrière?

Ik weet nog niet wat ik na dit werk wil doen, ik leef van dag tot dag. Ik zou dolgraag weer in Nederland optreden, het Ex Porn Star feest in Amsterdam (waar ze op Koninginnenacht 2005 getooid met kroontje al strippend furore maakte, red.) was geweldig om te doen. Ik houd van die stad.”

Heb je iets meegekregen van de recente ophef rond je nicht Máxima?

“Nee.” (Na te zijn bijgepraat). “Tja, dat is niet zo slim om te zeggen als prinses. Maar ik begrijp wat ze bedoelt. Natuurlijk is er niet zoiets als één Nederlandse identiteit. Argentinië heeft die ook niet.”

Zou je de banden met Máxima en haar tak van de familie willen aanhalen?

“Ik zit er niet op te wachten. Ze is maar een verre nicht, onze oma´s zijn zussen. Vroeger kwam ze vaak bij ons thuis over de vloer om met mijn broer uit te gaan.

Maar ze wil niets meer van me weten, ze loopt met haar neus in de lucht. Ik zal altijd het zwarte schaap van de familie blijven. Het kan me niet schelen. Hier ben ík de prinses.”

En daar gaat ze weer, huppelend de coulissen in om zich om te kleden voor de volgende act.



Laura in actie (credit: New Shampoo) en met haar dochtertje.