vrijdag, mei 18, 2018
Trumpão
-------------------------------------------------------------------------------------
Het is op zondagen een feest om rond te hangen op de Avenida Paulista, een dan autovrije boulevard vol geurige eetstandjes en straatmuzikanten. Op een terras waar het lekkerste broodje van São Paulo wordt geserveerd, hengelt een aanhanger van ’de Braziliaanse Trump’ naar een praatje over de presidentsverkiezingen die in oktober worden gehouden in het Zuid-Amerikaanse land.
Een buitenkansje, want in mijn kennissenkring ontmoet ik zelden iemand die deze Jair Bolsonaro verdedigt. Toch gaat de conservatieve kandidaat aan kop in de peilingen sinds oud-president Lula definitief uit de race lijkt door een gevangenisstraf wegens corruptie.
Mijn amigo op het terras hoort bij de groep waaronder Bolsonaro het meest populair is: blanke jongemannen die hun middelbare school hebben afgemaakt. De blonde student ziet geen probleem in de vele omstreden uitspraken van de oud-legerkapitein.
Brazilianen houden volgens Bolsonaro niet van homo’s, indianen zouden ’stinken’ en een ’oerlelijk’ vrouwelijk Kamerlid ’verdiende’ het niet om te worden verkracht. „Soms overdrijft hij een beetje”, zo krijg ik uitgelegd. „Net als Trump. Waar het om gaat, is dat alleen Bolsonaro Brazilië weer veilig kan maken.”
Nu het ergste van de economische crisis voorbij lijkt, is de criminaliteit de grootste zorg van de kiezers. Bolsonaro wil het absurde stedelijke geweld (zestigduizend moorden per jaar!) met geweld bestrijden. Zo moet de politie meer ’bandieten’ vermoorden.
Door wapenbezit grotendeels vrij te geven, kunnen ’goede burgers’ daarbij een handje helpen. „Dan bedenken boeven zich wel twee keer voor ze wat uithalen. Want anders is het bam, bam, bam”, lacht de student terwijl hij een denkbeeldige trekker overhaalt.
Als ik weinig enthousiast reageer, bekoelt de sfeer op het terras. „Ach, jullie journalisten begrepen ook niets van de opkomst van Trump. Je merkt het wel in oktober.”
zondag, juni 05, 2016
Vlak voor de Spelen is de geweldige stad vooral gewelddadig
--------------------------------------------------------------------------
Twee maanden voor de start van de Olympische Spelen zit Rio in haar maag met groeiend geweld. Het aantal moorden en berovingen nam dit jaar sterk toe.
Afgelopen week kreeg het imago van de Cidade Maravilhosa (Geweldige Stad) een extra knauw door de massaverkrachting van een zestienjarig meisje. Dat gebeurde in een drugsbolwerk op een paar kilometer van Deodoro, het Olympische complex voor onder meer hockey, paardrijden en schieten.
Zorgelijk is dat de lokale autoriteiten daarnaast hun grip verliezen over de zogeheten 'gepacificeerde' favela's. Rio doet sinds de toewijzing van het WK (2007) en de Spelen (2009) een poging tot ordeherstel in de marge van de stad. De 'vredespolitie' bezet momenteel een kwart van de ruim duizend sloppenwijken.
Op papier tenminste. "Ze hebben nog maar een paar van die wijken écht onder controle. Verder is de vredespolitie een wassen neus geworden", zegt Robert Smits (58), een Rotterdammer die sinds vijfentwintig jaar straatkinderen opvangt in Rio.
Zijn stichting (REMER) heeft een kantoor op de gepacificeerde Morro da Providência, de oudste (1897) favela van de stad. Hij kan de heuvel naast het centrale treinstation echter nauwelijks meer op door schietpartijen tussen de politie en de terugvechtende drugsmaffia. "Het gaat helemaal mis. Ik heb in al die jaren niet eerder zo'n puinhoop gezien in Rio."
Robert Smits met op de achtergrond de Morro da Providência
Afgelopen donderdag werd de vredespolitie van Cidade de Deus (Stad van God), een sloppenstad bij het Olympisch dorp, aangevallen door schietende drugscriminelen.
Volgens Smits is het vredesoffensief overhaast verlopen onder druk van de sportevenementen. "Kwantiteit kwam boven kwaliteit. Het zijn te veel wijken om te controleren. De vredespolitie krijgt te weinig steun. Die jonge agenten zijn wandelende schietschijven voor zwaarbewapende drugssoldaten."
Ruim veertig dienders werden dit jaar vermoord in Rio. Salarisachterstanden vergroten de frustratie bij het korps. De deelstaat Rio waar de lokale politie onder valt, is blut door vooral de lage olieprijs. Agenten klagen over een gebrek aan benzine, ongeschikte munitie en het uitblijven van beloofde bonussen.
Veiligheidswethouder José Beltrame, die dit jaar een half miljard euro moet bezuinigen, krijgt vanwege de crisis extra versterking van het Braziliaanse leger tijdens de Spelen. Hij kondigde deze week aan dat naast 47.000 agenten maar liefst 38.000 soldaten komen waken over de verwachte half miljoen toeristen en tienduizend atleten.
"Het zal in augustus wel loslopen", voorspelt Smits. "Bendes weten dat ze zich dan koest moeten houden. Ze doen het in hun broek voor de elitetroepen die bij de ingang van gevaarlijke wijken worden neergezet."
zondag, maart 27, 2016
Brazilië op scherp na 'Brussel'
De Braziliaanse regering reageerde deze week bezorgd op de gruwelijke aanslagen in Brussel. Het Zuid-Amerikaanse land was nooit doelwit van moslimterreur, maar vreest dat het nu op de radar komt door het verwachte bezoek van tweehonderd olympische delegaties, tachtig staatshoofden en een half miljoen toeristen.
Brazilië heeft pas sinds vorige week een antiterreurwet. Met het oog op de spelen keurde president Rousseff een draconisch wetsvoorstel van het parlement grotendeels goed. Niet alleen het plegen en voorbereiden maar ook het ’verdedigen’ van terrorisme via bijvoorbeeld sociale media levert tot dertien jaar celstraf op.
Daarnaast riep minister van Buitenlandse Zaken Vieira na ’Brussel’ op tot meer internationale samenwerking. Rio kreeg afgelopen week alvast een groep Amerikaanse terreurexperts (ATA) op bezoek. Ze schoolden lokale agenten bij over de gevaren van onder meer chemische, biologische en nucleaire wapens.
Verder helpen Amerikaanse drugsbestrijders van de DEA sinds eind vorig jaar bij het in kaart brengen van wapensmokkelroutes naar Rio. Ook tijdens de Olympische Spelen krijgt de DEA een plekje in het zogeheten CICC, het zenuwcentrum van de grootste Braziliaanse veiligheidsoperatie ooit.
Het 'Pentagon van Rio' (CICC)
Onderdirecteur Edval Novaes geeft een rondleiding door het hypermoderne gebouw in hartje Rio. Op een brede videowand wordt de strandmetropool van twaalf miljoen inwoners in de gaten gehouden via 3500 vaste en mobiele camera's. Alle incidenten, van een kat in de boom tot de zoveelste moord, komen binnen in de meldkamers van het CICC.
In augustus zullen twintig instanties samenwerken in dit orwelliaanse ’Pentagon van Rio’. Onder hen de terreurbestrijders van de Braziliaanse geheime dienst (ABIN). Zelfs lokale zorgautoriteiten maken er gebruik van om zikahaarden op te sporen via een drone.
Drones zijn onmisbaar bij het bespioneren van honderden ’favelas’ waar de overheid nauwelijks binnenkomt. Enkele daarvan liggen in het strategisch belangrijke Complexo do Maré, een door milities en drugsbendes gecontroleerde sloppenstad van 130.000 inwoners langs de weg naar het internationale vliegveld.
Tegen eerdere beloften in, maakte Novaes’ baas deze week bekend dat Maré voor augustus niet wordt bezet door de zogeheten vredespolitie. Rio moet door de economische crisis een half miljard euro bezuinigen op veiligheid.
Maré blijft daardoor voorlopig een onvoorspelbaar broeinest van misdaad. „We omsingelen risicowijken als Maré in augustus”, verzekert Novaes. „Dat ging eerder goed bij grote evenementen als het WK.”
maandag, december 07, 2009
Reportage Cidade de Deus
-------------------------------------------------------------------------------------
Het is half elf ’s ochtends in Cidade de Deus, een sloppenstad achter het toekomstige Olympisch dorp van Rio de Janeiro (2016). Een groepje wijkagenten is met het goede been uit bed gestapt.
Opgewekt begroeten ze een bewoner die zijn auto staat te wassen. Ze worden genegeerd. Ook de buurman kijkt niet op of om. Bij een oude dame in een tuinstoel kan er net een knikje en een afgemeten ‘bom dia’ (goedendag) vanaf.
‘Ik begrijp de afstandelijkheid van de bewoners heel goed’, zegt kapitein Felipe Romeu, de politiechef van Cidade de Deus, een ‘favela’ (sloppenwijk) van honderdduizend inwoners.
‘De autoriteiten hebben zich veertig jaar niet laten zien. Dus waarom zou men geloven dat we ditmaal wel blijven? De drugsbende die de wijk in zijn greep had, heeft nog minderjarige verkenners rondlopen. Ze bedreigen mensen die openlijk met ons sympathiseren.’
Cidade de Deus (Stad van God) werd door de gelijknamige en gewelddadige film een icoon van de drugsoorlog in de sloppen van Rio. Veldslagen tussen bendes en politie waren er aan de orde van de dag. Maar sinds februari van dit jaar staat de wijk op zijn kop.
De politie heeft de soldaten van het Rode Commando (Rio’s grootste drugsfactie) verjaagd en een ambitieuze nieuwe aanpak op de wijk losgelaten: de ‘vredespolitie’.
Terwijl de politie haar aanwezigheid voorheen beperkte tot riskante invallen waarbij vaak geschoten werd, wordt er nu dag en nacht gepatrouilleerd door wijkagenten. Het geeft een veilig gevoel. Deze verslaggever kon rustig alleen met zijn camera de wijk verkennen.
De vredesagenten (die wel 'gewoon' zware wapens dragen) zijn net afgestudeerd en speciaal opgeleid om vriendelijk met de bewoners om te gaan. Ze worden geacht preventief en communicatief te werken, zonder geweld- en machtmisbruik, de mensenrechten indachtig.
Voor de militaire politie van Rio is dat een revolutionair concept. Geen stedelijke politiemacht ter wereld pleegt zoveel moorden (zo’n honderd per maand), veelal tijdens mistige ‘confrontaties’ in de favela’s. Geen stadspolitie wordt ook zo vaak zelf getroffen (er sneuvelen zo’n tien agenten per maand).
Agent maakt al vliegerend vriendjes
Met het binnenhalen van de spelen van 2016 werd het doorbreken van de geweldsspiraal een zaak van landsbelang. Een slag in de drugsoorlog is nu immers algauw wereldpers.
De veiligheidschef van de provincie Rio, José Mariano Beltrame, heeft het de laatste tijd dan ook erg druk met buitenlandse journalisten. Ook voor Wordt Vervolgd maakte hij tijd, een paar dagen voordat er bij gevechten in een sloppenwijk bij het Maracanã-stadion ruim veertig doden vallen.
‘Vooropgesteld: we kunnen vijftig jaar verwaarlozing niet inhalen in zeven jaar. De stad heeft al duizend favela’s. En het bijzondere aan de sloppen van Rio is dat ongeveer de helft in de greep is van drugsbendes en milities (criminele oud-agenten die de bevolking afpersen in ruil voor ‘veiligheid’, KK).’
Dan, realistisch. ‘Drugshandel houd je altijd. Maar die territoria moeten we terugwinnen. En daarna het vertrouwen van de bewoners. Vandaar de vredespolitie. We hebben goed geschoolde, humanistische (sic) agenten nodig. De derde fase is het bouwen van scholen, klinieken, riolering. Anders heeft de bezetting geen zin.’
Een jaar na de start is de impact van de vredespolitie nog vooral symbolisch. Ze heeft vijf favela’s onder controle: 1 procent van die bezette vijfhonderd. Maar volgens de plannen (die worden gesteund door de federale regering) moet dat aantal de komende jaren oplopen naar honderd. Daartoe zullen gaandeweg 12.000 extra wijkagenten van de opleiding druppelen.
Terug naar Cidade de Deus, het grootste laboratorium voor het nieuwe model. Op het centrale plein is het ’s avonds een gezellige boel rond de politiestandplaats. In barretjes wordt voetbal gekeken, er klinkt gezang uit een evangelisch kerkje en funkmuziek uit een internetcafé.
Bewoners Cidade de Deus
Uit een enquête is gebleken dat 90 procent van de bewoners wil dat de vredespolitie voor onbepaalde tijd blijft. Restauranthouder Aloizio is één van de weinigen die openlijk de lof zingt op de agenten.
‘Het is uitstekend wat ze doen! Er liepen hier jochies van tien met pistolen rond, verslaafd aan crack. De mensen durven weer uit te gaan.’ Hij is niet bang dat de politie weer zal vertrekken.
‘De Olympische Spelen zijn onze garantie. Een deel van de stadions ligt hier vlak achter. Politici kunnen Cidade de Deus niet meer uit handen geven.’
De machtwisseling heeft méér voordelen. Er is sinds februari pas één moord gepleegd. Ambulances en brandweer krijgen geen geweer meer op de voorruit als ze de wijk binnenrijden. Scholen functioneren nog steeds onregelmatig maar de lessen worden niet meer verstoord door schietpartijen.
‘De kinderen maken al minder schietgebaren bij het spelen’, merkt een directrice van een lokale crèche op. De huizen – in Cidade de Deus staan lang niet alleen maar krotten – zullen meer waard worden. Lokale middenstanders balen wel dat er minder drugsgeld in omloop is, al wordt er op kleinere schaal nog steeds gedeald.
Kritiek op de wijkagenten is er ook. Acteur Leandro Firmino (31), bekend als de meedogenloze drugsbaron ‘Ze Pequeno’ in de film Cidade de Deus, blijkt het ook in het echt niet zo op de politie te hebben.
Na zijn succes is hij gewoon in Cidade de Deus blijven wonen, in een rijtjeshuis op dertig meter van een open riool. ‘Die agenten denken al dat je een dealer bent als je met een rugzak loopt. Ze verbieden funkfeesten, ze zijn autoritair.’
Leandro Firmino
De Nederlandse favela-kenner Nanko van Buuren, van hulporganisatie Ibiss, is nog sceptisch. ‘Het is een goede poging om de politie dichter bij de mensen te brengen. Maar de vraag is hoe lang het duurt tot ook de vredespolitie corrumpeert. Het oude systeem is zo verschrikkelijk verrot. Om het politieapparaat op te schonen, heb je twee Bangu’s (de gevangenis van Rio, KK) nodig.’ Dit jaar zijn tweehonderd agenten van de oude garde ontslagen wegens wangedrag.
Een agent in Rio is met een beginloon van nog geen 400 euro een van de slechts betaalde dienders van Brazilië. Om de vredesagenten, die bewust worden gescheiden van de oude garde, te motiveren krijgen ze een bonus van 200 euro.
Daarnaast tracht men ook de mentaliteit van de oude garde (‘de beste criminelen zijn dode criminelen’) te veranderen. Zij krijgen 150 euro als ze een bijscholing volgen.
Mensenrechtenactivisten noemen het tegenstrijdig dat de politie in andere sloppen nog steeds louter repressief te werk gaat. Veiligheidschef Beltrame wijst die kritiek van de hand.
‘Het ontbreekt de politie aan mankracht om alle favela’s te pacificeren. Maar we kunnen de bendes niet hun gang laten gaan. Zo’n inval gebeurt alleen als we inlichtingen hebben over een drugs- of wapendepot.’
En hoe staat het met de derde fase: het urbaniseren van de favela’s? De regering van president Lula pompt miljarden in de sloppen van Rio. Voorlopig zijn het vooral grote, niet-gepacificeerde favela’s die ervan profiteren. In de sloppencomplexen Alemão, Manguinhos en Rocinha wordt onder het toeziend oog van de drugsbendes aan nutsvoorzieningen gewerkt.
Begin 2010 is Cidade de Deus aan de beurt. Er is 160 miljoen euro voor het opknappen van de rioolrivier, het vervangen van krotten en het bouwen van een technische school, een muziekschool, een polikliniek, een bibliotheek, een bioscoop, een theater en een centrum voor werk en inkomen.
Nu de gijzeling door geweld voorlopig ten einde is, kan de strijd tegen de armoede dus beginnen. De Olympische Spelen geven de werkgelegenheid alvast een welkome oppepper. Verder worden fiscale prikkels overwogen om bedrijven naar de favela te lokken.
Nu werkt ruwweg de helft van de bewoners van Cidade de Deus als portiers en bewakers in Barra da Tijuca werkt, de rijke Olympische wijk even verderop. De andere helft hangt rond of gaat bij voorbeeld iets stelen in datzelfde Barra, een klein-Miami van shopping malls en stranden.
Nog een hoop te doen
Is de prille vrede in een handvol sloppen de opmaat naar een minder schizofrene stad? Beltrame hoopt dat de rest van de stad de gepacificeerde favela’s zal omarmen. ‘Anders verandert er feitelijk niets. De politie doet daarom een oproep: kom naar de favela’s, ze horen bij Rio.’
dinsdag, oktober 20, 2009
Interview José Mariano Beltrame
-------------------------------------------------------------------------------------
Veiligheidschef José Mariano Beltrame is voorzichtig begonnen met het herstel van de openbare orde in de sloppenwijken van Rio de Janeiro. Dat hem een herculische taak wacht, bleek afgelopen weekend nog eens. Er vielen toen 22 doden bij een drugsconflict in de omgeving van het Maracanã-stadion, het hoofdtheater van de zomerspelen van 2016.
“Vooropgesteld: zeven jaar is niet genoeg om vijftig jaar verwaarlozing uit te wissen”, vertelt hij in een interview met deze krant.
“Dat hebben we het IOC ook eerlijk verteld. Eerst moeten we de territoria van drugsbendes en milities (criminele oud-politieagenten, red) zien te heroveren. Ze controleren tegen de helft van de duizend sloppenwijken. Die controle is trouwens relatief. De politie kan die wijken ieder moment overnemen, maar ze mist de mankracht voor een permanente bezetting.”
De militaire politie wordt komende jaren uitgebreid van 38.000 naar 60.000 agenten. Ongeveer de helft van de rekruten zal bestemd zijn voor een nieuwe tak in het korps, de ‘vredespolitie’. Beltrame veert op als zijn stokpaard ter sprake komt.
“We hebben in vier sloppenwijken de lokale bende verdreven en net afgestudeerde wijkagenten naar binnen gestuurd. Ze staan dichter bij de bewoners, door meer preventief en communicatief te werken. Ik houd hen gescheiden van de oude garde, zodat ze niet besmet raken met zekere kwalen van de politie.”
In de vier uitverkoren favelas moet de terugkeer van de overheid worden benut om de sociale voorzieningen te verbeteren. “Daar is een begin mee gemaakt, maar ik heb mijn collega’s gevraagd meer vaart te maken. Anders heeft de bezetting weinig zin.”
Tot aan december zal de vredespolitie nog vijf sloppen bezetten. “We hebben er zo’n honderd op het oog voor dit model.”
José Mariano Beltrame
In andere criminele bolwerken blijft Beltrame de confrontatie zoeken. De politie doet regelmatig invallen om wapens en drugs in beslag te nemen, al worden daarbij ook onschuldige bewoners gedood.
“Kijk, we doen dat liever niet: binnenvallen en gelijk weer vertrekken. Maar soms hebben we geen keus. In 2007 kregen we veel kritiek toen er negentien doden vielen bij een politieoperatie in het Complex van de Duitser (een sloppencomplex, red). De lokale bende had daar meer munitie opgeslagen dan de complete militaire politie. De agenten werden daarop onthaald en schoten terug. Had ik dat depot dan ongemoeid moeten laten?”
De territoriale gevechten tussen twee drugsbendes in het afgelopen weekend zijn volgens Beltrame een teken dat ze terrein verliezen.
De kans is groot dat Rio’s gouverneur Cabral volgend jaar wordt herkozen en rechterhand Beltrame “zou graag doorgaan. Maar ook zonder mij is de vredespolitie een blijvertje. Mijn eventuele opvolger zou een ezel zijn om zo’n succesvol project te stoppen.”
Sloppenwijken die in 2016 nog steeds vrijstaatjes zijn, kunnen tijdens de spelen rekenen op een omsingeling door de politie, zoals dat ook tijdens de – rustig verlopen – Pan-Amerikaanse Spelen van 2007 gebeurde.
maandag, oktober 05, 2009
São blikt terug op terreurgolf
-------------------------------------------------------------------------------------
Ze wisten ‘de stad die nooit stilstaat’ dagenlang lam te leggen. In São Paulo is het megaproces begonnen tegen de leiders van de machtige gevangenisbende PCC.
Tegelijkertijd ging dit weekend een film in première over de ongekende terreurgolf die de PCC op de wereldstad losliet. De Braziliaanse Oscarkandidaat ‘Salve Geral’ neemt de kijker terug naar het moederdagweekend van 2006.
PCC-leider Marcos ‘Marcola’ Camacho reageert dan woedend op zijn overplaatsing naar een zwaarbewaakte gevangenis in het achterland van São Paulo. Hij geeft zijn straattroepen, dat weekend ruim in aantal dankzij moederdagverlof, met een paar telefoontjes het sein ‘salve geral’: aanvallen!
Er wordt in het wilde weg geschoten op politiebureaus, banken en winkels. Bijna vijftig agenten worden vermoord en de politie executeert uit wraak honderden ‘verdachten’.
Miljoenen Brazilianen zitten gegijzeld thuis. De furie komt pas ten einde na een deal tussen Marcola en de gouverneur van São Paulo, wat door de laatste overigens wordt ontkend.
De film was op voorhand al omstreden. Regisseur Sergio Rezende zou sympathie tonen voor de PCC. Hij maakt haarfijn duidelijk dat de autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de groei van dit paard van Troje achter de tralies.
De PCC werd in 1993 opgericht uit woede over de beestachtige toestanden in de gevangenissen. De organisatie fungeerde als een soort vakbond voor gevangenen. Pas in 2001 erkennen de autoriteiten het gevaar van de PCC.
Het aantal leden wordt inmiddels geschat op 100.000. En de gevangenissen blijven overbezet. Een tijdbom.
“Er kan ieder moment iets heel ernstigs gebeuren”, waarschuwt Nagashi Furukawa, de voormalige gevangenissecretaris van São Paulo. Hij denkt bij voorbeeld aan een massale uitbraak.
De PCC is behendig in het binnensmokkelen van mobiele telefoons en controleert daardoor ook op straat de misdaad. Drugshandel, ontvoeringen, bankovervallen; van de ooit nobele intenties is niets over.
Marcola, een voormalige bankovervaller die al vier keer uit de gevangenis ontsnapte, wordt in de eerste van tien rechtszaken beschuldigd van de moord op een rechter. Zijn rechterhand ‘Julinho Carambola’, werd hiervoor vrijdag tot 29 jaar cel veroordeeld.
maandag, april 06, 2009
Rare vogels in São Paulo
------------------------------------------------------------------------------------
Een duif zat onlangs raar te wiebelen op een elektriciteitskabel bij een gevangenis bij São Paulo. Een bewaker vertrouwde het zaakje niet en lokte hem met wat lekkers. Betrapt! De vreemde vogel had een plastic zakje met een gedemonteerd mobieltje bij zich.
Een dag later kwam een gevederde handlanger doodleuk de bijbehorende oplader te bezorgen. Afgelopen vrijdag werd een derde duif zelfs met twee telefoons in de kraag gevat. Wat die Braziliaanse duiven bezielt?
Welnu, de meeste gevangenissen in de deelstaat São Paulo worden gecontroleerd door het misdaadsyndicaat PCC. De cellen fungeren als kantoor vanwaar de criminele activiteiten buiten de muren worden aangestuurd.
Toen PCC-leider ‘Marcola’ zich in 2006 boos maakte over een dreigende overplaatsing naar een zwaar beveiligde gevangenis, wist hij de wereldstad na een paar telefoontjes lam te leggen met een golf aanslagen. Kleine criminelen die in het krijt staan bij het PCC, knappen buiten de muren het vuile werk op.
Zonder telefoon in de gevangenis is deze strategie uiteraard lastig uitvoerbaar. En hier komen de duiven om de hoek kijken. Kennelijk kan niet altijd vertrouwd worden op louche advocaten en bewakers om mobiele telefoons binnen te smokkelen.
Vorig jaar waren de duiven ook al bezig in een andere gevangenis in São Paulo. Een bezoeker werd toen betrapt toen hij een duif naar buiten loodste in een leeg voedselpakket.
Aanvankelijk dacht dat de politie dat de gevangenen postduiven gebruiken. Zij staan immers bekend als sterke en betrouwbare boodschappenjongens. Maar het punt is dat postduiven alleen feilloos de weg terúg weten te vinden naar een bepaald punt. Je kunt hen dus niet een willekeurig adres opgeven.
“Om hen in een gevangenis te kunnen gebruiken, moet de duif van binnenuit getraind worden”, aldus een ongelovige duivenmelker in de lokale pers.
De theorie die de laatste dagen opgeld doet, is dat de gevangenen gewone duiven oppikken uit de torens en muren van de gevangenis. Dat zou volgens de politie wel betekenen dat de duiven binnen een straal van vijf kilometer worden bevoorraad.
maandag, augustus 11, 2008
Column Bob en de Bope
------------------------------------------------------------------------------------
Onlangs op eigen houtje ’s avonds een sloppenwijk in mijn buurt binnengelopen. Zelfmoordneigingen? Nee hoor. Als buitenstaander kun je ongestoord over een steil weggetje naar de top van de heuvel slingeren.
De ‘favela’ Tavares Bastos is namelijk één van de weinige waarin de onderwereld het niet voor het zeggen heeft. Dat is te danken aan het elitekorps van de politie van Rio, de Bope, bekend van de Braziliaanse film ‘Tropa de Elite’ die al een tijdje in de Nederlandse bioscopen draait.
Sinds de Bope een basis heeft op de heuvel, is deze veranderd in een klein Hollywood. Amerikaanse sterren als Snoop Dogg en Edward ‘De Hulk’ Norton komen er opnamen maken in een stoer en toch veilig decor.
In het doolhof van steegjes vinden de filmploegen onderdak in een heuse Bed & Breakfast, met een adembenemend uitzicht over de stad. De Britse eigenaar Bob geeft daar ook jazzfeesten die veel hip volk omhoog lokken.
Helaas blijft Tavares Bastos de uitzondering die de regel bevestigt. De politie doet wel veel invallen in de sloppen om wapens en drugs in beslag te nemen, want Rio’s gouverneur Cabral heeft de oorlog verklaard aan de bendes (in de eerste vijf maanden van dit jaar schoot de politie 649 (!) mensen dood). Maar aan het structureel bezetten van favela’s wagen de autoriteiten zich niet.
Zo kan het dat de aanstaande lokale verkiezingen weer vertekend worden door veel zogeheten ‘halsbandstemmen’. Sloppenbewoners staan ‘aangelijnd’ in het stemhokje, met in het achterhoofd een dringend stemadvies van de crimineel die de wijk runt.
Om aan te geven hoeveel randfiguren mede hierdoor politiek carrière kunnen maken: van de huidige zeventig volksvertegenwoordigers van Rio hebben 33 het aan de stok hebben met justitie. Toen een lid van de liberale partij onlangs thuis gearresteerd werd, onthaalde hij de politie op een kogelregen. Dat zie je Eric van der Burg van de Amsterdamse VVD-fractie toch niet doen.
“Rio lijkt het Chicago van de jaren twintig wel”, verzuchtte mijn vaste tafelgenoot in de leeszaal in mijn wijk onlangs boven zijn krant. Maar Bob en de Bope zorgen in elk geval voor een leuk lichtpuntje in de heuvels.
zaterdag, april 12, 2008
'Soldado nunca mais'
--------------------------------------------------------------------------------
Dat hij nog leeft is een klein wonder. Oud-drugsbaas ‘Gustavo’ (33) is één van de zeldzame mannen die een lange carrière in de bendeoorlog van Rio de Janeiro kan navertellen. Hij vermoordde direct en indirect (via orders aan soldaten) “zo’n 120, 130 mensen”, maar is een tweede leven begonnen als sociaal werker in een sloppenwijk.
“Op een dag sprak ik mijn jongens toe en zag ik alleen maar nieuwe gezichten, al mijn vrienden waren dood”, vertelt de Braziliaan in zijn kantoortje in een zompige ‘favela’ aan de rafelrand van Rio. “Toen besefte ik dat ik weg moest wezen.”
Gustavo heeft zijn ontsnapping te danken aan zijn werkgever, de Nederlander Nanko van Buuren, directeur van ontwikkelingsorganisatie IBISS. Met zijn programma ‘Soldados Nunca Mais’ (Soldaten Nooit Meer) bevrijdt hij jaarlijks zo’n 350 kindsoldaten uit de oorlog in de Braziliaanse strandmetropool, waarin ruim 80% van de bendeleden zijn 21e verjaardag niet haalt.
Aan het losweken van een grote vis als Gustavo gaan lange onderhandelingen vooraf met het drugskartel, in dit geval het Rode Commando, en justitie. Dat zag uiteindelijk af van aanklachten. Maar heeft Van Buuren geen moreel bezwaar tegen een werknemer met zo’n bloederig cv?
“Je krijgt drugsbazen nooit de misdaad uit als je ze geen betaald werk biedt. Als je dat niet accepteert, verandert er niets. En Gustavo kan andere jongens nu ervan overtuigen buiten de oorlog te blijven.”
Als kansarme puber viel Gustavo al vroeg voor de lokroep van het snelle geld. “Ik sloot me op mijn 16e aan bij de lokale bende, het leek me spannend. School was ver weg en saai, ik pakte toen al liever de bus naar Copacabana om gringo’s te beroven. De drugsbazen waren helden in mijn wijk. Ze hadden vrouwen, auto’s en alom respect.”
Gustavo bleek een harde en maakte snel promotie. Op zijn 19e was hij al ‘dono’ – baas. “De kunst is een evenwicht te vinden tussen liefhebben en haten. Je populair maken in de gemeenschap waar je woont en handelt, en genadeloos zijn in de strijd. Medicijnen kopen en funkfeesten organiseren voor buurtbewoners. Maar ook zonder aarzelen een ‘Duitser’ (een vijandelijke soldaat, KK) levend open laten snijden of verbranden in een stapel autobanden.”
Of hij wroeging heeft? “Ja. Nee, ik zeg niet waarover.”
Als Gustavo iets mist aan het gangsterleven, zijn het de drugsdollars. “Maar de vrijheid die ik nu heb is veel meer waard. Ik kan weer naar strand en bioscoop, als soldaat was dat levensgevaarlijk. Ik weet dat ik enorm geluk heb gehad”, zegt hij terwijl een kogellitteken in zijn voet toont, zijn enige. “Nu is het is tijd om terug te betalen, aan Nanko."
zondag, januari 13, 2008
Correspondent danst samba in wasbeerpak
Gisteren was ik ter voorbereiding in het sambastadion van de stad, waar mijn sambaschool Portela warm liep voor de grote optocht van zondag 3 februari. Jawel, ik ga in het kader van de participerende journalistiek maar eens meelopen ditmaal.
Een exemplaar van onderstaand pakje zal daartoe voor 395 reais (150 euro) een nacht het mijne zijn. Inderdaad, sambaleken kunnen zich zonder enige vorm van selectie inkopen in de parade, wat niet zonder risico is gezien de strenge normen die de jury zou hanteren bij de beoordeling.
Wrede wasbeer op de schouder, niet? Misschien lukt het wel om wat alcohol in zijn ingewanden te verbergen en onzichtbaar met mijn mond in contact te brengen. Dat zou geen overbodige luxe zijn, aangezien de figuranten worden geacht vanaf 4.00u 's nachts springend, zingend, lachend en als het even kan samba dansend door het 700 meter lange Sambódromo te paraderen.
----------------------------------------------------------------------------------
Er wordt gezegd dat het nieuwe jaar in Rio de Janeiro pas begint na carnaval, dat over drie weken alweer losbarst. Terwijl in schuurtjes en garages wordt gesleuteld aan de kostuums en sambaritmes, wentelt de stad zich in een lome zomerslaap. En daar valt iets voor te zeggen bij temperaturen rond 35 graden.
In de sloppenwijk Mangueira, tevens de bekendste sambaschool van Brazilië, werd de rust afgelopen week nochtans bruusk verstoord. De politie van Rio is het jaar begonnen zoals het geëindigd was: met het bestormen van de bastions van drugsbendes in de stadsheuvels.
Op de top van de wijk stuitten de agenten op een middeleeuws aandoend fort dat de lokale bende had gemetseld, compleet met schietgaten. Ook vonden ze een ton marihuana die alvast was ingeslagen voor de feestdagen. Maar het belangrijkste mikpunt van de ‘Operatie Carnaval’, bendeleider ‘Tuchinha’, was al gevlogen.
Het geval wil dat deze Tuchinha, die naar eigen zeggen leeft van de verfhandel, de componist is van het carnavalslied dat de roze-groene sambaschool naar de zege moet voeren in de grote parade van Rio.
Ik beleefde onlangs de verkiezing van dit lied in Mangueira’s sambapaleis aan de voet van de heuvel, in een nacht waarin het mooie en het dubieuze van Rio hand in hand gingen. Terwijl een enorme drumband de bonte mensenmassa van het ene naar het andere hoogtepunt trommelde, deden dealers goede zaken in het gewoel, onder toeziend oog van Tuchinha en aanhang in de vip-boxen.
Als de politie was binnenvallen, dan had een geheime vluchtweg vanachter een vipbox richting het fort op de heuvel hen uitkomst geboden, zo ontdekte de politie dinsdag.
Tot overmaat van ramp liet de voorzitter van Mangueira zich onlangs filmen als gangmaker van de bruiloft van opperdrugsbaron Fernandinho Beira-Mar.
In de kranten van Rio wordt nu de morele val van Mangueira beweend, hoe onvermijdelijk deze ook lijkt in een wijk die volledig in handen van de misdaad is.
En de bewoners? Die zijn na het gedoe van deze week toe aan een goed feest.
zondag, juli 15, 2007
Rio zondagpagina
Maar vandaag een hele pagina over Rio in de krant! Gevuld met respectievelijk een achtergrondstuk over de slag in de sloppenwijken, een column over mijn beleving van het geweld en een stukje over het ultieme middel tegen Rio's drugsprobleem: legalisering.
-------------------------------------------------------------------------------------
Rio de Janeiro bidt dat het rustig blijft. Terwijl de autoriteiten de oorlog hebben verklaard aan de ‘parallelle macht’ in de sloppenwijken, zijn vrijdag de Pan-Amerikaanse Spelen begonnen in de stad. “Ik zie reden genoeg om de noodtoestand uit te roepen,” zegt de burgemeester van Rio, Cesar Maia, op zijn stadspaleis in een gesprek met De Telegraaf.
De rest van het land bidt mee met Rio, want de wereldmacht in wording ziet de minispelen als opstapje naar het WK voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016. "We mogen niet langer behandeld worden als derdewereldland”, aldus de zelfbewuste president Lula.
Rio laat niets aan het toeval over om het gebutste internationale imago op te poetsen. Liefst 15.000 politieagenten waken over 5600 atleten en een half miljoen toeristen. De spelen zijn acht keer zo duur geworden als begroot, maar de stad heeft nu wel stadions van ‘allereerste wereldniveau’, waaronder een modern broertje van Maracanã, het nieuwe João Havelange-stadion.
Niks verkwisting, stelt Maia, nadat hij zoals het ‘de bloggende burgemeester’ betaamt nog even zijn stukje heeft afgetikt. “We hebben de ambities gewoon gaandeweg bijgesteld.”
Net zo min laat de liberaal, die alweer aan zijn derde burgemeesterstermijn bezig is, zijn humeur bederven door de continue kritiek op zijn afgezakte 'Cidade Maravilhosa' (Wondermooie Stad').
Nee, Maia betoogt vurig dat Rio in de lift zit. Qua scholing en werkgelegenheid gaat de stad voorop in Brazilië, het geboortecijfer in de sloppenwijken is in vijf jaar 25% gedaald en werkelijk “niemand” heeft er een Afrikaanse hongerbuik, verzekert hij.
Als klap op de vuurpijl is het Christusbeeld op de Corcovado-berg één van de zeven nieuwe wereldwonderen, een fikse opsteker voor het toerisme.
Maar op één punt is Maia het eens met de zwartkijkers: de openbare orde is een totale chaos. “Het is ongelooflijk dat we hebben geaccepteerd dat grote delen van de stad door drugsbendes worden bezet.”
Eén op de vijf cariocas woont in de ruim vijfhonderd sloppen van Rio, de ‘favelas’, grotendeels gecontroleerd door drugsbendes. Alleen al in het ‘Complex van de Duitser’, niet ver van het internationale vliegveld, leeft een compleet Lelystad tussen de wapen- en drugsdepots van het Rode Commando.
Sinds de moord op twee agenten begin mei wordt het heuvelcomplex omsingeld door de politie. Maar vele invallen met pantserwagens en – officieel – 44 doden later, zwaaien de drugssoldaatjes nog altijd uit de hoogte met veel te grote AK-15’s en AK-47’s.
“Zo bont heb ik het nog niet meegemaakt”, zegt Maia. “Tot deze crisis lukte het de politie om, zo gewild, welke favela dan ook in te nemen. De voorzieningen in de wijk liggen plat door de patstelling. Grondwettelijk zie ik reden genoeg om de noodtoestand uit te roepen.”
Volgens de burgemeester is het zaak de sloppen stuk voor stuk, met hulp van het leger en in weerwil van mensenrechtenorganisaties, met bliksemaanvallen te heroveren en bezet te houden.
“Braziliaanse VN-troepen in de sloppen van Haïti en illegale milities in Rio lukt dat toch ook? Heus, als je genoeg overmacht toont, geven de bandieten zich vanzelf over. Het probleem in ‘De Duitser’ is dat het verrassingseffect eraf is.”
De burgemeester kan het beleg een “mislukking” noemen, omdat hij door de – alom als rampzalig voor Rio beschouwde – bestuurlijke fusie tussen de stad en de omliggende provincie op veel terreinen geen baas in eigen stad is.
Ook het bestuur van de deelstaat Rio denkt dat het complex in een uur te ontzetten is. Maar alleen ten koste van een bloedbad zonder weerga onder de bewoners. Uitroken is derhalve het devies, met af en toe een inval om wapens en drugs op te sporen. Al is de overlast enorm voor de tussen twee vuren levende bewoners, de nieuwe gouverneur Cabral oogst vooral lof met de operatie.
Na acht verloren jaren onder zijn voorganger, laat hij op zijn minst zien dat de staat nog intenties heeft om de sloppen te heroveren. Meer cruciale favela's volgen, belooft Cabral. Want: “Rio staat op een tweesprong tussen beschaving en barbarij.”
De vraag is nu: neemt het Rode Commando tijdens de spelen wraak met een aanslag? De Nederlandse Bernice van Bronkhorst, specialist voor de Wereldbank in Latijns-Amerikaanse steden, woonde drie jaar in Rio en is net terug uit de ‘mislukte staat’ Haïti.
“Sommigen vergelijken Rio met Haïti, maar dat is onzin. In Haïti wordt in de sloppen op houtskool gekookt en heeft niemand drinkwater. Rio heeft al een grote slag gemaakt. Het is een rijke stad in een gemiddeld rijk land. Met grote ongelijkheid, dat wel.”
Van Bronkhorst vergelijkt het Rio van nu met de Colombiaanse hoofdstad Bogotá van begin jaren negentig. Toen de gevaarlijkste stad ter wereld, nu een bron van inzicht voor Latijns-Amerikaanse stadsbestuurders.
De belangrijkste les van Bogotá? “Politie, politie, politie,” hamert Maia. “Net als de Colombiaanse politie respect herwinnen met beter opgeleide agenten. En meer onderzoek.” Rio’s politie presteert het om slechts 3% van de moordzaken op te lossen.
Bronkhorst benadrukt dat slimmer politiewerk hand in hand moet gaan met forse sociale investeringen. “Iedere dollar die je aan preventie van criminaliteit besteedt, spaart op lange termijn zes dollar aan repressie.”
In dat licht is het hoopvol dat president Lula Rio bijna anderhalf miljard euro heeft toegezegd voor het opknappen van sloppenwijken als het Complex van de Duitser. Goed voor riolering – ruim 30% van de stadsbevolking zit zónder – scholen en, in navolging van die andere gewezen moordstad Medellín, een kabelbaan van een metrostation naar de heuvels. Een ambitieus plan in een wijk waar nu geen piloot durft over te vliegen vanwege het gevaar van rondfluitende kogels.
Terwijl deskundigen peinzen over het medicijn voor de stad die in de jaren vijftig jaar zijn politieke en economische hoofdrol verloor aan Brasília en São Paulo, zijn voor de spelen bussen vol straatarme gelukszoekers uit het noordoosten aangekomen op zoek naar werk. Eindpunt: de favela's. Ziehier de boemerang die Rio als culturele hoofdstad van Brazilië nog altijd in het gezicht slingert. Rio blijft de spiegel van Brazilië. Opgepoetst voor de komende weken, maar onveranderd gebarsten.
------------------------------------------------------------------------------------
Sommige vrienden in Nederland leken zich af te vragen of ik levensmoe was toen ik aanstalten maakte om naar Rio te vertrekken. Ergens wel begrijpelijk. Als de strandmetropool de wereldpers haalt, is er immers meestal een bloedbad in het spel.
Ook het lezen van Braziliaanse kranten op internet werkte niet bepaald bemoedigend als voorbereiding op mijn reis. Berichten over mensen die zappend voor de tv of zomaar tijdens het tanken worden geraakt door kilometers ver afgedwaalde kogels; een betrapte undercover journalist die door bandieten verbrand wordt in een stapel banden; autodieven op de ‘Gaza-strook’ tussen vliegveld en centrum die slachtoffers thuis aan de varkens voeren; je verzint het zo gek niet.
Zo wil het dat je ietwat nerveus met je boedeltje in de taxi zit na de landing. Op alles voorbereid als je bent, laat je je mobiele telefoon de eerste dagen thuis (handig apparaat dan!), stop je je pinpas veilig in je sok en zit in je broekzak steevast twintig euro klaar voor die dreumes die ieder moment ‘je geld of je leven’ kon roepen.
Twee jaar leven in Rio en niet één vervelend voorval later is de verleiding groot om het gevaar te relativeren. Afkloppen! Maar toch: die aangeprate paranoia is nergens voor nodig.
De geografie van het geweld in Rio redelijk voorspelbaar. De moordcijfers in het rijkere zuiden van de stad liggen ‘slechts’ een keer of zes boven Amsterdams peil. Die huiveringwekkende uitwassen in de krant vinden zelden plaats buiten de grenzen van de bendeoorlog. En aangezien de criminaliteit bij uitstek economisch van aard is – zeldzaam zijn de dronken Brazilianen die voor de lol een pub vernielen of een buitenlander in elkaar slaan – valt er al een wereld te winnen door niet luid neuriënd met je iPod over straat te gaan.
Voeg daarbij de wonderlijk constante vriendelijkheid die je tot in de meest vluchtige straatcontacten met de ‘cariocas’ ten deel valt, en ja, je kunt in deze beruchte stad oprecht fluitend over straat.
En als je toch aan de beurt komt, blijf dan rustig en bedenk: dat is nu eenmaal de merkwaardige paradox van een stad waar het leven een aangenaam losse loop heeft, maar ook nog op het scherpst van de snede wordt uitgevochten.
-----------------------------------------------------------------------------------
Het ultieme middel tegen Rio’s drugsgezwel is legalisering van soft- en harddrugs. Gouverneur Sergio Cabral heeft met die mening de knuppel in het hoenderhok gegooid. Maar burgemeester Maia en 2/3 van de stadsbewoners zien niets in zo’n taboebreuk.
Volgens Cabral zijn de resultaten van de strijd tegen drugs zo waardeloos en de kosten zo hoog dat Brazilië een debat in de VN moet openen over wereldwijde legalisering. Hij vindt de deelstaat Rio te klein voor een experiment, maar Brazilië kan wat hem betreft vooropgaan als gidsland.
Maia: “Het land wordt dan één grote wietplantage. En aanbod schept vraag. Bovendien gaan de bendes gewoon door met cocaïne- en heroïnehandel. Ik denk dat mijn collega een grap maakt.”
Maar Cabral, naar eigen omschrijving een “radicaal neutrale” pragmatist, is ook voor vrijgave cocaïne en heroïne. Hij denkt dat de vraag met ontmoedigingsbeleid te temmen is.
“Het Nederlandse model is niet slecht en niet ideaal”, stelt hij in het tijdschrift Época. “Het is veiliger als mensen wiet in de coffeeshop halen dan aan de voet van een sloppenwijk. Maar zolang je cocaïne niet vrijgeeft, blijft het model halverwege hangen.”
De discussie is in ieder geval aangeslingerd. Volgens de Braziliaanse Princeton-econoom José Scheinkman is dat een goede zaak. “Het zal erg moeilijk zijn om het geweld in Rio te controleren zolang de drugshandel zo lucratief is. En deze is zo lucratief door de repressie.”
vrijdag, juli 06, 2007
De politie is je beste vriend
Je ziet ze patrouilleren 's avonds, terwijl hun automatische geweren losjes uit het autoraam bungelen. Beetje vrouwtjes imponeren, kijken of er iemand valt af te persen, het is een afwisselende baan.Ik heb het geluk dat er een als schild functionerende correspondentenpas tevoorschijn komt als agenten me zonder aanleiding beginnen te fouilleren, want ze zijn doorgaans creatief als het aankomt op het vragen van een kleine bijdrage voor een onbekommerde tocht huiswaarts ('weet je zeker dat je geen drugs op zak hebt'?)
Nee, de politie is niet bepaald een factor van rust op straat. Kijk eens naar de opgefokte wijze waarop deze (klik 'assista ao vídeo' aan) twee jongemannen worden benaderd.
De 29-jarige beveiligingsbeambte Rubineu Nobre pikt het niet dat een agent zomaar begint te slaan en moet dat met zijn leven bekopen. Ongewapend, zonder criminele antecedenten, om te huilen.
Een beginnend agent mag hier na een korte opleiding voor een loontje van driehonderd euro dagelijks zijn leven in de waagschaal leggen. Waar je in Nederland journalist wordt als je echt niets anders kunt, kun je je hier dus nog altijd een uniform en een pistool laten aanmeten.
Men is het erover eens dat een revival van Rio zou kunnen beginnen bij een zuivering van de door en door corrupte en gewelddadige politie, zoals andere Zuid-Amerikaanse steden als Bogotá en Medellín dat met enig succes hebben voorgedaan.
De gouverneur en burgemeester van Rio laten zich tegenwoordig inspireren door Colombia, dus er is hoop. Mijn zondagpagina over het reilen en zeilen van Rio moet dit weekend wijken voor Live Earth – dat zoals verwacht gewoon doorgaat op Copa – maar volgende week ben ik aan de beurt.
