Posts tonen met het label Colombia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Colombia. Alle posts tonen

zondag, mei 15, 2016

Medellín méér dan Escobar

Uit De Telegraaf van zaterdag.
--------------------------------------------------------------------------------------
Op vakantie naar de stad van Pablo Escobar, de vroegere moordhoofdstad van de wereld? Is dat wel zo'n goed plan? Ja! Medellín bloeide na de dood van de beruchte drugskoning op tot een van de leefbaarste metropolen van Zuid-Amerika. Tegenwoordig is het grootste gevaar dat je verliefd wordt op de Stad van de Eeuwige Lente.

Strand, zee, Inca-ruïnes; Medellín mist het allemaal. Maar de Colombiaanse Andesstad van 3,7 miljoen inwoners is wel een plek waar je je snel op je gemak voelt.

Het begint al bij aankomst in de noordelijke busterminal. Hartelijke locals verdringen zich om de bezoekers op weg te helpen. Niet om iets te verkopen maar uit pure gastvrijheid. Het ritueel herhaalt zich op het naastgelegen metrostation Caribe.

Vandaar zoeven we in een moderne metro langs de kolkende Medellín-rivier naar de wijk El Poblado. Ons hostel blijkt gunstig gelegen in de groene buurt. Op loopafstand ligt een gezellige verzameling salsabars en restaurants.

Medellíns metro (credit: Alcaldia de Medellín)

De eerste wandeling voelt veilig en is na een paar dagen puffen aan de loeihete Caribische kust een verademing in Medellíns mild tropische klimaat. Op straat regent het vriendelijke knikjes. "Bienvenidos!" (welkom), roept een local spontaan.

De goede sfeer, ofwel 'buena onda', hangt overal in de stad. De Colombianen lijken oprecht blij met toeristen. Tot een jaar of tien geleden kwamen er door drugs- en guerrillageweld immers amper buitenlanders in hun land.

We merken soms wel dat de sfeer bekoelt als we over het pijnlijke verleden beginnen. Vooral het oprakelen van Escobar maakt praatgrage 'paisas' (locals) plots kort van stof.

Om toch meer te weten te komen, boeken we een dag later een heuse Escobartour. We kiezen voor een bedrijfje (PaisaRoad) dat bekend staat om zijn informatieve en confronterende excursies.

"We zouden deze geschiedenis het liefst vergeten", begint gids Paula (30) te vertellen in een busje vol gringo's. "Maar buitenlanders denken bij Medellín nu eenmaal eerst aan Escobar. We kunnen het verhaal beter zelf vertellen dan Hollywood", aldus de Colombiaanse die duidelijk geen fan is van Narcos, de populaire Netflix-serie die dit jaar een vervolg krijgt.

Gokken op cavia's in het centrum van Medellín

Voor de eerste stop rijden we een rustige woonwijk in. We stappen uit voor het witte Monaco-gebouw, een van de vijfhonderd panden die Escobar alleen al in Medellín bezat. Hij gebruikte vastgoed om zijn drugsmiljarden wit te wassen. "Zijn gebouwen waren wit ter ere van de cocaïne," weet Paula.

Het was op deze plek waar in 1988 de zwartste periode van Medellín werd ingeluid. Het rivaliserende Calikartel verklaarde Escobar de oorlog met een bomaanslag op het Monaco-gebouw. In de krankzinnige vijf jaar die zouden volgen, werden zo'n zeshonderd terreuraanvallen en dertigduizend moorden gepleegd.

Het busje zet koers naar het oude hoofdkwartier van het Medellínkartel. Dít witte gebouw werd opgeblazen door Los Pepes, afkorting voor De Slachtoffers van Pablo Escobar. De meedogenloze maffiabaas kreeg steeds meer vijanden.

"Iedereen die hem dwarszat kreeg de kogel. Rechters, journalisten, komedianten, ministers. Elke familie kent wel iemand die door Escobar is gedood. Het is een open wond voor Medellín", treurt de betrokken gids nu hoorbaar geëmotioneerd.

De volgende 'attractie' van de bizarre tour dient zich alweer aan. Het is het huis waar Escobar in 1993 zelf de dood vond na een lange klopjacht door leger en politie. Het wordt even stil in het busje als er wat schokkende foto's rondgaan. Militairen poseren op het dak van het huis triomfantelijk met het doorzeefde lijk.


Toch had Escobar ook veel bewonderaars. De 'Robin Hood paisa' liet hele woonwijken bouwen voor arme Colombianen. Zijn grafsteen op de begraafplaats Jardines Montesacro (Heilige Bergtuinen) is voor sommige latinos daarom een bedevaartsoord. "Voor mij blijft hij altijd de baas", zegt Don Federico, een onberispelijke Colombiaan die het graf schoon houdt op de mooie groene heuvel.

Op de terugweg naar het hostel begint Paula ons een beetje op de zenuwen te werken. Ze steekt de ene na de andere gitzwarte monoloog af over Colombia. Corruptie, drugs, geweld; alles is en blijft kommer en kwel. Er wordt met geen woord gerept over de opleving van Medellín in de 21e eeuw.

Voor een meer evenwichtige kijk is Real City Tours een aanrader. De rondleidingen zijn makkelijk te boeken via de site. Al gauw blijkt dat onze gids Carolina (28) wel oog heeft voor het nieuwe Medellín dat onlangs de officieuze Nobelprijs voor Stadsplanning won.

Don Federico bij het graf van El Patrón

Ze neemt de groep op sleeptouw naar een centraal plein waar criminelen vroeger vrij spel hadden. Tegenwoordig wordt er 's avonds volop geflaneerd tussen een woud van kleurige lantaarnpalen. Locals kunnen er gratis huurfietsen krijgen of voorstellingen zien in een grote bibliotheek.

Het centrum blijkt bol te staan van dit soort creatieve stedelijke vernieuwing. Zo ligt even verderop het Blotevoetenpark waar loonslaven komen mediteren in hun lunchpauze.

Daarnaast zijn er allerlei levendige markten waar regionale specialiteiten worden verkocht, zoals exotisch fruit, textiel en heerlijke koffie. Wie nog wat dieper in de lokale cultuur wil duiken, kan zijn tanden zetten in een gefrituurde cavia. Op straat wordt ook gegokt op een soort roulettespel met de arme knaagdieren.

Onze favoriete plek in het centrum is Plaza Botero. Het lommerrijke kerkplein staat vol met de bekende mollige beelden van de gelijknamige kunstenaar uit Medellín. Bij een bezoek aan het Museo de Antioquia blijkt ook zijn schilderwerk een lust voor het oog. Vooral het doek La Muerte de Pablo Escobar, waarop de vadsige drugskoning sneuvelt in een kogelregen, maakt indruk. Daarna kun je vanaf het museumterras mensen kijken op het krioelende plein. Het Laboratório de Café serveert onderwijl vers gemalen koffie.

Een dag later pakken we op eigen houtje de metro naar de rand van Medellin. We willen de kabelbanen testen die afgelopen tien jaar de hooggelegen volkswijken hebben ontsloten. Vanaf metrostation Azevedo zweven we met een van deze 'Metrocables' geruisloos de vallei uit.

Boven stappen we na een schitterend uitzicht over op een toeristische kabelbaan die nog een paar kilometer doorzweeft over de bossen buiten Medellín. Het eindpunt ligt in een natuurpark (Parque Arvi) waar locals rondwandelen en kamperen in de frisse berglucht.

Een andere buitenwijk die een bezoekje waard blijkt, heet Comuna 13. Dit sloppencomplex achter metrostation San Javier gold decennialang als 'no go area'. Pas in 2012 wist het Colombiaanse leger het criminele bolwerk te veroveren op stedelijke guerrillagroeperingen.

Comuna 13 (credit: Alcaldia de Medellín)

De opgeknapte buurt staat sindsdien wereldwijd in de belangstelling van planologen. De blikvanger zijn zes roltrappen die dwars door het steile labyrint kronkelen. Ze werden afgelopen jaren aangelegd om de zware klim te verlichten voor tienduizenden bewoners.

"Het leven is erg verbeterd door de roltrappen," vertelt roltrapcoach John (25), een local die onwennige gebruikers terzijde staat. "Daardoor zorgen bewoners ook zelf beter voor de omgeving", aldus de Colombiaan die meewerkt aan de talrijke kleurrijke graffiti's in de wijk.

Er gaat een kabelbaan vanaf metro San Javier maar het is handiger om voor het station een van de groene busjes te pakken. Vraag naar de 'escaleras eléctricas'; de oertrotse bewoners leiden je graag rond. Buena onda!

John met zijn werk in Comuna 13
--------------------------------------------------------------------------------------
Hacienda Nápoles

Een Afrikaanse safari in Zuid-Amerika? Het kan allemaal in magisch Colombia.

Op vier uur ten oosten van Medellín ligt Escobars landgoed Hacienda Nápoles. Speciaal voor toeristen is het tegenwoordig een curieuze mix van musea, waterattracties en een dierenpark.

De extravagante drugskoning werkte op zijn luxueuze optrekje druk aan de Colombiaanse biodiversiteit. Escobar liet allerlei Afrikaans wild invliegen, zoals nijlpaarden, olifanten en zebra's.

Enkele nakomelingen van de 'narcohippo's' houden wonderwel stand op de Hacienda. Er zijn meer Afrikaanse dieren te zien. Het Escobarmuseum geeft achtergrondinfo over de surreële plek. Escobars eigen stierenvechtarena is omgetoverd tot een Afrikaans museum.
--------------------------------------------------------------------------------------
Colombiaanse cuisine

Medellín staat bekend om zijn bruisende nachtleven. Wie voor het stappen een stevige bodem wil aanleggen, kan terecht in de horecawijk El Poblado. Een van de beste restaurants van Colombia is El Cielo van sterkok Juan Manuel Barrientos. Hij schotelt wisselende menu's voor met tot zestien 'smaakervaringen'.

Het in het centrum gelegen Alambique biedt originele recepten uit de Colombiaanse keuken. Verderop serveert La Hacienda de beste 'bandeja paisa' van Medellín. Het zware nationale gerecht is een potpourri van calorierijke ingrediënten, van bonen tot gebakken banaan. Genoeg brandstof dus om tot de vroege uurtjes rumba en salsa te dansen.
--------------------------------------------------------------------------------------
Reiswijzer

Rechtstreekse vluchten van Nederland naar Medellín zijn er niet. KLM vliegt met één overstap via Bogotá of Panama-Stad, in samenwerking met respectievelijk Avianca en Copa Airlines. Prijzen voor een retour beginnen bij 700 euro.

woensdag, maart 23, 2016

Grootste cokekartel Colombia stopt ermee

Uit De Telegraaf.
----------------------------------------------------------------------------
De FARC, het grootste cokekartel van Colombia, stapt uit de drugshandel. Dat beloven Tanja Nijmeijer en kornuiten althans in de vredesbesprekingen die vandaag moesten worden afgerond op Cuba.

Dat lukte niet, ondanks een ultieme bemiddelingspoging door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry. De FARC en de Colombiaanse regering zijn het nog niet eens over de concentratiekampen waarin de guerrilla taakstraffen gaat verrichten na de ontwapening. Beide partijen verzekeren echter dat de vrede nabij is na een halve eeuw oorlog.

Colombia hoopt via het akkoord ook af te komen van het etiket 'narcostaat' dat het Zuid-Amerikaanse land al decennia aankleeft. "De rebellen waren afgelopen dertig jaar het grootste obstakel in de strijd tegen drugs. Door het akkoord worden ze onze bondgenoot," zo viert president Juan Manuel Santos de aangekondigde draai van 180 graden.

De FARC profiteerde in de jaren negentig van de neergang van de beruchte kartels van Cali en Medellin. Momenteel controleren de 'narcomarxisten' naar schatting twee derde van de Colombiaanse coca, de belangrijkste grondstof voor cocaïne. De FARC bewaakt de illegale akkers met scherpschutters en landmijnen en eist in ruil 'revolutionaire belasting' van cocaboeren.

Volgens de afspraken op Cuba hélpt de FARC binnenkort juist bij de vernietiging van de plantages. Ter compensatie gaat de guerrilla vrijuit voor drugsdelicten.

Het al ruim drie jaar durende vredesproces heeft dusver een averechts effect op de cocaproductie. Deze is naar schatting bijna verdubbeld in de afgelopen twee jaar, waardoor Colombia weer wereldwijd hofleverancier is. Na jarenlange krimp van het coca-areaal nam het de leiding in 2014 over van buurland Peru, aldus de internationale drugswaakhond INCB.

Een van de oorzaken is dat het Colombiaanse leger is gestopt met het sproeien van landbouwgif boven de plantages. Bovendien zijn cocaboertjes massaal aan het bij planten. Ze hopen na het akkoord subsidies te krijgen om over te schakelen naar koosjere gewassen als cacao en bananen.
Een boer op zijn coca-akker

Defensieminister Villegas probeert de VS, waar het gros van de Colombiaanse coke belandt, gerust te stellen. De cocahausse is volgens hem tijdelijk. "Na het akkoord pakken we door. In 2016 zetten we drie keer zo veel soldaten in om coca te kappen als in 2015." Het idee is dat de FARC daarbij ook assisteert bij het verwijderen van de eigen landmijnen.

Narcoticawatchers zijn sceptisch. Zo acht de denktank Insight Crime uit Medellin het "onvermijdelijk dat delen van de guerrilla zullen criminaliseren".

Dat risico is het grootst in de FARC-middenkaders die autonoom opereren van de top die de onderhandelingen voert. "Het gaat veelal om slecht opgeleide commandanten met weinig kansen na het conflict", zo ziet hoofdanalist Jeremy McDermott niet iedereen afstand doen van de lucratieve drugshandel.

Bovendien staan concurrerende kartels te popelen om het gat in de markt te vullen. Vooral de Urabeños, een zeer gewelddadige drugsbende van oud-paramilitairen, zitten wat dat betreft op het vinkentouw. Reden voor het Colombiaanse leger om op de valreep van de vrede een groot offensief te beginnen tegen het kartel uit de onherbergzame regio bij de grens met Panama.

maandag, november 09, 2015

Guerrillero wordt paardentherapeut

Uit De Telegraaf .
---------------------------------------------------------------------------------
De Colombiaanse regering en de FARC mikken op een definitieve wapenstilstand voor kerst. Nu de langverwachte vrede nabij is, doemt een volgende horde op. Hoe stapt de guerrilla over naar het burgerleven na een halve eeuw vechten in de Zuid-Amerikaanse jungle?

De FARC telt naar schatting nog zo'n achtduizend strijders en twaalfduizend koks, verplegers en ander ondersteunend personeel. Uit een recente enquête blijkt dat hen een kil onthaal wacht na het gehoopte vredesakkoord.

Een meerderheid van de Colombianen zegt geen oud-guerrillero te dulden als buurman (51%) of schoonzoon (72%). Werkgevers staan niet te springen om kandidaten met zo'n dubieuze levensloop.

"De afkeer is groot", vertelt Israel García vanuit de oerwoudstad Villavicencio. De veertiger, een voormalige logistiek medewerker van de FARC, is een van de duizenden guerrilleros die al voor de vrede uit de strijd stapte. De overgang van bos naar stad viel hem zwaar. "Ik werd uitgemaakt voor van alles en nog wat."

Dankzij een pardonregeling van de regering kreeg García geen celstraf. Deelnemers ontvangen 150 euro per maand mits ze naar school en psycholoog gaan. Ook hebben ze eenmalig recht op 2400 euro om een zaak of studie te starten. García kocht drie paarden en schoolde zich bij tot dierentherapeut voor gehandicapte kinderen. Inmiddels staat hij financieel op eigen benen.

Volgens het Colombiaanse Agentschap voor Re-integratie (ACR) heeft iets meer dan de helft van de uitgetreden strijders - de meesten zijn ex-paramilitairen die reeds in 2003 hun wapens aan de wilgen hingen - momenteel werk. Bijna een kwart van de deelnemers raakt weer op het slechte pad.

Er klinkt kritiek op het belonen van criminelen via uitkeringen. Zonder pardon en tweede kans geen vrede, kaatst de regering van president Juan Manuel Santos. Ook de resterende twintigduizend FARC-leden kunnen tot 6,5 jaar hulp krijgen bij de opbouw van een nieuw leven. Plegers van zware misdaden die alles opbiechten, lijken weg te komen met een taakstraf.

Zo ook Sebastián Cadavid (27), een oud-guerrillero uit de straatarme cocateeltprovincie Guaviare. Zoals bijna de helft van de FARC-strijders werd hij als minderjarige gerekruteerd. "Ik had geen vader en mijn moeder was nooit thuis. De overheid was onzichtbaar in ons dorp. Ik zag de FARC als alternatief."

Op zijn dertiende inde hij afpersingsgelden, vanaf zijn vijftiende vocht hij mee in de bergen. "Daarbij heb ik moorden plegen ja. Dat hoorde erbij", zegt de Colombiaan schuldbewust.

Na zijn desertie ging Cadavid aan de slag op een cocaplantage. Toen zijn zwangere vrouw werd vermoord, vluchtte hij naar de hoofdstad Bogotá. Daar gaat het sinds kort bergopwaarts met hulp van het pardonprogramma. Hij deed een taakstraf, maakte zijn school af en scoorde een baan bij de lokale Kamer van Koophandel.

Zijn baas kent zijn verleden. "Ik ben hem dankbaar. Ik hoop dat meer werkgevers ons een kans geven."

dinsdag, augustus 14, 2012

'Kolendialoog' blijkt lege huls

Uit de Financiële Telegraaf van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------------
Doordat energiebedrijven afspraken aan hun laars lappen, tasten stroomgebruikers in het duister over de herkomst van hun elektriciteit. In 2010 beloofde de energiebranche via de zogeheten ’kolendialoog’ meer openheid te geven over de import van steenkool, waarmee 30% van de Nederlandse stroom wordt opgewekt. Maar terwijl de dialoog deze maand afloopt, weigeren deelnemende bedrijven nog altijd te vertellen waar hun Colombiaanse steenkool precies vandaan komt.

Goedkope steenkool uit Colombia, waar rond sommige mijnen mensenrechten worden geschonden, vormt ruim een derde van de Nederlandse kolenimport. Uit gegevens van de havens van Amsterdam en Rotterdam blijkt dat er in ons land veel kolen worden gestookt van Drummond, een Amerikaans bedrijf dat later dit jaar in de VS terechtstaat voor betrokkenheid bij massamoord in Colombia.

Nuon is één van de klanten van Drummond, maar wil hier niets over kwijt. „We geven geen informatie over onze leveranciers. Dat zou onze inkooppositie verzwakken”, aldus een woordvoerster.

RWE/Essent wil alleen kwijt dat 66% van de gebruikte kolen uit Colombia komt. Verder wijst een woordvoerder erop dat er via de kolendialoog wel wordt gewerkt aan betere arbeidsomstandigheden in Colombia en dat Drummond nog niet is veroordeeld.

„Schande dat Nederland nog steeds zijn ogen sluit voor misstanden in Colombia”, zegt mensenrechtenadvocaat Terrence Collingsworth. De Amerikaan sleept Drummond in december voor de rechter namens de nabestaanden van zeker honderd vermoorde Colombianen. Volgens Collingsworth hebben tien Colombiaanse paramilitairen verklaard dat Drummond hen tussen 1999 en 2005 betaalde voor het vermoorden van vakbondsleden en ’lastige’ dorpelingen rond de Drummondmijn.

Collingsworth zal $8 miljard claimen namens de families, een bedrag dat is gebaseerd op de $1,6 miljard die het Japanse bedrijf Itochu vorig jaar betaalde voor een 20%-aandeel in de Colombiaanse poot van Drummond. „We vinden dat een bedrijf dat medeplichtig is aan massamoord hier geen zaken meer mag doen. Een boycot van Nederlandse stroomgebruikers zou helpen om Drummond out of business te krijgen.”
Terrence Collingsworth

Drummond is met concurrent Cerrejón (een lokale joint venture van de mijnbouwreuzen BHP Billiton, Xtrata en Anglo American) goed voor het leeuwendeel van de Colombiaanse kolenproductie, die dit jaar 14% groeit tot 97 miljoen ton. Ook Cerrejón kwam eerder in opspraak wegens mensenrechtenschendingen, maar volgens Colombiaanse vakbondsleiders heeft dit bedrijf zijn leven gebeterd.

„Cerrejón respecteert de vakbonden tegenwoordig, Drummond nog steeds niet”, zegt de Colombiaanse woordvoerder Carlos Bustos van de internationale mijnwerkerskoepel ICEM. „In die zin zijn kolen van Cerrejón schoon in sociaal opzicht en die van Drummond vuil. Het is dus belangrijk dat Nederlandse bedrijven open zijn over hun leveranciers.”

Colombia is het gevaarlijkste land ter wereld voor vakbonden. Het aantal vermoorde leden is de afgelopen jaren wel gedaald, tot 29 in 2011 en voorlopig twaalf in 2012.

„Het vermoorden van vakbondsleden gebeurt nauwelijks meer in de kolensector. Maar doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag”, vertelt Ever Causado van een onafhankelijke vakbond (Sintramienergetica) voor Drummond-personeel. „Drummond werkt ons op alle mogelijke manieren tegen. Wie staakt, wordt meestal ontslagen.”

Het gesloten familiebedrijf uit Alabama, dat geen commentaar geeft op aantijgingen, lijkt weinig last te hebben van zijn dubieuze reputatie. Drummond mikt dit jaar op een productiegroei van 32% in Colombia en gaat ook een nieuwe exporthaven bouwen.

woensdag, april 11, 2012

Nederland dreigt slag in Colombia te missen

Uit de (digitale) krant van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
Door koudwatervrees voor guerrillageweld, ofwel het 'Tanja-effect', dreigt Nederland de slag te missen in Colombia, een grondstofrijke, investeringsvriendelijke groeieconomie met 47 miljoen inwoners.

"Colombia is minder op de radar dan BRIC-landen als Brazilië, maar je mist de boot als je hier te lang wacht", zegt Jan Bestebreurtje, voorzitter van de Netherlands-Latin American Business Council (NLABC) en al sinds 1968 actief in de Colombiaanse koffiehandel.

Wat betreft ondernemersklimaat hoort Colombia volgens de Wereldbank tot de topdrie van Zuid-Amerika, vlak achter Chili en Peru en ver voor Brazilië. De economie groeit stabiel rond 5% per jaar (5,3% in 2011) en de inflatie (3,7% vorig jaar) en de staatsschuld (32% van het BNP) zijn laag. Door een reeks vrijhandelsakkoorden (dat met de EU wacht nog op ratificatie) en fiscale prikkels piekten de buitenlandse investeringen in 2011 op 12,5 miljard euro.

Nederland nam daarbij de zesde plek in. "We blijven achter bij landen als Duitsland, Spanje en Zweden, die grote handelskantoren openen in Bogotá," vertelt Bestebreurtje in een chique café in het rijke noorden van de hoofdstad waar 60% van het nationaal inkomen wordt verdiend.

Booming Bogotá

"Colombia is veel méér dan Tanja Nijmeijer", zo verwijst hij naar het Nederlandse lid van de FARC-guerrilla. "Maar ik moet Nederlandse ondernemers telkens weer uitleggen dat het geweld zich tegenwoordig ver van de stedelijke centra afspeelt."

Den Haag beschouwt Colombia niet langer als ontwikkelingsland en focust op economische samenwerking. Multinationals als Unilever, DSM en Akzo investeerden flink in het land, maar het Nederlandse mkb blijft achter.

Ten onrechte, vindt ook directeur Menno Smits van het Friese ingenieursbureau Oranjewoud, dat vorig jaar de Colombiaanse branchegenoot Geoingenieria overnam. "De steden zijn veilig en het zakendoen word je als buitenlander gemakkelijk gemaakt. Ook het opleidingsniveau van het personeel valt me enorm mee."

Kansrijke sectoren zijn vooral mijnbouw, olie, waterbeheer en tuinbouw. De Colombiaanse regering investeert komende vier jaar ruim zes miljard euro in waterhuishouding. Baggeraars en dijkenbouwers zijn nodig om 's lands grootste rivier, de Magdalena, beter bevaarbaar te maken en minder gevoelig voor overstromingen. Wegtransport is namelijk een crime in het bergachtige land.

Er wordt ook fors geïnvesteerd in havens, één van de redenen waarom de Rotterdamse Kamer van Koophandel in april een handelsmissie organiseert naar Colombia (en Peru).

Verder is de geplande verduurzaming van de land- en tuinbouw interessant voor Nederland, zo stelt Derk Norde, directeur van de lokale poot van adviesbureau Access Latin America. Colombia is door zijn gunstige klimaat en bodems één van 's werelds grootste producenten van bloemen (nummer 2 achter Nederland), bananen (2), koffie (3) en palmolie (2).

"Maar pas op, het is nog steeds een land met valkuilen. Sommige plattelandsregio's waar palmolie wordt geproduceerd, zoals Chocó en Córdoba, zijn te gevaarlijk om in te investeren. Daar zijn de guerrilla en de vroegere paramilitairen nog te machtig."

Ook corruptie in met name de publieke sector blijft een obstakel. En mede doordat Colombia de grootste cocaïneproducent ter wereld is, gaat er veel fout en speculatief geld rond in de economie.

"Als buitenlander moet je extra letten op de herkomst van kapitaal. Je kunt je niet compromitteren, want daar komt vroeg of laat heibel van."

Zoals in ieder Zuid-Amerikaans land staat of valt zakendoen in Colombia bij goede lokale contacten. Nederlandse ondernemers in Bogotá raden daarom aan om via een overname of joint venture de markt te betreden.

Bestebreurtje: "Zet een Colombiaanse man met politieke connecties aan het roer. En kies in je tweede managementlaag voor vrouwen. Die zijn meer gefocust en rechtdoorzee dan mannen en ze drinken minder. En ze zijn één van de redenen waarom Colombia typisch zo'n land is waarop je meteen verliefd wordt."

donderdag, april 05, 2012

Column Burundanga

Uit de krant van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------------
In Colombia loop je soms tegen verhalen aan die zo uit de magische boeken van Gabriel García Márquez lijken geplukt.

In de hoofdstad Bogotá hoor je bij voorbeeld veel over 'burundanga', een 'zombiedrug' die gebruikers van hun vrije wil zou beroven.

Laatst ontmoette ik natuurkundestudent Fabio in een koffiebarretje. Hij vertelde dat hij in een disco ongevraagd kennis had gemaakt met het mysterieuze middel.

"Ik ging even naar de wc en dronk daarna mijn glas leeg. Twintig uur later werd ik wakker in mijn appartement."

Bankrekening geplunderd, al zijn dure elektronica weg. "Het wonderlijke is dat de portier vertelde dat ik mijn spullen zelf met iemand naar buiten had gesjouwd. Ik deed verder normaal, dus hij vertrouwde het wel. Maar ik kan me er helemaal niets van herinneren."

Ziekenhuizen in Bogotá krijgen jaarlijks honderden slachtoffers over de vloer. Sommigen bezwijken aan de bedwelming.

Uit crimineel oogpunt is burundanga ideaal, aldus de bekende toxicoloog Camilo Uribe. "Het slachtoffer doet alles wat hem gevraagd wordt en vergeet alles. De drug zorgt voor een chemische hypnose."

Het goedje is kleur-, geur- en smaakloos en kan dus onopvallend in een hapje of drankje worden gegooid. Er zijn ook meer creatieve methoden om iemand te grazen te nemen. Sommige Colombiaanse vrouwen zouden het zelfs op hun borsten smeren om mannen een likje gunnen.

Enfin, tijd voor een bezoekje aan de bron van het kwaad. De grondstof voor burundanga, scopolamine genaamd, zit in een plant die in de botanische tuin van Bogotá is te vinden. Hij heet 'borrachero' (Nederlandse naam: engelentrompet) en is herkenbaar aan zijn witte, toetervormige bloemen.

Mijn gids Angie opent wat zaden en laat een rubberachtig sap zien. "Scopolamine wordt ook gebruikt in medicijnen, bij voorbeeld tegen reisziekte. Het vergt een ingewikkeld chemisch proces om er burundanga van te maken."

Even later spreekt een vrouw in een zwarte jurk mij aan. Ze lijkt weggelopen uit een verhaal van Márquez.

"Houd afstand tot die plant. Ik heb wel eens zo'n witte bloem onder mijn kussen gelegd. Op advies van mijn homeopaat. Daar heb ik vier jaar geestelijk last van gehad. Mensen gebruiken hem ook als sierplant. Doe dat niet, het is een duivel."

vrijdag, maart 23, 2012

Column Tanja

Uit de krant van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------------
La Candelaria is de oudste en gezelligste wijk van Bogotá. Het is ook de buurt waar het guerrillaleven van Tanja Nijmeijer tien jaar geleden begon.

De Denekampse huurde een appartement aan de Calle 11 en legde algauw haar eerste bom bij een bedrijf dat zijn ’revolutionaire belasting’ niet betaalde. Ze vertelt dit – als ware het de normaalste zaak van de wereld – in geuren en kleuren in een boekje dat ik laatst las. Het heet ’La vida no es fácil, papi’ (’Het leven is niet gemakkelijk, schatje’) en is niet verkrijgbaar in het Nederlands.

Anno 2012 merk je in de swingende Colombiaanse hoofdstad gelukkig weinig meer van de oorlog die het land al 48 jaar teistert. De FARC kan er geen vuist meer maken en de regenachtige Andesstad bloeit als nooit tevoren.

Op het platteland is de situatie echter minder rooskleurig. Een paar jaar geleden leek het gewapende conflict ook daar op zijn einde te lopen. De FARC zou op sterven na dood zijn. En de vijand van de guerrilla, de paramilitaire AUC, was officieel gestopt met moorden in ruil voor milde straffen.

Maar de laatste anderhalf jaar neemt het geweld weer toe. De paramilitairen gingen op in nieuwe criminele bendes (de zogeheten ’Bacrim’) en weten met een vingerknip weer hele provincies plat te leggen.

En de FARC blijkt taaier dan gehoopt. Onder de nieuwe leider ’Timochenko’ pleegt de guerrilla dit jaar weer vrijwel dagelijks dodelijke aanslagen met kleine, dynamiet gebruikende terreurcellen. Als grootste Colombiaanse drugskartel is de FARC financieel niet kapot te krijgen. En aan verstopplekken geen gebrek in een land vol tropische jungle dat dertig keer zo groot en ongeveer net zo bergachtig is als Zwitserland.

Ook Tanja weet volgens de laatste berichten van geen ophouden. Ze heeft opnieuw promotie gemaakt en zit nu bij het Internationale Comité van de FARC. In het onherbergzame grensgebied met Venezuela doet ze vertaal- en pr-werk voor de tweede man van de guerrilla, ’Iván Márquez’.

Volgens het genoemde boekje heeft de moedige ’Holanda’ het geweldig naar haar zin in Colombia. Ze geniet van het lekkere apenvlees en de uitmuntende tandheelkunde in het oerwoud (’meer behandelingen dan ik in Nederland ooit heb gehad’) en hoopt ooit de macht te grijpen op het presidentiële paleis in haar oude buurtje La Candelaria.

In Denekamp zien ze haar niet meer terug. „Ik sterf in de jungle of ik trek in de voorste gelederen Bogotá binnen.”

zaterdag, maart 10, 2012

'Complot tegen oliebroers'

Uit de krant van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
De Nederlandse broers Henk en Albert van Bilderbeek, die in 1998 een Colombiaanse oliebron ter waarde van 70 miljard euro ontdekten, zijn slachtoffer van “een ongelooflijk complot” tussen twee geheime diensten, de Colombiaanse autoriteiten en een Amerikaanse multinational.

Dat staat in het boek De Olievlek van Peter Smolders, een “waar gebeurde mix van Franz Kafka en John Grisham” die volgende week uitkomt en al in handen van deze krant is. “Ze hadden niet verwacht dat we zo taai zouden zijn”, aldus de oliebroers die al 27 jaar knokken voor de rechten op ‘hun’ Guatapurí-veld.

Het begon op een mooie dag in 1985 als een jongensdroom voor Henk. De in Colombia geboren zoon van een Shell-expat is eerder dat jaar benaderd door het Texaanse bedrijfje Llanos Oil. Of hij geïnteresseerd is in de eerste mineraalrechten op een stuk grond in Cesar, een cowboyprovincie in het noordoosten van Colombia? De Amerikanen willen er vanaf, het zijn eigenlijk artsen die weinig met olie hebben.

Henk ruikt een buitenkansje. Hij weet dat Shell een enorm olieveld (La Paz-Mara) heeft aan de andere, Venezolaanse kant van de grens. En geologisch gezien hoort het Colombiaanse Cesar Bassin tot hetzelfde gebied, het Maracaiboplateau. Alle reden om een kijkje in Cesar te nemen dus.

Op die dag in 1985 zakt de dan 31-jarige Henk bij een wandeling door het gebied tot zijn enkels in de olie. Meteen belt hij zijn acht jaar jongere broer Albert: “Ik loop door de olie! Dit is de kans van ons leven. We moeten dit samen oppakken.”

De broers kopen zich in en enkele jaren later nemen ze Llanos Oil helemaal over. Ze vullen elkaar goed aan. Henk is de doortastende doener voor het veldwerk. Albert, een vroegere US-marine die dan nog droomt van een carrière bij de CIA, regelt als rustige strateeg de onderhandelingen van het bedrijf.

In 1997 is het dan zover: na een lange procedure geeft het Colombiaanse staatsoliebedrijf Ecopetrol de broers groen licht om gedurende 28 jaar naar olie te zoeken en boren in het Guatapuri-veld.

Henk van Bilderbeek in het Guatapuri-gebied

Dat overtreft hun stoutste verwachtingen. Seismisch onderzoek wijst een jaar later uit dat er zeker een miljard vaten olie in de bodem zitten, en nog ondiep ook. “Brent 39-42 API olie,” heet het in het jargon van Henk, ofwel lichte, hoogwaardige olie. Geschatte waarde: 70 miljard euro. Op slag zijn ze op papier de rijkste broers van Nederland.

Llanos Oil slaat met hulp van Nederlandse en Amerikaanse investeerders zijn eerste putten. Het doel is om de geschatte reserves te bewijzen en dan door te verkopen aan een grote oliemaatschappij. Maar het loopt allemaal anders.

Dat er risico’s kleven aan zakendoen in Colombia, hebben de broers dan al aan den lijve ondervonden. Eind jaren negentig wordt het Zuid-Amerikaanse land, en Cesar in het bijzonder, geteisterd door een geweldsgolf van linkse FARC-terroristen en rechtse paramilitairen (AUC). Henk wordt in korte tijd twee keer ontvoerd. “Kwestie van wat losgeld overmaken via Western Union”, vertelt Albert laconiek.

Het wespennest waar ze na de eeuwwisseling in belanden is van een andere orde. Eerst zegt Ecopetrol, dat nu ook weet dat de Nederlanders op een zwarte goudmijn zitten, het contract op als grote overstromingen in Cesar hun exploratiewerk een paar maanden vertragen. Onrechtmatig, aldus Llanos Oil, dat bijval krijgt van de Colombiaanse president Pastrana. Het contract lijkt gered, maar de broers kunnen wel fluiten naar hun borgbetaling van 750.000 dollar aan Ecopetrol.

Ook komt het staatsoliebedrijf met nieuwe voorwaarden. Zo moet er om het contract te herstellen opnieuw 2,5 miljoen dollar ‘borg’ op tafel komen. Schoorvoetend storten de broers het bedrag bij een buitenlandse bank, waarna Ecopetrol en Llanos Oil begin 2003 voor het laatst de champagneglazen heffen.

De vreugde blijkt van korte duur. Later dat jaar ontvangt Llanos Oil een brief. Weer een nieuwe eis van Ecopetrol. De 2,5 miljoen moet binnen anderhalve werkdag naar een Colombiaanse bankrekening worden overgemaakt. “Onmogelijk”, aldus Henk. Het geld komt te laat binnen en Ecopetrol zegt het contract weer op, tot woede van de broers.

Luttele maanden later gaat de Amerikaanse steenkoolreus Drummond aan de haal met hun olierechten. Het is hun buurman, die sinds 1995 een enorme kolenmijn delft in het Guatapurí-gebied. Dat het familiebedrijf uit Alabama nog nooit een liter olie heeft verhandeld, geeft blijkbaar niet.

Bij de overname speelt de bestuursvoorzitter van Ecopetrol, Fabio Echeverri, een dubieuze dubbelrol, want hij is tevens adviseur van Drummond én van de pro-Amerikaanse nieuwe Colombiaanse president Uribe.

Voor Drummond betekent het monopolie in de regio een pottenkijker minder. Het als een oester gesloten bedrijf wordt verdacht van banden met paramilitairen die lastige leiders van de mijnwerkersvakbond vermoorden. Ook herbergt de mijn bij het plaatsje La Loma een CIA-unit. Die is handig zo vlak bij de grens met het Venezuela van president Hugo Chávez, de wispelturige vijand van de VS en bondgenoot Uribe. Drummond is onbereikbaar voor commentaar.

Nadat Llanos Oil is weggejaagd uit Cesar, wordt Henks appartement in de hoofdstad Bogotá in 2004 binnengevallen door een SWAT-team. Terwijl de agenten zijn dochter daarbij bedreigen met een machinegeweer, wordt de olie-ingenieur zonder pardon afgevoerd naar de beruchte La Modelo-gevangenis.

Volgens de Colombiaanse justitie is Llanos Oil een dekmantel. Het zou miljoenen dollars aan drugsopbrengsten witwassen voor paramilitairen in de Cesar-regio. De ‘bewijzen’ komen uit de koker van de Colombiaanse geheime dienst (DAS) en de lokale poot van de Amerikaanse drugsbestrijdingsorganisatie (DEA).

“Een bizar verhaal”, zegt Albert, die kantoor houdt in Orlando maar niet wordt opgepakt door de Amerikaanse justitie. “Waarom zou je een paar miljoen witwassen als je aantoonbaar voor miljarden aan legaal kapitaal vlak onder je voeten hebt liggen? En hoe kun je geld witwassen met een bedrijf dat nog niet eens inkomsten heeft?”

Albert (l) en Henk van Bilderbeek

Ook vreemd aan de arrestatie is dat de politie de financiële administratie niet meeneemt. Maar de schatkaart van het oliegebied, waarvan alleen Henk en Albert een kopie hebben, verdwijnt wèl. Hierop staat naast de olievelden in het Guatapurí-gebied een veld dat er net buiten ligt.

Toeval of niet, twee maanden later wijzigen Ecopetrol en Drummond hun overeenkomst om dit veld eraan toe te voegen. Zo zitten de broers, die er juist van beschuldigd worden nooit echt naar olie te hebben gezocht, knarsetandend in hun eigen stukken te bladeren in de archieven van de olietoezichthouder ANH.

De puzzelstukjes vallen in elkaar als er twee jaar later hulp uit onverwachte hoek komt. De voormalige IT-directeur van de DAS, Rafael Garcia, begint dan met een reeks explosieve onthullingen die uiteindelijk leiden tot het opheffen van de geheime dienst.

Volgens Garcia was de zaak tegen Llanos Oil een “montage” om Drummond aan de olierechten te helpen. Hij toont een brief uit december 2002 waarin president Uribe vraagt om een onderzoek tegen Llanos Oil “wegens mogelijke illegale activiteiten.” Als Garcia daarop meldt dat er niets te vinden valt tegen het bedrijf, krijgt hij opdracht beter te zoeken.

Intussen heeft de Oostenrijkse justitie, die op verzoek van de DEA een in Innsbrück verblijvende Llanos-medewerker had gearresteerd, het dossier tegen het bedrijf gesloten wegens volledig gebrek aan bewijs. Maar in Colombia krijgt Henk na vier jaar voorarrest twintig jaar cel voor “illegale verrijking.”

“We hebben er nooit een spat bewijs voor gezien”, zegt Henk. “Het was duidelijk dat we in Colombia nooit ons recht konden halen.”

De broers openen de tegenaanval via de Nederlandse justitie. Investeerders blijken bereid tot financiële steun in ruil voor een goed rendement als de strijd wordt gewonnen.

Algauw is er een eerste succesje. De rechtbank in Den Haag laat beslag leggen op de tegoeden van Ecopetrol in Nederland, ter waarde van zeven miljard euro. ABN Amro laat echter weten dat zijn Colombiaanse klant in het rood staat en dus nergens beslag op kan leggen, wat later een leugen blijkt. De zaak sleept zich voort en speelde afgelopen woensdag weer voor de Haagse rechter, die volgens de Colombianen onbevoegd is in deze.

De Colombiaanse ambassade in Den Haag wil niet reageren op de complottheorie in De Olievlek. Volgens het boek zit Bogotá flink in zijn maag met de Nederlandse broers. Het conflict is een smet op het investeringsklimaat in Colombia, dat afgelopen jaren juist sterk verbeterd is. De nieuwe president Santos, de meer verzoenende opvolger van de havik Uribe, zou achter de schermen zoeken naar een oplossing voor Llanos Oil, wat mogelijk resulteert in een schikking.

“We zijn voor 50 miljoen euro het schip in gegaan, er moet een redelijke compensatie komen”, zegt Henk, die wegens hartklachten zijn straf tijdelijk thuis mag uitzitten. “En ik moet van alle blaam gezuiverd worden.” Als hij vrijkomt, wil hij met zijn familie in Bogotá blijven wonen. “Ondanks alle corruptie is het een geweldig land met geweldige mensen.”

Broer Albert droomt allang niet meer van een carrière bij de CIA. “Als die oplossing er nu echt komt, dan vertrek ik naar een hutje in Noorwegen.”

zaterdag, mei 22, 2010

Profiel Antanas Mockus

Uit De Telegraaf.
------------------------------------------------------------------------------------
Antanas Mockus maakt de Colombiaanse verkiezingen van volgende week zondag (30 mei) onverwachts spannend. De Litouwse migrantenzoon ligt in de peilingen nek aan nek met de kandidaat van de populaire president Alvaro Uribe.

Mockus (58) is filosoof, wiskundige en oud-burgemeester van Bogotá. Hij bracht het moordcijfer in de hoofdstad naar beneden. Originele maatregelen leverden hem de bijnaam ‘El loco’ op.

Zo liet hij verkeersagenten een keer vervangen door clowns. ‘Colombianen worden nog minder graag uitgelachen dan beboet’, was zijn idee. Nu is de slogan van zijn campagne: “Als we allemaal de wet respecteren, worden we vanzelf allemaal gelukkiger.” Speerpunt nummer twee van Mockus is het verbeteren van het zwakke Colombiaanse onderwijs.

De beoogde opvolger van Uribe, defensieminister Juan Manuel Santos, krijgt in de debatten weinig vat op de ongrijpbaar formulerende professor. Mockus heeft zich als kandidaat voor de Groene Partij handig in het politieke midden gemanoeuvreerd. Daar ligt een gat, want afgelopen jaren was je in het Zuid-Amerikaanse land ‘voor’ of ‘tegen’ de rechtse Uribe.


Mockus is bij voorbeeld vóór diens harde aanpak van de FARC, maar wel binnen de grenzen van de wet en Colombia. Anders dan Santos zegt hij het vijandige buurland Venezuela in geen geval te zullen bombarderen, ook niet als zich net over de grens een guerrillachef zou schuilhouden. Uribe en Santos veroorzaakten in 2008 bijna een oorlog door groen licht te geven voor een aanval op een FARC-leider in Ecuador.

Tegenstanders van Mockus vinden dat zijn bijzondere gevoel voor humor hem ongeschikt maakt als president. Als rector van de universiteit van Bogotá liet hij begin jaren negentig zijn broek zakken voor een zaal met luidruchtige studenten. Trouwen deed hij op de rug van een olifant in een circuskooi, met als getuigen zeven Bengaalse tijgers.

Mockus maakte vorige maand bekend dat hij de Ziekte van Parkinson heeft. “Ik hoop dat jullie me niet kruisigen om een ziekte die fysiek is, en niet mentaal”, zei hij. Volgens dokters heeft hij nog twaalf gezonde jaren voor de boeg.

maandag, mei 17, 2010

Boek over de Nederlandse FARC-rebel

Vanavond (dinsdag, 20.25h) zendt de Ikon (Nederland 2) een documentaire uit over Tanja, de Nederlandse FARC-rebel. Afgelopen zaterdag kwam er ook een boek over haar uit. Ik kon dat vooraf lezen en schreef er dit stuk over voor de krant.
-------------------------------------------------------------------------------
Op 15 november 2002 zit Tanja Nijmeijer te wachten in een café in het centrum van de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. De dan 24-jarige Nederlandse draagt een boek bij zich met het woord ‘Holanda’ op de omslag. Zo kan de FARC-man die even later binnenstapt haar makkelijker herkennen.

Ze wordt die middag urenlang bijgepraat over haar leven als guerrillera dat die dag begint. Terwijl de gretige Tanja liever meteen ‘naar de bergen’ trekt voor het ‘echte’ werk, is het volgens de FARC beter als ze eerst warm draait in een stedelijke terreurcel. De linkse rebel uit Denekamp gaat aanslagen plegen in Bogotá.

Dat staat in het boek ‘Tanja. Een Nederlandse bij de FARC’, dat vandaag uitkomt. “Het is een reconstructie aan de hand van haar gevonden dagboek en twee jaar onderzoek”, vertelt de Nederlandse mensenrechtenactiviste Liduine Zumpolle. Ze schreef het – deels fictieve – verhaal met de Colombiaanse oud-guerrillero León Valencia.

“De leidraad wordt gevormd door geverifieerde feiten, zoals de afspraak in het café. We hebben dat gemengd met onze inleving in de gedachten die ze daarbij heeft gehad.”

Het boek leest mede door deze opzet als een trein. Gaandeweg wordt duidelijk hoe Tanja als student Romaanse Talen in de Groningse kraakwereld op eigen houtje toenadering zoekt tot de guerrilla. Op die bewuste 15e november is ze al voor de vierde keer in Colombia en weet ze aardig hoe de hazen lopen in het conflict.

Als beginnend FARC-strijder leidt Tanja maandenlang een dubbelleven in Bogotá. Terwijl ze als lerares Engels werkt op het Wall Street taalinstituut, leert ze buiten werktijd wapens hanteren en bommen maken.

In mei 2003 verhuist ‘Alexandra’ – de ‘nom de guerre’ die ze dan opgeeft op haar later gevonden FARC-cv – definitief naar het junglefront. Op diezelfde cv staan dan al een bomaanslag bij een politiebureau en brandstichting in stadsbussen en winkelketens.

Volgens de auteurs bereidde ze ook een moordaanslag voor op de voorzitter van de veeteeltfederatie. Tot dusver wordt ze door het Colombiaanse openbaar ministerie alleen beschuldigd van rebellie wegens lidmaatschap van de FARC.

Informatie over Tanja’s oerwoudtijd is dunner gezaaid. Ze doet de eerste jaren vooral vertaal- en schrijfwerk voor de commandant.

In 2005 mag moeder Nijmeijer in het diepste geheim op bezoek komen. In 2007 wordt haar kamp aangevallen en is ze op slag wereldnieuws door de vondst van haar kritische dagboek.

Met moeder Hannie in het oerwoud

Ze krijgt daarvoor straf intern, maar als buitenlandse ontsnapt ze aan executie. Volgens de auteurs staat ze sindsdien onder curatele bij Jorge Briceño, één van de meest opgejaagde kopstukken van de in het defensief gedrongen guerrilla. Ze zou weer in genade zijn aangenomen en zijn doorgedrongen tot Briceño's binnenste kring van lijfwachten.

“Ze is weer tot hoge hoogten opgeklommen in de hiërarchie”, stelt Zumpolle op basis van haar goede contacten bij het regeringsleger. Een vorige week gepubliceerd artikel op de website van de FARC lijkt dit te bevestigen.

‘Holanda’, zoals ze hier ook wordt genoemd, wordt getrakteerd op een paginalange lofzang op haar schoonheid, bescheidenheid en heldendaden. “Alexandra weigerde zich terug te trekken (voor het zware bombardement, KK) en opende het vuur op de helikopters”, aldus de lyrische auteur.

Zumpolle deed onlangs met Tanja’s moeder en zus een radio-oproep in het departement Meta, Briceño’s strijdgebied. Ze vroegen haar om terug te komen en legden uit waar ze zich veilig zou kunnen melden. “Daar is geen reactie op gekomen. Maar een legercommandant verzekerde me afgelopen dagen nog dat ze leeft."

vrijdag, mei 15, 2009

Narconijlpaarden

Column van een tijdje terug.
-------------------------------------------------------------------------------------
Het zal je gebeuren als nijlpaard. Eerst zet een of andere halve zool met te veel geld je ongevraagd op een vliegtuig naar Colombia. Ben je net een beetje gewend aan je nieuwe thuisland, openen ze de jacht op je als ongewenst vreemdeling. Muchas gracias!

Het is allemaal de schuld van Pablo Escobar, de schatrijke drugsbaron die zijn landgoed Napoles zo nodig moest omtoveren in een safaripark. Ver van de Serengeti liet hij Afrikaanse olifanten, giraffes, leeuwen en vier nijlpaarden ronddartelen tussen zijn cokevliegtuigjes, dinosaurusbeelden en jetski’s.

Met de dood van Escobar in 1993 werd het leven van de dieren nogmaals op zijn kop gezet. De meesten vonden onderdak in dierentuinen, maar twee hippo’s pasten daarvoor. Het eigenzinnige duo was met geen stok uit de tropische meertjes van het dode baasje te krijgen.

In de jaren die volgden raakte de hacienda in verval en konden de roze kolossen zich uitleven tussen de overwoekerde ruïnes. Door familie-uitbreiding zijn de Colombiaanse nijlpaarden tegenwoordig met een stuk of twintig. Het is alleen gedaan met hun rust, want het landgoed is anderhalf jaar geleden veranderd in een pretpark.

Een verliefd stel hippo’s besloot al die polonaise aan het lijf niet af te wachten en maakte zich nog voor de opening uit de voeten. Het paar stoomde vrolijk op naar de Rio Magdalena – zeg maar de Rijn van Colombia – en kreeg onderweg een kalfje.

Helaas loopt het avontuur niet goed af. Paps en mams verloren elkaar uit het oog en het mannetje, schoon aan de haak zo’n anderhalve ton zwaar, leefde een tijdje triest alleen onder een brug.

Daar kreeg het temperamentvolle Afrikaanse dier het aan de stok met vissers die een rotherrie maken met motorboten. Ook koeien die zich op ‘zijn’ territorium wagen, zijn hun leven niet zeker. Reden voor boeren om het vuur op hem te openen.

Een club natuurbeschermers heeft nu opdracht gekregen om het dolende trio in de kraag te vatten. Ze zetten daartoe ijzeren kooien vol gras, bananen, sla, kool en wortels in struikgewas op de oever.

Wie een mooi plekje weet voor de arme ‘narconijlpaarden’, kan zich melden via www.fvsn.org.

zondag, november 25, 2007

Drieluik Colombia

Dat was me het reisje wel. Leuk volk, de Colombianen. En Bogotá is een verademing in vergelijking met het vreselijke, verknipte Caracas. Na deze eerste indruk (zie foto beneden) van de snelweg van het vliegveld naar stad kon de meest fietsvriendelijke stad van het continent eigenlijk al niet meer stuk.

In het volgende drieluik lees je over mijn bevindingen in Colombia: respectievelijk een stukje over de benarde situatie van Tanja, het vluchtelingendrama op het Colombiaanse platteland en de inspanningen om gedeserteerde guerrillero's en paramilitairen aan een nieuw bestaan te helpen. Smeuïge details van de reis zijn vanaf 12 december in Amsterdam verkrijgbaar, want ik kom weer een paar weken terug.
------------------------------------------------------------------------------------
'Tanja nu gijzelaar'

De gedeserteerde FARC-strijdster ‘Sonja’ (23) begrijpt wel wat de Denekampse guerrillera Tanja Nijmeijer naar de Colombiaanse jungle heeft gelokt. “De verhalen zijn mooi, over Ché, de Bolivariaanse idealen, sociale rechtvaardigheid. In de dorpen geniet je respect als guerrillera, je krijgt eten en drank van de mensen. En de feesten tussen kerst en nieuwjaar zijn chevere (leuk).

De Colombiaanse vertelt dat ze op haar 14e vrijwillig toetrad tot de FARC, in drie maanden leerde een AK-15 te hanteren en op haar 15e opdracht kreeg een ‘pad’, ofwel informant, in de eigen eenheid dood te schieten.

Net als Tanja, die op slag wereldberoemd werd toen haar kritische dagboek werd ontdekt bij een legeraanval op haar kamp, zag Sonja de romantiek langzaam afbrokkelen. “Elke dag om vier uur op, om 4.15u klaarstaan, tot 6.00u op wacht; het leek wel een kantoorbaan.”

Toen ze voor de tweede keer straf kreeg na een ruzie met een kameraad, brak er iets. “Ik moest vijfhonderd keer brandhout halen en twintig meter loopgraf en latrines graven. Ik ben weggerend, drie dagen lang.” Ze dook onder bij een tante en gaf zich later over bij een politiepost.

Oud-FARC-man ‘Bruno’ (38), die drugs dealde voor de guerrilla en de benen nam toen hij werd geacht een gouverneur te ontvoeren, ziet het somber in voor Tanja. “Ze heeft een ideologisch delict gepleegd en daar staat de doodstraf op. Ze heeft het geluk dat ze buitenlandse is. Maar ontsnappen zal nu nog lastiger zijn.”

De tweede man van de FARC, ‘Raúl Reyes’, vertelde in het tv-programma NOVA dat Tanja best een maandje op verlof mag om haar familie in Nederland op te zoeken, mits ze daarna terugkeert in de gelederen. En of de Nederlandse regering gelijk even kon lobbyen om de FARC van de EU-terroristenlijst te krijgen.

“Schaamteloos. PR van jaren ‘60/’70-gehalte”, aldus de Nederlandse FARC-kenner Liduine Zumpolle. Ze hielp onlangs bemiddelen om Tanja vrij te krijgen, maar kreeg nul op het rekest van de FARC. “Tanja is nu een gijzelaar”, stelde de krant El Mundo deze week, daarbij Den Haag tot actie manend.

In diplomatieke kringen wordt gevreesd dat de FARC door alle aandacht een tweede Ingrid Bétancourt in de schoot geworpen krijgt, ofwel, onderhandelingsaas met een hoge politieke prijs.

Maar anders dan de gegijzelde Frans-Colombiaanse politica, hoeft Tanja op weinig medeleven van de Colombianen te rekenen. Het wil er bij hen niet in dat een afgestudeerde vrouw uit het rijke Nederland haar leven vergooit voor een club bejaarde revolutionairen en ordinaire bandieten, waar het land massaal de buik van vol heeft.
------------------------------------------------------------------------------------
Gevecht om land en cocaïne

“Ik had 3325 cacaobomen op mijn boerderij”, vertelt Severino Moquera Blan (60) in zijn blubberige tuintje in de sloppen van Quibdó, een Colombiaanse oerwoudstad waar het vrijwel elke dag regent.

“Het Subversieve Front (de marxistische guerrilla FARC, red.) gaf ons een uur om te vertrekken. Ze vermoordden mijn broer en mijn schoonvader. We zijn ontsnapt onder een berg bananen in een kano. We wonen hier al elf jaar, teruggaan kan niet. Ik ben boer, maar wat kan ik zaaien op een paar vierkante meter? Meneer, wij zijn jodidos.

De pisang, zijn ze, vrij vertaald. Land kwijt, spullen kwijt, familie kwijt, wortels kwijt. Jaarlijks worden zo’n 200.000 Colombianen van huis en haard verdreven; opgeteld zo’n drie van de 42 miljoen inwoners van het Zuid-Amerikaanse land. Maar druppelsgewijs als de volksverhuizing zich voltrekt, staat de ‘grootste humanitaire ramp van het westelijke halfrond’ (aldus de VN) nauwelijks op het internationale netvlies.

In de provincie die Quibdó als hoofdstad heeft, de Chocó, is in tien jaar 20% van de bevolking op de vlucht geslagen. Grote boerenfamilies van weduwen en veel kinderen die stranden in de steden, waar hen, zo te zien, weinig anders rest dan zittend voor vermolmde huisjes hun tijd stuk te slaan.

De boosdoeners zijn extreemlinkse guerrillero’s en extreemrechtse (oud-)paramilitairen, die de bevolking geen rust en neutraliteit gunnen in hun bloedige twist om de jungle. De Chocó is daarin een strategisch brandpunt. De streek aan de Panamese grens is een labyrint van rivieren en heeft zowel een Caribische als een Pacifische kust; ideaal voor de drugshandel waarmee beide groepen zich financieren.

“Het conflict explodeerde in 1997 met de Operatie Genesis, toen paramilitairen met steun van het leger een offensief begonnen om de guerrilla terug te dringen”, zegt documentairemaker Jesús Durán. “In wezen is het niets meer dan een ordinair gevecht om land en drugs. Boeren die voedsel verbouwen, worden weggejaagd ten faveure van het cocablad en de oliepalm. Als excuus voor het landjepik wordt gezegd dat de grond nodig is als buffer tegen de vijand. Of ze beweren dat de boer gecollaboreerd heeft.”

Een varkensboer die varkens verkocht aan guerrillero’s die zijn dorp controleerden? Laat de binnengevallen paramilitairen het niet horen. Een winkelier die paramilitairen op krediet liet kopen? Collaboratie, oordeelt de nieuwe lokale guerrillacommandant. En met een beetje pech staat daarop de doodstraf.

Colombia-kenner Piet Spijkers heeft een buitenverblijf bij Paz de Ariporo, een provincieplaatsje waar guerrillero’s en paramilitairen actief waren. “Er werden iedere nacht een paar mensen vermoord. De bevolking kon geen kant op."

Maar Spijkers zegt dat hij dit jaar voor het eerst weer veilig naar zijn buitenhuis kan reizen, omdat het Colombiaanse leger het gebied heeft terugveroverd op de illegale groepen. “De veiligheid is enorm verbeterd onder president Álvaro Uribe. Bij zijn aantreden in 2002 had één op de vijf Colombiaanse gemeenten geen politiebureau. Nu hebben ze dat allemaal.”

Dat dit nog geen garantie op bewegingsvrijheid geeft, blijkt als De Telegraaf Quibdó niet uit kan door diverse schermutselingen in de omgeving, met tientallen doden en zo’n duizend vluchtelingen als gevolg.

Volgens de Colombiaanse grondwet hebben de ontheemden recht op opvang. In 2004 tikte het Constitutioneel Gerechtshof de regering op de vingers vanwege de “systematische ontkenning” van het recht op veiligheid, onderwijs en zorg.

“Een historische uitspraak,” zegt Fanny Uribe van Plan Internacional Colombia, een kindgerichte ontwikkelingsorganisatie. “Te meer daar het hof oordeelde dat er geen specifieke aandacht is voor kinderen, terwijl 60% van de vluchtelingen kind is.”

Veel is er sindsdien niet verbeterd, vinden mensenrechtenorganisaties. Plan springt derhalve bij om de jonge vluchtelingen te helpen met het wegpraten van trauma’s, het inhalen van verloren schooljaren en het vullen van de maag via gaarkeukens.

De 12-jarige Jessenia Mina Rivas uit de vluchtelingenwijk Brisas del Poblado in Quibdó zou niet eens meer naar haar dorp terug wíllen. “Ik mis het wel, maar hier heb ik meer kansen. Ik kan gratis met de bus naar school en er is muziekles. Ik wil zangeres worden”, zegt ze gedecideerd. Een originele ambitie, zo blijkt, want de meeste buurtgenootjes worden liever soldaat of politieagent om guerrillero’s dood te schieten.

Verderop in de krottenwijk El Futuro (De Toekomst) zijn de hulporganisaties nog niet neergestreken. Bewoners drinken water uit de regenton en in de moerasjes rond de krotten drijven drollen.

Julia del Carmen Santos (33) zit met tien familieleden thuis te wachten op haar broer, die vandaag een karweitje heeft in de stad en hopelijk weldra een lunch meebrengt. Waarom deze gezond ogende vrouw intussen niet zelf wat ontplooit? Een beetje zelfstudie wellicht? “Dat lukt niet, je ziet toch hoe we erbij zitten? Je raakt hier uit vorm.”

En wat ze ervan vindt dat een guerrillaleger dat zich al 43 jaar als belangenbehartiger van de arme boeren opwerpt, haar rustige boerenleven heeft geruïneerd? “Tja, over die zaken kun je beter niets zeggen.” Twee seconden later. “Het is maluco” (krankzinnig).
----------------------------------------------------------------------------------
Tussen vrede en gerechtigheid

Mede dankzij de gewaagde ‘Wet van Recht en Vrede’ van president Uribe, is de stroom binnenlandse vluchtelingen licht geslonken de laatste jaren. De wet is uniek in de zin dat ze illegale groepen die in volle strijd zijn, uitnodigt de wapens neer te leggen in ruil voor strafverlaging en hulp bij de opbouw van een nieuw leven.

In een klaslokaal aan de krioelende hoofdstraat van Quibdó is de Colombiaanse verzoening in volle gang. Veertien atletische jonge kerels spreken elkaar gebroederlijk toe over ‘De Inspanning’ die nodig is om ‘De Verandering’ te verwezenlijken.

Ze vertellen hoe ze door geldgebrek of gedwongen rekrutering in de guerrilla of contraguerrilla verzeild raakten. “Ze zijn vaak zo jong begonnen met vechten dat ze nog niet weten dat de ‘o’ rond is”, zegt lerares Aleida Moreno. Een baan vinden is haar leerlingen nog niet gelukt, maar zolang ze de lessen en psychotherapie volgen, krijgen ze een uitkering.

Het pardonprogramma van de regering heeft al 45.000 strijders verleid tot ontwapening. Nadat de grootste paramilitaire groep AUC dat collectief deed, zijn het nu vooral twijfelende guerrillero’s die zich uit de jungle laten weglokken.

Vermoedelijk geprikkeld door het feit dat het leger terrein wint in de oorlog met de FARC, melden zich dagelijks gemiddeld negen gevluchte guerrillero’s voor desertie.

Toch is er internationaal veel kritiek op de wet, die daders zou voortrekken boven slachtoffers. Paramilitaire kopstukken die duizend moorden op hun geweten hebben, komen weg met maximaal acht jaar celstraf. Veel misdaden tegen de menselijkheid worden niet eens onderzocht en van financiële genoegdoening voor de slachtoffers is nog nauwelijks sprake.

In Quibdó leidt dat tot wrange contrasten. Neem ‘Gerson’ (28) , een gezellige Colombiaan, maar wel eentje met de nodige moorden op zijn kerfstok.

Niets van justitie te vrezen als de gewezen paramilitair commandant heeft, wandelt hij onbekommerd door de stad. Op school gaat het zo goed dat zijn droom in vervulling lijkt te gaan: dierkunde studeren aan de universiteit. Schuldig tegenover kansloze vluchtelingen voelt hij zich niet echt. “Tja, als wij hun land niet innamen, dan deed de vijand het.”

“We moeten ergens een streep zetten,” verdedigt een regeringswoordvoerder. “Dat is de prijs van de vrede. En het is vijf keer goedkoper een ontwapende strijder op weg te helpen, dan hem te bevechten in het oerwoud.”

De uitkering voor re-integrerende strijders is na kritiek verlaagd van een dubbel naar een enkel minimumloon. Momenteel is 56% van hen aan het werk, van wie driekwart in de informele sector.





Foto's:
- Fietsen op de snelweg.
- Niet het ROC te A'dam-Zuidoost, maar een klasje oud-guerrillero's en paramilitairen in de Chocó.
- Ever the rain. Julia del Carmen Santos in Villa Futuro in Quibdó.