Posts tonen met het label São Paulo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label São Paulo. Alle posts tonen

zondag, februari 21, 2016

Genmug tegen zika

Uit De Telegraaf van gisteren.
----------------------------------------------------------------------------------
De genmug rukt op in Brazilië. Binnenkort wordt het omstreden wapen tegen de Aedes aegypti voor het eerst grootschalig ingezet. Dat gebeurt in Piracicaba, een stad van 400.000 inwoners in het door zika en knokkelkoorts geplaagde binnenland van São Paulo.

De broeierige suikerrietstad begon vorig jaar april met het loslaten van de labdiertjes in een buitenwijk. De gemeente is zo blij met de resultaten dat het experiment wordt uitgebreid naar het dichtbevolkte centrum.

Het zwermt plots van de buitenlandse persmuskieten in de pionierende provinciestad. Het eerste wat opvalt, is de laconieke houding ten aanzien van zika in de proefbuurt Cecap.

"Heel Brazilië maakt zich zorgen. Behalve wij hier", zegt de hoogzwangere verpleegster Debora Duraes (30) over het virus dat in verband wordt gebracht met hersenafwijkingen bij baby's.

Haar werkplek, een zorgcentrum, is nochtans vergeven van de muskieten. "Het zijn goedaardige Aedes. Ik gebruik niet eens muggenspul." Ze wrijft gelukzalig over haar bolle buik. "De baby is kerngezond volgens de tests."

Een uur eerder heeft een bestelbusje van het Britse biotechbedrijf Oxitec zijn dagelijkse ronde door de wijk gemaakt. Achterin zit entomoloog Cecilia Kosmann (32), omringd door een slordige 160.000 genmuggen. Ze laat om de vijftig meter een bakje vrij via een koker door het raam. "Het zijn mannetjes, steken doen ze niet. Ze gaan meteen op zoek naar een vrouwtje om te paren."

Cecilia Kosmann houdt een bakje genmuggen vast


De truc is dat de OX513A, de naam van het Britse patent, een genetische tijdbom bevat. De mannetjes leven hooguit vier dagen. Het onderwijl verwekte nageslacht zal het larvenstadium niet ontgroeien.

Volgens de gemeente is de wilde populatie van de Aedes aegypti sinds april met ruim 80% gekrompen in de wijk. Eerder hadden kleinere proeven op de Kaaimaneilanden en in het Braziliaanse noordoosten een vergelijkbaar vernietigend effect.

Bovendien daalde het aantal gevallen van knokkelkoorts van 133 naar 1 in de buitenwijk van Piracicaba. Meldingen van zika zijn er tot dusver niet.

Volgens de burgemeester is het project op den duur kostendekkend door de lagere zorguitgaven. Oxitec gaat een nieuwe kweekfabriek bouwen in Piracicaba. Mede door het oprukken van het zikavirus melden ook andere Braziliaanse steden zich voor de gentechnologie, waaronder het zwaar getroffen Recife.

Tegenstanders zetten vraagtekens bij de klinkende cijfers van het bedrijf en de gemeente. Ze hekelen de 'overhaaste' opmars van de genmug; de bevolking zou als proefkonijn worden gebruikt. Hoewel de OX513A groen licht heeft van de Braziliaanse commissie voor bioveiligheid (CTNBio) ontbreekt het voor verkoop in het hele land nog aan goedkeuring van de federale zorgwaakhond Anvisa.

Sommige wetenschappers betogen dat eliminatie van de Aedes aegypti het natuurlijk evenwicht verstoort. De oorspronkelijk Afrikaanse mug is echter een indringer in Zuid-Amerika, kaatsen voorstanders.

Verder wordt gevreesd dat andere virusmuggen, met name de Aedes albopictus, de plek in het ecosysteem overnemen. Volgens Oxitec wijst niets hierop. "De Aedes aegypti heeft een voorkeur voor mensenbloed", licht Kosmann toe. "De Aedes albopictus voedt zich primair met dierenbloed. Hij leeft vooral op het platteland."

De meeste 'proefkonijnen' in Piracicaba zelf steunen het project. Bijna 90% van de bewoners ziet de genmuggen als een kleiner kwaad. "Het zijn er wel erg veel", zegt Maria de Toledo (83) terwijl ze haar stoep veegt in Cecap. "Maar ziek worden is nog vervelender."

Maria de Toledo

zondag, oktober 18, 2015

Column Achterkamertje

Uit De Telegraaf.
--------------------------------------------------------------------------------
Het is voor een Europeaan vaak even wennen aan de indeling van Braziliaanse woningen. Zo lag er in mijn vorige appartement een vaag kamertje verstopt achter de keuken.

Het leek bedoeld voor een logé. Een smalle verhoging diende als bed en er zat een piepklein badkamertje bij. Bij gebruik van het toilet staken mijn benen door de deuropening.

Ook een bevriende Britse journalist zette vraagtekens bij het nut van zijn tweede badkamertje. De douchekop hing boven de wc. "Dus je moet op de wc-bril staan bij het douchen?"

De krappe achterkamertjes bleken bestemd voor een inwonende werkster. Deze luxe 24-uurshulp in het Braziliaanse huishouden is echter aan het verdwijnen.

De komische film 'Que Horas Ela Volta?', kandidaat voor een Oscar en momenteel te zien in Nederlandse bioscopen, gaat over dit fenomeen. Werkster Val woont in een donker hol achter in een villa in São Paulo. De bazin noemt haar 'bijna familie' maar ze mag bijna niks in huis.

Dan zet Vals dochter de villa op zijn kop als ze komt logeren. De studente ergert zich aan de slaafsheid van haar moeder en weigert in het hol te slapen. Ze eet brutaal mee uit de ijsbak van het gezin en duikt in het zwembad. Val ruikt aan de vrijheid en hangt uiteindelijk haar schort aan de wilgen.

Steeds minder vrouwen zijn bereid om op hun werk te wonen. Het wordt bovendien te duur voor de baas. Werksters hebben sinds deze maand dezelfde rechten als andere beroepen, waaronder een toeslag voor nachtwerk.

Het achterkamertje raakt dus overbodig. In nieuwe woningen zie je het al minder en in oude woningen wordt er een andere functie voor gezocht. Zelf heb ik er destijds maar een berghok van gemaakt.

maandag, juli 13, 2015

Fietsstad São Paulo

Column uit De Telegraaf.
--------------------------------------------------------------------------------
Stel, je zit achter het stuur na een avondje stappen. Aangeschoten als je bent, zie je een rood licht over het hoofd. Je botst daardoor zo hard op een fietser dat zijn rechterarm wordt losgerukt en in je auto belandt. Wat doe je?

Een psychologiestudent uit São Paulo schokte Brazilië door gewoon door te rijden. De arm dumpte hij zonder pardon in een sloot. Het slachtoffer, een glazenwasser die zondagochtend vroeg naar zijn werk fietste, overleefde maar kan zijn beroep nooit meer uitoefenen.

Het bizarre ongeluk op de centrale Avenida Paulista bleek het startschot voor een verkeersrevolutie. Fietsers zouden niet langer vogelvrij zijn in de stad van twintig miljoen inwoners, beloofde burgemeester Haddad. Hij legde, vrijwel vanuit het niets, driehonderd kilometer fietspad aan in een jaar.

Onlangs was de iconische Paulista aan de beurt. Tienduizenden fietsers vierden feest in de middenberm waar je nu fluitend langs de eeuwige files trapt. Het stalen ros, lang gezien als een speeltje voor armoedzaaiers en geitenbreiers, begint zowaar hip te worden.

Een deel van de automobilisten is minder blij. Door die linkse hobby is er nu nóg minder ruimte op de weg, klagen zij. Tegenstanders van de linkse burgemeester zien de rode kleur van de fietspaden als bewijs voor zijn communistische bedoelingen. Uit protest worden her en der punaises voor de wielen gestrooid.

Het is een achterhoedegevecht. Tweederde van de 'paulistanos' steunt de fietspaden, bleek uit recent onderzoek. Er komt dit jaar nog honderd kilometer bij. Zo sluit de verstokte autostad aan bij de kopgroep van fietsvriendelijke Zuid-Amerikaanse metropolen.

De ex-glazenwasser waar het allemaal mee begon, profiteert mee. De eenarmige Braziliaan is terug in het zadel en gebruikt de fietspaden elke dag.

De dappere fietser (credit: Bike é Legal)

donderdag, maart 19, 2015

Een kijkje binnen een gezin in São Paulo - 'We hebben meer inkomen nodig'

Uit Elsevier Juist.
--------------------------------------------------------------------
De Braziliaanse middenklasse ploetert om rond te komen in het dure São Paulo. Voor de familie Lage zit een eigen huis en een grotere auto er voorlopig niet in. De scholing van dochter Alícia bezorgt hun nu al grijze haren.

Américo (39), Mariana (35) en Alícia (0,5) wonen in Moema, een groene wijk bij het binnenlandse vliegveld van São Paulo. Het is een prettige buurt voor jonge kinderen, vertelt het Braziliaanse echtpaar in hun huurappartement boven een gezellig plein met een kerk, bars en restaurants.

‘Moema is iets minder Amerikaans dan andere middenklassebuurten,’ zegt Américo, die de kost verdient als zelfstandig vertaler. ‘De auto is niet zo dominant en de straten zijn levendig. Ik ben binnen een kwartier met de kinderwagen in het park. Moema is een dorp in de grote stad.’

De familie Lage

São Paulo (negentien miljoen inwoners) kampt met flinke criminaliteit, maar Moema is relatief veilig, vult sociologe Mariana aan. ‘Zeker als je in een bewaakte toren woont, zoals wij.’ Het lijkt haar link om een vrijstaand huis te huren, zoals Américo zou willen. ‘En het huwelijk bestaat nu eenmaal uit compromissen waarbinnen de vrouw beslist,’ lacht hij berustend.

Nadeel van Moema zijn de hoge prijzen. De huur (omgerekend 850 euro) alleen al slokt bijna de helft op van het gezinsinkomen. Andere kostenposten zijn de zorgverzekering (280 euro voor drie personen), de boodschappen (‘aan melkpoeder zijn we al 60 euro per maand kwijt’), telefoon, tv en breedbandinternet (samen 80 euro) en de auto.

De Chevrolet Corsa (kostte 7.800 euro, bouwjaar 2009) vormt het grootste bezit van de Lages. ‘In São Paulo ben je helaas afhankelijk van een auto, zeker als je een jong kind hebt. Afstanden zijn groot en het openbaar vervoer is niet toereikend,’ aldus Américo, die ook een fiets heeft voor korte ritten.

Ook Mariana beschouwt de auto als het dierbaarste familiebezit. Ze wil graag een nieuwe kopen, met een grote kofferbak waarin de kinderwagen past. Voorlopig zit dat er niet in: de Lages hebben niet veel spaargeld. Aan het eind van de maand blijft bijna niets over van de 1.875 euro die Américo’s vertaalwerk gemiddeld oplevert. Mariana is in verband met haar zwangerschap gestopt met werken.

De wijk Moema: 'Groen en iets minder Amerikaans dan andere middenklassebuurten.'

De vader van Américo springt bij met zakgeld. Hij is een linkse journalist die een flinke schadevergoeding van de Braziliaanse staat heeft gekregen. Dit vanwege zijn gedwongen ballingschap tijdens de militaire dictatuur (1964-1985). Américo is geboren in Zwitserland en woonde ook in Nederland.

De ouders van Mariana wilden het stel in 2012 helpen bij de aankoop van een huis. Het beoogde appartement (vraagprijs omgerekend 100.000 euro) bleek echter niet te financieren. Américo: ‘We hadden een hypotheek van 50.000 euro nodig. Maar de banken vroegen rentes van minstens 12 procent per jaar, absurd.’

De Braziliaanse staatsbank Caixa biedt goedkopere, langlopende hypotheken via het regeringsprogramma Minha Casa Minha Vida (mijn huis, mijn leven). Het inkomen van de Lages is te hoog om mee te doen. ‘Dat eigen huis komt ooit wel,’ zegt Mariana. ‘De rente op de huizenmarkt is nu nog hoger, dus we wachten rustig af.’

De inrichting van het huurappartement is sober. Een vrolijk schilderij van de Braziliaanse pop-artist Romero Britto (een kopie van 160 euro) trekt de meeste aandacht in de huiskamer. ‘Decoratie is niet zo belangrijk voor ons. Al zou ik graag een keer juwelen ontvangen van Américo,’ plaagt Mariana.

Kunstwerk van Romero Brito in de huiskamer

Américo is meer geïnteresseerd in uitbreiding van de boekenkast des huizes. Zijn voorkeur gaat daarbij uit naar werken over technologische ontwikkeling, Braziliaanse geschiedenis en de romanschrijvers J.M. Coetzee, Philip Roth en Machado de Assis.

De duurste voorwerpen in huis zijn elektronica. Mariana is onafscheidelijk van haar iPhone. Américo hecht aan zijn iPad 2 (‘vooral om Candy Crush te spelen’) en zijn Apple TV, een apparaatje waarmee ze digitale media kunnen ontvangen op hun flatscreen-tv.

Het belangrijkste bezit voor Américo is de laptop (700 euro) waarop hij thuis werkt. Hij investeerde onlangs 600 euro in vertaalsoftware om zijn productie op te voeren. ‘Ik kon de vraag naar vertalingen Portugees-Engels niet meer aan. Brazilianen kijken meer over de grens dan vroeger, maar hun Engels blijft slecht. Zo kan ik profiteren van mijn schooljaren in Europa.’

Doel is om de omzet snel op te krikken naar 2.500 euro. ‘We hebben meer inkomen nodig. Zeker als Alícia over een paar jaar naar school gaat,’ zegt Mariana. Zij wil op haar beurt weer aan het werk als marktonderzoeker.

Sober interieur: 'Decoratie is niet zo belangrijk voor ons.'

De scholing van Alícia bezorgt Américo grijze haren. Hij ziet een keuze tussen twee kwaden: een slechte openbare school of peperduur privéonderwijs. ‘Het is een groot dilemma. Enerzijds wil je de beste scholing voor je kind. Anderzijds wil je haar niet in een elitaire bubbel plaatsen. Op particuliere scholen zitten geen arme en donkere kinderen. Ik wil niet dat Alícia dat normaal gaat vinden.’

Voor Mariana is een gratis openbare school geen optie vanwege de gebrekkige kwaliteit. ‘Brazilië is nu eenmaal een klassensamenleving. Hoewel we Alícia straks niet naar de duurste particuliere school sturen, ben je nog altijd 600 euro per maand kwijt.’

Een tweede kind ziet ze, in tegenstelling tot Américo, niet zitten, vanwege de torenhoge schoolgelden. ‘Dan moeten we eerst de loterij winnen.’

zaterdag, februari 21, 2015

Kraan dicht tijdens het inzepen

Uit Elsevier van deze week.
----------------------------------------------------------------------------------
Brazilianen hebben er naast corruptie, economische beslommeringen en belabberd openbaar vervoer een extra zorg bij. Komt er binnenkort nog water uit de kraan?

Weinig volkeren baden zich zo vaak als de Brazilianen. Twee keer per dag geldt als het absolute minimum voor de met hygiëne begane Zuid-Amerikanen. Braziliaanse toeristen verbazen zich in Europese steden soms over de zweetlucht in lokale metro's.

Het hoge waterverbruik botst nu echter met de extreme droogte in grote delen van het tropische land. Vooral in São Paulo is de situatie kritiek.

Het grootste waterreservoir (Cantareira) ligt er midden in de regentijd bij als een dorre woestenij. Het peil is gedaald tot 10%. Een derde van de twintig miljoen 'paulistanos' is afhankelijk van Cantareira.

In de lift van mijn gebouw: foto van Cantareira met oproep tot zuinig watergebruik

Buitenwijken kampen al maanden met rantsoenen. "Ik douche 's avonds met een teiltje dat ik 's ochtends vul. Dan is er meestal wel water", zegt Francisco Moreira (52), een portier uit de periferie van São Paulo.

Sinds kort staan ook de rijkere centrale wijken in toenemende mate droog. Zo moeten bars en restaurants regelmatig sluiten omdat er 's avonds geen water is voor de afwas en wc.

Intussen wordt lang douchen verder ontmoedigd via boetes voor veelgebruikers en kortingen voor zuinige huishoudens. Lia Taka (30) draait de douchekraan daarom dicht tijdens het inzepen. "En ik vang het water op voor de wc en de plantjes", vertelt de voedingsdeskundige.

Andere locals douchen vaker buitenshuis. De goedkope openbare zwembaden van São Paulo puilen deze zomermaanden nog meer uit dan gewoonlijk.

Op korte termijn zit er weinig anders op dan bidden tot regengod São Pedro. De stad heeft een zondvloed nodig voor eind maart de droge tijd weer begint. Elienede Santos, een 42-jarige werkster, vreest het ergste. "Ik ben bang dat het dit jaar oorlog wordt om water."

zaterdag, december 31, 2011

Voorspoedig 2012 te koop

Column uit De Telegraaf van gisteren.
-------------------------------------------------------------------------------------
Het klinkt misschien gek, maar in Brazilië kun je voor welgeteld 153 realen (60 euro) een voorspoedig 2012 aanschaffen. Een koopje, nietwaar? Ik liep er op een warme decemberdag tegenaan in de Mondiale Kerk van de Macht van God (IMPD), de snelst groeiende pinkstergemeente van Brazilië.

De dienst, genaamd ’Milagre Urgente’ (Noodwonder), werd gehouden in een enorme fabriekshal in de sjofele buurt Brás, ook wel ’het Jeruzalem van São Paulo’ genoemd vanwege de vele pinksterkerken.

Op het podium stonden rolstoelers die hoopten op een wonder van de populaire ’bisschop’ Valdemiro Santiago. Volgens de IMPD kan hij ook kankerpatiënten genezen en mensen uit de schulden helpen.

Beroemd is een uitzending (de IMDP is de hele dag door op de Braziliaanse televisie te zien) waarin een gelovige vertelt hoe hij op een avond een gezegend handdoekje tegen de dichte deur van zijn bank drukte. Een week later werd hem door zijn bankmanager verteld dat de schuld op zijn rekening (van 7500 euro) tot op de laatste cent verdwenen was.

„Jezus heeft hem betaald!” riep de man. „Alleen God kan zoiets doen!”, jubelde de priester van de IMPD.

Voor niets gaat echter de zon op. Om kans te maken op wonderen moet een gelovige namelijk eerst met geld over de brug komen.

In de kerk lopen mannen in zwarte pakken rond om enveloppen uit te delen. Ik kon kiezen tussen onder meer de ’Dízimo da Alegria’ (vrij vertaald: ‘een tiende van je inkomen in ruil voor vrolijkheid’) en een envelop die een sleutel van nepgoud bevatte.

Deze wondersleutel zou toegang geven tot een "nieuw leven in 2012" en "grote veroveringen". Daarvoor moest dan wel een bedrag van 153 realen worden gestort op één van de rekeningnummers die achterop de envelop stonden.

Het meest wonderlijke blijft toch wel dat tientallen miljoenen Brazilianen zich laten bedotten door charlatankerken als de IMPD. Gehaaide predikanten als Valdemiro worden steenrijk van hun zogeheten ’welvaartstheologie’ (’wie geld geeft aan de kerk, krijgt dat op de één of andere manier dubbel en dwars terug’).

Ook op andere continenten zijn Braziliaanse pinksterkerken in opkomst, tot in het nuchtere Nederland aan toe. Hoeveel je daar kwijt bent om je van een voorspoedig nieuwjaar te verzekeren is mij onbekend.

dinsdag, november 01, 2011

Column Rua Augusta

Uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Monsieur Maurice Plas (84) is een curieuze verschijning tussen de prostituees, punkers en daklozen die de stoepen van mijn buurtje bevolken. De deftige Franse kleermaker is een begrip in São Paulo, waar hij in 1954 een haute-couturewinkeltje opende in de Rua Augusta, de spannendste straat van deze wereldstad.

„Toen ik begin jaren vijftig aankwam in Brazilië, was dit deel van ’de’ Augusta nog een elegante winkelstraat”, vertelt hij in een muf atelier vol kostuums, hoeden en Franse baretten. „Braziliaanse ’mademoiselles’ kwamen hier flaneren en de laatste Parijse mode bij me kopen. Het waren gouden tijden.”

Totdat er in andere wijken grote winkelcentra uit de grond begonnen te schieten. „Alle andere winkels trokken weg vanaf eind jaren zeventig. Ik zat ineens alleen in het hart van de rosse buurt. Een verschrikking! Geen dame op stand durfde nog naar mijn winkel te komen.”

Dankzij wat trouwe klanten hield Plas het hoofd net boven water. En terwijl zijn buurtje verder en verder verpauperde, werd het andere uiteinde van de Augusta rijker en rijker. Daar eindigt de 3,5 kilometer straat, die wordt gesplitst door de bekende Avenida Paulista, nu bij puissant dure modewinkels en showrooms van Lamborghini, Aston Martin en Spyker.

„De Augusta verbindt ‘lixo’ met ‘luxo’” (afval met luxe), zegt de Argentijnse nachtclubhouder Facundo Guerra, de officieuze koning van São Paulo’s fameuze nachtleven. Die titel dankt hij vooral aan zijn lef om in 2005 een populaire disco (Vegas) te openen tussen de bordelen aan de lage kant van de straat, vlak bij de zaak van Plas.

Zes jaar later is de buurt van de Fransman uitgegroeid tot het jongste stapmekka van de stad. Vele tientallen clubs en bars hebben het voorbeeld van Vegas gevolgd. Omdat de hoeren er ook nog steeds tussen staan, wordt dit deel van de Augusta nu vergeleken met de hippe Londense hoerenbuurt Soho.

Plas: „Het ergste is voorbij. Alleen jammer dat die stappers ‘s nachts tegen mijn etalage pissen.”

Toch peinst hij er niet over om naar zo’n veilige, schone shopping mall te verhuizen. „Dat heeft toch helemaal geen charme. Dan liever de Augusta, één van de weinige straten van São Paulo die altijd leeft.”

Monsieur Plas

zaterdag, juni 25, 2011

Brazilianen aan de bamischijf

Uit de Financiële Telegraaf van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------
Duizenden Brazilianen trokken afgelopen weken in hartje Sao Paulo hun eerste bamischijf en ’brodie kroket’ uit de muur. „Het is lekker, goedkoop en makkelijk. Dat niemand hier eerder op is gekomen!”, roepen de enthousiaste klanten.

De automatiek heet Quickies, „de eerste snackbar volgens Febo-concept in Zuid-Amerika”, aldus oprichter Marcus Vinicius de Lima (44). De Braziliaan, die 180 vestigingen in zijn land wil openen in de komende vijf jaar, heeft dan ook een Nederlands verleden.

„Ik vertrok op mijn 19e naar Nederland. Liefde”, vertelt de ondernemer, terwijl achter hem enkele Brazilianen nieuwsgierig langs zijn snackmuur schuifelen. „Ik had weinig geld, at vaak uit de muur en nam me voor om dat mooie concept ooit eens in Brazilië uit te proberen.”

De Lima, die redelijk goed Nederlands spreekt, keerde na twaalf jaar terug naar zijn geboorteland. „Ik heb eerst goed verdiend met een eigen tankstationketen. Maar dat was een maffioos wereldje waarin ik me niet prettig voelde.”

In 2006 verkocht hij alles om zijn oude plan te realiseren. „Natuurlijk ben ik niet de eerste Braziliaan die potentieel zag in ’eten uit de muur’. Om het ook in praktijk te brengen is een ander verhaal. Ik lanceer in één keer een nieuw concept, een nieuw merk en nieuwe producten. Het heeft me niet voor niets vijf jaar gekost om het voor te bereiden.”

Quickies (startinvestering € 1 miljoen) staat op eigen benen, het is geen franchise van Febo.

De Lima koopt zijn loketautomaten bij de Nederlandse leverancier ADM, net als Febo overigens. Verder liet hij een Nederlandse kroketbakker overkomen om de Braziliaanse koks de fijne kneepjes te leren. De ingrediënten komen uit Brazilië, behalve de Nederlandse patat. De productie wordt op den duur verplaatst naar een eigen snackfabriek.

Sommige snacks zijn aangepast aan de lokale smaak en taal. Om de tongbrekers ’broodje’ en ’schijf’ te ontlopen, staan er een ’brodie kroket’ ( € 1,30) en een ’bami’ ( € 0,85) op het menu.

Ook zijn de bamischijf en goulashkroket ( € 0,85) minder pikant gemaakt voor de Brazilianen. En een ’patatje met’ gaat hier met ketchup over de toonbank en niet met mayonaise.

Om de Zuid-Amerikanen niet met louter nieuwigheden te overvallen, ligt er een variant op een populaire lokale kipsnack (coxinha) achter de raampjes. Om dezelfde reden wacht De Lima voorlopig met het introduceren van satésaus en frikadellen.

Op de openingsdag werden de raampjes welgeteld 1387 maal opengetrokken. Nu, 3,5 week later, telt De Lima een daggemiddelde rond 2000. De rundvleeskroket (à slechts € 0,45 en net zo lekker als bij de Febo) is de grote verkoopkampioen.

„Het grote verschil met bestaande Braziliaanse snacks is de dubbele paneerlaag”, vertelt snackmeester Cristiano Mello in de keuken. „Daarnaast moeten de ingrediënten exact gedoseerd worden om een goede kroket te krijgen, terwijl dat bij Braziliaanse snacks niet zo nauw luistert.”

De Braziliaanse telefoniste Carla Teodoro komt elke dag een rundvleeskroket uit de muur trekken in haar lunchpauze. „Ze zijn erg lekker. En het is echt een uitkomst dat je niet in de rij hoeft te staan.” Het ontbreekt alleen nog aan een frisdrankautomaat en een kabeljauwkroket, vindt ze. „Brazilianen zijn dol op kabeljauw.”

Quickies opent binnenkort ook vestigingen in drie metrostations. Maar eerst komen er drie nieuwe snackbars in het centrum.

De Lima is voorlopig ’s nachts niet open. „Daar is het centrum te ruig voor. Maar in andere wijken en steden willen we op het stappubliek mikken, net als de Febo in Nederland.”

dinsdag, juni 21, 2011

Column Overval

Hij staat vandaag ook op de Telegraaf-site.
---------------------------------------------------------------------------------
Er komt geen einde aan de rode metrolijn van São Paulo. Terwijl de sloppenwijken langs de ramen flitsen, staat een vrouw te dommelen in de propvolle wagon. Ze schrikt wakker van het eindpunt: station Corinthians-Itaquera.

Voetbalfans uit de hele wereld stappen hier over drie jaar uit voor de openingswedstrijd van het WK. Pal naast het station gaat de populaire volksclub Corinthians daartoe een nieuw stadion bouwen, het Itaquerão (prijskaartje: 450 miljoen euro).

São Paulo heeft al een groot en modern stadion (Morumbi), maar de club die daarin speelt (São Paulo) leeft op voet van oorlog met de voorzitter van de Braziliaanse voetbalbond. De bond sprak een veto uit over het Morumbi-stadion.

Een duur grapje, letterlijk en mogelijk ook figuurlijk. Want de bouw van het Itaquerão is een race tegen de klok geworden. Er dreigt een afgang als bij het WK van 1950, toen het Maracanã-stadion in Rio de Janeiro nog één grote bouwput was bij de aftrap.

“Brazilië heeft alles om een schitterend WK te organiseren. In 2038”, kopte een tijdschrift.

Tijd voor een kijkje op de bouwkeet. Ik loop over een viaduct het metrostation uit richting ‘stadion’. Algauw beland ik in een niemandsland met struikgewas. Plots zie ik twee jongens van achteren naderen. Ik sprint weg, maar het is te laat.

“Ik snijd je open als je nog iets geks doet”, zegt een halfbloed met een groot mes. “Laat je geld zien”, maant een pokdalige zwarte met een pistool.

Rustig haal ik mijn broekzakken leeg. Na ruim vijf jaar in Brazilië moest dit toch een keer gebeuren. Gelukkig blijken de overvallers tevreden met de buit van zo’n 120 euro en mijn mobiel.

“En je rugzak?”, vragen ze, kalmer nu. Daar gaat mijn dure digitale camera, denk ik. Maar: “Die mag je houden. Ok journalist?”, zegt de zwarte, op wie ik intussen wat heb ingepraat. Dankjewel!

Als het duo verdwenen is, word ik gewenkt door vier mannen die het tafereel van een afstandje hebben gadegeslagen. “Er zijn hier elke dag overvallen. We lopen in gewapende groepjes van de metro naar ons werk”, vertellen ze.

Politie is er in geen velden of wegen te bekennen. Ook na een belletje komen de dienders niet opdagen.

Je kunt een leukere plek verzinnen voor een groot voetbalfeest. Maar de bouw van het Itaquerão is deze maand in ieder geval begonnen.

donderdag, december 30, 2010

Column Buikdanser

Uit De Telegraaf.
-------------------------------------------------------------------------------------
Om als partner van een expat ook zelf carrière te maken, is een zekere soepelheid vereist. Kamal Al-Bayaty (53) is iemand die hier in ruimte mate over beschikt.

De buikdanser uit Bagdad is getrouwd met een Nederlandse diplomate in São Paulo. Met zijn rode schoenen, doorschijnende shirts en lange grijze haren is de choreograaf een opvallende verschijning op cocktails in de Nederlandse gemeenschap.

“Ik hou me een beetje in op de officiële gelegenheden. Ik slik mijn slechte grappen in, uit respect voor het werk van mijn vrouw. Maar een pak zie je mij niet dragen ”, vertelt hij thuis.

Voor de bekende buikdansleraar is São Paulo na Berlijn, de Canarische Eilanden, La Paz en Jakarta de vijfde plek waar hij aan de bak probeert te komen.

“Ik ben nooit een man van ‘home sweet home’ geweest. Wel zo handig als je met een diplomaat leeft. Maar ik moet zeggen dat de aanpassing me in Brazilië voor het eerst echt tegenvalt.”

Al-Bayaty gaf in São Paulo onder meer les op de grootste buikdansschool van Zuid-Amerika. Maar na een paar maanden hield hij het voor gezien.

“Mijn studenten liepen alleen maar met hun tieten en billen te schudden. Dat heeft niks met buikdansen te maken. Het is een kunst, het draait om elegantie. Maar Brazilianen zien het als een pornodans. Daar pas ik voor. Al ben ik echt niet preuts en ook geen moslim. Ik ben een artiest, geen pornoboer!”

De geboren Irakees laat wat video’s van optredens in La Paz en Jakarta zien. In Bolivia en Indonesië wist hij uit het niets een dansacademie op te zetten. “De mensen waren er veel leergieriger. De cultuur was er ook niet zo macho als hier. En ik paste me aan door de Arabische muziek met lokale stijlen te mengen.”

Zo wervelden na een tijdje zelfs de grove Boliviaanse indianenvrouwen met hun dikke plooirokken met blote buiken over het podium.

Maar nu? Al-Bayaty’s vrouw heeft nog drie jaar te gaan in São Paulo. Gaat hij zolang achter de geraniums zitten? “Geen sprake van. Qua dansen blijf ik bezig met de vorige standplaatsen. En hier thuis vermaak ik me met het maken van kleren, schilderijen en gedichten. Ik put veel inspiratie uit São Paulo. Deze machostad maakt me woedend.”

'São Paulo'. Een schreeuw van woede tegen een stad die je lief kunt hebben of intens kunt haten. Het schilderij oogt weliswaar niet boos, maar Al-Bayaty's verhaal erachter is dat wel. Wie nieuwsgierig is, zal ik de symboliek nog eens toelichten.

woensdag, november 17, 2010

Column Geesten

Uit de krant van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------------
Geesten zijn in Brazilië onderdeel van het dagelijks leven. Miljoenen mensen bezoeken centra waar mediums contact leggen met overleden familieleden en onbekende geesten.

Als aanhangers van het spiritisme geloven ze dat je geest het eeuwige leven heeft en na de dood in een ander lichaam trekt (reïncarnatie).

Dit jaar is het een eeuw geleden dat het bekendste Braziliaanse medium, Chico Xavier, werd geboren. Reden voor een film over het leven van deze weldoener, die gesouffleerd door geesten ruim vierhonderd boeken schreef, met zijn ogen dicht! De film brak alle records.

Een Braziliaanse vriendin nam me onlangs op sleeptouw naar zo’n centrum in São Paulo. Het leek van buiten meer op een buurthuis dan op een religieuze tempel. Langs een snackbar en een boekwinkeltje liepen we naar een zaaltje achterin het gebouw.

Hier werden ‘passes’ uitgedeeld, een soort schoonmaakbeurt voor de ziel, waarbij een medium positieve energie overbrengt van zogeheten ‘verheven’ geesten. Als nuchtere Nederlander klonk me dat nogal onwaarschijnlijk in de oren, maar goed.

Een dame heet de nieuwkomer welkom en legt uit wat de bedoeling is. “Rechtop zitten, handen op je bovenbenen, ogen dicht houden en je openen voor wat komt.”

Een minuut later zit ik op een krukje in een donkere naastgelegen ruimte. Voor me staat een medium dat haar hand vlak boven mijn hoofd houdt. Na een seconde of tien voel ik iets veranderen. Na anderhalve minuut is ze klaar.

De rest van de dag heb ik een licht, helder gevoel en enkele goede ideeën. Mijn benen zijn wiebelig. Merkwaardig. Er is iets gebeurd in de donkere kamer, maar wat? Heeft het medium me soms gehypnotiseerd of gedrogeerd?

Een paar weken later neem ik nog een ‘passe’, ditmaal met twee Hollandse vrienden. Eén zegt niks te voelen, de ander wel wat. Ook ik bespeur weer een zekere energie in de ruimte, maar het effect is ditmaal veel zwakker. Het geeft te denken.

Hoe dan ook komt het centrum me sympathiek voor. Anders dan in Braziliaanse pinksterkerken, komt er geen geldbakje langs. Er worden geen medische en financiële wonderen beloofd. Er staat geen dominee met zijn vingertje te zwaaien.

“Je moet niks hier”, zegt mijn Braziliaanse vriendin. “Het spiritisme is gericht op persoonlijke groei. Doe ermee wat je wilt.”

donderdag, september 30, 2010

Een dagje São 'Power'

Uit het reiskatern van De Telegraaf.
------------------------------------------------------------------------------------
São Paulo in één dag willen zien? Een stad van twintig miljoen inwoners? Gekkenwerk! Maar als je bezoek uit Nederland krijgt, dan draai je wat je gevraagd wordt. De enige echte Braziliaanse wereldstad staat nu eenmaal niet bekend als een paradijs voor toeristen. Dus we gaan een poging wagen. Start de klok!

Om gelijk even de kracht en het tempo van São Paulo te voelen, pakken we in de ochtendspits de metro naar het ‘Braziliaanse Manhattan', de Avenida Paulista. We kuieren tussen zakenmannen en kantoorkolossen naar het einde van de vier kilometer lange ansichtkaart van de stad.

Hier (metro Paraiso) ligt het Casa das Rosas, een oud landhuis dat mooi standhoudt tussen het betongeweld. Op het terras in een parkje vol rozen en fruitbomen kun je lekker rustig koffie drinken.

Kantoorkolos op Avenida Paulista

We lopen terug richting het Museum voor Moderne Kunst (MASP). Een topmuseum waar je de tijd voor moet nemen, dus een bezoek zit er vandaag niet in. We laten het gekrioel van ‘de Paulista’ achter ons.

Na een steile afdaling komen we uit in Bixiga, een pittoresk Italiaans wijkje vol ‘cantinas’ en gekleurde huisjes. Smeltkroes als São Paulo is, lopen we even later alweer tussen Aziatische gezichten en boeddhistische tempels in de wijk Liberdade. Hoewel deze van origine Japanse buurt gestaag wordt overgenomen door Chinezen, Koreanen en Brazilianen, blijft het een toplocatie om sushi te eten.

In een sakebar op de hoofdstraat (Galvão Bueno 364) kunnen ook exclusieve viseieren worden geproefd, ‘karasumi’, “het meest verfijnde, duurste en lekkerste aperitief voor sake.” Japanners schijnen er een moord voor te doen.

Japanse supermarkt in Liberdade

Via Liberdade lopen we het historische centrum binnen. Dat is niet bepaald moeders mooiste, zoals schoonheid sowieso niet het sterkste punt is van ‘Sampa’ (al maken we een uitzondering voor de vrouwen op straat).

Maar ook lelijkheid kan indrukwekkend zijn. Kijk maar vanaf de 35e verdieping van de Banespa-toren, waar je op doordeweekse dagen (10h-15h) gratis de lift kunt pakken. Je kunt hier op het dak een rondje lopen en je 360 graden lang vergapen aan de woekerende betonjungle.

“Ik heb nog nooit zo’n rare skyline gezien. Er is geen enkel oriëntatiepunt,” zegt mijn Nederlandse bezoek. Jammer dat de suppoost ons binnen vijf minuten wegbonjourt. Dat is gebruikelijk, vertelt hij, vanwege de beperkte ruimte boven. Begin dus gelijk met foto’s maken. Wie de tijd wil nemen voor het uitzicht, kan elders in het centrum voor zeven euro terecht op de 45e verdieping van het Edificio Italia (metro República).

Oriëntatiepunt?

Na al dat gewandel wordt het hoog tijd voor de lunch. In São Paulo heeft zowat elke keuken ter wereld een eigen restaurant, dus aan keus geen gebrek. We lopen langs het klooster van São Bento over de Rua 25 de Março.

Deze mierenhoop vormt de bekendste straatmarkt van Brazilië. Leuk om rond te kijken, maar pas een beetje op. Een aantrekkelijk geprijsde USB-stick (64 GB!)die ik hier onlangs aanschafte bij een straatventer, bleek thuis op de computer geen sjoege te geven.

Achter de Rua 25 de Março ligt een leuke eetgelegenheid: de Mercado Municipal. In deze gezellige oude markthal is werkelijk alles te krijgen op culinair gebied, van kaaimanbiefstuk tot Braziliaanse kazen tot de betere merken van de suikerrietdrank cachaça (de basis voor caipirinha, de beroemde nationale cocktail).

Culinaire anatomie van de kaaiman

De Brazilianen storten zich bij de lunch op twee traditionele snacks: het broodje mortadela (geen aanrader als je niet van moddervette worst houdt) en balletjes kabeljauw (wel erg lekker). Boven worden op volle terrassen ook visschotels en koud tapbier geserveerd.

We slenteren nog wat langs de bonte marktkramen en duiken vervolgens de metro weer in (station São Bento). Het is namelijk tijd voor de misschien wel leukste wijk van de stad, Vila Madalena.

Om te beginnen staat deze voormalige bohemienbuurt vol bloeiende tropische bomen (hibiscussen, palmen, acacia’s). Ook is het verkeer er minder dominant aanwezig dan elders in de stad. Liefhebbers van winkelen komen aan hun trekken bij de vele hippe boetiekjes, waar je de mafste dingen kunt kopen (van matroesjka’s tot Indonesische maskers).


Voor ieder wat wils in Vila Madalena

Ook het tiental restaurants waar je voor 15 à 20 euro onbeperkt sushi kunt eten, is zonder meer een sterk punt van deze heuvelachtige buurt. Maar Vila Madalena is vooral populair door de talloze kroegen.

De ‘paulistanos’ verzamelen zich na het werk rond het hart van de wijk (de kruising Rua Aspicuelta/Rua Mourato Coelho). Plots blijkt de stad van auto’s en hekken ook op straat gezellig te kunnen zijn. Cafés als Filial en Genesio zitten ook doordeweeks tot laat in de nacht vol.

Café in Vila Madalena

“Ik heb in Londen en New York gewoond, maar alleen in São Paulo gaat het echt altijd door”, vertelt een jonge Nederlandse zakenbankier.

Buiten Vila Madalena kan ook in buurten als de Rua Augusta, Barra Funda (beide meer underground) en Itaim Bibi (meer Miami-achtig) dagelijks tot in de vroege uurtjes worden doorgehaald. Van sambarock tot house tot Braziliaanse volksmuziek, er is voor ieder wat wils in deze stapstad van 1001 stammen.

Tegen het einde van de nacht nog zin om te eten? Geen probleem, São Paulo is een stad waarin weinig geslapen wordt. Het broodje warme ham van 24-uurs bar Estadão (Viaduto 9 de Julho, centrum) is bij voorbeeld een nachtelijke klassieker. Stop de klok!

-------------------------------------------------------------------------------------
Veiligheid

São Paulo is afgelopen tien jaar één van de veiligste grote Braziliaanse steden geworden. Toeristen hebben er minder last van criminaliteit dan in Rio. Daar ligt een deel van de sloppenwijken pal achter de strandwijken, terwijl de armoede in São Paulo naar de buitenwijken is verdreven. In het historische centrum is het wel oppassen geblazen (vooral voor crackverslaafden), zeker in het weekend als kantoren zijn gesloten en er weinig mensen op straat lopen.

-------------------------------------------------------------------------------------
Verkeer

Het verkeer is ergernis nummer één in São Paulo. Gelukkig is de metro wel snel, overzichtelijk en schoon. De meeste bezienswaardige wijken zijn bereikbaar per metro. Ook de benenwagen is een goed alternatief, al zijn de afstanden en de heuvels soms pittig. Pak ’s avonds de taxi. Veel straten zijn dan uitgestorven. Het kan handig zijn om het adres op een briefje te schrijven. Braziliaanse taxichauffeurs spreken nauwelijks Engels.

Topmetro
-------------------------------------------------------------------------------------
Jetset

De steenrijke elite van São Paulo is een bezienswaardigheid op zich. In ‘AAA’-disco’s als Pink Elephant betaalt een man ruim honderd euro entree en loop je kans om Ronaldo en andere bekende Brazilianen tegen het lijf te lopen. Wie zich zonder te betalen onder de jetset wil begeven, kan terecht in de Skyebar, bovenin Hotel Unique. Op het verwarmde dakterras geniet je op zachte banken van een weids uitzicht. Een watermeloencocktail kost elf euro (het hotel oogt van buiten als een stuk meloen).
-------------------------------------------------------------------------------------
Reiswijzer

KLM vliegt zeven keer per week rechtstreeks van Amsterdam naar São Paulo. Iberia en TAP bieden over het algemeen de laagste tarieven. Je maakt dan wel een overstap in respectievelijk Madrid en Lissabon.
-------------------------------------------------------------------------------------
Restaurants

Braziliaanse grill: Barbacoa, Fogo do Chão (meerdere vestigingen)
Japans: Zeni Sushi (Rua Delfina 131)
Arabisch: Al Kebab (Rua Mourato Coelho 1168)
Peruaans: Killa (Rua Tucuna 689)
Marokkaans: Tanger (Rua Fradique Coutinho 1664)
-------------------------------------------------------------------------------------
Uitgaan

Studio SP (poprock, Rua Augusta 591)
Grazie a Dio (samba rock, Rua Girassol 67)
Clash Club (elektronisch, Rua Barra Funda 969)
D-Edge (elektronisch, Alamedo Olga 170)
Canto da Ema (forró  volksmuziek, Av. Brig. Faria Lima 364)
-------------------------------------------------------------------------------------
Overnachten

Vila Madalena Hostal (hostel, Rua Francisco Leitão 686)
Hotel Ibis São Paulo (midden, Rua Eduardo Viana 163)
Renaissance São Paulo (duur, Alameda Santos 2233)


Zelfs strand in São Paulo!(een vlonder bij SESC Pompeia, een oude fabriek die is opgeknapt tot een cultuur- en sportcomplex)

dinsdag, april 06, 2010

Column Alphaville

Column uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Eerst het goede nieuws. Afgelopen tien jaar is het aantal Braziliaanse sloppenbewoners met 10,4 miljoen afgenomen, aldus onderzoekers van de VN. Minder heuglijk is dat het land wel vijf van de twintig meest ongelijke steden ter wereld telt.

Het contrast tussen extreem rijk en arm komt scherp in beeld in de ‘Favela Tour’ van Ditte Kuiper uit São Paulo (de 39e stad op de lijst).

De excursie van de Nederlandse begint bij haar thuis in Alphaville, een zeer welgestelde ‘gated community’. “We wonen hier voor onze veiligheid”, vertelt ze bij de koffie.

“Als je in een huis in de stad gaat wonen is de vraag niet óf je wordt overvallen, maar wanneer. In Alphaville kunnen onze kinderen gewoon op straat spelen.”

Langs de Laan van Noorwegen en de Parijs-avenue staan kastelen van villa’s opgelijnd. Op wat palmbomen na doet niets in Alphaville aan Brazilië denken. We rijden naar buiten over de strak bewaakte wijkgrens.

Optrekje in Alphaville

Een kwartiertje verderop ligt de sloppenwijk Vila Amizade. Vlak naast een rioolriviertje woont de 28-jarige Rosinete Evigelia. Ze heet ons welkom in haar claustrofobische krot.

Er hangt een hete, vochtige walm binnen. De huiskamer wordt voor driekwart gevuld met twee bedden. Een binnenmuurtje staat op instorten door de continue lekkages. Haar gulle lach maakt even plaats voor een brok in de keel.

“Ik ben als de dood dat de kinderen de muur omstoten.” Geld voor reparatie is er niet. Het maandinkomen van de vijfkoppige familie bedraagt tachtig euro.

Rosinete Evigelia in haar huiskamer

Kuiper doet via de stichting Casa Familia e Vida iets aan de misère in de wijk. Ze heeft met steun uit Nederland een educatief centrum gebouwd. Een deel van de moeders dat de kinderen hier laat leren, krijgt voedselbonnen. En werkloze vrouwen als Evigelia kunnen een vak leren in de kapsalon en het atelier van de stichting.

Maar ook voor de ontwikkelingswerker blijft Vila Amizade uiteindelijk een andere wereld. “Voor zessen moet je weg zijn uit de wijk. Dan gaan er andere regels en wetten gelden en komen de bandieten uit hun holen. Het is altijd heerlijk om terug te komen in de rust van Alphaville. Al weet ik dat we in een gouden kooi leven.”

maandag, februari 08, 2010

Column Zondvloed

Terug van weggeweest. Januari stond voor mij in het teken van Haïti. Onderstaand weer eens een Braziliaans stukje uit de krant van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------------
De zondvloed duurt nu al 47 dagen. São Paulo staat bekend om zijn knallende onweersbuien, maar deze zomer is het noodweer wel erg extreem.

Het is elke dag hetzelfde luidruchtige liedje. De hitte die zich in de loop van de dag ophoopt, komt tegen het einde van de middag tot explosie. En wee degene die dan nog geen beschutting heeft gezocht.

De donder en bliksem zijn van een kracht die we in Nederland niet kennen. Er ontstaan door de wolkbreuk direct kolkende riviertjes op de weg. Laatst overkwam het me dat ik al fietsend draaikolken moest ontwijken op straat.

Ook twee uur gevangen zitten op een bushalte die in een eiland verandert, blijkt erbij te horen in het ‘Venetië zonder gondels’. Sommige bedrijven laten hun personeel daarom eerder naar huis gaan.

Er zijn in de provincie São Paulo al 73 doden gevallen en 30.000 mensen dakloos geworden. Vooral in de sloppenwijken is de schade enorm. Buurten als Jardim Pantanal (Moerastuin) zijn al anderhalve maand één groot modderbad.

Vissen, ratten en slangen tieren welig in de huiskamers. Douchen? Niet zonder loopplank en een stoel. Bewoners klimmen ’s ochtends over de daken de wijk uit om met droge voeten op het werk te komen.

Braziliaanse weermannen geven de schuld aan El Niño, een natuurlijk fenomeen dat in heel Zuid-Amerika voor hogere temperaturen zorgt. Maar de stad van twintig miljoen inwoners heeft toch vooral last van de eigen onstuimige groei.

De belangrijkste afvoerkanalen van São Paulo, de rivieren Tietê en Pinheiros, zijn ingesnoerd door snelwegen. Door al het beton en asfalt is bijna de helft van de stadsbodem ondoordringbaar voor water. Wat ook niet helpt, is dat putten verstopt raken door het afval dat op straat wordt geloosd.

Er wordt wel wat gedaan aan de overlast. Rond de stad worden grote bassins aangelegd om de neerslag op te vangen. Ook wordt meer groen geplant om de overkokende betonzee af te koelen.

Of de volgende zomer daarmee minder stressvol wordt? Het lijkt water naar de zee dragen.

maandag, oktober 12, 2009

Brazilië ziet fiets als speelgoed

Column uit De Telegraaf van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
Het gebeurt niet vaak dat fietsers de macht grijpen op de Avenida Paulista. Maar vanavond rijdt er een heus peloton tussen de kantoortorens in het hart van São Paulo. Het asfalt is strak als een biljartlaken. Wat zou hier een fantastisch fietspad kunnen liggen!

We blokkeren een kruispunt en heffen onze stalen rossen ter hemel. “Minder auto’s, meer fietsen!”, zo schreeuwen de Don Quichottes hun kelen schor. Voetgangers kijken meewarig toe. Een woud van koplampen staart ons geïrriteerd aan vanuit het donker. Een motorrijder probeert er toeterend door te komen.

“Gewoonlijk nemen ze óns te grazen in het verkeer. Nu zijn wij aan de beurt om een beetje te treiteren,” lacht Rogerio Telles – al vier keer aangereden met zijn fiets. Hij hoort bij de harde kern van de ‘Bicicletada’, een groep fietsactivisten die één keer per maand demonstratief door de stad rijdt.

credit: JP Almeida

Ze hullen zich daarbij in clown- en gasmaskers en T-shirts met lollige teksten als ‘Plezier tussen de benen’. De groep houdt de blokkade een paar minuten vol en rijdt – onder escort van een politiewagen – verder naar het historische centrum.

Fietsen vereist guerrillavaardigheden in de betonjungle van São Paulo. Er rijden vijf miljoen auto’s rond en elke dag komen er achthonderd bij. Fietspaden zijn er nauwelijks, dus kalken de activisten soms zelf maar een fietsstreep op het wegdek.

Het gevecht om een beetje ruimte is namelijk zeer de moeite waard. De fiets komt bij een jaarlijks wedstrijdje met andere vervoermiddelen steevast als snelste uit de bus. Geen wonder, de heilige koe rijdt in São Paulo’s infernale middagspits gemiddeld vijftien kilometer per uur. ‘Paulistanos’ zitten dagelijks 2 uur en 43 minuten gevangen in het verkeer.

Je hoeft toch geen geitenwollen sok te zijn om te stellen dat het hoog tijd is voor betere alternatieven. Vorige maand was er een succesje. De gemeente opende een fietsstrook van vijf kilometer. Detail: alleen te gebruiken op zondag van 7.00 tot 14.00 uur.

Tja. Dat schiet dus niet op zo. De fiets is hier de status van speelgoed nog niet ontstegen.

maandag, oktober 05, 2009

São blikt terug op terreurgolf

Uit De Telegraaf van vanochtend.
-------------------------------------------------------------------------------------
Ze wisten ‘de stad die nooit stilstaat’ dagenlang lam te leggen. In São Paulo is het megaproces begonnen tegen de leiders van de machtige gevangenisbende PCC.

Tegelijkertijd ging dit weekend een film in première over de ongekende terreurgolf die de PCC op de wereldstad losliet. De Braziliaanse Oscarkandidaat ‘Salve Geral’ neemt de kijker terug naar het moederdagweekend van 2006.

PCC-leider Marcos ‘Marcola’ Camacho reageert dan woedend op zijn overplaatsing naar een zwaarbewaakte gevangenis in het achterland van São Paulo. Hij geeft zijn straattroepen, dat weekend ruim in aantal dankzij moederdagverlof, met een paar telefoontjes het sein ‘salve geral’: aanvallen!

Er wordt in het wilde weg geschoten op politiebureaus, banken en winkels. Bijna vijftig agenten worden vermoord en de politie executeert uit wraak honderden ‘verdachten’.

Miljoenen Brazilianen zitten gegijzeld thuis. De furie komt pas ten einde na een deal tussen Marcola en de gouverneur van São Paulo, wat door de laatste overigens wordt ontkend.

De film was op voorhand al omstreden. Regisseur Sergio Rezende zou sympathie tonen voor de PCC. Hij maakt haarfijn duidelijk dat de autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de groei van dit paard van Troje achter de tralies.

De PCC werd in 1993 opgericht uit woede over de beestachtige toestanden in de gevangenissen. De organisatie fungeerde als een soort vakbond voor gevangenen. Pas in 2001 erkennen de autoriteiten het gevaar van de PCC.

Het aantal leden wordt inmiddels geschat op 100.000. En de gevangenissen blijven overbezet. Een tijdbom.

“Er kan ieder moment iets heel ernstigs gebeuren”, waarschuwt Nagashi Furukawa, de voormalige gevangenissecretaris van São Paulo. Hij denkt bij voorbeeld aan een massale uitbraak.

De PCC is behendig in het binnensmokkelen van mobiele telefoons en controleert daardoor ook op straat de misdaad. Drugshandel, ontvoeringen, bankovervallen; van de ooit nobele intenties is niets over.

Marcola, een voormalige bankovervaller die al vier keer uit de gevangenis ontsnapte, wordt in de eerste van tien rechtszaken beschuldigd van de moord op een rechter. Zijn rechterhand ‘Julinho Carambola’, werd hiervoor vrijdag tot 29 jaar cel veroordeeld.

maandag, juni 29, 2009

Rocken in de Sneeuwbalkerk

De Braziliaanse Bola de Neve Church (‘Sneeuwbalkerk’) laat het Vaticaan zien hoe je jongeren naar de kerk lokt. Een surfplank dient als preekstoel en de hippe voorganger begint de dienst met een rockconcert.

God swingt bij priester ‘Rina’, surfkledingverkoper en oprichter van de Sneeuwbalkerk. En die boodschap slaat aan, zo blijkt in de afgeladen centrale tempel in São Paulo.

Het publiek, gekleed in sportschoenen, petjes en strakke spijkerbroeken, wordt opgezweept door een knallende rockband. ‘Heilig, heilig, heilig’, zingt Rina. De zaal brult mee. Er wordt gehuild, gelachen en geknuffeld in de kerkbankjes.

De Sneeuwbalkerk verspreidt zich rap onder Braziliaanse jongeren en is al vertakt tot in Rusland, Australië en India. Maar wat hebben een surfplank en een rockshow nog met geloof te maken?

“Het maakt niet uit welke brug naar God je gebruikt”, zegt Rina (35). “Jongeren moeten zich hier op hun gemak voelen.” De kerk houdt ook diensten op het strand en sommige filialen hebben een skatebaan tussen Gods muren.

Na een uur zingen en swingen springen de tl-lichten in de tempel aan. Terwijl de basgitarist aan zijn snaren blijft plukken, begint Rina te preken. Het is religieuze peptalk: ga studeren, val af, kom op voor jezelf. Via grapjes maakt hij duidelijk dat drank en seks voor het huwelijk taboe zijn.

Dan wordt de gelovigen gevraagd om een financiële bijdrage, waarbij minder druk wordt gezet dan in andere pinksterkerken. De Sneeuwbalkerk kan het zich permitteren, want er wordt goed bijverdiend aan de verkoop van cd’s en surfkleding.

Terwijl de vrouw van Rina nog een knalhard rapnummer zingt, schuift Nathaniel Guimaro (28) vijf realen (1,80 euro) in het geldbakje. “De Sneeuwbalkerk heeft me op het rechte pad gebracht. Ik kan mijn geld beter hier uitgeven dan aan bier en vrouwen. De kerk is serieus, maar de sfeer is lekker informeel.”


Nathaniel Guimaro en priester Rina (respectievelijk voor en achter het preekgestoelte)

Door de groei van evangelische kerken is Brazilië, het grootste katholieke land ter wereld, op weg een overwegend protestants land te worden. Als de trend zich doorzet, is dat in 2022 het geval. “God is bij ons levend. Hij is menselijk en dichtbij”, zo verklaart Rina het succes.

woensdag, juni 24, 2009

‘Hollandse mannen ruiken lekker’

Dit overzicht is niet beschikbaar. Klik hier om de post te bekijken.

vrijdag, mei 15, 2009

São Paulo de straat op

Uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
“Je kunt hier dagenlang onopgemerkt dood op straat liggen.” Het was voor de diplomatenvrouw even wennen aan de residentie in de villawijk Morumbi in São Paulo.

Ze kijkt uit op een tientallen meters hoge muur van de overbuurman. Ook een blokje om lopen om de buren te leren kennen heeft weinig zin. Als er al een stoep naast de weg ligt, is het een mijnenveld. Met de auto ben je immers ook zo in de supermarkt.

Waar Zuid-Amerikaanse metropolen als Rio en Buenos Aires borrelen van het leven op straat, vormt São Paulo een extreme uitzondering. De bewoners zijn vies van hun eigen openbare ruimte.

Ok, de stad is geen toppunt van schoonheid en een strand heeft ze ook al niet. Maar het klimaat is lekker en er groeit zo randje tropen toch aardig wat groen in de betonnen jungle.

Het kan de ‘paulistanos’ niet bekoren. Verschanst in anonieme woontorens, kruipen ze bumper aan bumper van parkeergarage naar parkeergarage de stad door.

De jongste trend: privébossen achter de hekken planten, teneinde de bewoners de tocht naar zo'n eng publiek park te besparen.

Het stadsbestuur doet zo nu en dan een poging om de bevolking samen de straat op te krijgen. De meest geslaagde is een jaarlijks spektakel dat deze maand voor de vijfde maal werd georganiseerd, de Virada Cultural.

Dit is een 24-urige cultuurmarathon van achthonderd optredens door de hele stad. Plots liepen er vier miljoen mensen op straat!

Het verlaten centrum bleek over onvermoede charmes te beschikken. Historische gebouwen begonnen spontaan te glimmen van zoveel aandacht.

Er was veel politie op de been en voor de verandering functioneerde het openbaar vervoer ’s nachts. Van pleinvrees was spontaan niets meer te merken. Voor herhaling vatbaar, burgemeester!

Wie zich wil vergapen aan de overweldigende lelijkheid van São Paulo, kan van 30 mei tot en met 23 augustus terecht in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. De tentoonstelling heet ‘Brazil Contemporary’.

zaterdag, april 18, 2009

Veel minder uitstoot broeikasgassen São Paulo

Uit De Financiële Telegraaf van vanochtend.
-----------------------------------------------------------------------------------
Op vuilnisbelten in ontwikkelingslanden is veel en relatief gemakkelijk winst te halen in de strijd tegen het broeikaseffect. Nederlandse bedrijven als Arcadis merken in Brazilië dat er ook een goede boterham aan te verdienen is.

Geen gieren, geen scharrelaars, amper stank. Bedekt door een laag gras, ligt de 150 meter hoge vuilnisbelt São João er discreet bij aan de rand van São Paulo. Groeien doet de zeventien jaar oude berg niet meer. Integendeel, hij is al een meter of vijftig gekrompen. Door de gebrekkige scheiding van huisvuil is bijna de helft organisch afval, dat langzaam wegrot.

De broeikasgassen die daarbij vrijkomen (hoofdzakelijk methaan) worden opgevangen door het Nederlands-Braziliaanse consortium Biogas, waarin het ingenieursbureau Arcadis en het Friese milieutechniekbedrijf Van der Wiel deelnemen.

De gassen worden aangezogen met compressoren en via buizen naar de top van de heuvel geleid. Daar wordt het verbrand in een warmtecentrale, waarmee honderdduizenden Brazilianen vijftien jaar lang van stroom worden voorzien.

Credit: Paulo Fridman

Doordat Biogas hetzelfde kunstje doet op de andere grote vuilnisbelt van São Paulo, Bandeirantes, is de impact op het milieu enorm. “De gemeente stoot nu 20 procent minder broeikasgassen uit”, verzekert milieuwethouder Eduardo Jorge.

Dat lijkt wel een erg forse daling voor een industrie- en autostad van elf miljoen inwoners, maar toch is het cijfer aannemelijk. In 2003, een jaar voor de opening van de eerste centrale, waren de vuilnisbelten nog goed voor bijna een kwart van de uitstoot. In Rio de Janeiro, de tweede stad van Brazilië, is dat maar liefst 36,5 procent. Ter vergelijking: in New York ligt dat percentage dicht bij nul.

Niet toevallig is Rio’s vuilnisbelt Gramacho de volgende die Biogas op de korrel mag nemen. In juni wordt er een soortgelijke installatie geopend. De CEO van de Braziliaanse poot van Arcadis, Manoel da Silva, rekent handenwringend voor dat dit project op termijn tien miljoen ‘carbon credits’ (CER’s) moet opleveren.

In São Paulo is dat twee keer acht miljoen. Biogas bedong een minimumprijs van tien euro per CER (net onder de huidige marktprijs) en de voornaamste koper is de Duitse bank KfW.

De helft van de opbrengst gaat naar groene investeringen van de gemeente in de omgeving van beide vuilnisbelten. Inclusief de opbrengst van de stroom verwacht Da Silva op São João een rendement van 25 procent op een investering van 50 miljoen dollar.

Volgens de milieuwethouder van São Paulo staan andere Braziliaanse steden te trappelen om het voorbeeld te volgen. “Onder meer Manaus en Natal hebben zich bij ons gemeld. Logisch, want iedereen wint erbij.”