Posts tonen met het label toerisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toerisme. Alle posts tonen

zaterdag, augustus 20, 2016

'Brazilië heeft de wereld verbaasd'

Uit de krant van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------
Na de moeizame voorbereiding verlopen de Spelen zelf relatief probleemloos. "De openingsceremonie was een reset voor Brazilië. Je voelt het vertrouwen terugkeren", stelt Vinicius Lummertz van Embratur in een interview met deze krant.

Het hoofd van het Braziliaanse verkeersbureau ziet het niet meer mis gaan voor de sluitingsceremonie van morgen. "Daarvoor zit de stad in een te goede flow", vertelt hij in het Brazilië Huis op Rio's feestelijke Olympische Boulevard. "De stemming klapte om door de geslaagde opening. De wereld was verbaasd. Brazilië was tot dan toe louter negatief in het nieuws."

Zika, oplaaiend geweld in Rio, de mislukte schoonmaak van de stadsbaai, een zware politieke en economische crisis; het gehoopte imago-effect van de Spelen pakte averechts uit voor het gastland. "De aanloop was een hordeloop met steeds hogere horden", verzucht de Harvard-alumnus die op een blauwe maandag bij FC Den Bosch voetbalde.

De Braziliaan vindt dat sommige problemen uit hun verband werden gerukt. "Neem de zikamug, de millenniumbug van de Spelen. Dat beestje komt hier nauwelijks voor in de winter."

Afgelopen twee weken kroop Rio-2016 enkele malen door het oog van de naald. Een afgedwaalde kogel sloeg in op een internationaal perscentrum, op een paar meter van een Australische fotograaf. Tientallen gewapende overvallen op toeristen liepen af zonder doden of zwaargewonden. "Geweld blijft een enorm probleem in Rio. Maar ook dat moet je wel in perspectief zien. Het moordcijfer is afgelopen tien jaar gehalveerd."

Vinicius Lummertz in het Casa Brasil

Mede door het uitblijven van rampen en terreuraanslagen zegt bijna 90% van de olympische toeristen terug te willen komen, aldus een donderdag gepubliceerde enquête. Brazilië kan dat goed gebruiken. Zelfs in het topjaar 2014 ontving het land minder bezoekers (6,4 miljoen) dan Bahrein en Bulgarije. Waarom weet de Zuid-Amerikaanse reus zijn grote natuurlijke en culturele rijkdom niet beter te verkopen?

"Het klopt dat we ons potentieel niet benutten", zo erkent Lummertz dat er werk aan de winkel is. "Brazilië is een zeer gesloten land dat zich pas net begint te openen. Het lag in 1990 nog achter een ijzeren gordijn, slechts 10% van de economie was buitenlandse handel. Nu is dat 20%. Nog steeds weinig."

Hij ziet de organisatie van het WK en de Spelen als stapjes in de gewenste opening van Brazilië. Zo werd onder druk van de mega-evenementen buitenlands kapitaal en kennis binnengehaald om Braziliaanse vliegvelden te moderniseren. Rio verdubbelde het aantal hotelkamers met hulp van internationale ketens.

Ook aan de gebrekkige lokale beheersing van het Engels, een veelgehoorde klacht onder toeristen, wordt gewerkt. "Dit is qua taalonderwijs de derde markt ter wereld. Brazilianen proberen Engels te leren. Er kan door het isolement alleen weinig worden geoefend. Ook daar zijn deze evenementen goed voor," meent Lummertz.

En na de Spelen? "Er komt een regering die sneller wil integreren in de wereld", zo loopt hij vooruit op de waarschijnlijke afzetting van de linkse president Dilma Rousseff. Opvolger Michel Temer, een partijgenoot van Lummertz, heeft een meer liberale kijk op de economie. "Het belangrijkste is dat de economie weer gaat groeien. Hopelijk helpt de opkikker van de Spelen daarbij."

zondag, mei 15, 2016

Medellín méér dan Escobar

Uit De Telegraaf van zaterdag.
--------------------------------------------------------------------------------------
Op vakantie naar de stad van Pablo Escobar, de vroegere moordhoofdstad van de wereld? Is dat wel zo'n goed plan? Ja! Medellín bloeide na de dood van de beruchte drugskoning op tot een van de leefbaarste metropolen van Zuid-Amerika. Tegenwoordig is het grootste gevaar dat je verliefd wordt op de Stad van de Eeuwige Lente.

Strand, zee, Inca-ruïnes; Medellín mist het allemaal. Maar de Colombiaanse Andesstad van 3,7 miljoen inwoners is wel een plek waar je je snel op je gemak voelt.

Het begint al bij aankomst in de noordelijke busterminal. Hartelijke locals verdringen zich om de bezoekers op weg te helpen. Niet om iets te verkopen maar uit pure gastvrijheid. Het ritueel herhaalt zich op het naastgelegen metrostation Caribe.

Vandaar zoeven we in een moderne metro langs de kolkende Medellín-rivier naar de wijk El Poblado. Ons hostel blijkt gunstig gelegen in de groene buurt. Op loopafstand ligt een gezellige verzameling salsabars en restaurants.

Medellíns metro (credit: Alcaldia de Medellín)

De eerste wandeling voelt veilig en is na een paar dagen puffen aan de loeihete Caribische kust een verademing in Medellíns mild tropische klimaat. Op straat regent het vriendelijke knikjes. "Bienvenidos!" (welkom), roept een local spontaan.

De goede sfeer, ofwel 'buena onda', hangt overal in de stad. De Colombianen lijken oprecht blij met toeristen. Tot een jaar of tien geleden kwamen er door drugs- en guerrillageweld immers amper buitenlanders in hun land.

We merken soms wel dat de sfeer bekoelt als we over het pijnlijke verleden beginnen. Vooral het oprakelen van Escobar maakt praatgrage 'paisas' (locals) plots kort van stof.

Om toch meer te weten te komen, boeken we een dag later een heuse Escobartour. We kiezen voor een bedrijfje (PaisaRoad) dat bekend staat om zijn informatieve en confronterende excursies.

"We zouden deze geschiedenis het liefst vergeten", begint gids Paula (30) te vertellen in een busje vol gringo's. "Maar buitenlanders denken bij Medellín nu eenmaal eerst aan Escobar. We kunnen het verhaal beter zelf vertellen dan Hollywood", aldus de Colombiaanse die duidelijk geen fan is van Narcos, de populaire Netflix-serie die dit jaar een vervolg krijgt.

Gokken op cavia's in het centrum van Medellín

Voor de eerste stop rijden we een rustige woonwijk in. We stappen uit voor het witte Monaco-gebouw, een van de vijfhonderd panden die Escobar alleen al in Medellín bezat. Hij gebruikte vastgoed om zijn drugsmiljarden wit te wassen. "Zijn gebouwen waren wit ter ere van de cocaïne," weet Paula.

Het was op deze plek waar in 1988 de zwartste periode van Medellín werd ingeluid. Het rivaliserende Calikartel verklaarde Escobar de oorlog met een bomaanslag op het Monaco-gebouw. In de krankzinnige vijf jaar die zouden volgen, werden zo'n zeshonderd terreuraanvallen en dertigduizend moorden gepleegd.

Het busje zet koers naar het oude hoofdkwartier van het Medellínkartel. Dít witte gebouw werd opgeblazen door Los Pepes, afkorting voor De Slachtoffers van Pablo Escobar. De meedogenloze maffiabaas kreeg steeds meer vijanden.

"Iedereen die hem dwarszat kreeg de kogel. Rechters, journalisten, komedianten, ministers. Elke familie kent wel iemand die door Escobar is gedood. Het is een open wond voor Medellín", treurt de betrokken gids nu hoorbaar geëmotioneerd.

De volgende 'attractie' van de bizarre tour dient zich alweer aan. Het is het huis waar Escobar in 1993 zelf de dood vond na een lange klopjacht door leger en politie. Het wordt even stil in het busje als er wat schokkende foto's rondgaan. Militairen poseren op het dak van het huis triomfantelijk met het doorzeefde lijk.


Toch had Escobar ook veel bewonderaars. De 'Robin Hood paisa' liet hele woonwijken bouwen voor arme Colombianen. Zijn grafsteen op de begraafplaats Jardines Montesacro (Heilige Bergtuinen) is voor sommige latinos daarom een bedevaartsoord. "Voor mij blijft hij altijd de baas", zegt Don Federico, een onberispelijke Colombiaan die het graf schoon houdt op de mooie groene heuvel.

Op de terugweg naar het hostel begint Paula ons een beetje op de zenuwen te werken. Ze steekt de ene na de andere gitzwarte monoloog af over Colombia. Corruptie, drugs, geweld; alles is en blijft kommer en kwel. Er wordt met geen woord gerept over de opleving van Medellín in de 21e eeuw.

Voor een meer evenwichtige kijk is Real City Tours een aanrader. De rondleidingen zijn makkelijk te boeken via de site. Al gauw blijkt dat onze gids Carolina (28) wel oog heeft voor het nieuwe Medellín dat onlangs de officieuze Nobelprijs voor Stadsplanning won.

Don Federico bij het graf van El Patrón

Ze neemt de groep op sleeptouw naar een centraal plein waar criminelen vroeger vrij spel hadden. Tegenwoordig wordt er 's avonds volop geflaneerd tussen een woud van kleurige lantaarnpalen. Locals kunnen er gratis huurfietsen krijgen of voorstellingen zien in een grote bibliotheek.

Het centrum blijkt bol te staan van dit soort creatieve stedelijke vernieuwing. Zo ligt even verderop het Blotevoetenpark waar loonslaven komen mediteren in hun lunchpauze.

Daarnaast zijn er allerlei levendige markten waar regionale specialiteiten worden verkocht, zoals exotisch fruit, textiel en heerlijke koffie. Wie nog wat dieper in de lokale cultuur wil duiken, kan zijn tanden zetten in een gefrituurde cavia. Op straat wordt ook gegokt op een soort roulettespel met de arme knaagdieren.

Onze favoriete plek in het centrum is Plaza Botero. Het lommerrijke kerkplein staat vol met de bekende mollige beelden van de gelijknamige kunstenaar uit Medellín. Bij een bezoek aan het Museo de Antioquia blijkt ook zijn schilderwerk een lust voor het oog. Vooral het doek La Muerte de Pablo Escobar, waarop de vadsige drugskoning sneuvelt in een kogelregen, maakt indruk. Daarna kun je vanaf het museumterras mensen kijken op het krioelende plein. Het Laboratório de Café serveert onderwijl vers gemalen koffie.

Een dag later pakken we op eigen houtje de metro naar de rand van Medellin. We willen de kabelbanen testen die afgelopen tien jaar de hooggelegen volkswijken hebben ontsloten. Vanaf metrostation Azevedo zweven we met een van deze 'Metrocables' geruisloos de vallei uit.

Boven stappen we na een schitterend uitzicht over op een toeristische kabelbaan die nog een paar kilometer doorzweeft over de bossen buiten Medellín. Het eindpunt ligt in een natuurpark (Parque Arvi) waar locals rondwandelen en kamperen in de frisse berglucht.

Een andere buitenwijk die een bezoekje waard blijkt, heet Comuna 13. Dit sloppencomplex achter metrostation San Javier gold decennialang als 'no go area'. Pas in 2012 wist het Colombiaanse leger het criminele bolwerk te veroveren op stedelijke guerrillagroeperingen.

Comuna 13 (credit: Alcaldia de Medellín)

De opgeknapte buurt staat sindsdien wereldwijd in de belangstelling van planologen. De blikvanger zijn zes roltrappen die dwars door het steile labyrint kronkelen. Ze werden afgelopen jaren aangelegd om de zware klim te verlichten voor tienduizenden bewoners.

"Het leven is erg verbeterd door de roltrappen," vertelt roltrapcoach John (25), een local die onwennige gebruikers terzijde staat. "Daardoor zorgen bewoners ook zelf beter voor de omgeving", aldus de Colombiaan die meewerkt aan de talrijke kleurrijke graffiti's in de wijk.

Er gaat een kabelbaan vanaf metro San Javier maar het is handiger om voor het station een van de groene busjes te pakken. Vraag naar de 'escaleras eléctricas'; de oertrotse bewoners leiden je graag rond. Buena onda!

John met zijn werk in Comuna 13
--------------------------------------------------------------------------------------
Hacienda Nápoles

Een Afrikaanse safari in Zuid-Amerika? Het kan allemaal in magisch Colombia.

Op vier uur ten oosten van Medellín ligt Escobars landgoed Hacienda Nápoles. Speciaal voor toeristen is het tegenwoordig een curieuze mix van musea, waterattracties en een dierenpark.

De extravagante drugskoning werkte op zijn luxueuze optrekje druk aan de Colombiaanse biodiversiteit. Escobar liet allerlei Afrikaans wild invliegen, zoals nijlpaarden, olifanten en zebra's.

Enkele nakomelingen van de 'narcohippo's' houden wonderwel stand op de Hacienda. Er zijn meer Afrikaanse dieren te zien. Het Escobarmuseum geeft achtergrondinfo over de surreële plek. Escobars eigen stierenvechtarena is omgetoverd tot een Afrikaans museum.
--------------------------------------------------------------------------------------
Colombiaanse cuisine

Medellín staat bekend om zijn bruisende nachtleven. Wie voor het stappen een stevige bodem wil aanleggen, kan terecht in de horecawijk El Poblado. Een van de beste restaurants van Colombia is El Cielo van sterkok Juan Manuel Barrientos. Hij schotelt wisselende menu's voor met tot zestien 'smaakervaringen'.

Het in het centrum gelegen Alambique biedt originele recepten uit de Colombiaanse keuken. Verderop serveert La Hacienda de beste 'bandeja paisa' van Medellín. Het zware nationale gerecht is een potpourri van calorierijke ingrediënten, van bonen tot gebakken banaan. Genoeg brandstof dus om tot de vroege uurtjes rumba en salsa te dansen.
--------------------------------------------------------------------------------------
Reiswijzer

Rechtstreekse vluchten van Nederland naar Medellín zijn er niet. KLM vliegt met één overstap via Bogotá of Panama-Stad, in samenwerking met respectievelijk Avianca en Copa Airlines. Prijzen voor een retour beginnen bij 700 euro.

zondag, januari 17, 2016

Thuiskomen in de tropen

Uit de Reiskrant van De Telegraaf.
-------------------------------------------------------------------------------------
Het Braziliaanse vissersdorp Cumbuco groeide afgelopen tien jaar uit tot een hotspot voor kitesurfers van over de hele wereld. Maar je blijkt ook prima te kunnen luieren en nietsdoen in het winderige paradijsje dat mede is opgebouwd door Nederlandse pioniers.

Bij aankomst blijkt dat het Windtown Beach Hotel zijn naam volledig waar maakt. De passaat, die hier vlak onder de evenaar constant blaast van juli tot februari, is tot in ons bed te voelen door de slimme gleuven in de kamerdeur. We slapen als een roos op de rustgevende ruis. Wie de tocht echter storend vindt, kan de gleuven sluiten.

"We hebben het hotel zo neergezet dat je geen airco nodig hebt", legt de Nederlandse eigenaresse Suzette Jansen (38) uit. Samen met haar man Ernest Knoors (44), eveneens een fanatiek kitesurfer, ontdekte ze Cumbuco in 2004. "Ik had altijd al de droom om iets op te zetten in een warm land. We hebben eerst het hele Caribische gebied rondgereisd. Maar dit bleek voor ons de perfecte plek."

Windtown Beach Hotel (credit: idem)

Voor de zekerheid vragen we een neutrale kenner, oud-Nederlands kampioen kitesurfen Bas Koole, wat Cumbuco dan wel zo bijzonder maakt. "Het is de beste kitelocatie ter wereld voor deze sport", verzekert de man uit Emmeloord. "Vergeleken met andere kiteplekken als Kaapstad, Isla Coche (Venezuela) en Cabarete (Dominicaanse Republiek) is de wind veel stabieler. Je weet hier 99,99% zeker dat je elke dag kunt kiten."

Ook de oceaantemperatuur rond 27 graden en de witte palmstranden maken surfen langs de Braziliaanse noordoostkust even wat anders dan op het IJsselmeer. De wetsuit kan dus thuis blijven.

Zelf zijn we niet naar Cumbuco gekomen om volleerde kiters te worden. Toch willen we even ruiken aan het echte werk. Na een stevig ontbijt in Windtown regelen we een proeflesje in de ondergelegen kiteshop.

"Denk niet dat je straks al op het water staat", zo tempert de Braziliaanse instructeur Ricardo de verwachtingen alvast. Het beginnersdiploma dat nodig is om zelfstandig de golven op te kunnen, vergt gemiddeld tien uur oefening.

De eerste les blijkt goed voor het leren monteren en oplaten van de vlieger. Dat laatste is nog een verraderlijk klusje bij windkracht zes. Na een uurtje vinden we het wel mooi en ploffen we verderop neer in een zitzak van de hippe loungebar Vila Coqueiros. Terwijl obers af en aan lopen met verse tropische sapjes en kokosnoten, zit je hier bovenop het kleurige kitespektakel op zee.

Kiteles voor beginners

Tegen het einde van de ochtend komt de passaat nog meer op stoom. Het is showtime op het water. De kitesurfers tarten de zwaartekracht met steeds hogere sprongen. Eén waaghals met een hoogtemeter op zijn plank komt trots melden dat hij een hoogte van elf (!) meter heeft gehaald. Minder gelukkig is een Braziliaan die zijn vlucht ziet eindigen met een flinke smak tegen een palmboom.

"Het veilige aan Cumbuco is dat de wind altijd op het land staat", weet Tim Stijntjes, de Nederlandse kiteschoolhouder annex zitzakmaker bij Vila Coqueiros. "Je wordt dus niet richting open zee geblazen. Alleen zijn sommige beginners een beetje overmoedig."

Een betere plek om te oefenen is de Lagune van Cauipe achter het strand. Het gebrek aan golfslag maakt het makkelijker om je eerste trucs te oefenen. En ook hier geldt: wie geen grote surfambities heeft, kan in de naastgelegen bars heerlijk vanuit een luie stoel van uitzicht genieten.

Vila Coqueiros

We rijden met een buggy door naar 0031. Dit boutiquehotel en restaurant serveert kraakverse ceviche en rosbiefkebab bij de lunch. Bovendien kun je er smullen van de verhalen van de gastvrije Nederlandse uitbaters Roel (47) en Janneke (50) Wetters.

Het is natuurlijk het leukst om te horen over hun aanvankelijke teleurstellingen in Brazilië. "Nadat we deze grond in 2006 hadden gekocht, kregen we het aan de stok met lokale autoriteiten. De duinen achter het hotel zouden ons land zijn binnengelopen. Daardoor werd het natuurgebied en kregen we een bouwstop", zo kan Janneke nu lachen om het akkefietje dat afliep met een sisser.

"Ik heb het zakendoen echt onderschat," vervolgt Roel. "Erg vervelend zijn vooral de rechtszaken van je personeel. Die verlies je keer op keer als rijke gringo. Een tuinman die we hadden ontslagen - hij deed weinig en had een paar keer wat gestolen - eiste een absurd bedrag omdat hij aambeien zou hebben gekregen van onze mest. Die zaak kostte drie jaar en we moesten nog met hem schikken ook!"

Showtime op zee (credit: Windtown Beach Hotel)

Inmiddels heeft het stel uit Utrecht zijn draai gevonden. Naast het hotel begonnen ze een koffietent met een sportontbijt voor kitesurfers en het eerste internationale restaurant van Cumbuco. "We zijn dingen gaan doen die we zelf misten. In 2006 was hier bijna niets."

's Avonds blijkt hun restaurant Castanha 0031 de ontmoetingsplek in het centrum. Op het sfeervolle terras onder de cashewnootboom klinkt elke avond livemuziek, vanavond van een schitterende Braziliaanse zangeres. Intussen eten locals en toeristen hun buiken rond aan tartaar, vis, friet en appelmoes.

Kitesurfers zijn zo op hun sport gefocust dat de meesten het niet laat maken. Wie wel door wil na middernacht, kan rond een gezellig pleintje terecht in de levendige bar Laranja Mecânica (Oranje Machine). Ook hier is de voertaal deels Nederlands op het terras. Cumbuco voelt als thuiskomen in de tropen!

Roel en Janneke Wetters

-------------------------------------------------------------------------------------
Reiswijzer

Go Brazil (www.gobrazil.nl) vliegt samen met Cabo Verde Airlines (flytacv.com) op elke vrijdag van Amsterdam naar Fortaleza (Cumbuco). Terugvluchten ook op vrijdag.

TAP, Condor en Air Italia vliegen via respectievelijk Lissabon, Frankfurt en Milaan naar Fortaleza.

Cumbuco ligt op dertig kilometer van het vliegveld van Fortaleza. Een taxi kost 30 euro. Buggy's zijn lokaal te huur voor zestig euro per twee uur (tot drie personen).

-------------------------------------------------------------------------------------
Excursie Fortaleza

Het zou zonde zijn om geen dagtrip te maken naar het dertig kilometer verderop gelegen Fortaleza. De zonnige miljoenenstad heeft meer cultuur te bieden dan Cumbuco. Gids Rolf de Jong neemt je mee naar het oud-Hollandse Fort Schoonenborch (1649) en het culturele centrum Dragão do Mar. Aan het einde van de middag volgt een kijkje op de levendige markt langs het fraaie strand van Iracema.

Rolf is naast gids en kitesurfer ook een bevlogen straatwerker. Als coördinator van de ngo Aloha heeft hij onder meer een schaakclub opgezet voor jonge sloppenbewoners. Wie interesse heeft in de schaduwkanten van Brazilië, neemt hij mee naar een sociaal project in de favela's van Fortaleza. Contact Rolf de Jong: mail@goed-gespeeld.nl, +55-85-986965586
-------------------------------------------------------------------------------------
Uitstapje Guaramiranga

Wie even iets anders wil dan zon, zee en strand vindt op ruim honderd kilometer van Cumbuco een heel ander stukje Brazilië. Guaramiranga is een fris bergstadje (900 meter hoog) waar je mooie wandelingen kunt maken in het omringende natuurgebied vol Atlantisch regenwoud en watervallen.

De lokale horecavoorzieningen krijgen een dikke voldoende en in een oud klooster worden Gregoriaanse liederen ten gehore gebracht. Guaramiranga organiseert ook een populair jazz- en bluesfestival, muziek die je elders nauwelijks hoort in het axé en forró dansende Braziliaanse noordoosten.

dinsdag, november 24, 2015

Toneelstukjes

Column uit De Telegraaf van gisteren.
------------------------------------------------------------------------------
Peter Picavet (59) kan smakelijk vertellen over toneelstukjes op het vliegveld van Natal. De kwieke Zeeuw runt sinds 2003 een reisbureau in de Braziliaanse strandstad, waar sinds kort weer Nederlandse vakantievluchten landen na een onderbreking van een jaar.

"Eerst zie je een koppel ontroerd afscheid nemen in de vertrekhal. Zij Braziliaans, hij buitenlands. Op een gegeven moment roept de dame: 'Boarding time, boarding time!' Ze heeft haast want op de inkomende vlucht zit haar volgende vriendje."

Tijd voor akte twee. Ze frist zich even op in het toilet en spoedt zich naar de aankomsthal om de andere gringo in de armen te vallen. "Je gelooft het niet maar het gebeurt echt", lacht Picavet.

Hoe meer vriendjes hoe meer zakgeld, is het idee. "Ik ken hier meisjes die vijf gringo's tegelijk hebben. Ze sturen elke maand euro's op", vertelt een Nederlandse restauranthouder in de omgeving van Fortaleza, de andere charterbestemming in het zonovergoten Braziliaanse noordoosten.

Soms overlappen de buitenlandse bezoekjes elkaar. "Dan belt zo'n meisje mij om te vragen of Pietje of Klaasje in het restaurant zit. Als ik zo'n jongen waarschuw, geloven ze me meestal niet. 'Mijn vriendin is echt anders hoor', zeggen ze dan."

Een derde Nederlander vertelde me enkele jaren geleden over zijn ervaringen in apotheken in Fortaleza. "Daar lieten lokale dames hun armen of benen in het gips zetten. De foto's stuurden ze naar hun geliefden. Om de volgende dag bij Western Union weer een fortuintje te ontvangen uit Nederland, Italië, Portugal of Noorwegen."

Toch wonderlijk dat Europese mannen erin trappen en hun zuurverdiende centen overmaken. Vrouwen uit het arme noordoosten zijn gemiddeld niet hoog opgeleid maar acteren kunnen sommigen als de beste.

zondag, november 22, 2015

Pipa: een tropisch Scheveningen

Artikel uit De Reiskrant van gisteren.
-------------------------------------------------------------------------------------
Zon, strand, gezelligheid, natuur, dolfijnen; Pipa heeft het allemaal. Sinds kort biedt het hipste plaatsje van het Braziliaanse noordoosten ook mountainbiketochten met Nederlandse gidsen. We verkenden een van de routes langs imposante oceaankliffen, weelderig regenwoud en vissersdorpjes vol couleur locale.
-------------------------------------------------------------------------------------
"Wacht, ik doe nog wat druivensap in je bidon. En je banden kunnen nog wel een beetje extra lucht gebruiken." Onze gids Peter Picavet (59), een energieke Zeeuw die in 2003 naar Brazilië emigreerde, houdt er duidelijk van om zijn fietstochten tot in de puntjes voor te bereiden.

De fanatieke wielrenner - hij was ooit Europese top in de duatlon (fietsen en hardlopen) - verkende afgelopen jaren alle paden in Pipa's wijde omgeving. Nu vinden Peter en twee lokale fietsvrienden, Frank Reus (41) en Jelle Knijff (41), het tijd om samen toeristen op sleeptouw te nemen.

Onze tocht kent een hobbelig begin op de Portugese klinkers van de centrale Avenue van de Dolfijnbaai. Het valt in de sfeervolle hoofdstraat op dat de ramen open staan bij sommige geparkeerde auto's, een goed teken. Anders dan in grote steden in het noorden van Brazilië zit het in Pipa met de veiligheid wel snor.

"Pipa is voor mij het Braziliaanse Scheveningen", zegt Jelle, die hier in 2008 een Bed en Breakfast begon met zijn vrouw en zich niet meer ziet verhuizen. "Het is een hippe badplaats geworden. Toch houdt het iets van de charme van een vissersdorp. Hoogbouw is bij voorbeeld verboden."

Vissende kids in Pipa

De fietsroutes rond Pipa zijn geheel 'off road' te doen. Maar vandaag smokkelen we de eerste zeven kilometer over asfalt vanwege de straffe tegenwind. Verkeer is er nauwelijks op het glooiende weggetje tot aan Sibaúma, een voormalig vluchtoord van weggelopen slaven waar we een zandpad onder de wielen krijgen.

Even buiten het dorp laten locals bij een rivierstrand zien dat Brazilianen weten hoe ze een feestje moeten bouwen. Wij vinden het nog wat vroeg voor barbecueën en volksdansen. In de naastgelegen garnalenkwekerij tanken we bij met wat glazen verse maracujá, passievruchtsap. Wie wel wil lunchen, kan zich in het restaurant (Camarão na Fazenda) uitleven op de garnalen uit de omliggende vijvers.

We delen het pad vanaf hier alleen nog met paarden, ezels en wandelaars. Het slingert verder door Atlantisch regenwoud met plukklare mango's, kokosnoten en bananen aan de bomen. De route doorkruist even later alweer een van de vele suikerrietplantages in de regio, waaraan een bloedig stukje Nederlands verleden kleeft.

Passage door de suikerrietvelden

Op een plantage bij het volgende dorp, Barra de Cunhaú, moordden Nederlandse soldaten en indianen namelijk een kerk vol lokale katholieken uit tijdens een zondagmis in 1645. De zogeheten Martelaren van Cunhaú werden in 2000 zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II.

De zwarte bladzijde in de geschiedenis van Nederlands-Brazilië (1630-1654) maakt het onthaal niet minder hartelijk in het pittoreske dorp. Zeggen dat je uit Holanda komt is bij de supervriendelijke dorpelingen gelijk goed voor een glimlach en een opgestoken duim.

"De mensen hier zijn eenvoudig, ongecompliceerd. Dat vind ik het mooie aan het noordoosten van Brazilië," zegt gids Peter. We lurken een kokosnoot leeg in een bar bij de hemelsblauwe riviermonding en nemen afscheid van onze amigos in Barra de Cunhaú.

Wie de hele dag neemt voor de tocht en zich hier nog fit voelt, kan de rivier oversteken met een pontje. Via palmbossen beland je bij de Formosa-baai en de Coca-Cola-kreek. Als beloning voor dertig kilometer extra trappen wacht daar een heilzaam bad in het lauwe colakleurige water, dat stijf staat van de ijzer- en jodiumdeeltjes.

Even verderop pakken wij een ander pontje dat tussen mangrovewouden terug naar Sibaúma vaart. Na wat pittige klimmetjes door rul duinzand - pas op in de afdalingen want afstappen is een paar keer onvermijdelijk - voelt de overgang naar de harde ondergrond van de Chapadão (Grote Klif) als een verademing.

Met de fiets op het pontje

De warme föhn blaast nu vol in de rug en we suizen op een veilig afstandje langs het ravijn. In de diepte gaan kitesurfers los op de woeste golven en met een beetje geluk zie je zeekoeien en schildpadden. De kliffen eindigen bij het hartvormige Praia do Amor, volgens kenners een van de tien mooiste stranden van de 7400 kilometer lange Braziliaanse kust.

Gids Frank op de Chapadão

Terug in de straten van Pipa merken we dat de Brazilianen nog niet helemaal gewend zijn aan fietsers in verkeer. Hun nodeloze getoeter werkt flink op de zenuwen. "Het is niet kwaad bedoeld", weet Frank. "De fiets is net aan het opkomen in Brazilië. Automobilisten weten niet wat ze met je aan moeten. Dat maakt het zo lekker dat je rond Pipa van de weg kunt blijven."

Hoog tijd voor een welverdiende caipirinha. De Tribus Bar van Frank en zijn Braziliaanse vrouw blijkt 's avonds een van de hotspots in de levendige hoofdstraat. Jonge surfers, oude hippies en families met kinderen flaneren losjes door elkaar. Het leuke aan Pipa is dat de bezoekers net zo divers zijn als de mogelijkheden voor een geslaagde vakantie.
-------------------------------------------------------------------------------------
Reiswijzer

Go Brazil (www.gobrazil.nl) vliegt in samenwerking met Cabo Verde Airlines (flytacv.com) op elke vrijdag van Amsterdam naar Natal (Pipa), met een tussenstop op de Kaapverdische Eilanden. Terugvluchten ook op vrijdag. Bij andere maatschappijen is gewoonlijk twee keer overstappen vereist. Natal heeft sinds het WK een nieuw vliegveld dat onhandiger ligt voor Pipa-gangers. De afstand is nu honderd kilometer en kan worden afgelegd per taxi (70 euro) of busje (15 euro).
-------------------------------------------------------------------------------------
Fietsexcursies

De Nederlandse gidsen bieden meerdere routes met diverse afstanden en moeilijkheidsgraden. De beschreven tocht (Pipa-Barra de Cunhaú-Pipa) is 32 kilometer lang. Wie doorrijdt naar de Coca-Cola-kreek komt iets boven de zestig uit. De fietsen worden geregeld. Zorg zelf voor zonnebrand en hoofdbedekking.

Eén van de uitzichtspunten rond Pipa

De prijs is 35 euro per persoon bij een groep van minimaal vier personen (inclusief fietshuur en gids). Bij minder personen is de prijs op aanvraag.

Meer info bij Peter Picavet van Brazil Sun Travel (info@brazilsuntravel.com), Jelle Knijff (enseadadosgolfinhos@gmail.com) en Frank Reus (frankreus@hotmail.com).

Zie voor tips en routes ook: www.pipa.com.br/bike
-------------------------------------------------------------------------------------
Voordelig eten en slapen

Brazilië is weer goedkoop door het wegzakken van de lokale munt. Nu een euro vier real doet, kun je in Pipa prima lunchen voor vijf euro. Ook goede restaurants - en Pipa heeft culinair aardig wat te bieden voor zo'n klein plaatsje - zijn betaalbaar. Onze aanraders zijn Aprecié (fusion, topchef), Rola Peixe (Spaanse visgerechten) en Pan e Vino (Italiaans, geen pizza).

Prima opties om te overnachten zijn Hotel Pipa Ocean View (vierster met gezellige zwembadbar, dichtbij het centrum, kamers vanaf 60 euro, zie www.pipaoceanview.com), Casa Sunset (mooi gelegen villa op een klif boven een lagune op zeven kilometer van Pipa; de Nederlandse gastheer Mike is te bereiken via info@casasunset.com) en Pousada Enseada dos Golfinhos (bed en breakfast bij het centrum, op tien minuten lopen van de dolfijnbaai, zie www.pousada-pipa.com)

Hotel Pipa Ocean View

dinsdag, september 22, 2015

Vakantietip: Mount Roraima

Uit de Reiskrant.
------------------------------------------------------------------------------
Op het drielandenpunt van Brazilië, Guyana en Venezuela ligt de mysterieuze Mount Roraima. De stokoude tafelberg (1,8 miljard jaar) inspireerde Arthur Conan Doyle tot de dinosaurusroman The Lost World. Op de platte top (2800 meter) belandde onze verslaggever in een magisch maanlandschap met bizarre rotsformaties en prehistorische flora en fauna.

Bij de briefing voor de expeditie naar Mount Roraima blijkt dat we zijn ingedeeld in een groep Jehova's getuigen. "We zijn deze reis al tien jaar aan het plannen", zegt Seung Bin terwijl we een jaloerse blik werpen op de moderne uitrusting van de zes zendelingen uit Zuid-Korea.

Zelf zijn we op de bonnefooi aangekomen in Santa Elena de Uairén. Het Venezolaanse grensstadje is de uitvalsbasis voor de klim, die vanuit Brazilië en Guyana alleen toegankelijk is voor waaghalzen met touw en houweel.

Gids Gabriel, een lokale Pemónindiaan, geeft ons gelukkig nog wat tijd om spullen en proviand te kopen (zie kader Meenemen). Even later rijdt de groep met een jeep de Venezolaanse savanne op.

Gids Gabriel: '“Kijk een beetje uit waar je loopt. Er kunnen gifslangen op het pad liggen.'

Daar, in een groot nationaal park (Canaíma), torenen Mount Roraima en tientallen lagere tafelbergen als machtige vestingen boven de grasvlakte uit. Na een goede twee uur hobbelen we Parepetui (1000 meter) binnen, een indianendorp waar de klim echt begint.

Gabriel vertelt dat tafelbergen heilig zijn voor de oorspronkelijke savannebewoners. Uit ontzag durfden ze millenialang geen teen te zetten op wat ze 'tepuis' (‘huizen van de goden’) noemen. Daardoor was het een Britse expeditie die pas in 1884 als eerste de top haalde.

De eerste wandeldag blijkt een opwarmertje. Na twaalf kilometer zonder veel hoogteverschil worden de tenten opgezet langs de Tek-rivier (1050 meter). Terwijl we genieten van het uitzicht op honderden meters hoge watervallen, halen de Koreanen een bidon tevoorschijn voor een toast. De Jehova's trakteren ons op smakelijke Schotse whiskey in plaats van preken, een hele meevaller!

Kamperen bij de Tek-rivier

De volgende ochtend is het D-Day. We hebben vijf dagen uitgetrokken voor de gewoonlijk zesdaagse tocht en moeten vandaag in een ruk naar de top. Bij zonsopgang leggen we reserves aan via wat smakelijke Venezolaanse maïspannenkoekjes (arepas).

Na het doorwaden van twee rivieren wordt de klim zwaarder. “Kijk een beetje uit waar je loopt. Er kunnen gifslangen op het pad liggen”, merkt Gabriel droogjes op. "Ze bijten alleen als je ze lastig valt."

De aanval komt echter uit onverwachte hoek. Een kolibrie kan het niet waarderen dat we even uitblazen in zijn territorium en jaagt de indringers met agressieve duikvluchten verder de berg op.

Na de lunch in het basiskamp (1900 meter) gaat het pad steil omhoog door de jungle. Bij de voet van de imposante Roraima-klif (bijnaam: De Muur) dunt het groen uit. Dat levert een mooi uitzicht over de savanne op. Een Koreaan gaat gillend uit zijn dak. “Dit kan echt niet", bromt de gids. "Lawaai maakt de berggoden boos."

De Muur

De zendeling biedt zijn excuses aan maar het is al te laat. Een paar minuten later begint het onheilspellend te rommelen boven op de berg. Een ongenadige stortbui barst los. Even later krijgen we als toetje een niet te ontwijken waterval deels over ons heen.

Doorweekt komen we aan bij El Portal (De Poort). Dit door erosie ontstane gat in de klif is de enige niet-technische toegang tot de top. We klauteren de natuurlijke trap op langs een rij kwaad kijkende rotsen en zetten vol verwachting voet op het plateau.

Na een koude nacht klaren de lucht en ons humeur weer op. Nu is pas goed te zien in wat voor vreemd maanlandschap we zijn beland. Het lijkt wel of er een beeldhouwer bezig is geweest op de desolate rotsvlakte. We zien monsters, een rots die van de zijkant sprekend op Fidel Castro lijkt en een vliegende schildpad die wonderlijk op een steen balanceert.

'De vliegende schildpad'

Ook de flora en fauna zijn uniek. Tafelbergen vormen ecologische eilanden met soorten die veelal nergens anders voorkomen. "Kijk, deze soort is 400.000 jaar oud", wijst Gabriel naar een taaie vetplant. Verderop staat een bosje insektenetend groen. De scherpe indiaan ontwaart ook een zeldzaam zwart oerpadje dat niet springt maar kruipt.

Plots is het stralend t-shirtweer bij de verkenning van een vallei vol blinkende quartzkristallen. Vijf minuten later lopen we alweer letterlijk in de wolken op het grillige plateau. Bij natuurlijke 'jacuzzi's maken de Koreanen dankbaar gebruik van de eerste kans op een bad in anderhalve dag (douches zijn er niet op de berg).

Prachtige simultaanduik van de Koreaanse Jehova's

Er valt nog veel meer te ontdekken op het omvangrijke plateau (31 vierkante kilometer). Wie meer tijd heeft, kan naar het drielandenpunt wandelen (vier uur heen en vier uur terug). Het kleinere Guyanese (10%) en Braziliaanse (5%) stuk van de top zijn het minst ontdekt. “Op sommige plekken is nog nooit iemand geweest”, weet Gabriel.

Door ons krappe tijdschema is het volgende ochtend tijd om af te dalen. Onderweg komen we opvallend veel oudere klimmers tegen. “Het is goed te doen als je een beetje in conditie bent”, vertelt een 62-jarige Duitse toerist. “Ik zou er wel zeker zes dagen voor uittrekken."

Na de laatste overnachting bij de Tek-rivier waarschuwt gids Gabriel ons nog één keer bij het begin van de laatste etappe. Bij terugkeer in Parapetui controleren parkwachters de inhoud van de rugzakken. Smokkel geen kristallen, planten of dieren mee. Anders loop je het risico dat de onvergetelijke tocht eindigt in een Zuid-Amerikaanse cel.

Kwaad kijkende rotsen boven De Poort tot het Roraima-plateau.
------------------------------------------------------------------------------
Reiswijzer

Door de chaotische situatie in Venezuela is het beter om via Brazilië naar Mount Roraima te reizen. Wij reisden via Manaus en Boa Vista naar Santa Elena de Uairén.

De tours beginnen in dit rustige Venezolaanse grensstadje. Braziliaans geld en dollars leveren op straat gunstige koersen op (zie dolartoday.com). Zo heb je in Santa Elena wel de lusten van de Venezolaanse crisis (lage prijzen) en niet de lasten (hoge criminaliteit).

Lokale touroperators als Backpacker, Kamadac en Mystic bieden vijf tot tiendaagse trekkings naar Mount Roraima. Wij hadden geen reservering en konden na een dag wachten mee met het kleinere, goedkopere Turisticos Alvarez (160 euro voor vijf dagen, inclusief slaapzakhuur; info via rstgransabana@hotmail.com).

Vanuit Nederland bieden Olaf Reizen en Amazone Tours trips naar Mount Roraima.
------------------------------------------------------------------------------
Eten

De gids en de dragers zorgen tijdens de trekking dagelijks voor ontbijt, lunch en diner. Knap hoe ze tot boven op de desolate berg verse maaltijden weten klaar te stomen.

De lokale Pemon-indianen slepen tot dertig kilo p.p. de berg op (en af).

Voor grote eters kunnen de porties bij ontbijt en lunch echter wat mager zijn. Vooral de slotklim kost veel energie en er is geen eten te koop op de berg. Om een hongerklop te voorkomen, is het raadzaam om proviand (energierepen, koekjes) in de eigen rugzak te stoppen.

Zorg ook voor een of twee waterflesjes (0,5 liter). De drinkvoorraad wordt onderweg aangevuld bij beekjes en rivieren. Doe dit niet bij stilstaand water.
------------------------------------------------------------------------------
Meenemen/Slapen

In Santa Elena is Posada l'Auberge een van de betere slaapopties. Het hostel ligt in de hoofdstraat, dicht bij de meeste reisbureaus.
Tijdens de beklimming wordt gekampeerd. Slaapzak en isolatiematje zijn eventueel te huur bij de reisorganisatie. Voor tenten wordt gezorgd (dragen zowel als opzetten).

Verder zelf meenemen: poncho, pet/zonnehoed, lantaarn, muggenspul, biologisch afbreekbare zeep en shampoo (tegen vervuiling van rivieren), korte en lange broek, warme trui en/of jas. Tijdens de klim is het overwegend warm maar op de top kan de temperatuur ’s nachts dalen tot 5 graden.

Let op: het is verboden om afval en ontlasting achter te laten op en rond de berg. Dit wordt in plastic zakjes meegegeven aan de dragers. Diarree krijgen is dus extra vervelend onderweg. Neem een verstoppingsmiddel mee.

Ik kon zelf ook wel een fris bad gebruiken

zaterdag, juni 07, 2014

WK-serie: Porto Alegre en Curitiba

Uit de Reiskrant van De Telegraaf.
-----------------------------------------------------------------------------------
In de laatste aflevering van onze WK-serie verkennen we Curitiba en Oranjespeelstad Porto Alegre. Stop maar een oranje sjaal en Unox-muts in de koffer, want het kan er lelijk koud zijn in de wintermaanden juni en juli. Qua levenskwaliteit horen beide moderne zuidelijke metropolen wel tot de top van Brazilië, mede dankzij het vele groen, de goede voorzieningen en de beste (glüh)wijnen van het land.

Voor de Argentijnen in ons reisgezelschap voelt Porto Alegre als thuiskomen. “Zijn we echt in Brazilië? Dit lijkt Buenos Aires wel!”, roept fotograaf Carlos terwijl we over een brede centrale avenue kuieren die niet zou misstaan in de Argentijnse hoofdstad.

Toch is Porto Alegre een stad met een geheel eigen karakter. De hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Rio Grande do Sul is minder vijandig dan de gemiddelde Zuid-Amerikaanse metropool. De talrijke parken geven de anderhalf miljoen inwoners lucht en ruimte. Automobilisten stoppen keurig voor het zebrapad, wat bijzonder is in het doorgaans ruige Braziliaanse verkeer.

Historisch centrum Porto Alegre (credit Alfonso Abraham)

“We liggen voor op de rest van het land", pocht onze gids Ricardo terwijl hij wat warm water gooit in zijn kruikje maté, een sterke thee die hier net zo populair is als in Argentinië. De voormalige geschiedenisleraar praat ons in het historische centrum (Praça da Matriz) bij over het roerige verleden van zijn regio, die zich in de negentiende eeuw meermaals van Brazilië probeerde los te weken.

De eigenzinnige gaúchos (bijnaam van de locals) zijn naast hun geschiedenis ook trots op hun eet- en drinkcultuur. We maken er even verderop kennis mee in de Mercado Público, een geurige markthal vol kramen met barbecuevlees, maté, kazen en wijnen.

Een opvallende verschijning op de markt is de Banca do Holandês, een populaire specerijhandel die zijn naam dankt aan de Nederlandse oprichter. De huidige Braziliaanse eigenaar Sérgio verkoopt nog steeds rauwe haring, Maasdammer en stroopwafels. “Tijdens het WK krijgt de kraam een oranje metamorfose”, verzekert hij bovendien.

Gids Ricardo met zijn onafscheidelijke matékruik

We lopen via een druk plein met torenhoge keizerspalmen (Praça da Alfandega) door naar de oudste straat (1772) van Porto Alegre, de Rua da Praia (Strandstraat). Er is geen strand te zien, wel winkeltjes en straatkunstenaars.

Even later pakken we in de naastgelegen haven een plezierboot voor een tocht over het Guaíba-meer. Terwijl je binnen je eigen feestje kunt bouwen, kan vanaf het dek worden genoten van de skyline van Porto Alegre, jungle-eilandjes en de ondergaande zon.

Na een bezoek aan het indrukwekkende Iberê Camargo-museum - een eerbetoon aan de veelzijdige gelijknamige Braziliaanse 'action painter' - strijken we uitgehongerd neer in het barbecuerestaurant Galpão Crioulo (zie onder).

Een dag later maken we een uitstapje naar de nabijgelegen bergstreek (Serra Gaúcha), het hart van de Braziliaanse wijnindustrie. Hoewel het grotendeels tropische Brazilië geen wijntraditie heeft als Argentinië of Chili, horen de witte bubbels van Rio Grande do Sul tot de wereldtop.

We nemen de proef op de som in het pittoreske champagnestadje Garibaldi. Hier liggen tientallen kleinschalige wijnboerderijen tussen de met druivenranken gedrapeerde heuvels. Bij eentje hebben we een hoop lol met de Italiaanse Braziliaan Vilmar Bettú, een kleurrijke vinoloog die vol overgave meedrinkt met zijn eigen proeverij.

Vilmar Bettú

Tien kilometer verderop rijd je onder een huizenhoog wijnvat de Braziliaanse 'wijnhoofdstad' Bento Gonçalves binnen. In de omgeving ligt een bucolische wijnvallei (Vale dos Vinhedos) die veel toeristen trekt. Bij de proeverijen van Miolo en Lidio Carraro blijkt dat ook sommige rode Braziliaanse wijnen - hoewel niet zo hoogstaand als de witte bubbels - goed is te drinken.

Wie niet van wijn houdt en wel van lekker eten, kan de zogeheten Smaakroute (Estrada do Sabor) volgen vanuit Garibaldi. Hierop serveren vijf families traditionele Italiaanse gerechten met verse ingrediënten van de eigen boerderij. Zo krijg je bij de Osteria Della Colombina, gelegen in een replica van een negentiende-eeuwse boerderij, een vorstelijke lunch aangeboden met salami, parmaham, polenta en loepzuiver druivensap.

Italiaanse lunch in Garibaldi (credit: Gustavo Bottega)

Vijfhonderd kilometer ten noorden van Porto Alegre ligt Curitiba, dat door de hoge ligging (950 meter) nog iets frisser is in juni (gemiddeld 12 graden met uitschieters onder het vriespunt).

De handigste manier om de hoofdstad van de deelstaat Paraná (1,8 miljoen inwoners) te verkennen is via het uitstekende openbaar vervoer. Voor toeristen rijdt er een speciale dubbeldekker (Linha Turismo) waarmee je je eigen city tour kunt samenstellen. De bus stopt bij 25 bezienswaardigheden en een kaartje (10 euro) geeft recht op vier tussenstops.

We stappen in bij ons hotel in de levendige horecabuurt Batel (halte Rua 24 horas), niet ver van het lokale WK-stadion. De eerste stop is de Botanische Tuin, de bekendste ansichtkaart van Curitiba en een mooie plek voor een wandeling tussen kleurige bloemen, een grote plantenkas en fonteinen.

Vervolgens laten we ons droppen bij het Museum Oscar Niemeyer. Het op een groot glazen oog lijkende gebouw is een must voor liefhebbers van de beroemde Braziliaanse architect.

De derde halte waar we uitstappen, is de zogeheten Opera van IJzerdraad (Ópera de Arame). Het metalen gebouw blijkt - hoewel mooi gelegen tussen Atlantisch regenwoud - geen grote bezienswaardigheid. Hadden we toch beter kunnen uitstappen bij een van de monumenten ter ere van de Europese migranten die aan de wieg van Curitiba staan, respectievelijk de Polen, Oekraïners en Duitsers.

De laatste stop was al gereserveerd voor het gezellige historische centrum met zijn kleurrijke oude huisjes en kerken. In de populaire Bar do Alemão (Bar van de Duitser) dompelen we ons via braadworst, een pul Duits bier en schlagermuziek even onder in de cultuur van onze oosterburen. Als we even later in Batel terugwandelen naar het hotel, stuiten we op een wintermarkt waar locals zich tegoed doen aan glühwein ('quentão' ). Prosit!

Centrum Curitiba (credit: Christian Knepper)

-----------------------------------------------------------------------------------
Treinen

Brazilië is geen treinenland, maar in het zuiden kun je twee mooie treintrips maken. Vanuit de wijnstad Bento Gonçalves (op honderd kilometer van Porto Alegre) kachelt een toeristische stoomtrein (Maria Fumaça) in twee uur naar het kaasstadje Santa Barbosa (23 kilometer verderop). Passagiers worden onderweg getrakteerd op optredens, wijn en kaas. Kosten: 25 euro. Zie giordaniturismo.com.br.

Vanuit Curitiba vertrekt iedere ochtend de snellere Serra Verde Express naar de kustplaats Morretes (75 km in drie uur). Ga links zitten voor de beste uitzichten. De trein daalt af langs ravijnen, jungle en watervallen. De goedkope 'economische klasse' (enkeltje voor 20 euro) is wat ons betreft comfortabel genoeg. Zie serraverdeexpress.com.br/
-----------------------------------------------------------------------------------
Vreetschuur

De deelstaat van Porto Alegre heeft het lekkerste rundvlees van Brazilië. Het binnenland bestaat deels uit pampa waar de dieren op sappig gras grazen.

Sommige restaurants in Porto Alegre zijn dan ook ware vleeswalhalla's. In de roemruchte 'rodízío' Churrascaria Galpão Crioulo kun je zoveel eten als je wilt. Zorg dat je met een stevige trek arriveert en eet je niet gelijk een breuk aan de eerste stukjes vlees die de met spitten rondlopende obers komen aanbieden.

Het bal begint met ietwat dubieuze kippenhartjes; het lekkerste rundvlees (picanha, filet mignon) wordt vaak pas wat later aan tafel gebracht. Voor de spijsvertering is het goed om tussendoor wat sla op te scheppen bij het buffet. Later op de avond (om 21h30 in ons geval) begint een folkloristische show op het podium in de eetzaal.

Kosten: 20 euro (65 real), inclusief toetjes.

zaterdag, mei 24, 2014

WK-serie Reiskrant: Manaus, Brasília, Cuiabá

In de vierde aflevering van onze zesdelige WK-serie verkennen we Manaus, Brasília en Cuiabá, hete speelsteden in het diepe Braziliaanse binnenland. Gelukkig worden ze alle drie omringd door verkoelende natuur, zoals de jungle-archipel Anavilhanas (bij Manaus) en de groene oases vol watervallen en tafelbergen Chapada dos Veadeiros (bij Brasília) en Chapada dos Guimarães (bij Cuiabá).
---------------------------------------------------------------------------------
Na een lange vlucht over een zee van oneindig groen landen we in Manaus, de merkwaardig gelegen hoofdstad van de deelstaat Amazonas. Waarom zou je een miljoenenstad bouwen midden in de grootste tropische jungle op aarde?

Dat wordt toegelicht tijdens een rondleiding door het imponerende Amazonetheater in het centrum van Manaus. Het roze koepelgebouw stamt uit 1896, toen Manaus nog één van de rijkste steden ter wereld was dankzij het Braziliaanse rubbermonopolie.

We vergapen ons binnen aan het bizar luxe interieur vol Italiaans marmer en kroonluchters van Muranoglas. De lokale rubberbaronnen waren zo rijk dat ze hun was in Parijs lieten doen, vertelt de gids. Totdat een Britse biopiraat (Henry Wickham) het Braziliaanse feestje verstoorde door een lading rubberzaden het land uit te smokkelen. Bezoek het theater als het even kan op zondag, want dan geeft het beroemde Filharmonisch Amazoneorkest regelmatig optredens.

Het Amazonetheater (credit: Werner Zotz)

Na een pitstop op een gezellig terras naast het theater lopen we door naar de centrale markt bij de Rio Negro (Zwarte Rivier). Kramen liggen er vol exotisch fruit en reusachtige zoetwatervissen als de pirarucu, een malse meerval die wel drie meter groot kan worden.

Een gerimpeld marktvrouwtje probeert ons een zak gemalen kattennagels aan te smeren. Werkt goed tegen aids en kanker, zo weet het etiket te melden. We slaan een rondje over maar drinken verderop wel een vermeend potentieverhogend sapje met guaranábessen en koekoekseieren. Bij ijssalon Glacial kun je je op de markt ook verlekkeren aan typische Amazonesmaken als açaí, cupuaçu en bacuri.

Kattennagels tegen aids en kanker

Een dag later pakken we een stadsbus naar het rivierstrand van de rijke wijk Ponta Negra. Locals zoeken hier massaal verkoeling in het frisse water van de Rio Negro. De joekels van kaaimannen die hier volgens lokale media sporadisch opduiken, boezemen kennelijk weinig angst in. Wie liever op het droge blijft, kan zich op de levendige boulevard weer tegoed doen aan allerlei sapjes en vishapjes.

Ook vertrekken in Ponta Negra bootjes naar de Meeting of the Waters, de samenkomst van de donkere Rio Negro en de zandkleurige Amazone. Door het verschil in temperatuur en dichtheid duurt het kilometers voordat het water zich mengt. Goede kans dat er onderwijl hongerige rivierdolfijnen opduiken die komen profiteren van de verwarring onder de vissen.

De zee van groen rond Manaus (credit: Rui Faquina, Embratur)

Tweeduizend kilometer ten zuiden van de oerwoudstad ligt de savannestad Brasília. De Braziliaanse hoofdstad werd tussen 1955 en 1960 uit het niets uit de grond gestampt en is een feest voor liefhebbers van moderne architectuur.

Om ons een beetje te oriënteren op de als een vliegtuig ontworpen stad beklimmen we eerst de tv-toren bij de hotelbuurt. Je hebt er een weids uitzicht over de zogeheten Monumentale As met in de verte de Twin Towers van het Braziliaanse parlement.


Weer beneden denken we hier wel even naartoe te wandelen, maar dat valt nog vies tegen onder de verzengende zon van vandaag.
Afstanden zijn groter dan ze lijken in deze autostad pur sang en de zesbaans snelweg dwars door het stadscentrum is ook niet bevorderlijk voor ons wandelplezier op het naastgelegen stoepje. Via twee creaties van de beroemde architect Oscar Niemeyer (een op een bloem lijkende kathedraal en een piramidevormig theater) belanden we met de tong op de schoenen bij het parlement op het Plein van de Drie Machten, het hart van de Braziliaanse republiek.

Tip: verken de uitgestrekte stad per comfortabele dubbeldekker. Bij de tv-toren vertrekt er om de paar uur een city tour die stopt bij de meeste bezienswaardigheden. Het is alleen jammer dat de route de Dom Bosco-kerk overslaat. Het vlakbij de metro gelegen (halte 102 Sul) kerkgebouw is een apart bezoekje waard vanwege de mooie blauwe glas-in-lood-ramen.

De Dom Bosco-kerk

Een van de gezelligste plekken om 's avonds te vertoeven in de ambtenarenstad is Pontão. Dit is een trendy horecagebied op de oever van het lokale Paranoá-meer, waar tout hip en rijk Brasília te vinden is in tientallen bars en restaurants.

Weer duizend kilometer ten westen van Brasília ligt Cuiabá, de booming hoofdstad van sojadeelstaat Mato Grosso. Het centrale Volksplein (Praça do Povo) heeft gezellige horecagelegenheden waar je je op de terrassen kunt vergapen aan prachtig lokaal vrouwelijk schoon.

Verder is er weinig te doen in Cuiabá zelf. We raden bezoekers daarom aan om te verblijven in het zeventig kilometer verderop gelegen Chapada dos Guimarães, een rustig, georganiseerd stadje in het gelijknamige natuurgebied. Door de ligging op een achthonderd meter hoog rotsplateau is het hier minder heet dan in Cuiabá. Bovendien liggen er schitterende canyons, grotten en watervallen in de omgeving, waaraan de bewoners van Cuiabá zich in de weekenden komen laven.

Een goede plek om te verblijven is de herberg (pousada) Solar do Inglês. De ietwat foute Engelse eigenaar jaagde vroeger illegaal op jaguars in de nabijgelegen Pantanal, maar serveert zijn gasten nu iedere dag braaf thee en scones om 16u.

Het weinig verheffende Cuiabá
---------------------------------------------------------------------------------
Jungle-archipel met roze dolfijnen

Op een kilometer of 150 van Manaus ligt de jungle-archipel Anavilhanas, een tropische variant op de Biesbosch. Bij boottochten door het maagdelijk groene eilandenrijk in de kilometers brede Rio Negro, kun je kaaimannen, toekans en roze rivierdolfijnen zien. Afhankelijk van het seizoen vaar je langs rivierstranden (laag water) of boomtoppen (hoog water). Een bijzonder ritueel vindt plaats in Novo Airão, het enige stadje van het gebied. Dolfijnen eten uit de hand van een oud vrouwtje, terwijl toeristen in het water springen. Overnachtingstip: Anavilhanas Jungle Lodge (anavilhanaslodge.com).

---------------------------------------------------------------------------------
Oase voor hippies en biologen

Op tweehonderd kilometer van Brasília ligt Chapada dos Veadeiros, een bergachtig natuurpark met waanzinnig mooie valleien en watervallen. De oase van groen in de droge binnenlanden trekt veel hippies en biologen, die jaguars en andere dieren komen spotten. Tip: er liggen in tegenstelling tot in Brasília veel leuke herbergen (pousadas genoemd in het Portugees) in het park. Het is het overwegen waard om Chapada dos Veadeiros als uitvalsbasis te gebruiken voor wedstrijden in de hoofdstad, waar het moeilijk ontsnappen is aan de dure eenheidsworst in de lokale hotelsector.
---------------------------------------------------------------------------------
Papegaaien

Cuiabá is een uitvalsbasis naar de schitterende wetlands van de Pantanal, de beste plek in Brazilië om wilde dieren te zien. Voor een trekking moet je wel minstens een halve week uittrekken. Wie die tijd niet heeft en wel dieren wil zien, kan een tocht maken naar het op honderd kilometer (anderhalf uur rijden) van Cuiabá gelegen Nobres. Je kunt er duiken en snorkelen in een kristalheldere rivier met tetravissen en dourados. Bij de Lagoa das Araras landen er aan het einde van de dag meer gele ara's in de bomen dan duiven op de Dam. De hels krijsende papegaaien gebruiken de bomen in de lagune als toevlucht voor jaguars.

vrijdag, april 18, 2014

WK-serie: Natal + Fortaleza

In de derde aflevering van onze zesdelige WK-verkenning bezoeken we Natal en Fortaleza, de speelsteden die het dichtst bij Nederland liggen. Terwijl het in het zuiden van Brazilië flink koud kan worden tijdens het toernooi, zijn beide noordoostelijke vakantieoorden gezegend met 'winterse' temperaturen rond 28 graden in juni en juli en gemiddeld driehonderd dagen zonneschijn per jaar.
--------------------------------------------------------------------------------
"Mét of zónder emotie?", vraagt onze buggyrijder Odilon als we de duinen inrijden ten zuiden van Natal, de gemoedelijke hoofdstad van de deelstaat Rio Grande do Norte. We zitten achterin het blitse open autootje nog een beetje te balen over onze regenachtige eerste dag in de 'Stad van de Zon', maar Odilon zit voorin wél droog en heeft duidelijk zin in wat actie.

Als we groen licht geven ("met emotie graag!") suist de Braziliaan als een ware Ayrton Senna van een vijftien meter hoge duinpan af. Een paar steile heuvels en een hoop kriebels in de buik later blazen we even uit op een duintop. We worden omringd door een sprookjesachtig Sahara-landschap met plukjes tropisch groen, aapjes en natuurlijke duinmeren.

Duinen rond Natal (credit: Ricardo Rollo)

Via verlaten stranden, pittoreske vissersdorpjes en een veerpontje brommen we verder naar het zuiden. Daar, op 85 kilometer van Natal, ligt namelijk Pipa, dat ook wel het 'St. Tropez van Brazilië' wordt genoemd.

Bij aankomst in het mondaine badplaatsje jakkert onze sportieve chauffeur - Odilon verdiende vroeger de kost als voetvolleyballer ("Ik heb Frank de Boer zelfs een keer verslagen!") - een imposante rode oceaanklif op (de Chapadão) voor een mooi kijkje over de Atlantische Oceaan en kitesurfers die beneden de metershoge golven trotseren.

Paradijs voor watersporters als Pipa is, ruilen we Odilons buggy even later in voor een boot. Volgens onze sympathieke kapitein Dido zijn er in de buurt van Pipa veel dolfijnen te zien. We zetten koers naar de Lagoa das Guarairas, een lagune die hun favoriete lunchplek is dankzij de visrijke mangrovewouden langs de oevers.

Kids in Pipa

De flippers spelen echter verstoppertje vandaag. Mokkend stuurt Dido de woeste open zee op, waar we na een half uur beuken op de golven meer geluk hebben bij het dolfijnenstrand Praia dos Madeiros. Twee tuimelaars belonen ons geduld met een reeks sierlijke synchrone sprongen op amper vijf meter van de boot.

Na zonsondergang kuieren we naar Pipa's centrale Laan van de Dolfijnbaai voor een hapje en drankje. De sfeervolle hoofdstraat biedt keus uit tientallen charmante restaurantjes en drukke bars met reggae, rock en Braziliaanse livemuziek.

Terug in Natal nemen we een kijkje in Ponta Negra, een toeristische wijk aan de voet van de tientallen meters hoge Duin van de Kale Man. Het is er goed toeven op een klassiek bountystrand met palmbomen, azuurblauw oceaanwater en een leger verkopers van heerlijk verse gegrilde garnalen op stokjes. Ook 's avonds trouwens, want dan is de boulevard van Ponta Negra het kloppende uitgaanshart van Natal.

Ponta Negra

Vijfhonderd kilometer aan ongerepte duinen scheiden Natal van grote broer Fortaleza. De hoofdstad van de deelstaat Ceará is met haar 2,5 miljoen inwoners minder kalm en overzichtelijk dan Natal (800.000 inwoners), maar in strandwijken als Iracema, Meireles en Mucuripe kun je je prima afschermen van de grootstedelijke chaos.

De boulevard langs het fraaie strand van Iracema leent zich goed voor een relaxte ochtendwandeling. Honderden Braziliaanse joggers werken zich 's ochtends vroeg al in het zweet in deze openluchttempel voor het menselijk lichaam. Verderop leven surfers zich uit op de traditioneel stevige golven van het heerlijk warme, lichtblauwe oceaanwater.

Praia de Iracema

We krijgen er dorst van en bestellen een gekoelde kokosnoot die kordaat een kopje kleiner wordt gehakt door de straatverkoper. Zijn prijs van 2 real (0,70 euro) is - zoals de meeste tarieven in het relatief goedkope noordoosten - heel vriendelijk in vergelijking met het beduidend duurdere zuiden van Brazilië.

Een andere mooie plek in Iracema om een paar uur door te brengen, is cultureel centrum Dragão do Mar (Zeedraak). Het artistiek vormgegeven complex biedt allerlei vormen van vermaak, zoals dansoptredens, musea, een sterrenwacht, restaurants en disco's waar het 's avonds tot in de vroege uurtjes los gaat.

Nachtvlinders zijn ook elders in de bruisende strandmetropool aan het juiste adres. Op maandagavond is de Piratenbar van Iracema de hotspot. Ondanks de Nederlandse naam wordt er vooral lokale forrómuziek gedraaid, de swingende boerensalsa die alomtegenwoordig is in de cultuur van het noordoosten van Brazilië.

WK-toeristen zullen dat ook zeker merken, want de maand juni staat in deze regio volledig in het teken van grote forró-feesten (festas juninas). Wie zich liever onder de locals begeeft, kan terecht in forrótenten als Arre Égua (in Varjota), Kukukaya (centrum) en Danadim (Maraponga).

Iracema telt ook andere gezellige kroegen waar veel Nederlandse toeristen komen. Ook hier wordt het komende zomer dus één groot feest!
--------------------------------------------------------------------------------
Reuzenboom

Even buiten Natal ligt een bezienswaardig park rond 's werelds grootste cashewnootboom. Door een genetische afwijking is de boom zo ver vertakt dat het bladerdak al een halve kilometer breed is. Het 120 jaar oude groene gevaarte - 'het grootste levende organisme op aarde', zo weten de chauvinistische Brazilianen te melden - groeit door en begint het omringende dorp (Parnamirim) zelfs op te slokken. Bezoekers kunnen een uitzichtstoren beklimmen en krijgen een glas vers cashewnotensap bij de uitgang. Entree: € 2.

Dit is dus één boom
--------------------------------------------------------------------------------
Nederlandse forten

Zowel Fortaleza als Natal bezit een goed bewaard fort waarin de Nederlandse bezetting van het Braziliaanse noordoosten (1630-1654) wordt gememoreerd. In Fortaleza gaat het om Fort Schoonenborch, het oudste gebouw van de stad. Het fort fungeert tegenwoordig als legerkazerne. Braziliaanse militairen verzorgen rondleidingen.

Natal heette in de 17e eeuw een tijdje Nieuw-Amsterdam. Het voormalige Fort Keulen herinnert aan het Hollandse (en Portugese) verleden van de stad en trekt veel Braziliaanse bezoekers. De huidige naam van de hagelwitte, stervormige vesting is Fortaleza dos Reis Magos. Het is zonder gids te bezichtigen, maar alle informatie binnen staat alleen vermeld in het Portugees. Boven op het fort heb je tussen de kantelen een mooi uitzicht op de stad en de oceaan.
--------------------------------------------------------------------------------
Natal in WO II

Voor een provinciestadje van 50.000 inwoners in het Braziliaanse noordoosten speelde Natal een opvallende rol in de Tweede Wereldoorlog. Dankzij de gunstige ligging ten opzichte van Afrika en Europa vestigde het Amerikaanse leger hier zijn twee belangrijkste buitenlandse militaire bases.

Even buiten de stad ligt het voormalige Parnamirim Fields, dat van 1942 tot 1945 als uitvalsbasis fungeerde voor geallieerde bevoorradingsvluchten naar Noord-Afrika. Tegenwoordig is het weer een Braziliaanse luchtmachtbasis, met een klein museum dat een bezoekje waard is. Natal is zo trots op het stukje oorlogsglorie dat de stad zich bedient van de bijnaam 'De Trampoline naar Victorie'.

Het verblijf van 100.000 Amerikaanse militairen heeft ook culturele sporen nagelaten. Zo kent Natal een 'First Avenue'. In bars worden ‘longnecks’ (spreek uit 'longnekkies') geserveerd, een woord dat tegenwoordig ook in de rest van Brazilië wordt gebruikt. Volgens de lokale overlevering heeft ook de naam van de regionale 'forró'-muziek Amerikaanse wortels. De Amerikaanse militairen muntten de forródansen namelijk als 'for all', oftewel openluchtfeesten waarop iedereen welkom was.
--------------------------------------------------------------------------------
Te dromedaris of paard door de duinen

Met een buggy zie je meer van de prachtige duingebieden rond Natal en Fortaleza, maar wie het bezwaarlijk vindt om met soms knallende uitlaat door de natuur te crossen, kan terecht bij stille viervoetige alternatieven. Zo kun je in het Sahara-achtige dorp Genipabu (bij Natal) duintochten maken op de rug van een dromedaris.

Wij kiezen voor een ritje te paard in Tibau do Sul, de gemeente waarvan de populaire badplaats Pipa onderdeel is. Een Braziliaanse indiaan genaamd Nano Indio komt ons 's middags ophalen met zijn hengsten Trovão (Bliksem) en Vilão (Gemenerik).

Het eerste stuk van het 25 euro kostende uitstapje blijkt een lijdensweg. We hobbelen weliswaar door een prachtige omgeving van palmweiden en weelderig tropenbos, maar Nano Indio heeft onze stijgbeugels verkeerd afgesteld. Trovão geselt de edele delen van de onervaren Telegraaf-ruiter, totdat de gids de beugels eindelijk op de juiste hoogte stelt. Even later volgt alsnog een hoogtepunt als we op een duintop een sprookjesachtige zonsondergang beleven.

Credit: Ed. Peixes - Embratur