zondag, november 25, 2007

Drieluik Colombia

Dat was me het reisje wel. Leuk volk, de Colombianen. En Bogotá is een verademing in vergelijking met het vreselijke, verknipte Caracas. Na deze eerste indruk (zie foto beneden) van de snelweg van het vliegveld naar stad kon de meest fietsvriendelijke stad van het continent eigenlijk al niet meer stuk.

In het volgende drieluik lees je over mijn bevindingen in Colombia: respectievelijk een stukje over de benarde situatie van Tanja, het vluchtelingendrama op het Colombiaanse platteland en de inspanningen om gedeserteerde guerrillero's en paramilitairen aan een nieuw bestaan te helpen. Smeuïge details van de reis zijn vanaf 12 december in Amsterdam verkrijgbaar, want ik kom weer een paar weken terug.
------------------------------------------------------------------------------------
'Tanja nu gijzelaar'

De gedeserteerde FARC-strijdster ‘Sonja’ (23) begrijpt wel wat de Denekampse guerrillera Tanja Nijmeijer naar de Colombiaanse jungle heeft gelokt. “De verhalen zijn mooi, over Ché, de Bolivariaanse idealen, sociale rechtvaardigheid. In de dorpen geniet je respect als guerrillera, je krijgt eten en drank van de mensen. En de feesten tussen kerst en nieuwjaar zijn chevere (leuk).

De Colombiaanse vertelt dat ze op haar 14e vrijwillig toetrad tot de FARC, in drie maanden leerde een AK-15 te hanteren en op haar 15e opdracht kreeg een ‘pad’, ofwel informant, in de eigen eenheid dood te schieten.

Net als Tanja, die op slag wereldberoemd werd toen haar kritische dagboek werd ontdekt bij een legeraanval op haar kamp, zag Sonja de romantiek langzaam afbrokkelen. “Elke dag om vier uur op, om 4.15u klaarstaan, tot 6.00u op wacht; het leek wel een kantoorbaan.”

Toen ze voor de tweede keer straf kreeg na een ruzie met een kameraad, brak er iets. “Ik moest vijfhonderd keer brandhout halen en twintig meter loopgraf en latrines graven. Ik ben weggerend, drie dagen lang.” Ze dook onder bij een tante en gaf zich later over bij een politiepost.

Oud-FARC-man ‘Bruno’ (38), die drugs dealde voor de guerrilla en de benen nam toen hij werd geacht een gouverneur te ontvoeren, ziet het somber in voor Tanja. “Ze heeft een ideologisch delict gepleegd en daar staat de doodstraf op. Ze heeft het geluk dat ze buitenlandse is. Maar ontsnappen zal nu nog lastiger zijn.”

De tweede man van de FARC, ‘Raúl Reyes’, vertelde in het tv-programma NOVA dat Tanja best een maandje op verlof mag om haar familie in Nederland op te zoeken, mits ze daarna terugkeert in de gelederen. En of de Nederlandse regering gelijk even kon lobbyen om de FARC van de EU-terroristenlijst te krijgen.

“Schaamteloos. PR van jaren ‘60/’70-gehalte”, aldus de Nederlandse FARC-kenner Liduine Zumpolle. Ze hielp onlangs bemiddelen om Tanja vrij te krijgen, maar kreeg nul op het rekest van de FARC. “Tanja is nu een gijzelaar”, stelde de krant El Mundo deze week, daarbij Den Haag tot actie manend.

In diplomatieke kringen wordt gevreesd dat de FARC door alle aandacht een tweede Ingrid Bétancourt in de schoot geworpen krijgt, ofwel, onderhandelingsaas met een hoge politieke prijs.

Maar anders dan de gegijzelde Frans-Colombiaanse politica, hoeft Tanja op weinig medeleven van de Colombianen te rekenen. Het wil er bij hen niet in dat een afgestudeerde vrouw uit het rijke Nederland haar leven vergooit voor een club bejaarde revolutionairen en ordinaire bandieten, waar het land massaal de buik van vol heeft.
------------------------------------------------------------------------------------
Gevecht om land en cocaïne

“Ik had 3325 cacaobomen op mijn boerderij”, vertelt Severino Moquera Blan (60) in zijn blubberige tuintje in de sloppen van Quibdó, een Colombiaanse oerwoudstad waar het vrijwel elke dag regent.

“Het Subversieve Front (de marxistische guerrilla FARC, red.) gaf ons een uur om te vertrekken. Ze vermoordden mijn broer en mijn schoonvader. We zijn ontsnapt onder een berg bananen in een kano. We wonen hier al elf jaar, teruggaan kan niet. Ik ben boer, maar wat kan ik zaaien op een paar vierkante meter? Meneer, wij zijn jodidos.

De pisang, zijn ze, vrij vertaald. Land kwijt, spullen kwijt, familie kwijt, wortels kwijt. Jaarlijks worden zo’n 200.000 Colombianen van huis en haard verdreven; opgeteld zo’n drie van de 42 miljoen inwoners van het Zuid-Amerikaanse land. Maar druppelsgewijs als de volksverhuizing zich voltrekt, staat de ‘grootste humanitaire ramp van het westelijke halfrond’ (aldus de VN) nauwelijks op het internationale netvlies.

In de provincie die Quibdó als hoofdstad heeft, de Chocó, is in tien jaar 20% van de bevolking op de vlucht geslagen. Grote boerenfamilies van weduwen en veel kinderen die stranden in de steden, waar hen, zo te zien, weinig anders rest dan zittend voor vermolmde huisjes hun tijd stuk te slaan.

De boosdoeners zijn extreemlinkse guerrillero’s en extreemrechtse (oud-)paramilitairen, die de bevolking geen rust en neutraliteit gunnen in hun bloedige twist om de jungle. De Chocó is daarin een strategisch brandpunt. De streek aan de Panamese grens is een labyrint van rivieren en heeft zowel een Caribische als een Pacifische kust; ideaal voor de drugshandel waarmee beide groepen zich financieren.

“Het conflict explodeerde in 1997 met de Operatie Genesis, toen paramilitairen met steun van het leger een offensief begonnen om de guerrilla terug te dringen”, zegt documentairemaker Jesús Durán. “In wezen is het niets meer dan een ordinair gevecht om land en drugs. Boeren die voedsel verbouwen, worden weggejaagd ten faveure van het cocablad en de oliepalm. Als excuus voor het landjepik wordt gezegd dat de grond nodig is als buffer tegen de vijand. Of ze beweren dat de boer gecollaboreerd heeft.”

Een varkensboer die varkens verkocht aan guerrillero’s die zijn dorp controleerden? Laat de binnengevallen paramilitairen het niet horen. Een winkelier die paramilitairen op krediet liet kopen? Collaboratie, oordeelt de nieuwe lokale guerrillacommandant. En met een beetje pech staat daarop de doodstraf.

Colombia-kenner Piet Spijkers heeft een buitenverblijf bij Paz de Ariporo, een provincieplaatsje waar guerrillero’s en paramilitairen actief waren. “Er werden iedere nacht een paar mensen vermoord. De bevolking kon geen kant op."

Maar Spijkers zegt dat hij dit jaar voor het eerst weer veilig naar zijn buitenhuis kan reizen, omdat het Colombiaanse leger het gebied heeft terugveroverd op de illegale groepen. “De veiligheid is enorm verbeterd onder president Álvaro Uribe. Bij zijn aantreden in 2002 had één op de vijf Colombiaanse gemeenten geen politiebureau. Nu hebben ze dat allemaal.”

Dat dit nog geen garantie op bewegingsvrijheid geeft, blijkt als De Telegraaf Quibdó niet uit kan door diverse schermutselingen in de omgeving, met tientallen doden en zo’n duizend vluchtelingen als gevolg.

Volgens de Colombiaanse grondwet hebben de ontheemden recht op opvang. In 2004 tikte het Constitutioneel Gerechtshof de regering op de vingers vanwege de “systematische ontkenning” van het recht op veiligheid, onderwijs en zorg.

“Een historische uitspraak,” zegt Fanny Uribe van Plan Internacional Colombia, een kindgerichte ontwikkelingsorganisatie. “Te meer daar het hof oordeelde dat er geen specifieke aandacht is voor kinderen, terwijl 60% van de vluchtelingen kind is.”

Veel is er sindsdien niet verbeterd, vinden mensenrechtenorganisaties. Plan springt derhalve bij om de jonge vluchtelingen te helpen met het wegpraten van trauma’s, het inhalen van verloren schooljaren en het vullen van de maag via gaarkeukens.

De 12-jarige Jessenia Mina Rivas uit de vluchtelingenwijk Brisas del Poblado in Quibdó zou niet eens meer naar haar dorp terug wíllen. “Ik mis het wel, maar hier heb ik meer kansen. Ik kan gratis met de bus naar school en er is muziekles. Ik wil zangeres worden”, zegt ze gedecideerd. Een originele ambitie, zo blijkt, want de meeste buurtgenootjes worden liever soldaat of politieagent om guerrillero’s dood te schieten.

Verderop in de krottenwijk El Futuro (De Toekomst) zijn de hulporganisaties nog niet neergestreken. Bewoners drinken water uit de regenton en in de moerasjes rond de krotten drijven drollen.

Julia del Carmen Santos (33) zit met tien familieleden thuis te wachten op haar broer, die vandaag een karweitje heeft in de stad en hopelijk weldra een lunch meebrengt. Waarom deze gezond ogende vrouw intussen niet zelf wat ontplooit? Een beetje zelfstudie wellicht? “Dat lukt niet, je ziet toch hoe we erbij zitten? Je raakt hier uit vorm.”

En wat ze ervan vindt dat een guerrillaleger dat zich al 43 jaar als belangenbehartiger van de arme boeren opwerpt, haar rustige boerenleven heeft geruïneerd? “Tja, over die zaken kun je beter niets zeggen.” Twee seconden later. “Het is maluco” (krankzinnig).
----------------------------------------------------------------------------------
Tussen vrede en gerechtigheid

Mede dankzij de gewaagde ‘Wet van Recht en Vrede’ van president Uribe, is de stroom binnenlandse vluchtelingen licht geslonken de laatste jaren. De wet is uniek in de zin dat ze illegale groepen die in volle strijd zijn, uitnodigt de wapens neer te leggen in ruil voor strafverlaging en hulp bij de opbouw van een nieuw leven.

In een klaslokaal aan de krioelende hoofdstraat van Quibdó is de Colombiaanse verzoening in volle gang. Veertien atletische jonge kerels spreken elkaar gebroederlijk toe over ‘De Inspanning’ die nodig is om ‘De Verandering’ te verwezenlijken.

Ze vertellen hoe ze door geldgebrek of gedwongen rekrutering in de guerrilla of contraguerrilla verzeild raakten. “Ze zijn vaak zo jong begonnen met vechten dat ze nog niet weten dat de ‘o’ rond is”, zegt lerares Aleida Moreno. Een baan vinden is haar leerlingen nog niet gelukt, maar zolang ze de lessen en psychotherapie volgen, krijgen ze een uitkering.

Het pardonprogramma van de regering heeft al 45.000 strijders verleid tot ontwapening. Nadat de grootste paramilitaire groep AUC dat collectief deed, zijn het nu vooral twijfelende guerrillero’s die zich uit de jungle laten weglokken.

Vermoedelijk geprikkeld door het feit dat het leger terrein wint in de oorlog met de FARC, melden zich dagelijks gemiddeld negen gevluchte guerrillero’s voor desertie.

Toch is er internationaal veel kritiek op de wet, die daders zou voortrekken boven slachtoffers. Paramilitaire kopstukken die duizend moorden op hun geweten hebben, komen weg met maximaal acht jaar celstraf. Veel misdaden tegen de menselijkheid worden niet eens onderzocht en van financiële genoegdoening voor de slachtoffers is nog nauwelijks sprake.

In Quibdó leidt dat tot wrange contrasten. Neem ‘Gerson’ (28) , een gezellige Colombiaan, maar wel eentje met de nodige moorden op zijn kerfstok.

Niets van justitie te vrezen als de gewezen paramilitair commandant heeft, wandelt hij onbekommerd door de stad. Op school gaat het zo goed dat zijn droom in vervulling lijkt te gaan: dierkunde studeren aan de universiteit. Schuldig tegenover kansloze vluchtelingen voelt hij zich niet echt. “Tja, als wij hun land niet innamen, dan deed de vijand het.”

“We moeten ergens een streep zetten,” verdedigt een regeringswoordvoerder. “Dat is de prijs van de vrede. En het is vijf keer goedkoper een ontwapende strijder op weg te helpen, dan hem te bevechten in het oerwoud.”

De uitkering voor re-integrerende strijders is na kritiek verlaagd van een dubbel naar een enkel minimumloon. Momenteel is 56% van hen aan het werk, van wie driekwart in de informele sector.





Foto's:
- Fietsen op de snelweg.
- Niet het ROC te A'dam-Zuidoost, maar een klasje oud-guerrillero's en paramilitairen in de Chocó.
- Ever the rain. Julia del Carmen Santos in Villa Futuro in Quibdó.

zondag, november 04, 2007

WK Voetbal in het land der blinden

Schrik niet. Toen duizend random Brazilianen onlangs een wereldkaart werd voorgelegd, was het resultaat als volgt, zo bericht het blad Veja dit weekend.

- 50% kon Brazilië niet aanwijzen op de kaart.

- 84% had geen idee waar buurman Argentinië ligt.

- 18% wist de VS wel te vinden en 3% kende de ligging van Frankrijk (Nederland bleef wijselijk buiten beschouwing).

- 10% van de Brazilianen met een universitaire achtergrond wist niet dat Brazilië in Zuid-Amerika ligt.

- 50 % van de respondenten met basisschoolniveau, bleek onbekend met het feit dat Brazilië in Zuid-Amerika ligt.

Je kunt je afvragen of een land dat nauwelijks weet waar het zelf ligt, niet iets anders aan het hoofd zou moeten hebben dan de organisatie van het WK Voetbal in 2014 – deze week met veel tamtam binnengehaald door een legertje Braziliaanse politici (o.m. Lula) en politici in spe (Romario is gepolst voor het vice-burgemeesterschap van Rio) dat speciaal naar Zürich was afgereisd, ofschoon er geen tegenkandidaten waren. Dat betekent dat weer miljarden opgaan aan brood en spelen, terwijl het onderwijs een puinhoop blijft.

Op deze blog is de topografische blindheid in kaart gebracht.


donderdag, november 01, 2007

Nicht Máxima: 'Mijn leven is een puinhoop'

Het zwarte schaap van de familie Zorreguieta beleeft zwarte tijden en stapt liefst vandaag nog op een vliegtuig naar Nederland. Laura Viña, het ondeugende paaldansende achternichtje van prinses Máxima, vertelt tussen twee stripacts in een nachtclub in Buenos Aires openhartig over de tragische dood van haar vriend. “Ik heb op het punt gestaan om zelfmoord te plegen.”

Máxima’s relativerende woorden over de Nederlandse identiteit vindt Viña “niet zo slim” in haar positie. Maar de onbereikbare nicht “die met haar neus in de lucht loopt” heeft wel gelijk, aldus de kleine, donkere tegenpool.

De 26-jarige Laura, onlangs door een blad verkozen tot één van de twintig meest sensuele vrouwen van Argentinië, is de ster van de club New Shampoo in Recoleta, de chique wijk waar Máxima´s ouderlijk huis staat. Na middernacht klautert ze om het uur als een volleerde turnster hoog de paal in.

Terwijl harde rockmuziek door de donkere kelder dreunt, blijft ze secondenlang horizontaal gestrekt aan de paal hangen. Dan glijdt de gelaarsde diva behendig naar beneden en werpt haar zwarte stola en met siliconen gevulde bh af. Ze springt van het podium en eindigt in een split op de vloer tussen een groep wild applaudisserende mannen.

Tien minuten later komt komt ze opgewekt en half aangekleed aan de bar staan voor een gesprek met het bezoek uit Nederland.

Hoe gaat het met je?

“Mijn leven is een puinhoop”, lacht ze grimmig. “Mijn vriend is twee maanden geleden vermoord. (Gonzalo Acro, lid van de harde supporterskern van voetbalclub River Plate, neergeschoten in een bendeoorlog, red.). Hij was de liefde van mijn leven. De vader van mijn 8-jarige dochtertje Camila was ook al dood.

Ik heb de laatste tijd huilend thuis gezeten. Maar God zegt me dat ik door moet gaan. Ik moet voor mijn dochter zorgen.”

Wat vindt zij ervan dat je op deze manier de kost verdient?

“Ik speel open kaart met haar. Ik zie geen alternatief. Ik heb geen zin om voor een loontje van duizend pesos iedere dag acht uur op kantoor te gaan zitten. Ik doe dit puur voor de ‘plata’ (poen), het betaalt erg goed.

Klopt het dat je plannen hebt voor een acteercarrière?

Ik weet nog niet wat ik na dit werk wil doen, ik leef van dag tot dag. Ik zou dolgraag weer in Nederland optreden, het Ex Porn Star feest in Amsterdam (waar ze op Koninginnenacht 2005 getooid met kroontje al strippend furore maakte, red.) was geweldig om te doen. Ik houd van die stad.”

Heb je iets meegekregen van de recente ophef rond je nicht Máxima?

“Nee.” (Na te zijn bijgepraat). “Tja, dat is niet zo slim om te zeggen als prinses. Maar ik begrijp wat ze bedoelt. Natuurlijk is er niet zoiets als één Nederlandse identiteit. Argentinië heeft die ook niet.”

Zou je de banden met Máxima en haar tak van de familie willen aanhalen?

“Ik zit er niet op te wachten. Ze is maar een verre nicht, onze oma´s zijn zussen. Vroeger kwam ze vaak bij ons thuis over de vloer om met mijn broer uit te gaan.

Maar ze wil niets meer van me weten, ze loopt met haar neus in de lucht. Ik zal altijd het zwarte schaap van de familie blijven. Het kan me niet schelen. Hier ben ík de prinses.”

En daar gaat ze weer, huppelend de coulissen in om zich om te kleden voor de volgende act.



Laura in actie (credit: New Shampoo) en met haar dochtertje.


zondag, oktober 07, 2007

Ondernemers in Rio

Uit De Financiële Telegraaf van vanochtend..
-----------------------------------------------------------------------------------
De serie Het Portret gaat de grens over. De komende weken richten we de schijnwerpers op Nederlandse ondernemers in het buitenland. Deze week zijn dat Peter van Voorst Vader (53) en Boudewijn Rooseboom (31), nestor en benjamin van de Nederlandse Business Lunch in Rio de Janeiro.

De hamburger- en pizzahandel was de harde leerschool die beide nu van pas komt bij het gidsen van buitenlandse investeerders in het veelbelovende, maar complexe Brazilië

“Alles is hier intenser en groter, zowel de moeilijkheden als de kansen”, zegt Van Voorst, die de fastfoodketen Bob’s jarenlang door de Braziliaanse achtbaaneconomie loodste en voor het eerst het idee heeft dat het land structureel in de lift zit.

Rooseboom zal zijn met bloed, zweet en tranen opgebouwde restaurant koste wat kost in volle bloei zetten. “Ik ben al anderhalf jaar aan het ploeteren en vechten en dat zal verdomme niet voor niets zijn."
----------------------------------------------------------------------------------
Hoezo Brazilië?

R: Na mijn studie ben ik met de motor van Vuurland naar Alaska gereden, via Brazilië. Eenmaal terug, werd Nederland me algauw te krap, te uitgekauwd. Ik kreeg kans aan de rand van Rio een restaurant op te bouwen. Helemaal alleen, al googlend naar instructies metselde ik een pizza-oven. De zaak begint eindelijk te lopen. Daarnaast ruik ik via de Flexair Group aan het grotere geld.

V: Ik werd in 1985 door Shell naar Brazilië uitgezonden. Een land waar je op slippers naar een trouwerij kunt, heerlijk! Ik houd van de warmte, het geluid van de zee. Toen Vendex in 1996 Bob’s verkocht, heb ik de sprong gewaagd.

Volgens de Wereldbank zijn Nigeria, Bangladesh en de Palestijnse Gebieden meer ondernemersvriendelijk dan Brazilië. Moet je een avonturier zijn om hier te slagen?

V. Brazilië is verleidelijk, de mogelijkheden zijn onbegrensd, maar zakendoen vergt enorm doorzettingsvermogen. Plotse devaluaties, 6% rente per maand; ik heb een hoop opdonders gehad. Maar de economie is genormaliseerd.

R. Tja, avonturier, ik zie mezelf liever als een echte ondernemer. Ik zie kansen die Brazilianen niet zien. Soms loop ik met mijn kop tegen de muur met mijn Europese mentaliteit. De paradox is dat je hier veel vrijheid hebt, maar ook wordt teruggezogen in het lage tempo van het land.

De heren P.V. (l.) en B.R. poserend voor het Suikerbrood.

Hamburgers, pizza’s? De meeste Brazilianen zijn toch al blij met een potje bonen met rijst thuis op tafel? Besteden ze wel genoeg?

R: Ik moet het natuurlijk niet hebben van de sloppenbewoners. Maar de middenklasse groeit. En wát Brazilianen hebben, geven ze zo snel mogelijk uit. Het zijn geen spaarders.

V: Vergeet niet dat er 190 miljoen Brazilianen zijn. Als je 30 miljoen oma’s een ijsje van een euro kunt laten kopen, is dat 30 miljoen euro.

Los van de eetcultuur, staat Rio bekend als een een kannibaliserende stad. Het is eten of gegeten worden. Hoe houd je je staande in het gesjoemel?

V. Dat prettige informele is in Rio wat doorgeslagen, dat is wel eens moeilijk. Maar als buitenlander heb je nauwelijks last van corruptie, je houdt je gewoon van de domme. (Na enig aandringen). Eén keer heb ik de politie moeten betalen voor het vrijlaten van een filiaalmanager, bij wie een oude illegale waterleiding in het restaurant was ontdekt. We wisten daar niets van, maar in zo’n geval gaan je mensen voor.

R: Ik vecht ertegen en soms geef ik een beetje mee. Als ‘de irritante gringo’ zit ik mijn leveranciers en personeel flink achter de vodden. Maar zolang je blijft glimlachen, kunnen Brazilianen veel hebben.

Brazilië wordt wel het eeuwige land van de toekomst genoemd. De beurs in São Paulo explodeert, maar sociaal zit er weinig schot in. Waar zie je Brazilië en jezelf over tien jaar?

R: In Brazilië. Ik kwam met een rugzak en ik zal eindigen met een bloeiende zaak. De opportunities blijven hier uit de boom vallen. Wat betreft het macro-plaatje: de auto’s en shoppings zullen groter worden, maar aan de armoede in de onderlaag zie ik niet veel veranderen.

V: Geen idee waar ik dan zit. Maar Brazilië heeft de weg omhoog te pakken. De beursgroei en miljardeninvesteringen uit het buitenland zorgen voor een schoonmaak in Braziliaanse bedrijven. Het zwarte geld gaat eruit. En venture capitalists merken dat het rendement hier hoger is dan elders. Iedereen loopt achter die suffe ethanol aan, maar kijk eens naar de watermarkt, onroerend goed, carbon credits. Er is hier nog zoveel te doen.


woensdag, oktober 03, 2007

Column Kameleons

‘Politiek is overal smerig’, leerde ik ooit van een Nederlandse Cuba-kenner die een lans brak voor Fidel Castro (‘zonder de Amerikaanse vijandschap was Fidel een soort Charles de Gaulle geworden’).

Toch denk ik soms weemoedig aan Den Haag als het Braziliaanse parlement zijn dagelijkse portie moreel afval in het journaal uitstort. De heren en dames in Brasília houden zich zoals te doen gebruikelijk alweer maanden bezig met het roeren in eigen stront. Hetgeen gebeurt in pseudo-‘ethische commissies’ waarin criminele praktijken van collega’s onder een dikke laag vriendjespolitiek begraven worden.

Ook over partijtrouw hebben nogal wat parlementariërs een aparte opvatting, zoals vandaag in een Telegraaf-column valt te lezen. ------------------------------------------------------------------------------
Nerveuze gezichten in de wandelgangen van het Braziliaanse parlement. Terwijl vrijdag de politieke ‘transferperiode’ sluit, hangt vandaag een uitspraak van het hooggerechtshof boven de markt die het vrije verkeer van politici aan banden kan leggen.

Politici wisselen hier net zo makkelijk van partij als van stropdas. Neem kamerlid Hidekazu Takayama. Hij liet zich vorig jaar kiezen voor de centrumrechtse PMDB, stapte over naar de ouderenpartij, verhuisde verder naar de links-populistische PTB en verdedigt nu de kleuren van de onbestemd christelijke PSC. Eerder had de evangelische dominee al de liberale DEM en de socialistische PSB versleten.

Een rijtje waar een kameleon U tegen zegt.

Zo liep meer dan de helft van de huidige 513 kamerleden al eens over, van wie 46 afgelopen jaar. Daarbij helpt het dat de meeste politieke partijen inhoudelijk net zo verschillend zijn als concurrerende wasmiddelmerken.

De stoelendans voltrekt zich volgens een vast patroon: de oppositiebankjes lopen leeg en het regeringsblok bolt op. Daar dicht bij het vuur is het immers makkelijker meedingen naar allerhande geldpotjes en baantjes.

Kiezers en oppositiepartijen die op deze wijze in de maling worden genomen, veerden onlangs op toen het Braziliaanse kieshof oordeelde dat de overlopers in feite zeteldiefstal plegen. De groep van 46 zou met terugwerkende kracht het mandaat aan de partij verliezen. Vandaag heeft het hooggerechtshof het laatste woord over de partijtrouw.

Echter, de kamerleden zouden geen Braziliaanse politici zijn als ze, geoefend in het maken van wetten in eigen belang (zoals een verhoging van het eigen salaris met 91%!), zich niet hadden ingedekt tegen mogelijk onheil. Snel werd een nieuwe wet gemaakt die een vaste ‘transferperiode’ inlast en de 46 overlopers tegen zetelverlies beschermt.

Waarmee volksvertegenwoordiging en rechterlijke macht op ramkoers liggen.

Uit een enquête bleek vorige week dat politici onder slechts 11% van de bevolking vertrouwen genieten. Demonstranten zetten steeds vaker een clownsneus op om het gevoel van machteloosheid te uiten. En de kameleons in Brasilia trekken nog eens een lange neus.

dinsdag, september 25, 2007

Niks bananen, drank (96%) willen ze!

Ik waag me toch maar eens de grens over. Wat volgt is een reisverslag van mijn bezoek aan de zilvermijn in Potosí en andere trekpleisters in de Boliviaanse hooglanden. Op de foto's zie je de survivalkit die je voor de kompels dient in te kopen, een kronkelende 1.93m lange gestalte met laarsmaat 45 en de Rijke Berg zelf, die wat mij betreft één van de mooiste verhalen op het continent herbergt. Komt dat zien, je kunt lachen met de Bolivianen.
-----------------------------------------------------------------------------------
Goed te drinken eigenlijk, die ‘Boliviaanse whisky’ (96%!) zo vlak na het ontbijt. “Doet u maar twee flesjes.” “Anders nog iets?”. “En twee zakjes cocabladeren en een staaf dynamiet.” Tja, de mijnwerkersmarkt van Potosí is even wat anders dan de Albert Cuyp.

Als toeristen worden we geacht cadeautjes te kopen voor de kompels in de bergmijn die hoog boven de Andesstad uittorent. En nee, verzekert gids Marco, met broodjes en bananen kunnen we echt niet aankomen. Soit, anderhalve euro voor een dynamietstaaf, moet kunnen. Nog even een mijnwerkerspakje met helm en lamp aantrekken en klaar: op naar wat ooit de rijkste én de bloedigste zilvermijn ter wereld was.

De Hollandse piraat Piet Hein is een bekende naam in deze boomtown van weleer. Zoveel zilvervloten bevatte de Rijke Berg van Potosí, dat de enthousiaste Spaanse kolonisator er een brug naar Madrid van kon bouwen. Optie 2: een brug van de botten van de indianenslaven die als muggen stierven in de mijn, zo wil de wrange overlevering.

Nu is het pure zilver zo goed als op en schrapen de Bolivianen de resten zink, tink en lood bij elkaar. Potosí is de armste provincie van Bolivia en kan dus wel wat ramptoeristen gebruiken.

Zodoende stuitert onze auto even later over het roodbruine maanlandschap op de bergflank. Op ruim vier kilometer hoogte waait een ijzige, gruizige wind, dus bij het uitstappen duiken we snel een schacht in.

Binnen blijkt algauw dat de mijn niet op maat is gesneden voor iemand van 1.93m. Hortend en stotend gaat het de ijle diepte in. “Pas op, asbest aan de wand,” waarschuwt Marco. Alsof die te zien valt met zo’n ellendige Calimerohelm voor je ogen. “Listo, amigo.” Hé hé, even uithijgen.

Klop, klop, klop’, we zijn een kompel op het spoor. Even later stuiten we in een nauwe holte op een gehurkte man met wangen die, zoals alle wangen hier, bol staan van de cocabladeren. Don Julián is de naam, en hij neemt vandaag een zinkader onder handen. Moederziel alleen op die paar kubieke meter is hij wel in voor een beetje gezelligheid. “Alcohol, alsjeblieft,” kiest hij zijn cadeautje uit.

Boem, boem, boem, boem.’ Ditmaal zijn het doffe dynamietdreunen die boven ons klinken. Kijken mag niet, want Marco is bang dat er los gruis naar beneden komt. Hij doet derhalve iets anders spannends. Stel, je lamp valt uit in dit labyrint, wat dan? Volmaakte stilte en duisternis. “Op de tast kom je nooit de mijn uit”, fluistert de oud-kompel. “Je kunt het beste gaan zitten en wachten op hulp.”

Ook in slaap vallen door overmatig alcoholgebruik en onderwijl stikken in giftige gassen is een vervelende praktijk in de mijn, vertelt hij. Voor zover bekend zijn dit jaar al 26 kompels verongelukt, los van de sluipende ziekte die deze mannen een levensverwachting van veertig tot 45 jaar geeft, de stoflong.

Met zoveel onheil op de loer is het maar goed dat er een geluksduivel over de ingewanden van de berg waakt, El Tío. We zoeken rond lunchtijd zijn tempeltje op, waar de rode Tío, die met zijn Cervantes-baard en fors geschapen tampeloeres een macho Spaanse conquistador moet voorstellen, te vriend wordt gehouden. We bestrooien hem met cocabladeren, sprenkelen alcohol over zijn voeten en steken een sigaret in zijn mond.

Twee kompels schuiven aan voor de lunch: een handje cocabladeren tegen de honger, dorst en vermoeidheid. Verder dan dat en de alcohol strekken de dagelijkse arbeidsvitaminen niet, zeggen ze. Het is moeilijk te geloven. Terwijl ook mijn wang vrolijk bol staat van de sappige groene blaadjes, hadden ze me zonder broodpakketje allang kunnen wegdragen na de inspanningen van vanochtend.

We zakken verder naar de 5e etage en begeven ons in een lorrietunnel dat door indianen met de hand is uitgebikt. Met een laatste krachtinspanning kruipen we richting een lichtbundel. Buiten! Dit is onze wereld niet. Maar we hadden het voor geen goud willen missen.
----------------------------------------------------------------------------------

Andere trekpleisters op de Boliviaanse hooglanden.

Sucre

De charmante Boliviaanse hoofdstad zou niet misstaan in het Spaanse Andalusië. Het smetteloos witte koloniale centrum is Unesco-werelderfgoed en heeft fijne slentermarkten. Sucre ligt ruim een kilometer lager dan Potosí, wat het klimaat stukken aangenamer maakt.

Eettips: lunch onder het hoogtezonnetje op het pleintje naast het Recoleta-klooster, met uitzicht over de stad en lekkere Latijnse muziek. Probeer ’s avonds in restaurant La Fontana een ‘Picante de Pollo’ (pikante kip) met rijke aardappelvarianten van de Andes.

Wie het echt niet meer weet, haalt Hollands bier, kroketten en raad in het Nederlandse Joy Ride Café, vlakbij het centrale Plaza 25 de Mayo.
-----------------------------------------------------------------------------------

De zoutvlakte van Uyuni

Overweldigende stilte op een wit tapijt zo groot als Gelderland, Noord-Brabant en Limburg samen. De leegte wordt slechts onderbroken door huizenhoge oercactussen en een hotel uit zoutsteen (wie het niet gelooft, mag het bed en de bar aflikken). De vlakte is één grote speeltuin voor fotografen, dankzij de scherpe kleurcontrasten en het bedrieglijke gebrek aan diepte. Wees voorbereid: de zon is ongemeen fel en het verschil tussen dag- en nachttemperatuur is verraderlijk, groter nog dan elders in het Boliviaanse hoogland.
-------------------------------------------------------------------------------

La Paz

Bruisende stad, tot diep in de doordeweekse nacht aan toe. Spectaculair gelegen in een kloof omringd door besneeuwde Andesreuzen. Maar de grote trekpleisters liggen buiten de stad.

Op een uur rijden begint het Titicacameer. Wie niet doorreist naar Copacabana voor de overtocht naar het heilige Zonne-eiland van de inca’s, krijgt in het plaatsje Huatajata een solide voorproefje van de schoonheden van dit hoogste bevaarbare meer ter wereld. Proef de meesterlijke Titicaca-forel (lichtgezouten) en huur een bootje om kennis te maken met inheemse bewoners op het Suriqui-eiland.

Tevens geschikt voor een dagtocht vanuit La Paz zijn de ruïnes van Tiwanaku, een hoogontwikkelde pre-Inca stad.
-----------------------------------------------------------------------------------

Reiswijzer

Om hoogteziekte te voorkomen is het beter de reis niet in La Paz (3600m) te beginnen. Vlieg op Sucre (2900m) of op Santa Cruz (400m) en reis per bus verder naar Potosí, Uyuni en La Paz. Regionaal busvervoer is goed geregeld en – zoals alles in Bolivia – spotgoedkoop. Wie graag ’s nachts reist, doet er goed aan de bedbus (‘bus cama’) te pakken, want de stoelen zijn bemeten op Boliviaanse benen.




woensdag, september 05, 2007

Afspreken met Alves

Voor de geïnteresseerden: het verhaal achter de soap rond Afonso Alves, die maandag culmineerde in zijn afwezigheid bij het gala waar hij de Gouden Schoen in ontvangst zou nemen.

Met een anonieme bijrol voor mij in Belo Horizonte, alwaar ik - tevergeefs, zo bleek achteraf - een filmpje met Alves' familie opnam.

Met dank aan de woede van de redacteur én mede-organisator van het gala Jaap de Groot- na eerdere ervaringen met Romário toch al redelijk door de wol gewerfd in het afspreken met Brazilianen - is het een grappig staaltje cultuurclash geworden.
------------------------------------------------------------------------------------
Alves wel op tijd voor visum…

AZ WILDE TRANSFERSOM IN VIJF JAAR BETALEN

door Jaap de Groot
AMSTERDAM, woensdag
Ineens was hij niet ziek, zwak en misselijk. Op de ’on-Braziliaanse’ tijd van 08.45 uur stond Afonso Alves gisterochtend keurig in de rij voor het Amerikaanse consulaat in Amsterdam. Natuurlijk weer samen met een adviseur. Want alleen een visum ophalen is voor deze profvoetballer blijkbaar niet mogelijk. En dat had de 26-jarige aanvaller wel nodig om dit weekeinde met Brazilië uit te komen tegen de Verenigde Staten.

Saillant detail is dat Alves de laatste tijd niets meer met Heerenveen te maken wilde hebben, maar de Friese club wel steeds opbelde om zijn Amerikaanse visum te regelen, nadat zijn managers vergeten waren dit aan te vragen.

Daarmee is de Braziliaan het symbool geworden van de profvoetballer die boven de wet denkt te staan en de fatsoensnormen aan zijn laars lapt. Nadat op 30 april het eerste gesprek met Afonso Alves had plaatsgevonden op het Friese landgoed Lauswolt, is de organisatie van het gala Voetballer van het Jaar maandenlang bezig geweest om de uitreiking van de Gouden Schoen volgens zijn wensen in te vullen.

Al in juni werd zijn familie in Brazilië bezocht, om te regelen dat zijn moeder, broer, zus en zoontje Felipe Henrique op 3 september bij de uitreiking aanwezig zouden zijn. Omdat dit een verrassing moest blijven, werd met de familie afgesproken niets hierover aan Afonso te vertellen. Daarna werd voor 11.000 euro aan tickets geregeld en werd medio augustus voor een filmimpressie opnieuw zijn familie in Belo Horizonte bezocht.

Toen in die periode weer contact met de Heerenveenaanvaller werd opgenomen, blonk de Zuid-Amerikaan uit door structureel niet op telefoontjes te reageren en doodleuk afspraken te vergeten. Toen er eindelijk wel in huize Alves in Heerenveen rond te tafel kon worden gezeten, deed hij onder meer het verzoek zijn familie uit Brazilië over te laten komen (wat dus al geregeld was), tevens deed hij de toezegging onder alle omstandigheden naar het gala te komen. Dus los van welke transfer of wat dan ook.

Nadien werd niets meer van Alves vernomen. Slechts één telefoontje van één van zijn adviseurs, dat Afonso boos was op Heerenveen en geen zin had in een feest. Waarop geantwoord werd dat als dit het geval was, hij of zijn vriendin dit zelf aan de organisatie diende te melden. Daarna bleef het weer stil.

Intussen hield de organisatie contact met de familie in Brazilië, terwijl Afonso hen niets zei over zijn twijfel om naar het gala te gaan. Toen afgelopen vrijdag weer met zijn broer werd gebeld, meldde deze enthousiast dat de koffers gepakt stonden. Alleen toen zondagmiddag de familie Alves op Schiphol werd opgewacht, bleek het viertal in Sao Paolo niet op het vliegtuig te zijn gestapt. Wat er daarna ook werd gebeld, de telefoon werd niet meer opgenomen.

Dat deed zijn vriendin Lottie later wel om te vertellen dat Afonso boos was dat zijn familie niet voor het gala was uitgenodigd. Inmiddels is duidelijk geworden dat Alves zaterdag zelf met zijn broer heeft gebeld om te zeggen dat de familie niet naar Nederland hoefde te komen. Intussen hield hij zondagavond en maandagochtend vol dat er niets met zijn familie was geregeld.

Nadat maandagmiddag én de gemaakte dvd met zijn zoontje Felipe Henrique én kopieën van de complete correspondentie met zijn familie thuis bij hem waren afgeleverd, werd hij gedwongen zijn komedie te staken. Hij liet toen weten zijn komst naar het gala te heroverwegen, waarna besloten werd dat rond halfzeven een bevriende chauffeur hem op zou halen. Alleen toen de vertrouwenspersoon op het afgesproken tijdstip arriveerde, weigerde de spits de deur open te doen. Rond zeven uur was wel duidelijk, dat Alves niet naar het gala zou komen. Overigens heeft hij tot vandaag de dag niet de moeite genomen om zich persoonlijk af te melden.

Met ingehouden woede namen bestuur, technische staf en selectie vervolgens plaats in Studio 21. Daarna werd de Friese selectie bij de ceremonie rond de Gouden Schoen naar voren geroepen, als blijk van waardering voor de wijze waarop Heerenveen zich onder de chantage van Alves en zijn managers heeft opgesteld. Het applaus dat trainer Gertjan Verbeek en zijn spelers ten deel viel, zei daarna veel over hoe het vaderlandse topvoetbal over de situatie denkt.

Daarna werd ’Mr. Heerenveen’, Riemer van der Velde, in de gelegenheid gesteld om zijn club publiekelijk een hart onder de riem te steken. De duidelijk emotionele ex-voorzitter kon niet nalaten een verkapte sneer richting AZ uit te delen, omdat de Friezen de Alkmaarders duidelijk als veroorzaker van het probleem met Alves zien. „De situatie rond Alves heeft duidelijk gemaakt dat er in het voetbal nogal wat wolven in schaapskleren rondlopen, waarvan sommigen hier ook in de zaal zitten…”, was een opmerking die als een bom insloeg.

Bij Heerenveen bestaat sterk het vermoeden dat AZ twee maanden geleden al met Afonso Alves heeft onderhandeld. Verder zijn de Friezen boos dat zowel publiekelijk als richting Alves de indruk is gewekt dat er uiteindelijk 16 miljoen euro op de spits is geboden. Alleen is daar volgens Heerenveen niet bij verteld, dat de betaling van het eerste bod van 14,5 miljoen euro over vijf jaar werd uitgesmeerd: het eerste jaar 4,5 miljoen en daarna vier keer 2,5 miljoen per jaar. Het laatste bod van 16 miljoen werd vlak voor het sluiten van de transfermarkt per sms gedaan, zonder dat er secundaire voorwaarden werden genoemd.

Intussen is Afonso Alves woedend dat hij zijn ’droomtransfer’ mis is gelopen, daarbij opgefokt door zijn management dat zelf een groot financieel belang bij een lucratieve overgang heeft. Het heeft allemaal geleid tot een chantage van de club Heerenveen, die hem vorig jaar nog voor 4,1 miljoen euro uit de anonieme Zweedse competitie weghaalde, waarna hij via zijn voltreffers zelfs het Braziliaanse nationale elftal wist te halen.

Zaken die nu door het riool zijn gespoeld, omdat de speler zijn zin niet gekregen heeft.