dinsdag, oktober 21, 2008

Cariokaal in São Paulo/ Column Liberdade

Pff, dat was een zware bevalling: verhuizen van Rio naar São Paulo. Maar na wekenlang te zijn getart door een kafkaësk makelaarsbureau heb ik een mooi appartement weten te bemachtigen, dat ik overigens deel met een Nederlandse leraar.

Ik woon dichtbij de metro (een must) in een wijk vol barretjes (Vila Madalena) en heb het dus toch weer erg goed getroffen.

Het enige nadeel is dat fietsen hier gekkenwerk is, omdat de wijk gedrapeerd ligt over heuvels met Ardenner stijgingspercentages en stoplichten die ook het afdalen bemoeilijken.

Een mooie strandstad uit eigen beweging de rug keren voor een lelijke geldstad; in Rio vroegen ze zich af of ik gek was geworden.

Welnu, we zullen het merken. In ieder geval geeft het stof voor nieuwe verhalen. Om te beginnen deze column uit De Telegraaf.
----------------------------------------------------------------------------------

De karakters op de uithangborden in Liberdade, de Japanse wijk van São Paulo, zijn nog overwegend Japans. Maar achter de winkelgevels rukken de Chinezen op.

Marktmeester Tsuguo Kondo verkoopt al dertig jaar Japanse mie (yakisoba) op de zondagmarkt van Liberdade en heeft de buurt ingrijpend zien veranderen.

“De verhouding tussen Japanners en Chinezen is nu zo 50/50. Ze nemen de handel over. Onze kinderen hebben daar geen zin meer in.”

In Brazilië wordt dit jaar herdacht dat in 1908 de eerste Japanse migrantenboot aanmeerde voor contractarbeid op de koffieplantages rond São Paulo.

Een eeuw later is het aantal Brazilianen van Japanse afkomst opgelopen tot bijna anderhalf miljoen, veelal advocaten, dokters en politici die liever in São Paulo’s luxe appartemententorens wonen dan in het krioelende Liberdade.

Chinese gelukzoekers nemen maar wat graag hun plek in, want tussen Aziatische broeders is het toch makkelijker integreren in een vreemd land.

Op het eerste gezicht is de wijk Japans gebleven. De typische straatlantaarns, mangawinkeltjes, advertenties van al dan niet Japanse prostituees die zich aanprijzen als ‘japonesinhas’, handig inspelend op mannelijke fantasieën over geisha’s.

In de hoofdstraat verlekkeren toeristen zich in de afgeladen supermarkt Marukai aan sushi, sake en geroosterd zeewier. Maar al doen de Japanse karakters op
de gevel anders vermoeden, Marukai heeft een Chinese eigenaar.

“Het zijn slimmeriken”, lacht Kondo. “Ze doen zich voor als Japans, want dat verkoopt hier. Bezoekers komen voor de Japanse wortels van de wijk.”

Op straat blijkt het nog een hele opgave om Chinezen te vinden die een beetje Portugees spreken. Tussen een groep punkers bij de uitgang van het metrostation staat Hiu, een jonge Chinees met een steile kuif en mascara op. “Voor onze generatie maakt Chinees of Japans zijn geen verschil. Liberdade is een Aziatische wijk geworden.”

Onder ouderen in de traditioneel gesloten Japanse gemeenschap wordt minder luchtig gedacht over de Chinese invasie. Maar volgens Kondo valt uiteindelijk niet te ontkomen aan vermenging in de Braziliaanse smeltpot.

Zijn Japanse mie is alvast niet bestand gebleken tegen de Braziliaanse mengdrift, zo blijkt verderop op de menukaart van een Chinees-Japans restaurant: ‘Chinese yakisoba’.



Tsuguo Kondo

woensdag, augustus 27, 2008

Indianen vs niet-indianen

Uit de krant van vandaag en net begonnen in de rechtszaal.
------------------------------------------------------------------------------------

Braziliaanse indianen houden vandaag hun hart vast. Het Hooggerechtshof doet uitspraak in een landconflict dat bepalend is voor de toekomst van hun reservaten.

Inzet is het reservaat Raposa Serra do Sol bij de grens met Venezuela en Guyana, waar 19.000 indianen leven op een schitterende lap natuur van 1,7 miljoen hectare. Sinds 2005 is het gebied afgebakend, ofwel, in principe verboden voor niet-indianen.

Maar een handvol grote rijstboeren in een hoek van het reservaat blijft stug zitten en laat zich niet uitkopen door de overheid. Toen de politie hen in april kwam uitzetten, ontstond een veldslag en legde het hof de ontruiming stil.

Belangrijk als de grootgrondbezitters zijn voor de economie van de arme deelstaat Roraima, die voor bijna de helft uit reservaat bestaat, wordt hun verzet in eigen regio gesteund. Ook door sommige indianen die werken op hun plantages. Bovendien betoogt het Braziliaanse leger dat het riskant is om het van goud en diamanten bulkende grensgebied exclusief aan de indianen over te laten.

De voorzitter van het hof, Gilmar Mendes, liet al doorschemeren dat hij ruimte in de wet ziet voor een ‘eilandmodel’ dat delen van Raposa Serra do Sol toegankelijk houdt voor niet-indianen. In dat geval dreigt ook de status van andere reservaten te worden uitgehold.

“Daarmee zou het hof de grondwet verscheuren”, aldus Dionito José de Sousa van de Indianenraad van Roraima. Terwijl de Macuxi-indiaan invasies van de blanke landerijen niet uitsluit, zweren enkele boeren “zelfs dood” niet te zullen vertrekken. Uit vrees voor rellen zijn driehonderd politieagenten neergestreken in het reservaat.

De Braziliaanse regering is tegen versnippering van het reservaat. Maar om het bezorgde leger tegemoet te komen, staat president Lula sinds kort wel permanente militaire bases toe in indianengebieden bij de grens. Hetgeen volgens indianenclubs ook tegen de grondwet indruist.

donderdag, augustus 21, 2008

Gehaaide pinguïns

Column uit de krant van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------------
Net als haar voorbeeld ‘Evita’ Perón mag de Argentijnse president Cristina Kirchner graag vanaf een balkon uitvaren tegen de welgestelden. Zo oreerde de ‘rode koningin’ onlangs dat “het hart van de rijken bevriest door hebzucht”, geïrriteerd als ze was over boerenprotesten tegen een gepeperde exportbelasting die uiteindelijk sneuvelde.

Bij de Dwaze Moeders en de peronistische vakbonden gaat zo’n leus er in als koek, maar ergens klopt er iets niet. ‘De’ rijken? Ahum, het vermogen van Cristina en haar man en voorganger Néstor Kirchner is op het presidentiële pluche vermenigvuldigd tot maar liefst 5,5 miljoen euro.

De gehaaide ‘pinguïns’ uit het ijzige Patagonië zeggen zo goed te boeren door enkele geslaagde risico-investeringen en het rendement op de 41 stuks onroerend goed die ze samen bezitten.

Bovendien blijken ze over een slimme boekhouder te beschikken. Over de miljoenen peso’s die ze vorig jaar opstreken met huisjes melken, is nog geen half procent belasting betaald, zo vogelde dagblad La Nación uit.

Cristina gaat sinds kort fiscaal gunstig door het leven als ‘kleine belastingplichtige.’ Maximaal toegestane bedrijfsruimte: 20 vierkante meter. We moeten dus maar aannemen dat ze op haar paleis geen tijd steekt in dat bijbeunen op de woningmarkt.

Kortom, het koppel dat vindt dat peso’s van de rijken naar de armen moeten rollen, spaart daarbij liever de eigen portemonnee. Zo blijft er voor de vrouw des huizes wat over voor een gouden Rolex aan de pols en een damestas van het merk Hermes die volgens kenners 30.000 dollar doet. “Het zijn wolven vermomd als Robin Hood,” zo reageerde een lezer die zich belazerd voelde.

De financiële wandel van de pinguïns doet ook bij argwanende aanklagers de wenkbrauwen fronzen en er loopt een aanklacht bij justitie.

Nee, neem dan Cristina’s collega in Bolivia, Evo Morales. Links tot op het bot als de indiaan is, veegt ook hij veelvuldig de vloer aan met de hebzuchtige ‘oligarchie’ in zijn land. Een vaag begrip, maar op de één of andere manier klinkt het geloofwaardiger uit de mond van iemand die zijn eigen salaris heeft gehalveerd en rustig een week in dezelfde streepjestrui rondloopt.

maandag, augustus 11, 2008

Column Bob en de Bope

Uit Wakker Nederland.
------------------------------------------------------------------------------------
Onlangs op eigen houtje ’s avonds een sloppenwijk in mijn buurt binnengelopen. Zelfmoordneigingen? Nee hoor. Als buitenstaander kun je ongestoord over een steil weggetje naar de top van de heuvel slingeren.

De ‘favela’ Tavares Bastos is namelijk één van de weinige waarin de onderwereld het niet voor het zeggen heeft. Dat is te danken aan het elitekorps van de politie van Rio, de Bope, bekend van de Braziliaanse film ‘Tropa de Elite’ die al een tijdje in de Nederlandse bioscopen draait.

Sinds de Bope een basis heeft op de heuvel, is deze veranderd in een klein Hollywood. Amerikaanse sterren als Snoop Dogg en Edward ‘De Hulk’ Norton komen er opnamen maken in een stoer en toch veilig decor.

In het doolhof van steegjes vinden de filmploegen onderdak in een heuse Bed & Breakfast, met een adembenemend uitzicht over de stad. De Britse eigenaar Bob geeft daar ook jazzfeesten die veel hip volk omhoog lokken.

Helaas blijft Tavares Bastos de uitzondering die de regel bevestigt. De politie doet wel veel invallen in de sloppen om wapens en drugs in beslag te nemen, want Rio’s gouverneur Cabral heeft de oorlog verklaard aan de bendes (in de eerste vijf maanden van dit jaar schoot de politie 649 (!) mensen dood). Maar aan het structureel bezetten van favela’s wagen de autoriteiten zich niet.

Zo kan het dat de aanstaande lokale verkiezingen weer vertekend worden door veel zogeheten ‘halsbandstemmen’. Sloppenbewoners staan ‘aangelijnd’ in het stemhokje, met in het achterhoofd een dringend stemadvies van de crimineel die de wijk runt.

Om aan te geven hoeveel randfiguren mede hierdoor politiek carrière kunnen maken: van de huidige zeventig volksvertegenwoordigers van Rio hebben 33 het aan de stok hebben met justitie. Toen een lid van de liberale partij onlangs thuis gearresteerd werd, onthaalde hij de politie op een kogelregen. Dat zie je Eric van der Burg van de Amsterdamse VVD-fractie toch niet doen.

“Rio lijkt het Chicago van de jaren twintig wel”, verzuchtte mijn vaste tafelgenoot in de leeszaal in mijn wijk onlangs boven zijn krant. Maar Bob en de Bope zorgen in elk geval voor een leuk lichtpuntje in de heuvels.

zondag, augustus 10, 2008

Beide Bolivia's weer naar de stembus

Uit De Telegraaf van vandaag. ----------------------------------------------------------------------------------
“Als ze me wegstemmen, dan keer ik terug naar mijn coca-akker.” Na een ouderwets roerige aanloop stemt het diep verdeelde Bolivia vandaag over het aanblijven van president Evo Morales en acht gouverneurs, onder wie zijn grootste politieke vijanden.

Volgens peilingen zal de eerste indiaanse leider van het Zuid-Amerikaanse land het ‘recall’ referendum overleven. Ook de meeste gouverneurs van de oppositie, van wie er drie in hongerstaking zijn, lijken het vege lijf te redden.

Wegblokkades, stakingen, demonstraties; zelfs de beweging van Boliviaanse gehandicapten raakte deze week slaags met de politie. Woedende rolstoelers protesteerden voor een jaarlijkse toelage van zo’n driehonderd euro en moesten dat met een lading traangas bekopen. Eén gehandicapte overleed later.

Politiek wordt in Bolivia voor een belangrijk deel op straat uitgevochten, al doet de zoveelste gang naar het stemhokje vandaag wellicht anders vermoeden. Naar het voorbeeld van zijn bondgenoot Hugo Chávez probeert Evo Morales via referenda zijn socialistische 'revolutie' te versnellen.

Pure democratie, maar wel met een prijs. Door de bevolking telkens ‘ja’ of ‘nee’ te laten stemmen, raakt deze steeds verder verdeeld. De kloof tussen het arme, indiaanse hoogland en het (gas)rijke, meer blanke laagland lijkt onoverbrugbaar geworden na 2,5 jaar Morales aan het roer.

De oud-cocaboer kon deze week in een groot deel van zijn land niet eens campagne voeren, omdat tegenstanders vliegvelden omsingelden. “We staan op de drempel van een coup”, klaagde de regering in La Paz.

Ook over de spelregels voor het referendum is tot op de valreep gesteggeld. Uitkomst: waar Morales pas uit het zadel wordt gewipt als een onwaarschijnlijke 53,7 procent van de kiezers dat wenst, zijn acht gouverneurs de klos als meer dan de helft van de eigen provinciebevolking voor vertrek stemt.

Als het stof morgen is opgetrokken, kan meteen de volgende boksronde beginnen. De grote twistappel in Bolivia is de nieuwe grondwet die nog wacht op goedkeuring van de bevolking.

De tekst werd eind vorig jaar in de hooglandstad Oruro in noodtempo afgehamerd door Morales’ partijgenoten van de Beweging naar het Socialisme, in afwezigheid van de dwarsliggende oppositie. De grondwet moet de indianen meer rechten en land geven en meer olie- en gasgelden naar La Paz laten vloeien, wat in het laagland op weinig enthousiasme kan rekenen.

Ook druist de antikapitalistische toon van de tekst volledig in tegen de realiteit van een liberale provincie als Santa Cruz. Dat besloot zich dan ook, net als drie andere provincies, op eigen houtje meer autonomie toe te kennen, via een illegaal referendum.

“Er is maar één uitweg uit de impasse en dat is om de tafel gaan over een andere grondwettekst”, zegt Bolivia-kenner Guillermo Cuppers vanuit Cochabamba. Hij ziet daarvoor echter geen animo bij Morales. “Hij regeert als een vakbondsman en niet als een staatsman die boven de partijen staat.”

Morales kan de grondwet moeilijk terugtrekken, want een deel van zijn achterban vindt hem nu al veel te soft. “Het gaat er nu slechts om wie de schuld krijgt voor het mislukken van het project”, stelt Cuppers.

Terwijl de Boliviaanse economie door de hoge grondstofprijzen stevig in de lift zit, lijkt de politieke situatie dus uitzichtloos. Maar analisten verwachten niet dat het land uiteen valt.

Al was het maar omdat het “ondenkbaar is dat Argentinië en Brazilië gas zouden kopen van de Onafhankelijke Republiek van Santa Cruz”, aldus Jim Shultz van het Democracy Center.
-----------------------------------------------------------------------------------
Update:

Ruim 60 procent van de Bolivianen heeft zondag gestemd voor het aanblijven van president Evo Morales. Ook de meeste gouverneurs van de oppositie komen volgens de eerste tellingen steviger in het zadel te zitten.

De uitslag onderstreept de patstelling tussen het indiaanse hoogland en het meer blanke laagland van Bolivia. Waar Morales in de Andesstad La Paz op ruim 80 procent goedkeuring kon rekenen, was dat in de oostelijke gasstad Santa Cruz slechts 36 procent.

De regering kondigde meteen een nieuw referendum aan. Begin volgend jaar wordt de omstreden nieuwe socialistische grondwet aan de bevolking voorgelegd. De oppositie dreigt deze te saboteren.

woensdag, juli 30, 2008

Strandindianen: 'Wij gaan hier niet weg'

Uit de krant van een paar dagen terug.
------------------------------------------------------------------------------
“Toen we hier een huis kochten, wisten we niets van een indianenbegraafplaats”, vertelt de Nederlandse ondernemer Ton van Hoorn verbaasd. “Maar ik mij niet zoveel zorgen. In deze wijk wonen veel invloedrijke personen die dit zeker zullen stoppen.”

Een dure strandwijk in Niterói, een satellietstad van Rio de Janeiro, is in rep en roer door een vijftigtal indianen dat kamp heeft gemaakt aan een populair strand. De guaraní, overgekomen uit een naar eigen zeggen overbevolkt reservaat, menen recht te hebben op het paradijselijke plekje, waar ze leven van visvangst en de verkoop van snuisterijen.

“In die duin liggen onze voorvaderen begraven. Kijk maar,” zegt het jonge opperhoofd Darci Tupã (29) terwijl hij wat brokjes bot uit een kommetje pakt.

Archeologen bevestigen de aanwezigheid van ‘sambaquis’, indianenbegraafplaatsen, op de geclaimde 180 hectare. Toch wordt de stam steeds dringender gemaand de aftocht te blazen.

Hun ‘sloppenwijk’ zou de waarde van de omliggende villa’s doen dalen, ze zouden badgasten afschrikken met naakt zwemmen en ze bezetten ook nog eens een natuurgebied.

Na enkele dreigementen staken onbekenden het dorp vorige week op klaarlichte dag in brand toen de mannen even weg waren. “We zetten nu twee keer zoveel hutten neer. Ze krijgen ons niet weg. Er is versterking op komst”, zegt Tupã in strijdvaardig staccato.

Buiten houdt een krijger met pijl en boog de wacht. Het is nu oorlog.

Opperhoofd Darci Tupã

Twee uur na de brand stond bosbeheer al klaar met een bus om de indianen af te voeren, wat ze weigerden.

“Bosbeheer stelt nu cynisch dat dit natuurgebied is, terwijl het de omgeving laat volbouwen. Er staat zelfs al een hotel op een sambaquí. De indianen zijn gekomen om verdere afbraak van hun erfgoed te stoppen. En het milieu is bij hen in betere handen”, zegt José de Azevedo, voorzitter van de ngo CCOB.

“Of ze integreren in de blanke cultuur of ze behouden hun tradities in een reservaat, maar niet hier op openbaar terrein”, kaatst de bewonersvereniging.

Intussen lijken de indianen weinig haast te hebben met de wederopbouw. Er wordt wat rondgehangen bij een tent, een meisje rookt een Marlboro in een hangmat en Tupã kijkt op een meegebrachte laptop naar de laatste berichten over de affaire.

zaterdag, juli 26, 2008

Trippen tot God

Uit de krant van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------
Geen nood voor Nederlanders die van een trip houden. Als de paddo verboden wordt na het Haagse zomerreces, is er nog een legaal alternatief: ayahuasca, de ‘liaan van de ziel’.

De thee uit het Amazonewoud bevat de harddrug DMT, maar mag door Braziliaanse kerken in ons land worden gedronken als sacrament. Een kwestie van godsdienstvrijheid. “Ik vermoed dat de kerk erg gaat groeien na het paddoverbod ”, zegt Hans Bogers van de Santo Daime-kerk in Den Haag.

De Telegraaf ging aan de thee in een tempel in het bos van Rio de Janeiro en keek verwonderd naar het urenlange zang- en braakritueel van de – deels piepjonge – aanhangers van de kerk.
----------------------------------------------------------------------------------
Stuiterend op een zandweggetje aan de rand van Rio gaat het steeds dieper een natuurpark in. Na een paar kilometer stopt de auto bij een hek met een bord: ‘Eclectisch Centrum van de Universele Lichtstroom’.

Welkom bij Santo Daime, een mengelmoes van katholicisme en natuurreligies die wordt gedreven door een oeroude indianendrank.

We wandelen omhoog naar een huisje en worden verwelkomd door Ricardo Tadeu, een hippie met pretogen die ‘het werk’ (zoals de kerk de bijeenkomsten noemt) deze zondag zal leiden.

“In 1973 lag ik al met drieduizend mensen te slapen in het Vondelpark,” zo vertelt de vijftiger over zijn liefde voor Amsterdam. Wat de gast kan verwachten? Een soort paddotrip? “Het effect van de thee is vergelijkbaar. Maar wij maken een gestuurde reis, terwijl je in een paddotrip alle kanten op kunt.”

Santo Daime streek in 1993 neer in ons land en was lang omstreden. Tijdens een dienst in 1999 werd de kerkleiding opgepakt wegens harddrugbezit. Maar twee jaar later oordeelde de Amsterdamse rechtbank dat de thee “binnen de rituele context van de kerk geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid” en dat de vrijheid van godsdienst derhalve zwaarder weegt dan het verbod op DMT.

De kerk heeft wereldwijd zo’n 50.000 leden, van wie 250 in ons land, en stuurt ayahuasca met duizenden liters de aardbol over vanuit de zetel in het Amazonedorpje Ceú do Mapiá, een populaire bestemming onder triptoeristen.

Liaan van de Ziel verstrengeld met kruis. Aankomst gitarist.

Terug in het bos van Rio laat een jongeman in hagelwit pak met een davidsster op de borst, de ‘dress code’ zo blijkt algauw, de nieuwe deelnemer twaalf euro betalen en plechtig intekenen in een beduimeld register.

“Ik gebruik de thee om mijn goede en slechte kanten onder ogen te zien”, zegt hij, soldaat van beroep. “Daime brengt me dichter bij God en mezelf”, zo motiveert een ICT’er zijn lidmaatschap.

Even later wordt boven in de tempel voor de derde keer een bel geluid: theetijd!

Achterin het bont versierde open gebouwtje staat een kan op tafel. Tast toe, knikt de theeschenker. Aarrggh! Het bitterzure brouwsel blijkt nogal een beproeving voor de smaakpapillen.

Na een half uur komen de eerste tripeffecten. Flipperende gedachten, gierende zintuigen.

De mannen en vrouwen – witte jurk, groene sjerp, tiara in het haar – staan gescheiden in een kring en zingen liederen uit een groen boekje, terwijl ze schudden met een soort sambabal.

‘Dai-me luz, dai-me amor’; ‘geef me licht, geef me liefde’. Met gesloten ogen danst iedereen in een eigen vak: twee stapjes naar links, twee stapjes naar rechts. ‘Leve Jezus, leve de boskoningin!’, roept men in koor. Naarmate de trip aan kracht wint, wordt de zang en gitaarmuziek mooier.

Tegelijkertijd groeit mijn verbazing over het feit dat kinderen aan deze heftige ervaring worden blootgesteld.

Een puber wankelt na zijn tweede glas – De Telegraaf is intussen blij dat het zich tot één glas heeft beperkt – met rode, tollende ogen naar de tempelrand om te braken. Hij is lang niet de enige; overgeven is eerder regel dan uitzondering.

Brakende jongen (achter)

“Je moet het als iets positiefs zien. Braken zuivert lichaam en geest,” zegt voedingsdeskundige en veelgebruiker José Luis Vázquez een goede twee uur na aanvang.

Het is pauze en iedereen lijkt weer broodnuchter. “De thee helpt tegen depressiviteit, ontstekingen, ouderdom, noem maar op. Ik heb er zelfs een halfjaar op geleefd in het bos. Zeventien glazen per dag, zonder eten. Het is de grootste schat van de Amazone.”

De Leidse toxicoloog prof. Freek de Wolff onderzocht ayahuasca in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid en concludeerde dat de drank verslavend is noch de gezondheid schaadt. Maar net als bij paddo’s bestaat het risico van een ‘bad trip’.

In Nederland worden psychiatrische patiënten geweigerd bij de kerkdiensten. Net als kinderen, verzekert Bogers. “Anders zeggen ze dat we kinderen aan de drugs helpen. In Nederland zitten we in een glazen huis. In Brazilië zijn ze er makkelijker in. Dat is een spiritueler land.”

De 11-jarige Braziliaanse Andrisa da Silva vertelt in de pauze met een bord cassave op schoot dat de thee “alleen goede dingen” in haar losmaakt. Zelfs als ze niet lekker in haar vel zit, zegt ze desgevraagd. Waaraan ze dan denkt? “Moeder, vader, God, dat soort dingen.”

Toch is het gebruik door kinderen een paar keer ernstig uit de hand gelopen in het Amazonewoud, tot moord en zelfmoord aan toe. Maar de kerk heeft de mediastorm, met beschuldigingen van sektevorming en hersenspoeling, ook in Brazilië doorstaan met een beroep op de culturele en religieuze waarde van het ritueel.

De tweede ronde

Bij het vallen van de avond in Rio is het weer tijd voor thee. Er sluit een nieuweling aan, Pedro Penha, manager, niet gelovig, maar benieuwd naar de drank. Na een kwartier houdt hij het dansen voor gezien.

“Pff, die pasjes, die regeltjes, dat ze het volhouden. Die rituelen zijn gewoon een excuus om samen te trippen. Religie is hier geen doel op zich. Maar zo zittend vermaak ik me wel. De thee is krachtig.”

Pedro Penha: 'Pff, die pasjes.'

Terwijl het steeds kouder wordt in de tempel, zingen Tadeu en gevolg gedisciplineerd door tot de 129e en laatste hymne van het groene bijbeltje.

Na tien uur en twee trips neemt men afscheid. Morgen is weer een gewone werkdag. En het wonderlijkste is: de ‘liaan van de ziel’ zal geen spoortje van een kater nalaten.
-------------------------------------------------------------------------------------
De Santo Daime-kerk is in 1930 opgericht door een boomlange Braziliaanse rubbertapper, beter bekend als Meester Irineu.

Op een dag gaf een Peruaanse sjamaan hem ayahuasca te drinken, het gekookte aftreksel van een blad (Rainha) en een liaan (Jagube). Irineu kreeg een Maria-visioen en de opdracht een nieuwe christelijke doctrine te verspreiden, gebaseerd op de spirituele, gekerstende thee.

Bij de door De Telegraaf bezochte kerkdienst werd de sterfdag van Meester Irineu herdacht.