Posts tonen met het label Amazone. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amazone. Alle posts tonen

maandag, augustus 14, 2017

Corruptie draait Amazone de nek om

Uit De Telegraaf.
----------------------------------------------------------------------------------------
"Alleen God kan garanderen dat de ontbossing afneemt," zei de Braziliaanse milieuminister Sarney Filho laatst tijdens een bezoek aan Noorwegen. Zijn Scandinavische gastheren vonden het een weinig geruststellende boodschap.

Prompt kortte het grootste donorland van het Amazonefonds de helft van zijn bijdrage aan de bestrijding van illegale houtkap in Brazilië. Het Zuid-Amerikaanse land werd op de vingers getikt voor de 29%-toename van de sloop van de Amazone in de afgelopen twaalf maanden.

Er worden maatregelen genomen om het tij te keren, haastte de milieuminister toe te voegen. Maar volgens milieuorganisaties doet de Braziliaanse regering juist het tegenovergestelde. Er zou alleen maar meer kaalslag dreigen voor 's werelds grootste regenwoud.

Dat heeft te maken met de stemming over de afzetting van president Michel Temer eerder deze maand. Het Braziliaanse lagerhuis oordeelde dat het voor corruptie aangeklaagde staatshoofd zijn termijn mag uitzitten (tot eind 2018). Ondanks de stevige bewijzen werd Temer unaniem gesteund door de cruciale boerenfractie, die ruim 40% van de zetels heeft.

In ruil staat de president toe dat een grote lap beschermd natuurgebied wordt ingeperkt. De grenzen van dit Jamanxim-park, ooit bedoeld om een belangrijke sojaweg door de Amazone met bos in te snoeren, worden al jaren genegeerd door boeren, houthakkers en mijnbouwers. Er komt nu een pardon voor hun illegale praktijken. 'Temer offert 350.000 hectare oerwoud op om zijn hachje te redden', concluderen Greenpeace en het WNF woedend.

Ook aan andere Amazoneparken wordt geknaagd. Hetzelfde geldt voor indianenreservaten, die op luchtfoto's vaak zijn te herkennen aan de contouren van het regenwoud. Boeren willen de landbouw echter ruim baan geven in meerdere indianengebieden. Ze vinden gehoor bij de president die volgens de hoofdaanklager miljoenen aan smeergeld heeft aangenomen. De afbakening van tientallen reservaten is stilgelegd. En dat is ook voor het oerwoud slecht nieuws, zo stelt de groene lobby.

Intussen belooft Brazilië de illegale kap in de Amazone voor 2030 uit te bannen. Ecologen vrezen dat de schade tegen die tijd al onomkeerbaar is. Zo'n 20 procent van het Braziliaanse Amazonewoud (60% van het totale oppervlak) is gesneuveld. Van nog eens 30 procent raakte het ecosysteem beschadigd. Het uitgestrekte gebied kent overwegend arme bodems, waarop hoogwaardig bos zich moeilijk herstelt.

Kaalslag in het Jamanxim-park

donderdag, december 03, 2015

Indianen cruciaal voor klimaat

Uit De Telegraaf van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Indianen vinden dat ze onterecht aan de zijlijn staan bij de klimaattop in Parijs. "Wij zijn de beste beschermers van bos en klimaat", roepen ze op hun schaduwtop in de Franse hoofdstad.

Een Amerikaanse milieustudie zette hun claim deze week kracht bij. Volgens het Woods Hole Research Center ligt 168 gigaton CO2 opgeslagen bij indianen in het Amazonebassin, Midden-Amerika, Congo en Indonesië. Dat is 20% van de wereldvoorraad in tropische bossen en ruim drie keer meer dan de jaarlijkse uitstoot op aarde.

Luchtfoto's van Brazilië, goed voor 60% van het Amazonewoud, illustreren de cijfers. Indianenreservaten zijn doorgaans te herkennen aan de contouren van het oerbos. Zo vormt het Xingu-reservaat een enorme oase van groen in het hart van het land, omringd door sojaplantages en andere kaalslag.

Braziliaanse boeren en mijnbouwers knagen echter aan de grenzen van de reservaten. Ze lobbyen via het Congres voor een omstreden grondwetwijziging. Deze zou niet-indianen het recht geven om bepaalde reservaten te ontginnen. Ook wil het conservatieve Congres zo een stokje steken voor het afbakenen van nieuwe indianengebieden.

Ontbossing neemt weer toe

De Braziliaanse regering belooft in Parijs een 43%-reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 (ten opzichte van 2005). Het leeuwendeel daarvan moet komen van de strijd tegen illegale houtkap. Dit mag in 2030 nergens meer voorkomen in het Amazonegebied.

Maar het laatste jaar nam de ontbossing juist flink toe (16%). Na een jarenlange daling ging er in twaalf maanden een lap bos plat ter grootte van Friesland.

"We hebben een nieuwe strategie nodig" (tegen ontbossing), erkent milieuminister Teixeira. De regering, die in Parijs pleit voor een wettelijk bindend klimaatakkoord, stuurt extra controleurs naar de Amazone. De indianen komen tot hun verdriet niet voor in het Braziliaanse klimaatplan.

maandag, augustus 17, 2015

Column Belo Monte

Uit De Telegraaf.
-------------------------------------------------------------------------------------
Het gaat hard met de bouw van de omstreden Belo Montedam. Komende maand moet het stuwmeer vollopen in het Amazonewoud. Later dit jaar begint de eerste turbine te draaien van 's werelds op twee na grootste waterkrachtcentrale.

Ik nam er in 2011 een kijkje bij de start van de bouw. Indianen verzetten zich toen hevig tegen het miljardenproject in hun heilige Xingurivier.

Het beroemde opperhoofd Raoni reisde de wereld rond voor steun. Vips als Sting, Arnold Schwarzenegger en Jacques Chirac sloten zich aan bij zijn strijd. "De Braziliaanse president zal me moeten vermoorden om Belo Monte te bouwen", dreigde de getooide ereburger van Parijs.

Raoni is met 85 lentes de jongste niet meer. Andere stamhoofden lieten hun bezwaren afkopen met speedboten en Hilux-jeeps. Ook het merendeel van de achtduizend gemengde families die moeten wijken voor Belo Monte, heeft inmiddels een deal gesloten met de dambouwers.

Het verzet komt nu vooral van het lokale openbaar ministerie. Dat heeft 22 aanklachten lopen tegen Belo Monte omdat het staatsgecontroleerde bouwconsortium voorwaarden voor de vergunning aan zijn laars lapt.

Zo komt er van de geëiste bescherming van omliggende indianenreservaten bar weinig terecht. Gelukszoekers uit Altamira - het wetteloze stadje bij Belo Monte waar tienduizenden ingenieurs, bouwvakkers en prostituees zijn neergestreken - maken daar ongehinderd hout buit.

Maar afbraak van de vergevorderde dam is natuurlijk geen optie meer. Het met droogte kampende zuiden van Brazilië zit te springen om stroom uit het natte noorden. Een Chinees bedrijf is al bezig met de duizenden kilometers lange transmissielijn.

De bulldozertactiek rond Belo Monte belooft weinig goeds voor de rest van het Amazonegebied. De Braziliaanse regering wil nog tientallen stuwdammen bouwen in 's werelds grootste regenwoud. Het volgende mikpunt is de Tapajós, een andere maagdelijke indianenrivier.

Opperhoofd Raoni

maandag, april 22, 2013

Column Kinderprostitutie

Uit De Telegraaf.
-------------------------------------------------------------
Pedofilie en kinderprostitutie vormen een plaag in met name het arme noorden en noordoosten van Brazilië.

Op reis door het Amazonegebied zag ik menig oud mannetje ongegeneerd hand in hand lopen met piepjonge veroveringen.
Bij een boottocht over de Amazone verbaasde ik me over puberprostituees die in kano's voorbij dobberden en aan boord gingen bij passerende vrachtschepen.

In een bar in de strandstad Fortaleza werd ik zelf een keer aangeklampt door een hoertje met een knuffelaap onder haar arm. Ze was vijftien en een paar uur later moest ze weer naar school. Toekijkende politieagenten lieten haar en een klasgenootje 'gewoon' hun gang gaan.

De poreuze grens tussen vrouw en meisje blijkt ook uit cijfers. Volgens het Braziliaanse CBS hebben 65.000 meisjes van 10 tot 14 jaar een 'stabiele relatie' met een volwassen man, onder wie relatief veel meisjes uit het noorden en noordoosten.

Bij het WK Voetbal van volgend jaar zijn deze regio's goed voor vijf van de twaalf speelsteden. Er wordt een invasie verwacht van grotendeels mannelijke supporters, die niet zelden onder invloed zullen zijn van bier, caipirinha en/of de tropische hitte. Een cocktail die zorgen baart.

De Braziliaanse regering is daarom een grote campagne gestart. Op vliegvelden en in de horeca wordt gewaarschuwd dat seks met kinderen strafbaar is. In het parlement is er een strengere wet tegen pedofilie in de maak.

"We willen via het WK voorgoed afrekenen met het idee dat Brazilië laks optreedt tegen kindermisbruik," aldus de baas van het verkeersbureau in lokale media.

Brussel draagt met € 2 miljoen een steentje bij aan voorlichting. Zo moet het Europese WK-toeristen voor vertrek duidelijk zijn dat ze ook bij terugkeer in eigen land nog strafbaar zijn voor eventueel begane seksdelicten in Brazilië.

Volgens een lokale Nederlandse kinderbeschermer is seksueel misbruik door buitenlandse toeristen slechts "een miniem topje van de ijsberg. Brazilianen zijn zelf de grootste boosdoeners. Maar het is goed dat er door het WK meer aandacht voor komt."

Overigens is prostitutie voor volwassenen wèl legaal. Met het oog op de Copa zijn veel Braziliaanse dames dan ook druk Engels aan het leren.

zondag, juli 10, 2011

Indianenverhalen over stuwdam

Uit de krant van gisteren.
-------------------------------------------------------------------------------------
„Dit is Avatar in het echt”, aldus de Canadese regisseur James Cameron over de deze maand beginnende bouw van de Braziliaanse megadam Belo Monte.

Op het eerste gezicht klopt de vergelijking met zijn film, waarin indianen moeten wijken voor bulldozers van blanken. De dam van 11,2 miljard euro verrijst in de Xingu, een prachtige, 2000 kilometer lange rivier vol watervallen en eilanden met eeuwenoude kastanjebomen, die grotendeels door indianenreservaten stroomt.

Dit laatste gegeven maakt Belo Monte tot boegbeeld van het verzet tegen tientallen stuwdammen in het Amazonegebied.

Indianenleed gaat immers de hele wereld aan het hart, getuige de reeks Hollywoodsterren (Cameron, Sigourney Weaver, Arnold Schwarzenegger) die in Altamira reeds tegen Belo Monte kwam protesteren.

De Braziliaanse regering ziet deze goed bedoelde buitenlandse bezoekjes met lede ogen aan. Zij beschouwt het enorme waterkrachtpotentieel van Brazilië (pas 19% daarvan wordt gebruikt) als de meest groene oplossing om de snel groeiende Braziliaanse economie op stoom te houden. Bovendien wordt de door Belo Monte aangerichte indianenellende sterk overdreven, aldus Brasília.

Er loopt namelijk geen centimeter indianenreservaat onder voor het stuwmeer, dat drie keer zo groot wordt als Texel (bijna de helft van het beoogde meer loopt momenteel al onder in regentijd). Ook worden er niet 50.000 indianen verdreven voor Belo Monte, zoals vaak beweerd, maar 28.000 gemengde Brazilianen, die overigens keurig schadeloos worden gesteld.

„De regering heeft meer oor voor indianen dan voor de gewone witte man”, zegt opperhoofd Bernardino in zijn dorp bij Altamira, een landerige stad van 105.000 inwoners die de uitvalsbasis voor de dambouwers vormt. Zijn stam, de Juruna, splitste vorig jaar op vanwege Belo Monte. Lang niet alle indianen zijn tegen de dam die de regio veel geld en banen oplevert.

Opperhoofd Bernardino

Bernardino is dat wel. „Er komt nu al veel fout volk op de dam af.” Ook vreest hij voor het lagere waterpeil achter de dam, in de zogeheten Grote Bocht van de Xingu, waar andere Juruna’s leven van visvangst. Het opperhoofd wijt de interne onenigheid aan omkoping.

Indianen in de regio krijgen sinds vorig jaar 13.000 euro per maand per stam van het verantwoordelijke bouwbedrijf Norte Energia, wat stammen stimuleert om op te splitsen. Bewoners van Altamira verbazen zich de laatste tijd over de gloednieuwe speedboten waarmee sommige stammen over de rivier voorbij vliegen. "Ze geven het geld uit aan futiele dingen", zegt Bernardino. "Boten, pizza's, merkschoenen. We worden gespleten door Belo Monte."

Ook de niet-indianen in Altamira zijn diep verdeeld. Het gezicht van het verzet tegen de dam, Antonia Melo van de beweging Xingo Vivo para Sempre, vertelt dat Belo Monte een "monster is dat de Xingu vermoordt’, dat ’héél Altamira gaat overstromen’ (de stad ligt vóór de dam) en dat ’het bos dat onder water loopt niet eerst gekapt wordt’ (rottend bos stoot veel methaan uit, een twintig keer zo sterk broeikasgas als CO2).

Indianenverhalen, kaatst directeur Ronaldo Crusco van Norte Energia. „De vergunning eist dat we dat bos eerst omhakken. En de Xingu houden we in Altamira op maximaal 97 meter boven zeeniveau. De stadskade ligt op 101 meter.”

Verder garanderen de dambouwers een waterpeil in de Grote Bocht dat nu al in de droogste maanden optreedt. Dood zou de rivier dus niet gaan, en ’maar’ honderd kilometer van de Xingu valt droger. Crusco: “Dit project is dertig jaar en 20.000 pagina’s lang bestudeerd. Er wordt onnodig paniek gezaaid.”

Een nuchtere stem in de lokale pr-oorlog is die van milieu-ingenieur Marcelo Salazar van de ngo ISA. „Op zichzelf is er niets tegen een stuwdam”, zegt hij. „Maar zoals Belo Monte nu wordt doorgedrukt, is het een sprong in het duister.”

Het geïsoleerd gelegen Altamira is verre van klaar voor de verwachte verdubbeling van het aantal inwoners door Belo Monte. Norte Energia moet om te mogen bouwen ruim een miljard euro investeren in zaken als riolering, zorg en onderwijs, maar die sociale opknapbeurt van de stad begint nu pas, terwijl de migranten al toestromen.

Salazar: „Waarom die haast bij de bouw? Waar halen we het land, voedsel en hout voor al die migranten vandaan? De landverdeling is een puinhoop in de regio, regel dat eerst! Anders leidt snelle groei onherroepelijk tot roofbouw op het bos. Belo Monte gaat over veel meer dan indianen en vissen.”

vrijdag, juli 08, 2011

Column Serra Pelada

Uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Alfredo Bandeira (58), een taaie, vriendelijke Braziliaan met grijs haar en een neus als een aardappel. Oud-soldaat, oud-goudzoeker en nu de trotse eigenaar van een motortaxi in de noordelijke cowboystad Marabá.

We rijden op mijn verzoek samen naar Serra Pelada, waar Alfredo zich begin jaren tachtig met honderdduizend man in een krankzinnige goudrush stortte.

Ze hakten met blote handen een complete goudberg weg en groeven daarna een honderd meter diepe krater uit. De goudkoorts in dit modderige Grote Gat liep zo hoog op dat zelfs tijdens een aardverschuiving werd doorgewerkt. Op beelden is te zien hoe de politie daarop in de lucht schiet en per ongeluk een goudzoeker raakt, dodelijk. Kort daarna wordt Serra Pelada gesloten.

„Het was een maffe tijd, maar ook een mooie. Serra Pelada had alles, een cinema, bordelen. Een wip kostte vijf gram goud”, mijmert Alfredo, terwijl we achtereenvolgens de gehuchten 35, 46, 50 en 65 doorkruisen.

Pas een goede 3,5 uur later komen we – ik inmiddels met een houten kont – aan bij het Grote Gat. Het is veranderd in een meer. Een man neemt een duik in het met kwik vervuilde water. „Kwik is zo zwaar dat het op de bodem ligt”, zegt hij onbekommerd.

Op de oever ligt een dorp. Er leven nog zo’n zesduizend goudzoekers. Ze zijn werkloos, terwijl er nog een geschatte 150 ton goud in de bodem zit.

„We mogen niet meer graven”, vertelt Erminio Pereira. Een Canadees mijnbouwbedrijf (Colossus) heeft de rechten gekocht. Waarom de goudzoekers dan blijven?

„We wachten op een vertrekpremie. Maar het duurt eindeloos.” De sjofele man heeft zijn vrouw en zes kinderen niet meer gezien sinds het vollopen van de krater. „Ik durf hen alleen met een gewassen gezicht onder ogen te komen. Ze weten dat ik een goudklomp van 977,4 gram had. Mijn geld ging op aan cabaret en vrouwen in Marabá, ik schaam me.”

Zo is het eldorado van weleer veranderd in een miserabel bedelaarsoord. Het enige wat herinnert aan het gouden verleden, is de videotheek met dvd’s over de jaren tachtig.

Alfredo kan het niet langer aanzien. Hij wil weg. Als we na ontelbaar veel gaten in de weg in het donker terugkeren in Marabá, is zijn opluchting groot: „Glorie voor God. Dit doe ik niet meer.”

Het Grote Gat (Buracão) is volgelopen


Bijna thuis!

zaterdag, juni 18, 2011

Repo Marabá

Uit de krant van vandaag.

(En hier een indrukwekkende documentaire over de moord op kastanjeplukker José Claudio Ribeiro.)
------------------------------------------------------------------------------------
Vanuit het vliegtuig naar de Amazonestad Marabá is te zien wat voor een lachertje de huidige Braziliaanse boswetgeving is. De landgoederen beneden zijn voor gemiddeld 10% bedekt met bomen, waar 80% de norm is. Het tropisch regenwoud is afgebroken tot een dorre vlakte met her en der een koe.

Het Braziliaanse bospardon dat in de maak is, zorgt hier dan ook voor blije gezichten. Eigenaren van een ‘klein’ stuk grond (tot 400 hectare) hoeven veel illegale kap van vóór 2008 niet opnieuw aan te planten. Liever wat minder strenge normen dan een wet die van bijna alle boeren milieuboeven maakt, zo vindt een grote meerderheid van de Kamer van Afgevaardigden.

“Het is weer een bewijs dat misdaad loont in de Amazone”, zegt advocaat João Batista van de ngo CPT, die de oorlog om land en bos rond Marabá op de voet volgt. De omgeving van de stoffige wildweststad is de laatste jaren afgegleden tot de meest gewelddadige streek van het immense Zuid-Amerikaanse land.

Na de recente liquidatie van enkele kastanjeplukkers die hun bomen probeerden te beschermen, stuurde president Dilma Rousseff afgelopen week soldaten en federale rechercheurs naar Marabá. Volgens Batista wordt nog geen procent van de moorden opgelost hier in het zuidoosten van de provincie Pará. “En de straffeloosheid zal alleen maar toenemen door het bospardon.”

De vermoorde milieuactivist José Claudio Ribeiro met Majesteit, zijn favoriete kastanjeboom. Onder: de dodenlijst waar hij opstond

Voorstanders van het pardon wijzen op kromme toestanden in allang ontboste landbouwgebieden in het zuiden van Brazilië, waar de meeste boeren ook illegaal zijn. Dat de kap van het verre Amazonewoud volgens wetenschappers versnelt door het pardon, zal veel van deze boze boeren een zorg zijn.

Onverstandig, vindt de bekende Amazone-expert Antonio Nobre. “In het zuiden beseffen ze niet dat hun rijke soja- en suikerrietgebieden zonder het Amazonewoud in een woestijn veranderen. Deze regio ligt op dezelfde breedte als de woestijnen in Chili, Afrika en Australië, maar wordt door verdamping via bomen bewaterd door een enorme ‘vliegende rivier’ vanuit de Amazone. Zonder deze waterpomp is de landbouw ten dode opgeschreven.”

Het pardon moet nog door de Senaat, waarin de boeren erg machtig zijn. Liefhebbers van de Amazone hopen op een veto van president Dilma Rousseff. Zij is volgend jaar gastvrouw van de internationale milieutop Rio+20 en zou vrezen voor haar imago.

dinsdag, mei 10, 2011

Boer vs Bos vandaag in Brazilië

Uit de krant van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
Zo’n 90% van de Braziliaanse landeigenaren lapt de boswetgeving aan de laars. Tot woede van milieuactivisten is er een grote pardonregeling in de maak. “Dit is de motorzaag aan het Amazonewoud”, zo trekt Greenpeace aan de bel.

Brazilië is al weken in de ban van de omstreden nieuwe ‘Boscode’, waarover het parlement vanaf vandaag het laatste woord heeft.

Illegale houthakkers wrijven zich alvast in de handen. Aan de zuidrand van het Amazonebos is in maart en april ruim drie keer zo veel gekapt als vorig jaar, meldt de Braziliaanse milieuwaakhond Ibama. “Ze hakken alles om, want iedereen denkt er nu toch mee weg te komen.”

Ook de boeren zijn blij. Zij zijn nu nog allemaal verplicht om een eigen natuurreservaat aan te houden. In het (grotendeels ontboste) zuiden van Brazilië gaat het om 20% van hun land, in het Amazonegebied (niet te verwarren met het Amazonewoud, dat intussen een stuk kleiner is) om wel 80%.

Deze norm werd in 1998 ingevoerd, terwijl kolonisten in het Amazonegebied in de tijd van de dictatuur (1964-1985) juist straf riskeerden als ze de helft van hun bos níet kapten.

Ook mogen boeren niets doen met heuvels en oevers op hun land. Volgens de huidige milieueisen moet er bos staan op dertig tot vijfhonderd meter van de rivier (hangt af van de breedte). Dit maakt een groot deel van de Braziliaanse landbouwproductie illegaal. Zo is driekwart van de rijst niet koosjer omdat akkerbouw op drassig land wettelijk taboe is.

“Het is van de gekke. Vroeger was het een zegen als je water op je land had, nu is het een vloek. Terwijl ze in China, India en Vietnam al duizenden jaar zo rijst verbouwen”, zei de auteur van de nieuwe Boscode, het communistische congreslid Aldo Rebelo, tegen het opinietijdschrift Veja.

De boeren krijgen in de nieuwe code vrijstellingen in water- en heuvelrijke gebieden met een landbouwtraditie. En op kaal gekapte rivieroevers hoeft (bij smalle rivieren) nog maar vijftien meter bos terug te worden geplant.

De grote twistappel wordt vandaag het pardon. Dat geldt volgens Rebelo’s voorstel voor alle ‘kleine’ landeigenaren (met een areaal tot 400 hectare) die hun reservaat niet op orde hebben.

Bos dat zij per juli 2008 tekort kwamen, hoeven ze niet bij te planten. De illegale houthakkers die volgens Ibama nu extra actief zijn, blijven dus wel degelijk strafbaar.

De fractie van de Arbeiderspartij van president Dilma Rousseff twijfelt nog over het pardon. Volgens de milieubeweging zou dat een vrijbrief voor meer ontbossing zijn. Volgens de boeren is het de enige manier om het platteland in de legaliteit te trekken en op deze manier het resterende bos effectiever te beschermen.

maandag, november 16, 2009

Fawcett freaks

Column uit Wakker Nederland van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
Waar kun je nog een avontuur beleven op deze plat getrapte aardbol? Mijn huisgenoot, een jonge Nederlandse leraar die iets beleven wil, wil het binnenkort proberen aan de zuidrand van het Amazonewoud.

Hij is op het idee gebracht door een recent boek over de legendarische ontdekkingsreiziger Percy Fawcett: ‘The Lost City of Z’. De Britse kolonel verdween in 1925 toen hij met zijn zoon en diens boezemvriend op zoek was naar een verdwenen Braziliaanse oerwoudstad. Tot op de dag van vandaag is het een raadsel wat er gebeurd is. Vermoedelijk maakten indianen het trio een kopje kleiner.

Fawcett, die in de verfilming van het boek zal worden gespeeld door Brad Pitt, was een beroemdheid. Sterk als een leeuw, handig als een indiaan en onverzettelijk als een ezel zette hij de wildernis van Zuid-Amerika naar zijn hand. Hij bracht gebieden in kaart waar geen blanke ooit voet had gezet.

“Hij baande zich niet zomaar een weg door het bos, nee, hij sloeg wild in het rond met zijn machete, alsof hij door bijen werd gestoken”, staat in het boek te lezen.

Sinds de verdwijning traden talloze avonturiers in de voetsporen van de Britten. Naar schatting honderd ‘Fawcett freaks’ vonden daarbij ook zelf de dood. In 1996 probeerde een Braziliaan het nog met een expeditie per vliegtuigje. Hij werd gegijzeld door indianen en ontsnapte ternauwernood aan een lynchpartij.

De schrijver van het boek, David Grann, heeft meer geluk. Het gebied waarin Fawcett zich stuk liep, het huidige Xingu-reservaat, is door de sloop van het oerwoud steeds makkelijker te benaderen. Een groep Kalapalo-indianen brengt hem binnen. Deze stam zegt Fawcetts laatste rooksignalen te hebben gezien, boven het territorium van andere, als vijandig bekend staande indianen.

Grann ontmoet ook een Amerikaanse archeoloog die resten heeft gevonden van een verrassend complexe nederzetting in het oerwoud, compleet met muren, wegen, bruggen en veel potscherven. “Arme Fawcett, hij was zo dichtbij.”

Het blijft evenwel gissen hoe de onverwoestbare Brit zijn Waterloo vond. Mijn huisgenoot ziet de krantenkop al voor zich: ‘Nederlander kraakt 84 jaar oud Fawcett-mysterie’.

Mocht onze Indiana Jones het waarmaken, of zich juist vreselijk tegenkomen onderweg, dan leest u binnenkort het vervolgverhaal.

dinsdag, september 29, 2009

Nederlander propageert slimme houtkap in Amazone

Uit de Financiële Telegraaf van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Brazilië gaat stukken Amazonewoud aanbesteden aan houtbedrijven. De Nederlander Johan Zweede (69) speelt een cruciale rol in deze nieuwe strategie om het bos te behouden.

De directeur van het Tropenbosinstituut (IFT) geldt in Brazilië als dé leermeester van duurzaam bosbeheer. “Dit is verstandig beleid van de regering. De Amazone is geen heiligdom, je kunt er geen hek omheen zetten. Er leven 22 miljoen Brazilianen die moeten leven van het bos,” vertelt de bioloog en bosbeheerder in zijn school in Paragominas, midden in het woud waar hij al 44 jaar woont.

Zweede krijgt bijval van de directeur van Staatsbosbeheer, Luiz Joels. “Duurzame houtkap lijkt ons de beste manier om geld te verdienen met het bos. De Amazone is alleen grotendeels niemandsland waar illegale roofkap vrij spel heeft. We zien daar liever houtbedrijven die we verantwoordelijk kunnen houden voor het bos.” Momenteel is geen 5 procent van de Braziliaanse houtproductie duurzaam.

De eerste percelen van in totaal 5,7 miljoen hectare zijn aanbesteed. Joels: “Bedrijven mogen het bos 35 jaar uitbaten en moeten het in vergelijkbare staat achterlaten. Naast houtkap kunnen ze verdienen aan bij voorbeeld ecotoerisme en bosvruchten.”

Maar hij ziet een obstakel. “Brazilië heeft een groot tekort aan bosbeheerders. ‘Meester Johan’ moet zo snel mogelijk duizenden extra mensen opleiden.”

Zweede zweert bij een groene kapmethode die, bij hooguit 25 kubieke meter geoogst hout per hectare, 50 procent minder impact op het bos heeft. Door strakke planning liggen ook de kosten 12 procent lager.

Johan Zweede

Luchtfoto’s van bos dat slim gekapt is, zijn nauwelijks te onderscheiden van maagdelijk woud. Zweede laat even buiten het IFT-kamp eerst een voorbeeld zien van reguliere houtkap. Op een open plek in het bos lijkt net een kudde dinosaurussen voorbij gestoven. Stammen liggen als mikadostokjes door elkaar. Ze zijn te hoog afgezaagd, gebarsten of op een andere woudreus gevallen. “Een halve eeuw groei naar de knoppen”, treurt onze landgenoot.



Bos waarin 25 kubieke meter per hectare is gekapt op duurzame (boven) en conventionele (beneden) wijze (foto's: IFT)

Bovendien is bij het wegslepen van de stammen de bodem kaal geschraapt. “Veel mensen beseffen niet dat het Amazonewoud op arme bodems groeit. Het bos leeft van zijn eigen organische resten. Het groen op de grond is de trampoline waarop het bos zich kan herstellen. Nu is het ten dode opgeschreven.”

Al deze verspilling is betrekkelijk simpel te voorkomen, zo zien we een dag later. Een 25 meter hoge woudreus wordt secuur geveld door een ervaren motorzager, zonder andere grote bomen te raken. De bostractor stuift niet zomaar het bos in, maar volgt via rode linten de minst schadelijke route.

Zweede: “De crux is genoeg bomen met commerciële waarde te laten staan voor de volgende oogst, over 35 jaar. Zo blijft het bos waardevol en dat is de beste bescherming.”

Het Braziliaanse houtbedrijf Cikel is één van de eerste dat inziet dat groen hout zowel economisch als ecologisch voordelig is. “FSC levert 30 procent meer op in Europa, terwijl de productiekosten lager liggen. Nederland is onze belangrijkste afnemer”, vertelt een woordvoerder.

Het punt is dat het meeste Amazonehout bestemd is voor de thuismarkt en dat de Braziliaanse consument nog niet wakker ligt van hout zonder keurmerk.

zaterdag, september 05, 2009

Açaí: de energiebom van de Amazonedelta

Artikel voor de culinaire redactie.
----------------------------------------------------------------------------------
Açaí is bezig aan een internationale opmars. Hoog tijd voor een bezoek aan de thuisstreek van de tropische bes, de Amazonedelta in Brazilië. Açaí vormt hier al eeuwen de pijler van het dieet. Maar dat je ervan zou afvallen, wordt door de lokale bevolking als een goede buitenlandse grap beschouwd.

Klaterende kommen, slurpende Brazilianen. Het is lunchtijd op de Ver-o-peso-markt van Belém, de culinaire poort tot het Amazonewoud. Iedereen buigt zich over hetzelfde maaltje: açaí met gebakken vis. Klinkt goed. Maar wat blijkt? De paarse bes wordt opgelepeld als een lauw, bitter soepje.

“Je kunt suiker toevoegen,” zegt de kraamhouder. Dat heb ik nou nog nooit nodig gehad in Brazilië, het land waar men geen koffie met suiker drinkt, maar suiker met koffie.

Açaí wordt in sapbarretjes in Rio de Janeiro en São Paulo geserveerd als een gezoete, ijskoude gelei. Menig toerist raakt lyrisch van de originele smaak, die wellicht het best is te omschrijven als een melange van bessen, noten en chocolade.

Hier in Belém wordt de voorkeur gegeven aan pure consumptie. Bij het krieken van de dag varen de boeren hun manden met bessen binnen op de Açai-markt in het bonte oude centrum van de stad. Van het koelruim gaat het de kade op, waar kooplui snel hun slag slaan. Verse açaí is beperkt houdbaar.

Açaí-power op de kade

Eenmaal aangekomen op de Ver-o-peso-markt, wordt de keiharde vrucht te weken gelegd in emmers met lauw water. Nog even malen en hup, de kom kan de toonbank op. De Brazilianen gooien er nog wat cassavevlokken bij (een enkeling ook suiker) en vallen aan.

Ook ik slobber mijn bakje natuurlijk braaf leeg. Het lauwe goedje is niet zo smakelijk, maar het zorgt wel voor een aangename warme gloed in de maag.

Mede dankzij Oprah Winfrey is de vrucht van de açaí-palm in een internationale hype veranderd. ‘Supervoeding nummer 1’, aldus de website van Oprah. Amerikaanse en Europese importeurs spelen daar handig op in.

Als je sommigen van hen mag geloven, is açaí een heus wondermiddel. Van kaalheid, kanker tot zwaarlijvigheid, het paarse goud biedt uitkomst!

Açaíplukker

Vooral de claim dat je ervan zou afvallen werkt op de lachspieren van de Braziliaanse connaisseurs. In de Amazonedelta geldt açaí juist als de ultieme maagvulling. Het is hier al eeuwen de pijler van het dieet.

“Als kind kreeg ik geen melk maar açaí”, zegt Luis Oliveira Campeiro boven zijn kommetje. “Kijk, allemaal van de açaí”, lacht een kokkin terwijl ze over haar gebolde schort wrijft.

Luis Oliveira Campeiro tankt bij met de traditionele lunch op de Ver-o-peso-markt

Even los van de volkswijsheden en marketingpraatjes: volgens het Braziliaanse landbouwonderzoeksinstituut Embrapa bulkt de bes van de antioxidanten, mineralen en vitaminen (vooral B1). In de pulp van de vrucht zitten meer eiwitten dan in melk. Gezond en voedzaam is açaí dus zeker.

In het kielzog van açaí staat een trits andere exotische vruchten te trappelen voor een kans in het buitenland. Cupuaçu, bacuri, taperebá, tucupi; de ene smaak is nog intenser en lastiger te definiëren dan de andere. Je proeft de kracht van de evenaarzon als het ware op je tong.

De vruchten worden verkocht als zakjes pulp op de Ver-o-peso (‘Zie-het-gewicht’; de markt fungeerde in de koloniale tijd als waag van de Portugese belastingdienst). De populaire naastgelegen ijssalon Cairu is een geschikt proeflokaal.

Pas op, er is één spelbreker op dit verwarrende feest voor de zintuigen: murici. Vruchtenijs dat naar Parmezaanse kaas smaakt? Dat wordt wat al te intens.

Verder zijn voor culinaire liefhebbers vooral de viskramen op de markt de moeite waard. De pirarucu, in Europa beter bekend als arapaima, springt het meest in het oog. De tot drie meter grote meerval is één van ’s werelds grootste zoetwatervissen. In het restaurant blijkt dat de vlezige roofvis nauwelijks graten heeft en naar kip smaakt. Sensationeel in gesmolten boter!
-------------------------------------------------------------------------------------
Het recept voor Açaí na tigela (‘açaí uit de kom’), de gezoete variant die in Rio de Janeiro en São Paulo wordt geconsumeerd.

Ingrediënten:
- 400 gram bevroren açaí-pulp
- Een geprakte banaan (of aardbei, kiwi, etc)
- Sap van 1 sinaasappel
- Geraffineerde suiker of zoetmiddel

Bereiding:
Alles in de mixer gooien (pulp licht ontdooid) en mengen tot het één geheel wordt. Meteen serveren, eventueel met muesli, honing en schijfjes banaan.

Açaí na tigela


Açaí pijler van het dieet in Amazonedorpjes

zaterdag, augustus 15, 2009

Gescalpeerd

In het noorden van Brazilië worden honderden mensen gescalpeerd. Dat gebeurt bij bizarre ongelukken op ambachtelijke bootjes in de delta van de Amazone.

Het is maandagochtend in het ziekenhuis van de broeierige Amazonestad Belém. Op de afdeling voor gescalpeerde patiënten zit een groep meisjes in een speeltuin. Ze hebben allemaal een tulband om.

Fransinete dos Santos Nobre (43) kijkt sip toe, terwijl ze vertelt over de dag dat haar leven werd geruïneerd. “Ik reisde als meelhandelaar veel per boot. Die dag bukte ik bij de motor om water uit de bodem te scheppen. Ik weet alleen nog dat ik viel.”

In een flits werden haar, hoofdhuid, linkeroor en een stuk nekvel afgerukt. Naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis was het toen nog 6,5 uur varen. Andere passagiers wisten met doeken te voorkomen dat ze onderweg doodbloedde.

Dos Santos komt zoals veel slachtoffers uit Ilha de Marajó, een groot drassig eiland in de monding van de Amazone. De bewoners zijn voor hun vervoer afhankelijk van rivieren en zelf gebouwde boten.

Omdat ze vaak geen geld hebben voor een buitenboordmotor, gebruiken ze bij voorbeeld een koelkastmotor of een afgedankte landbouwmachine om de boot aan te drijven.

De geïmproviseerde motor staat midden in de boot en wordt via een as met de schroef verbonden. Het is in deze snel draaiende as waarin menig passagier verstrikt raakt, met alle gruwelijke gevolgen van dien.

“Het is eenvoudig te voorkomen door drie plankjes over de as te timmeren. Maar uit onwetendheid en fatalisme gebeurt dat niet,” zegt zorgsecretaris Vanja Bezerra van de provincie Pará.

Alleen al in het labyrint van rivieren in Pará zijn 250 slachtoffers bekend. Volgens Bezerra vormen zij slechts het puntje van de ijsberg. Aan de overkant van de riviermonding, in Amapá, wordt gesproken over ruim duizend gevallen.

Stroomopwaarts komt scalperen minder voor. De oevers zijn daar minder dicht bevolkt. Ook zijn buitenboordmotoren minder duur in de vrijhandelszone van de oerwoudstad Manaus.

Soms zijn het mannen die met hun bermuda, vingers of – zeer incidenteel – geslachtsdeel verstrikt raken in de as. Maar ruim 80 procent van de slachtoffers is vrouw. Vooral jonge meisjes zijn kwetsbaar met hun lange, sluike haardracht, het meest gebruikelijke kapsel in deze streek vol indiaans bloed.

“We drukken de meisjes op het hart dat ze hun haar in een knot moeten dragen”, zegt Marcus Lobato, die dorpen in Pará afvaart om voorlichting te geven. “Maar dat vinden ze niet mooi.”

Naast het schoonheidsideaal ziet hij ook een religieus obstakel. “Vorig jaar was 60 tot 70 procent van de gescalpeerde meisjes evangelisch. Ze hebben bijna allemaal lang haar.” In de Bijbel staat immers: ‘Want het haar is de vrouw gegeven bij wijze van sluier.’ (1 Korintiërs 11,15)


Edilene

Edilene Lobato Mira (13) was zo’n engelachtig protestants meisje. Totdat ze vier maanden geleden van de mis naar huis vaarde. Ze werd met haar wapperende haren gegrepen door de as. Haar schedel werd volledig kaal getrokken. Nu, twee operaties later, is er met huid van haar dijbenen en billen iets van de schade hersteld.

Ze is nog steeds bang om haar klasgenoten weer onder ogen te komen. Gescalpeerde meisjes worden ‘E.T.’ genoemd in dorpen en durven vaak nauwelijks de deur uit. “We gaan een pruikje voor je regelen”, probeert Edilenes zus haar op te vrolijken.

Lotgenootje Adenilda (10) geeft de hoop op een eigen haardos nog niet op. “Ga je dat regelen, pappa?,” vraagt ze haar gelaten knikkende vader.

Adenilda

“Het haar is het eerste waar ze naar vragen. We moeten hen teleurstellen. Het komt niet terug”, vertelt de hoofdverpleegster in Belém. Ook pruikjes zijn volgens haar eerder tot last in het hete, vochtige Amazoneklimaat.

“Slachtoffers blijven erg gevoelig voor infecties. Vijf hebben zelfs huidkanker gekregen door verkeerd gebruik van de pruik. Het enige dat echt zou helpen, is stamceltherapie.”

Pas sinds twee jaar is er landelijke politieke aandacht voor scalperen. Slachtoffers hebben recht op gratis plastische chirurgie en een schadeloosstelling van zo’n 1300 euro.

Bovendien tekende de Braziliaanse president begin juli een wet die varen zonder bedekking van motor en as strafbaar maakt. Aan de marine de schone taak om het verbod te handhaven op de tienduizenden ambachtelijke bootjes in de delta.

“De wet is een belangrijke stap. Maar het lastige is dat dader en slachtoffer vaak familie zijn. Met het oppakken van de vader van het meisje raakt zo’n familie nog verder van huis”, zegt Bezerra.

De provincie Pará zoekt de oplossing in de eerste plaats in preventie. Deze zomer begint aan weerszijden van de riviermonding een nieuwe voorlichtingscampagne via radio, kerken en vissersbonden. ‘Veilig varen’, in Pará. ‘Scalperen nul’, in Amapá.

dinsdag, augustus 04, 2009

Nauwelijks bos plat voor Braziliaanse soja

Uit de Financieele Telegraaf van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------------
Sojateelt veroorzaakt geen illegale houtkap meer in het Amazonewoud, aldus de Braziliaanse regering. Satellieten houden vanuit de ruimte het land in de gaten, dus grootimporteur Nederland kan gerust zijn. Deze krant nam de proef op de som in Santarém, een stad in het Amazonewoud.

In 2003 opende de Amerikaanse multinational Cargill een omstreden sojaterminal in de rivierstad. Milieugroepen waren woedend.

Toch ligt de locatie logistiek gezien voor de hand. De oogst uit de landbouwprovincie Mato Grosso kan via de Amazone sneller naar Europa worden geëxporteerd dan via havens in het zuiden van Brazilië.

Cargill sloeg vorig jaar een miljoen ton sojabonen over in Santarém, waarvan de helft naar Nederland ging.

Lopende band tussen de terminal en vrachtschepen

Zoals de milieubeweging al vreesde, werkte de terminal als een magneet op sojaboeren uit het zuiden. Terwijl rond Santarém voorheen geen soja werd verbouwd, komt 5% van de export nu uit die regio, zo bevestigt Cargill-woordvoerder Afonso Champi.

Op zichzelf is dat geen ecologisch drama. Door eerdere economische booms (rubber, goud) liggen er honderdduizenden hectaren land braak tussen het regenwoud.

Desondanks werd er na 2003 illegaal gekapt om soja te planten. Een rondgang langs onder meer de Braziliaanse milieuautoriteit Ibama en The Nature Conservancy (TNC) leert evenwel dat dit sinds 2006 niet of nauwelijks meer gebeurt.

„Je verkoopt geen sojaboon als je illegaal kapt”, zegt boer Elio Pereira op zijn landgoed buiten Santarém. „Cargill is erg streng. Ze houden je bos met een satelliet in de gaten. En het is hier het enige bedrijf dat een redelijke prijs betaalt.”

Vrachtwagens vol soja in de rij voor de terminal

Dat er rond Santarém geen bos meer omgaat voor soja, wil nog niet zeggen dat alle bonen koosjer zijn.

De lokale Ibama-chef Poliana Nunes legt uit: „Legale soja bestaat hier niet. De meeste boeren hebben geen geldige eigendomspapieren. Doordat er vroeger veel gekapt is, heeft niemand de vereiste 80% bos op zijn land staan. Maar we kunnen moeilijk alle landbouw platleggen.”

Cargill geeft toe dat het soja koopt van producenten die niet aan de bosnorm voldoen. Maar om te kunnen verkopen, zijn ze wel verplicht mee te werken aan een herbebossingsprogramma. Onder toezicht van TNC wordt het aandeel bos op hun land gaandeweg opgekrikt naar 80%.

Ook in de rest van Brazilië blijkt dat het zogeheten ’sojamoratorium’ serieus gehandhaafd wordt. De grote partijen in de sector kopen geen soja meer van boeren die na 2006 nog land ontbost hebben. Uit een onafhankelijke steekproef blijkt dat in 2008 en 2009 een luttele 0,88% van dit gebied met soja was beplant.

„De druk uit onder meer Nederland heeft ons erg geholpen om het moratorium af te dwingen”, zegt openbaar aanklager Felicio Pontes junior, een voorloper in de strijd tegen illegale houtkap in de provincie van Santarém (Pará).

„Nu is het zaak dat jullie je pijlen op fout Braziliaans rundvlees richten. Dat is de drijvende kracht achter de ontbossing.”

Felicio Pontes Junior: 'Pijlen nu richten op fout vlees.'

zaterdag, juli 18, 2009

De ondergang van Fordlândia

Ook uit de krant van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------------
“Ik ben trots op Fordlândia, de stad die alles had en niets meer heeft”, mijmert rubbertapperzoon Ednor de Souza (73) op zijn veranda langs de Tapajos-rivier. “We hadden een ziekenhuis van eerste wereldniveau, een bioscoop met vijftig films en de Amerikanen betaalden om de twee weken salaris.”

Er is weinig over van het curieuze stadje dat Henry Ford in 1928 uit het Amazonewoud liet stampen. De villa’s van de managers van de Ford Motor Company zijn ingenomen door agressieve vleermuizen. In verlaten fabriekshallen liggen machines en enkele Ford-wrakken begraven onder een laag stof.

Toch wonen er nog honderden Brazilianen in het spookstadje, dat in de VS weer in de belangstelling is dankzij een nieuw boek van de historicus Greg Grandin.

Verlaten fabriekshal

Welkom in Fordlândia

Ford liet Fordlândia bouwen uit ergernis over de grillen van buitenlandse rubberleveranciers. Het Braziliaanse avontuur begon slecht. Een handige tussenpersoon wist de Amerikanen 125.000 dollar af te troggelen voor een stuk grond dat ze voor niets hadden kunnen krijgen.

Bovendien was de locatie niet geschikt voor een rubberplantage. Het land was heuvelachtig, zanderig en lag op vier dagen varen van de Amazonemonding. Maar de eigenzinnige automagnaat dacht dat hij de natuur wel naar zijn hand kon zetten. Niet gehinderd door enige kennis van de complexe ecologie van de jungle, werden de bomen te dicht op elkaar geplant. Algauw brak er een plaag uit die Ford zou blijven achtervolgen.

“Zijn grootste fout was dat hij de Braziliaanse arbeiders een Amerikaanse levensstijl opdrong”, vervolgt De Souza in de tergende middaghitte. Fordlândia was een utopisch werkstadje met goede sociale voorzieningen. Maar drank, sigaretten en vrouwen waren taboe voor de Braziliaanse arbeiders. Ze verdienden een riante vijf dollar per dag, maar siësta konden ze op hun buik schrijven. Ook het dieet – bruine rijst, volkorenbrood, ingeblikte spinazie – leidde tot zure Braziliaanse gezichten.

Ednor de Souza

In 1930 barstte de bom dan ook in de eetzaal. “Wij willen vis met bonen en cassavemeel”, klonk het bij de ‘pannenoproer’. De Amerikanen lieten de teugels iets vieren. Zo mochten de arbeiders op een eiland aan de overkant van de Tapajós wel vrouwen ontvangen en drinkgelagen houden.

Op de plantage bleef het kwakkelen. Ford bouwde daarom nog een kolonie, Belterra, op een meer gunstige locatie. Maar ook daar stonden plagen een rubberproductie van enige betekenis in de weg.

In 1945 trok Fords kleinzoon de stekker uit beide koloniën. Na 160 miljoen dollar aan investeringen (omgerekend naar nu) was het welletjes. Het tijdperk van synthetisch rubber was aangebroken.

Braziliaanse autoriteiten weten zich ruim zestig jaar later nog altijd geen raad met het openluchtmuseum. “We krijgen bezoekers uit alle windstreken, maar we kunnen hen niet ontvangen”, zegt boer Daniel Pereira Dias in het restaurant bij de aanlegsteiger. “We hebben geen museum, geen gidsen, geen hotel.”

Er is één herberg met één kamer in Fordlândia. Maar bezoekers mogen ook een hangmat ophangen langs de rivier.

Spookvilla's


Badkuip van Amerikaanse manager

Bevolking leeft van vis en vee, niet van toerisme

Slapen in je kano

Column uit De Telegraaf.
------------------------------------------------------------------------------------Eindelijk zomer! De oeverbevolking van de Amazone snakte ernaar. Het noorden van Brazilië kreeg het zelden zo zwaar voor de kiezen als in de kletsnatte afgelopen winter. Die loopt hier zo net ten zuiden van de evenaar van januari tot juni, gevolgd door zes zomermaanden die iets minder nat zijn.

Op de boot tussen de Amazonesteden Belém en Santarém trekt het overstromingsdrama van de laatste maanden gestaag aan het oog voorbij. Huizen zijn opgeslokt door de rivier, die op lange stukken meer weg heeft van een zee. Dappere thuisblijvers gaan per kano hun voordeur door (ze slapen er zelfs in!). Her en der dobbert een overlevende koe op een vlot.

Thuisblijvers

De bewoners grijpen het voorbijkomen van onze boot met beide handen aan. Kinderen die amper boven hun peddel uitsteken, komen dwars aanvaren in hun kano’s. Wie geluk heeft, krijgt een plastic zak met voedsel toegeworpen van het dek.

Sommige dreumesen blijken ware rivierkunstenaars. Ze zijn zo behendig dat ze de kano met een stok aan de varende boot weten te haken. Ze klimmen aan boord om tropisch vruchtensap of garnalen te verkopen. Als de poging mislukt en de kano omslaat, blijken ze te kunnen zwemmen als dolfijnen.

Een zak met eten graag

Na 2,5 dag meert de boot aan in Santarém. Ook hier is de warme relatie tussen de lokale bevolking en de rivier tijdelijk bekoeld. De flaneerboulevard langs het water, de enige plek in de stad waar je als mier onder een brandglas nog enige verkoeling geniet, is ondergelopen en stinkt naar riool.

In de volgende stad, Manaus, is de situatie nog ernstiger. Begin juli stond de rivier (die hier Rio Negro heet) met 29,77 meter op het hoogste niveau in ruim honderd jaar. Tot opluchting van de bevolking begint het peil nu eindelijk te dalen.

Sommige oeverstadjes kiezen de komende maanden eieren voor hun geld. Ze verhuizen, met gemeentehuis en al. “Een beetje overstroming zijn we wel gewend, maar dit jaar sloeg alles”, aldus burgemeester Raimundo Chicó van Anamã. “Ik kan mijn gemeente niet besturen als deze voor 95 procent onder water staat.”

Gezelligheid op de boot/douchen onder de schoorsteen

zondag, juni 14, 2009

Column Krekels

Uit De Telegraaf.
-----------------------------------------------------------------------------------
Een lapje Amazonewoud voor jezelf, wie wil dat niet? Om dat te regelen geldt in Brazilië een klassieke truc. Het werkt als volgt. Eerst schrijf je op een rol blanco perkament in sierlijke letters dat die publieke grond eigenlijk al eeuwen bezit van jouw familie is.

Dan berg je die op in een lade of schoenendoos met wat hongerige krekels. De diertjes hun werk laten doen en ziedaar: een vergeeld eigendomsbewijs met afgeknabbelde randjes. Net echt! Nog even wat stempels zetten en klaar is João.

De gevleugelde term voor dit landjepik is 'grilagem', naar het Portugese woord voor krekel. Het bekendste geval komt voor rekening van ene Carlos Medeiros, een grootgrondbezitter die in werkelijkheid nooit bestaan heeft.

Toch bezat hij op een goede dag een stuk Amazonegebied ter grootte van Duitsland. Hadden zijn voorouders van de Portugese kroon gekregen, zo wisten oplichters 'aan te tonen' met hulp van wat krekels.

Door dit soort praktijken is de landverdeling in het Amazonewoud natuurlijk een puinhoop. Maar daar wordt aan gewerkt. Het parlement is akkoord gegaan met een pardonregeling die het pas twee jaar oude rurale kadaster op orde moet brengen.

Honderdduizenden privéclaims op land van de Braziliaanse staat (zo groot als Duitsland en Italië samen) worden in een klap gehonoreerd. Het gaat om percelen tot 1500 hectare. Daarvan worden de kleinere gratis weggeven en de grotere verkocht. Als zwart op wit staat wie welk stuk woud bezit, kan illegale houtkap beter worden bestreden, zo is het idee.

Maar milieubeschermers zijn woedend over het pardon. 'Dit is het krekeldecreet! Misdaad wordt beloond!' Toch zullen lang niet alleen malafide lieden profiteren. Veel kleine boeren die door de regering zelf naar de Amazone zijn gelokt, zijn na tientallen jaren nog steeds niet formeel eigenaar van hun land.

Het venijn van het pardon zit hem in de details. Zo hoeft de eiser niet op het geclaimde land te leven. Ook diepgaand onderzoek naar de papieren is niet nodig. En de grond mag na drie jaar worden verkocht. Ideaal voor krekelliefhebbers, aldus de groenen.

President Lula kan de scherpe randjes van het krekeldecreet komende week nog vetoën.

donderdag, november 27, 2008

Apenonderzoeker op vrije voeten

De Tilburgse bioloog Marc van Roosmalen is weer een vrij man. Hij is in hoger beroep grotendeels vrijgesproken door de rechtbank in Brasilia.

De celstraf voor de voormalige Held van de Planeet, die vorig jaar als een ordinaire biopiraat in een gevangenis in de Amazonestad Manaus belandde, is verminderd van veertien tot één jaar.

Volgens zijn advocaat Creuza Cohen komt de 61-jarige Van Roosmalen er nu vanaf met een alternatieve straf.

De wetenschapper had vorig jaar door een gebrekkige verdediging de maximale twaalf jaar cel gekregen voor het ‘misbruik van zijn ambtenaarschap’ als onderzoeker van het Braziliaanse overheidsinstituut INPA.

Dit vanwege het te koop aanbieden van de namen van zelf ontdekte diersoorten en het doorverkopen van steigerpijpen waarvan hij een apenkooi in zijn tuin had gebouwd.

De rechter in Brasilia veegde deze veroordeling van tafel. Alleen de straf voor het illegaal vervoeren van apen en orchideeën is volgens Cohen deels blijven staan.

Van Roosmalen kondigt in zijn jongste boek ‘Blootsvoets door de Amazone’ aan dat hij zijn strijd voor behoud van het Amazonewoud zal staken. Hij zegt zich bedreigd te voelen.

zondag, november 16, 2008

Worstelen met het woud

Uit de zondagkrant.
---------------------------------------------------------------------------------
Elf uur lang ploegen en stuiteren door een gehavend landschap van geblakerde boomstompjes, rookpluimen en koeien op resten onverzettelijk groen. Wie optimistisch wil zijn over de toekomst van het Amazonewoud, kan beter niet de bus nemen van Juína naar Colniza, dwars door de zogeheten ‘Boog van Ontbossing’ in het noordwesten van de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso.

Het prille houthakstadje Colniza, één van de meest gewelddadige en snelst ontbossende gemeenten van Brazilië, staat sinds een maand op zijn kop. De lokale sporthal is tijdelijk omgebouwd tot een basis van tachtig soldaten, politieagenten en milieuambtenaren die proberen de cultuur van ‘kappen wat je kappen kan’ langs de bosrand te breken.

“Het lastige is dat bijna niemand hier papieren heeft,” vertelt Anderson Nunes van de milieuautoriteit Ibama. “Met deze operatie schonen we meteen het kadaster op. Daarna kunnen we het gebied per satelliet in de gaten houden en illegale houthakkers per post beboeten.”

De sojaprovincie Mato Grosso (‘dicht struikgewas’) worstelt met zijn bos. Om dit stuk Amazonegebied te begrijpen is het goed te weten dat houthakkers hier vroeger helden waren. Zij temden namelijk de wildernis en brachten zo economische ontwikkeling.

De militaire dictatuur (1964-1985) moedigde kolonisering van het noorden van Mato Grosso aan, met het idee dat anders de buitenlanders het bos zouden bezetten. Geraldo Bento, voorzitter van de regionale bond van houtindustrieën (Simno), was één van de vele migranten die het zuiden verliet voor goedkope Amazonegrond.

“Bij aankomst waren we verplicht minimaal 20 procent van het bos te kappen. Tot de helft was toegestaan, en bijna iedereen kapte dat ook,” vertelt hij in het kantoor van een laminaatfabriekje in Juína.


Boomstompjes tussen onverzettelijk groen (en een kastanjeboom)



Destructie buiten Colniza


In 1998 zette de Braziliaanse regering het sein plots op groen: sindsdien geldt 80 procent bos als de norm. Hoe zacht die tien jaar later nog is, blijkt tijdens een trip per motortaxi ten noorden van Colniza.

Langs de stoffige grindwegen staan kastanjebomen fier en eenzaam overeind, sommige met weidse kruin, andere als kale zwarte karkassen (ook op het kappen van een dode kastanje staan gepeperde boetes). Het opmerkelijke is dat dit allemaal grond van de staat is en dat het keuterboeren zijn die zo veelvuldig de motorzaag hanteren. Het Braziliaanse Instituut voor Landhervorming (Incra) gaf dit gebied eind jaren negentig in beheer van landlozen.

“Je krijgt alleen land als je het bewerkt, werd erbij gezegd,” vertelt Cicero Silvino Luis bij een praatje met enkele boeren in de berm. Zijn vijftig hectare grote perceel staat voor bijna de helft vol met bomen, een kwart koffieplanten en een kwart weiland.

“Met 80 procent bos wordt het nog gecompliceerder. Van tien hectare kan ik mijn gezin niet voeden.” Of hij wist dat zijn koffieplanten als bos meetellen als hij er bepaalde bomen tussen plant? “Hoe moet ik dat weten? Incra heeft ons volledig in de steek gelaten. Maar nu een vraagje voor u. Hoeveel bos hebben jullie in Holland nog staan?”


Incra-boer

Om de milieukennis van de kleine boeren bij te spijkeren gaat Ibama hun nederzettingen langs met een revolutionaire boodschap: ‘Bos is meer waard is als het overeind staat.’ Zo’n vijftig families luisteren in een schooltje aandachtig naar een verhaal over de groeiende populariteit van de tropische bosbes acaí (‘een apotheek aan vitaminen’), kastanjes (‘doen twee à vier euro per pakje op de markt) en groene geldpotjes van Braziliaanse banken en rijke buitenlandse ngo’s.

“Jullie moeten wel gaan samenwerken om je producten te verkopen”, zegt de Ibama-man. En zonder 80 procent bos op het perceel krijgen de boeren geen milieuvergunning en geen eigendomstitel, dreigt hij.

De operatie in Colniza duurt nog een paar weken. Eens maar nooit weer, vindt één van de machtigste mannen van de streek, de parlementariër José Riva. Om de bemoeials van Ibama en Greenpeace voorgoed buitenspel te zetten, stelt hij voor Mato Grosso los te koppelen van het officiële Amazonegebied. “Het leven van buitenlanders verbeteren met de misère van de Brazilianen is onacceptabel”, aldus Riva.

De grens van het bos nadert de deelstaat Amazônia. Achter de grens met Mato Grosso heeft de Braziliaanse regering alvast een groene buffer van reservaten gelegd. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.


Eenzame kastanje

Column Colniza

Uit de zondagkrant.
---------------------------------------------------------------------------------
De zaken gaan slecht bij houthandel Vader van het Bos en veewinkel De Sterke Lasso. De snookerhallen en de supermarkt zijn verlaten en de motortaxichauffeurs staan zich te vervelen. Alleen het plaatselijke bordeel beleeft naar verluidt een opleving.

Colniza, een stadje van bijna 30.000 inwoners aan de rafelrand van het Amazonewoud, is veranderd in een gemoedelijk spookstadje nu de sterke arm er voor het eerst zijn spierballen toont. De houtzagerijen waar de lokale economie op draait, houden zich gedeisd bij zoveel controles. Plots zit de helft van de bevolking zonder werk, zo klagen lokale politici.

Terwijl ’s ochtends een legerhelikopter rondcirkelt, maken bewoners op straat zich boos over de boete van 93.000 reais (ruim 30.000 euro) die boer João heeft gekregen voor het omhakken van een kastanjeboom.

“Ik durf mijn onkruid niet eens meer in brand te steken. Iedereen is bang”, zegt boerin Dona Nina. Bij de ingang van de sporthal waken soldaten over de gehate bonnenschrijvers van Ibama binnen.

Colniza telt de dagen af tot het vertrek van leger en politie volgend maand. Sommige bewoners keren terug naar het zuiden.

Zo niet hoteleigenaar Elias Antonio Barbosa, die in 1986 als eerste kolonist een huis bouwde in Colniza. “Toen waren er slechts slangen, lynxen en malaria. We hebben alles zelf opgebouwd. De regering heeft zich hier nog nooit laten zien en nu maken ze de stad kapot. Zet maar in de krant dat iedereen gewoon doorgaat met houthakken als ze vertrokken zijn.”

Ook het zwaar onderbezette personeel van Ibama, veelal jonge idealisten die hun onmogelijke werk een paar jaar denken vol te houden, koestert zich weinig illusies over de toekomst van het bos in Mato Grosso.

“Het is dat we veel indianenreservaten hebben, maar daarbuiten gaat alles in tien jaar plat”, zegt milieuanalist Adamastor Martins de Oliveira somber.

“Het controlesysteem is gemaakt om niet te werken. Het is ironisch. Mijn vader was één van de bekendste ‘desbravadores’ van de streek, een held die ontboste. Nu vecht ik ervoor dat er later nog wat bos over is voor mijn zoon.”



Op de achtergrond de sporthal annex legerbasis.

dinsdag, november 11, 2008

Laatste der Mohikanen

Uit de krant van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------------
Twee indianen van de bijna uitgestorven Piripkura-stam zijn inzet van een kat en muisspel tussen indianenbeschermers en illegale houthakkers aan de zuidrand van het Amazonewoud.

De geïsoleerd levende mannen, genaamd Tamandua en Tititi, zwerven tussen twee rivieren in één van de snelst ontbossende gemeenten van Brazilië, Colniza, in het noorden van de deelstaat Mato Grosso.

Omdat het opgejaagde duo “in groot gevaar is”, zocht Leonardo Lênin van het overheidsorgaan voor indianenzaken Funai hen onlangs op met twee tolken van een verwant volk.

“Ze zijn als de dood voor het kabaal van de boskranen. De houthakkers hebben de routes naar hun voedselvindplaatsen afgesneden. Toch blijven ze liever in het bos leven. We kunnen hen niet dwingen mee te komen.”

Een rechter heeft hun leefgebied, bijna zo groot als Drenthe, tot verboden terrein verklaard. Er wordt een helikopteroperatie voorbereid om alle indringers te verwijderen.

Intussen zouden houthakkers de sporen van het duo proberen uit te wissen om te voorkomen dat het gebied een indianenreservaat wordt. “Het is een race tegen de klok”, vertelt Lênin telefonisch.

Bij het eerste contact met de Piripkura in de jaren tachtig, waren ze nog met 15 à 20. “Dit zijn vermoedelijk de laatste overlevenden van de stam”, zegt de Braziliaanse antropologe Inês Hargreaves.

De Piripkura (‘vlinders’) staan bij andere volkeren bekend om hun beweeglijkheid, kleine gestalte en grote penis. “Ze spreken Tupi-Kawahib en vormen een oertak van de Tupi’s. Dat zijn de trotse krijgers die na de komst van de Portugezen landinwaarts zijn gevlucht en nu worden uitgeroeid in Mato Grosso”, aldus een verontruste Hargreaves.

Funai heeft momenteel 66 meldingen van geïsoleerde indianenstammen in Brazilië, van wie er negen leven in Mato Grosso.

Onder niet-indianen in de landbouwprovincie kan de geplande operatie op weinig bijval rekenen. Het heersende idee is dat indianenreservaten economische ontwikkeling in de weg zitten.

Een grootgrondbezitter in Colniza klaagt in de Braziliaanse pers: “Indianenbeschermers vinden dat de soort moet worden bewaard. Maar hoe gaan die twee mannen dan kinderen krijgen?” Een derde overlevende Piripkura, Rita, is getrouwd met een man van een andere stam, omdat ze nabije familie is van Tamandua en Tititi.



Tamandua en Tititi bij het laatste contact. (Credits: Funai)