zaterdag, april 18, 2009

Veel minder uitstoot broeikasgassen São Paulo

Uit De Financiële Telegraaf van vanochtend.
-----------------------------------------------------------------------------------
Op vuilnisbelten in ontwikkelingslanden is veel en relatief gemakkelijk winst te halen in de strijd tegen het broeikaseffect. Nederlandse bedrijven als Arcadis merken in Brazilië dat er ook een goede boterham aan te verdienen is.

Geen gieren, geen scharrelaars, amper stank. Bedekt door een laag gras, ligt de 150 meter hoge vuilnisbelt São João er discreet bij aan de rand van São Paulo. Groeien doet de zeventien jaar oude berg niet meer. Integendeel, hij is al een meter of vijftig gekrompen. Door de gebrekkige scheiding van huisvuil is bijna de helft organisch afval, dat langzaam wegrot.

De broeikasgassen die daarbij vrijkomen (hoofdzakelijk methaan) worden opgevangen door het Nederlands-Braziliaanse consortium Biogas, waarin het ingenieursbureau Arcadis en het Friese milieutechniekbedrijf Van der Wiel deelnemen.

De gassen worden aangezogen met compressoren en via buizen naar de top van de heuvel geleid. Daar wordt het verbrand in een warmtecentrale, waarmee honderdduizenden Brazilianen vijftien jaar lang van stroom worden voorzien.

Credit: Paulo Fridman

Doordat Biogas hetzelfde kunstje doet op de andere grote vuilnisbelt van São Paulo, Bandeirantes, is de impact op het milieu enorm. “De gemeente stoot nu 20 procent minder broeikasgassen uit”, verzekert milieuwethouder Eduardo Jorge.

Dat lijkt wel een erg forse daling voor een industrie- en autostad van elf miljoen inwoners, maar toch is het cijfer aannemelijk. In 2003, een jaar voor de opening van de eerste centrale, waren de vuilnisbelten nog goed voor bijna een kwart van de uitstoot. In Rio de Janeiro, de tweede stad van Brazilië, is dat maar liefst 36,5 procent. Ter vergelijking: in New York ligt dat percentage dicht bij nul.

Niet toevallig is Rio’s vuilnisbelt Gramacho de volgende die Biogas op de korrel mag nemen. In juni wordt er een soortgelijke installatie geopend. De CEO van de Braziliaanse poot van Arcadis, Manoel da Silva, rekent handenwringend voor dat dit project op termijn tien miljoen ‘carbon credits’ (CER’s) moet opleveren.

In São Paulo is dat twee keer acht miljoen. Biogas bedong een minimumprijs van tien euro per CER (net onder de huidige marktprijs) en de voornaamste koper is de Duitse bank KfW.

De helft van de opbrengst gaat naar groene investeringen van de gemeente in de omgeving van beide vuilnisbelten. Inclusief de opbrengst van de stroom verwacht Da Silva op São João een rendement van 25 procent op een investering van 50 miljoen dollar.

Volgens de milieuwethouder van São Paulo staan andere Braziliaanse steden te trappelen om het voorbeeld te volgen. “Onder meer Manaus en Natal hebben zich bij ons gemeld. Logisch, want iedereen wint erbij.”

zaterdag, april 11, 2009

Kraan dicht in Mexico-Stad

Uit de krant van vandaag.
---------------------------------------------------------------------------------
“Water willen we, geen stranden!”, riepen boze demonstranten afgelopen dagen in Mexico-Stad. Tijdens de paasdagen wordt bij 4,5 miljoen mensen de kraan tijdelijk dichtgedraaid. Ze kunnen wel verkoeling zoeken op de kersverse nepstrandjes in de hooggelegen megastad.

De stad van zo’n twintig miljoen inwoners barst uit haar voegen. “Het is vijf voor twaalf. Als we nu niet ingrijpen, hebben we over tien jaar een waterprobleem van historische omvang”, zo luidt scheikundige Luis Manuel Guerra de alarmbel.

Het probleem is door de eeuwen heen gegroeid. Mexico-Stad is gebouwd op Tenochtitlan, de drijvende hoofdstad van het Azteekse rijk. Na de komst van de Spanjaarden zijn de omliggende vulkaanmeren stuk voor stuk drooggelegd. Nu kan alleen in het zuiden van de stad nog toeristisch bootje worden gevaren op de oude kanalen van de Azteken.

Vrolijke boel op de Azteken-kanalen van Xochimilco (zuiden Mexico-Stad)

Voor drinkwater is de stad afhankelijk van afgelegen rivieren, die kampen met een gebrek aan regenval. De overige 70 procent van de waterbehoefte wordt uit het grondwater getapt. Daardoor klinkt de moerassige bodem in en is de stad afgelopen eeuw tien meter verzakt. Gebouwen en waterleidingen zitten vol breuken, waardoor 40 procent van het water weglekt.

De paasdagen worden benut om noodreparaties te verrichten. In de wijken waar de kraan dichtgaat, rijden trucks met water rond om de dorst lessen.

Om een ramp op den duur te voorkomen, komt het volgens experts vooral aan op een mentaliteitsverandering. Het water vloeit in Mexico-Stad vrijwel gratis uit de kraan en er wordt bepaald niet zuinig mee omgesprongen. Waar de Mexicanen gemiddeld 345 liter water per dag verbruiken, is dat in Europese steden 165 liter, aldus Guerra, die pleit voor prijsverhogingen.

maandag, april 06, 2009

Rare vogels in São Paulo

Column uit De Telegraaf.
------------------------------------------------------------------------------------
Een duif zat onlangs raar te wiebelen op een elektriciteitskabel bij een gevangenis bij São Paulo. Een bewaker vertrouwde het zaakje niet en lokte hem met wat lekkers. Betrapt! De vreemde vogel had een plastic zakje met een gedemonteerd mobieltje bij zich.

Een dag later kwam een gevederde handlanger doodleuk de bijbehorende oplader te bezorgen. Afgelopen vrijdag werd een derde duif zelfs met twee telefoons in de kraag gevat. Wat die Braziliaanse duiven bezielt?

Welnu, de meeste gevangenissen in de deelstaat São Paulo worden gecontroleerd door het misdaadsyndicaat PCC. De cellen fungeren als kantoor vanwaar de criminele activiteiten buiten de muren worden aangestuurd.

Toen PCC-leider ‘Marcola’ zich in 2006 boos maakte over een dreigende overplaatsing naar een zwaar beveiligde gevangenis, wist hij de wereldstad na een paar telefoontjes lam te leggen met een golf aanslagen. Kleine criminelen die in het krijt staan bij het PCC, knappen buiten de muren het vuile werk op.

Zonder telefoon in de gevangenis is deze strategie uiteraard lastig uitvoerbaar. En hier komen de duiven om de hoek kijken. Kennelijk kan niet altijd vertrouwd worden op louche advocaten en bewakers om mobiele telefoons binnen te smokkelen.

Vorig jaar waren de duiven ook al bezig in een andere gevangenis in São Paulo. Een bezoeker werd toen betrapt toen hij een duif naar buiten loodste in een leeg voedselpakket.

Aanvankelijk dacht dat de politie dat de gevangenen postduiven gebruiken. Zij staan immers bekend als sterke en betrouwbare boodschappenjongens. Maar het punt is dat postduiven alleen feilloos de weg terúg weten te vinden naar een bepaald punt. Je kunt hen dus niet een willekeurig adres opgeven.

“Om hen in een gevangenis te kunnen gebruiken, moet de duif van binnenuit getraind worden”, aldus een ongelovige duivenmelker in de lokale pers.

De theorie die de laatste dagen opgeld doet, is dat de gevangenen gewone duiven oppikken uit de torens en muren van de gevangenis. Dat zou volgens de politie wel betekenen dat de duiven binnen een straal van vijf kilometer worden bevoorraad.

zondag, maart 22, 2009

De Mexicaanse ladder is altijd hoger

Uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Op de zuidoever van de Rio Grande blaast een bedelaar met een rode cape deuntjes op een scheidsrechtersfluitje. Boven op de brug maakt een blinde collega in Goofy-pak een dansje op de melodie.

Merkwaardige taferelen spelen zich af op de bruggen tussen de Mexicaanse drugsstad Ciudad Juarez en het Amerikaanse wapenparadijs El Paso, de grens tussen derde en eerste wereld.

Aan het einde van de brug gaat de rij, na een uur wachten, plots vlot de ‘hemelpoort’ door. Achter de Amerikaanse douane ontvouwt zich een landerige Texaanse stad.

Mensen op straat dragen sombrero’s tegen de woestijnzon. Spaans is de voertaal, want 80 procent van de bevolking van El Paso is ´Hispanic´. Maar verder valt vooral het contrast op met de bandeloze zusterstad Ciudad Juarez.

El Paso is één van de veiligste steden van de VS. Er werden vorig jaar zeventien moorden gepleegd (op 0,6 miljoen inwoners), tegen ruim 1600 in Ciudad Juarez (1,4 miljoen inwoners).

Mede dankzij de lokale legerbasis Fort Bliss en de af en aan rijdende jeeps van de Border Patrol (grenspatrouille) heerst er ‘law and order’ in de straten. In El Paso riskeer je nog een boete van duizend dollar als je een blikje op straat gooit of het waagt de vogels te voeren in een parkje.

Geen wonder dat de schrik voor de Mexicaanse drugskartels er goed in zit in deze Texaanse oase. “Moet je kijken wat gruwelijk”, zegt ‘special agent’ Joseph Arabit van de DEA (Drug Enforcement Administration) in El Paso.

Hoofdschuddend toont de drugsbestrijder een foto van een Mexicaan die is opgehangen met een varkenskop over zijn hoofd. Ook de kiek van een onthoofde agent van de politie Juarez – compleet met kerstmuts op het hoofd – maakt diepe indruk op de man.

'Voor wie het nog niet wil geloven' (Credit: Hector Dayer)

“Interesting”, noemt hij het dat De Telegraaf verblijft in Ciudad Juarez. Zelf waagt Arabit zich daar niet meer. En ook jongere Amerikanen, die de stad sinds de drooglegging in de jaren twintig gebruiken als uitlaatklep, laten de Mexicaanse disco’s en casino’s voorlopig links liggen.

Toch is de drugsoorlog in Ciudad Juarez de laatste weken geluwd, met dank aan de bezetting door het Mexicaanse leger. Met zo’n 8500 soldaten in de stad is de corrupte lokale politie ontwapend en wordt dag en nacht gepatrouilleerd door de straten. Voor het eerst in tijden beleefde de geterroriseerde bevolking afgelopen week zestig uur zonder één executie in de stad.

Aan de overkant van de – goeddeels drooggevallen – Rio Grande bouwen de Amerikanen intussen koortsachtig door aan een hek op de grens. In en rond El Paso is het omstreden stalen bouwwerk bijna af. ‘The Fence’ meet op dit gevoelige stuk grens maar liefst zes meter.

Grensbewakers liggen erachter op de loer om de oversteek verder te ontmoedigen. In totaal slingert het hek, een creatie van oud-president Bush waar toenmalig senator Obama vóór stemde in 2006, over ruim een derde van de ruim drieduizend kilometer lange grens met Mexico. Volgens de Border Patrol is de illegale immigratie daardoor sterk gedaald.

Maar boven het hek blijven dagelijks tienduizenden mensen pendelen over de drie bruggen tussen El Paso en Ciudad Juarez. Veel Mexicanen werken aan de overkant, waar de lonen tien keer hoger liggen.

Omgekeerd laten Amerikaanse fabrieken hun auto’s goedkoop in elkaar zetten aan de andere kant. Bewoners van de grensstreek kunnen een ´lokaal paspoort´ krijgen, al zijn de voorwaarden sinds de aanslagen van 11 september verscherpt.

In het kielzog van alle drukte op de grens slaan de smokkelaars hun slag. “Ciudad Juarez en El Paso vormen één van de belangrijkste routes voor marihuana, cocaïne en Mexican brown” (heroïne), zegt DEA-woordvoerder Arabit.

“Juarez ligt dichtbij de ‘Gouden Driehoek’, het gebied waarin de meeste Mexicaanse marihuana en papaver wordt geteeld. Vanaf El Paso gaan de drugs naar Chicago, New York en Atlanta. Een pond marihuana kost in Mexico 100 dollar, in El Paso 200 dollar en in Chicago al 1200 dollar.”

Het smokkelwaar wordt verstopt in de spelonken van voertuigen, vliegtuigjes en zelfs in lijkkisten, de anus van paarden, empanada’s en pijlen die een inmiddels overleden Mexicaanse boogschutter over de rivier placht te schieten.

Wapens en dollars bewandelen de omgekeerde weg. Volgens een recent rapport van de Amerikaanse rekenkamer is op de zwarte markt van El Paso zwaar geschut uit de Irak-oorlog te koop. Wapenwinkels in de grensstreek doen mede dankzij Mexicaanse criminelen de beste zaken in de VS. Ruim 90 procent van het arsenaal van de drugskartels is van Amerikaanse makelij.

De Mexicaanse president Calderón krijgt veel lof uit Washington voor zijn oorlog tegen de kartels. Mede daardoor zou cocaïne in de VS flink duurder en minder zuiver zijn worden. Maar de Mexicanen eisen meer medewerking van Amerikaanse kant.

“Ze kunnen zich niet achter hun hek verstoppen”, zegt Victor Valencia, de hoogste provinciebestuurder in Ciudad Juarez. “Ok, we beleven een zware crisis. Maar die is deels te danken aan de Amerikaanse verslaving aan drugs en wapens.”

President Obama kondigde deze week aan meer undercover agenten naar de grens te sturen om de wapensmokkel te beteugelen. Volgende maand bezoekt hij Calderón om nieuwe afspraken te maken en komende week gaat minister van Buitenlandse Zaken Clinton hem voor.

Washington overweegt troepen naar de Mexicaanse grens te sturen.
Volgens het Amerikaanse Congres vormen de kartels een “directe bedreiging” voor de nationale veiligheid en zijn hun tentakels voelbaar tot in 230 Amerikaanse steden.


Ceballos: Mexicaanse ladder hoger dan Amerikaans hek

De terugweg van El Paso naar Ciudad Juarez gaat een stuk sneller dan de heenweg. Geen Amerikaanse of Mexicaanse douanebeambte neemt de moeite om papieren of spullen te controleren.

Achter de brug staat Sergio Ceballos reclamefolders uit te delen voor een Amerikaans bedrijf. Volgens hem is de dubieuze kruisbestuiving tussen de zustersteden niet te stoppen. “Het is eigenlijk één stad. En hoe hoog ze dat hek ook maken, er is altijd een Mexicaan met een hogere ladder.”

zondag, maart 15, 2009

Repo Ciudad Juarez

Uit de krant van gisteren.
-----------------------------------------------------------------------------------
Van acht executies per dag in februari naar geen twee per dag in de afgelopen week. De belegering van de gevaarlijkste stad van Mexico, Ciudad Juarez, werpt zijn eerste vruchten af.

Er hangt een geladen sfeer in de grauwe woestijnmetropool aan de Amerikaanse grens. Zwaarbewapende troepen met zwarte lappen voor het gezicht patrouilleren door de uitgestorven straten.

De befaamde disco’s en casino’s van de stad blijven ’s avonds leeg. De bevolking is verlamd van angst, al lijkt de furieuze drugsoorlog tussen het Juarez- en het Sinaloa-kartel even geluwd.

Dit weekend arriveren de laatste van 8500 soldaten en 2300 federale agenten die worden geacht Ciudad Juarez samen schoon te vegen. Het leger controleert inmiddels de lokale politie en de gevangenis en regelt zelfs het verkeer en de inspectie van nachtclubs.

“We willen de klok twintig jaar terugzetten in Juarez”, zegt de woordvoerder van de operatie, Enrique Torres, tijdens een wapencontrole voor de brug die de stad verbindt met El Paso, Texas. “En dat kan alleen met het leger. De stad is volledig geïnfiltreerd door de kartels. Van de politie tot de autohandel tot de disco’s.”

Wapencontrole bij de brug: 'Welkom in Mexico'

Torres is de eerste om toe te geven dat sprake is van “een kakkerlakeffect”. Elders in het noorden van Mexico, waar 90 procent van de cocaïne voor de Amerikaanse markt binnenkomt, gaat het moorden onverminderd door. In Jalisco werden deze week vijf afgehakte hoofden in koelboxen gevonden.

Critici vrezen dat de betrekkelijke rust in Ciudad Juarez stilte voor de storm is. Mensenrechtenwerker Gustavo de la Rosa wijst erop dat de moordcijfers ook vorig jaar maart tijdelijk daalden, net nadat de eerste 2500 soldaten waren neergestreken in de stad. Dat bleken er niet genoeg: eind 2008 stond de teller op 1600 moorden.

“Er is pas reden voor optimisme als het leger de daders gaat oppakken. Wat we nodig hebben is een einde aan de wetteloosheid. En geen staatsgreep zoals het leger nu feitelijk pleegt. Er is geen enkele controle op het doen en laten van de soldaten.”

Sommige bewoners klagen dat soldaten en agenten smeergeld eisen bij wegblokkades. Maar de meesten juichen de bezetting toe. “Het leger is onze laatste strohalm. Erger kan het niet worden”, zegt bakker Rosa terwijl ze een burrito prepareert met haar deegroller.

Tot overmaat van ramp wordt Ciudad Juarez ook zwaar getroffen door de financiële crisis. De lokale economie draait op buitenlandse assemblagefabrieken, voor 70 procent gelieerd aan de gecrashte auto-industrie. De vele bedelaars en lummelende handelaren op straat spreken boekdelen over de werkloosheid.

Wie daarentegen weinig last van de crisis lijkt te hebben, is de machtige capo van het Sinaloa-kartel, de 1.55 meter lange ‘El Chapo’ (Kleintje) Guzman. Op de jongste Forbes-lijst staat hij met een vermogen van een miljard dollar op nummer 701. De Mexicaanse regering reageerde woedend op de eervolle vermelding in het Amerikaanse tijdschrift.

zaterdag, maart 07, 2009

Braziliaanse exodus uit Japan

Uit Elsevier.
-----------------------------------------------------------------------------------
Vluchten van Tokyo naar São Paulo zitten vol Japans Braziliaanse gastarbeiders. Ze vliegen er als eerste uit in de noodlijdende Japanse industrie en keren massaal terug naar hun minder crisisgevoelige geboorteland.

Hiromi Hattori (30) is, zes weken na zijn ontslag in een Japanse elektronicafabriek, blij terug te zijn in São Paulo. “Veel werkloze Brazilianen hebben geen geld voor de terugvlucht. Hele families leven op straat in de winterkou.”

Hattori was voornemens drie jaar in Japan te werken om met het gespaarde geld een bedrijfje in Brazilië te beginnen. “Het werden zeven maanden. Ik kan weer opnieuw beginnen.”

In Japan leven 320.000 Brazilianen van Japanse afkomst, veelal ‘dekasseguis’: gastarbeiders die tijdelijk overkomen voor de betere salarissen overzee. Ze bewandelen zo de omgekeerde weg van hun voorvaderen, die begin 20e eeuw naar Brazilië migreerden om te werken op de koffieplantages rond São Paulo.

Japan lokt de goedkope Japanse Brazilianen sinds 1990 met tijdelijke werkvergunningen. Omdat ze meestal op uitzendcontractbasis werken, worden ze nu als eerste ontslagen door Japanse fabrieken.

Terwijl de werkloosheid in Japan is opgelopen tot 5 procent, wordt deze onder ‘dekasseguis’ op 50 procent geschat. Tot overmaat van ramp zijn uitzendbanen vaak gekoppeld aan huisvesting, waardoor werklozen ook dakloos worden.

De Brazilianen klagen over discriminatie. Zo wil het dat Japans uitziende werklozen in Japanse steden de straat op gaan om met Portugese leuzen te demonstreren voor gelijke arbeidsrechten voor buitenlanders.

Hattori kan weer opnieuw beginnen.

In de Japanse wijk van São Paulo, Liberdade geheten, verwerpt een vertegenwoordiger van het Japanse ministerie van Arbeid de kritiek.

“De situatie is erg pijnlijk. Maar de meeste buitenlanders werken nu eenmaal op tijdelijke contracten en Japanners niet”, zegt Teruhiko Sakura, directeur van een steunpunt voor ‘dekasseguis’, in gebrokkeld Portugees.

De Japanse regering heeft een noodplan voor werkloze buitenlanders gemaakt dat onder meer een “harmonieuze terugkeer” beoogt. Of dat ook het subsidiëren van een retourticket betekent, is nog niet duidelijk.

In Brazilië worden speciale cursussen geboden aan Japanse Brazilianen die moeizaam aarden na terugkeer. Hattori denkt die niet nodig te hebben. “Ik red me wel. De arbeidsmarkt staat er hier minder slecht voor.”

Al krijgt ook de Braziliaanse economie harde klappen, voor 2009 wordt voorlopig een economische groei van zo'n 1 procent voorspeld.

zondag, maart 01, 2009

McFavela

Column uit de krant van vandaag.
---------------------------------------------------------------------------------
Brazilianen zijn een creatief volk, ook buiten het voetbalveld. En dat komt goed van pas in tijden van crisis. Neem Carlos (33), die een bedrijf begon in de sloppenwijk Pantanal (Moeras) in het oosten van São Paulo.

Zijn ondernemingsplan gaat uit van een simpel idee: mensen eten graag een lekkere hamburger, maar een Big Mac is nogal aan de prijs. Dus wat deed hij? Hij opende een heuse McFavela (McSloppenwijk).

Zijn restaurant is net echt. Een sierlijke goudgele M met rode balk siert de gevel. Ook het interieur is goeddeels nageaapt.

Bovenaan het menu staat de ‘Mac Favela’: twee hamburgers, echte cheddar, groente, kortom, een creatie die niet te versmaden is. En dat voor maar 3,50 realen (1,20 euro), zo’n twee keer goedkoper dan de grote broer van de concurrent.

Het is de vraag of McDonald’s daar blij mee is. Carlos blijkt dan ook weinig te voelen voor een praatje met de pers. Het filiaal – zijn tweede al – is onlangs geopend en hij maakt liever geen slapende honden wakker.

Maar als de buitenlandse gast informeert naar de mogelijkheden om franchisenemer te worden, klapt de oester open. “Het is een geniaal concept”, vertelt hij met pretogen. “De mensen vinden het hilarisch en het logo geeft de hamburgers cachet. Je hebt de investering er zo uit. Het geld stroomt binnen als water.”

Carlos geeft toe dat hij zich heeft laten inspireren door een collega in de grootste sloppenwijk van São Paulo, Heliopolis. Hij runde de populaire snackbar Mec Favela, totdat het machtige McDonald’s hem vorig jaar op de vingers tikte.

Nogal kinderachtig, vond menigeen. De beste man had alleen een grapje met de naam uitgehaald en ging niet zo ver als Carlos. Voor de zekerheid haalde hij toch maar een rode kwast over het ‘Mec‘ -gedeelte van zijn uithangbord.

De McFavela in het Moeras wordt voorlopig ongemoeid gelaten. De buurtbewoners hopen dat de multinational er de humor van in kan zien. “Kijk, daar is de ‘playground!’,” grapt een klant, wijzend op een scharrelende hond tussen een hoopje puin en afval tegenover het terras.