maandag, juli 04, 2011

Messi-repo Rosario: Geduld raakt op

Uit Telesport van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------------
Rosario is de geboorteplaats van twee illustere Argentijnen: Ché Guevara en Lionel Messi, die de Copa America in eigen land teleurstellend is begonnen met een gelijkspel (1-1) tegen Bolivia.

In Rosario, een pampastad op drie uur rijden van Buenos Aires, staat er voor Guevara een metershoog monument. Maar wie zoekt naar een publiek eerbetoon aan ’s werelds beste voetballer, komt bedrogen uit.

“Laat het kereltje eerst óns maar eens kampioen maken”, lacht een medewerkster op het VVV-kantoor langs de Parana-rivier.

De overige miljoen inwoners van de havenstad lijken er net zo over te denken. ‘Mooi wat Messi bij Barcelona doet, maar wanneer gaat hij eens iets voor Argentinië winnen?’, klinkt het keer op keer. Rosario vindt dat de halve Spanjaard (in bezit van een dubbel paspoort) iets heeft goed te maken.

“Onzin!”, zegt Antonio Cuccittini (82). Zijn grote neus en de Nike-muts op zijn hoofd laten geen twijfel: dit is opa Messi. Hij woont alleen in een rijtjeshuis in de arbeiderswijk La Tablada, waar zijn kleinzoon is opgegroeid.


“Allereerst is het niet Leo’s schuld dat hij minder presteert voor het nationale elftal. Hij krijgt gewoon te weinig ballen. Zijn medespelers lijken wel jaloers. Bij Barcelona draait alles om hem. Argentijnen zijn daar te individualistisch voor. Ten tweede hebben ze hem zelf laten lopen toen hij jong was.”

Dat zit als volgt. Messi kampte in zijn jeugd met groeiproblemen. Hij had op zijn dertiende het lichaam van een tienjarige en had een dure hormoonbehandeling nodig. Zijn ouders hadden het echter niet breed en Argentijnse clubs gaven niet thuis. Het rijke Barcelona bood uitkomst. Moederziel alleen in het verre Catalonië zette ‘De Vlo’ daarna iedere avond zelf een spuit met groeihormonen in zijn benen.

“Mijn vrouw is kort voor zijn vertrek naar Europa overleden”, vervolgt Cuccittini. “Zij heeft Leo ontdekt. Hier in de patio trapte hij voor het eerst een balletje. Hij was toen vijf. Hij was groter in de breedte dan in de lengte. Iedereen vond hem te klein voor voetbal, maar mijn vrouw bracht hem naar de lokale club. Ze heeft alleen niks van zijn succes gezien. Dat raakt me heel erg.” Hij pinkt een traan weg en gaat lunchen.

Even verderop ligt Grandoli FC, Messi’s eerste club. Eén vaalgroen veldje. Achter de club staat een rij zwart beschimmelde flats. Het clubhuis is gesloten. Vicevoorzitter Carlos Gomez blijkt tegenover te wonen. Trots opent hij het prijzendepot. Op een teamfoto achter wat bekers zit de dwerg met het kenmerkende bloempotkapsel. Gomez: “Niemand kon hem bijbenen. Zijn bewegingen waren toen al bovennatuurlijk.”

Grandoli, Messi's eerste club

Toen Messi acht was, bracht zijn vader Jorge hem naar de grootste club van Rosario, Newell’s Old Boys. Daar, op de jeugdvoetbalschool Malvinas, was Ernesto Vecchio drie jaar lang zijn trainer. De Telegraaf ontmoet hem in de rood-zwart geverfde kantine vol foto’s van clubhelden als Gabriel Batistuta, Jorge Valdano en Messi zelf.

Ernesto Vecchio

Vecchio: “Ik heb in 26 jaar veel jochies voorbij zien komen, maar hij was uniek. Hij was de motor van de Machine van ’87, ons beste jeugdteam ooit. Hij maakte honderd goals per jaar. Alles wat hij nu op het veld doet, zat er toen al in. Die dribbels kun je niet leren. Ik vertelde hem voor de wedstrijd alleen dat hij de bal ook af en toe moest afspelen, om minder schoppen te krijgen.”

Tegenover de kantine ligt het honk van de ‘Glorieuze Leprozen’, de harde kern van Newell’s. “We zijn ziek, ziek van clubliefde, begrijp je? Wist je dat Newell’s buiten Buenos Aires de club met de meeste titels is?”, zegt een supporter terwijl hij het oude trainingsveld van Messi sproeit.

Voor de fans is het vroegtijdige vertrek van het wonderkind een zwarte bladzijde in de clubgeschiedenis. Gebeten hond is toenmalig voorzitter Eduardo Lopez. “Een corrupte dictator. Hij stak het geld voor Leo’s behandeling liever in eigen zak. Pas in 2008 hebben we hem met protesten weg gekregen”, vertelt een ander.

De mannen achter de receptie van Malvinas klagen dat Messi nooit langskomt op zijn oude nest. Wel is hij regelmatig in Rosario om zijn familie te zien en zaken te doen, zo weet men.

Onlangs kocht Messi een hippe bar (‘VIP’) tegenover het Monument van de Vlag, een toeristische trekpleister van de stad. Zijn vader en een broer runnen de tent. Ook investeert de man uit Barcelona in lokaal vastgoed. Zijn euro’s weten het thuisfront dus wel te vinden.

Nu die goals voor het Argentijnse elftal nog. Woensdag weer een kans in de tweede groepswedstrijd tegen Colombia.

zaterdag, juni 25, 2011

Brazilianen aan de bamischijf

Uit de Financiële Telegraaf van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------
Duizenden Brazilianen trokken afgelopen weken in hartje Sao Paulo hun eerste bamischijf en ’brodie kroket’ uit de muur. „Het is lekker, goedkoop en makkelijk. Dat niemand hier eerder op is gekomen!”, roepen de enthousiaste klanten.

De automatiek heet Quickies, „de eerste snackbar volgens Febo-concept in Zuid-Amerika”, aldus oprichter Marcus Vinicius de Lima (44). De Braziliaan, die 180 vestigingen in zijn land wil openen in de komende vijf jaar, heeft dan ook een Nederlands verleden.

„Ik vertrok op mijn 19e naar Nederland. Liefde”, vertelt de ondernemer, terwijl achter hem enkele Brazilianen nieuwsgierig langs zijn snackmuur schuifelen. „Ik had weinig geld, at vaak uit de muur en nam me voor om dat mooie concept ooit eens in Brazilië uit te proberen.”

De Lima, die redelijk goed Nederlands spreekt, keerde na twaalf jaar terug naar zijn geboorteland. „Ik heb eerst goed verdiend met een eigen tankstationketen. Maar dat was een maffioos wereldje waarin ik me niet prettig voelde.”

In 2006 verkocht hij alles om zijn oude plan te realiseren. „Natuurlijk ben ik niet de eerste Braziliaan die potentieel zag in ’eten uit de muur’. Om het ook in praktijk te brengen is een ander verhaal. Ik lanceer in één keer een nieuw concept, een nieuw merk en nieuwe producten. Het heeft me niet voor niets vijf jaar gekost om het voor te bereiden.”

Quickies (startinvestering € 1 miljoen) staat op eigen benen, het is geen franchise van Febo.

De Lima koopt zijn loketautomaten bij de Nederlandse leverancier ADM, net als Febo overigens. Verder liet hij een Nederlandse kroketbakker overkomen om de Braziliaanse koks de fijne kneepjes te leren. De ingrediënten komen uit Brazilië, behalve de Nederlandse patat. De productie wordt op den duur verplaatst naar een eigen snackfabriek.

Sommige snacks zijn aangepast aan de lokale smaak en taal. Om de tongbrekers ’broodje’ en ’schijf’ te ontlopen, staan er een ’brodie kroket’ ( € 1,30) en een ’bami’ ( € 0,85) op het menu.

Ook zijn de bamischijf en goulashkroket ( € 0,85) minder pikant gemaakt voor de Brazilianen. En een ’patatje met’ gaat hier met ketchup over de toonbank en niet met mayonaise.

Om de Zuid-Amerikanen niet met louter nieuwigheden te overvallen, ligt er een variant op een populaire lokale kipsnack (coxinha) achter de raampjes. Om dezelfde reden wacht De Lima voorlopig met het introduceren van satésaus en frikadellen.

Op de openingsdag werden de raampjes welgeteld 1387 maal opengetrokken. Nu, 3,5 week later, telt De Lima een daggemiddelde rond 2000. De rundvleeskroket (à slechts € 0,45 en net zo lekker als bij de Febo) is de grote verkoopkampioen.

„Het grote verschil met bestaande Braziliaanse snacks is de dubbele paneerlaag”, vertelt snackmeester Cristiano Mello in de keuken. „Daarnaast moeten de ingrediënten exact gedoseerd worden om een goede kroket te krijgen, terwijl dat bij Braziliaanse snacks niet zo nauw luistert.”

De Braziliaanse telefoniste Carla Teodoro komt elke dag een rundvleeskroket uit de muur trekken in haar lunchpauze. „Ze zijn erg lekker. En het is echt een uitkomst dat je niet in de rij hoeft te staan.” Het ontbreekt alleen nog aan een frisdrankautomaat en een kabeljauwkroket, vindt ze. „Brazilianen zijn dol op kabeljauw.”

Quickies opent binnenkort ook vestigingen in drie metrostations. Maar eerst komen er drie nieuwe snackbars in het centrum.

De Lima is voorlopig ’s nachts niet open. „Daar is het centrum te ruig voor. Maar in andere wijken en steden willen we op het stappubliek mikken, net als de Febo in Nederland.”

dinsdag, juni 21, 2011

Column Overval

Hij staat vandaag ook op de Telegraaf-site.
---------------------------------------------------------------------------------
Er komt geen einde aan de rode metrolijn van São Paulo. Terwijl de sloppenwijken langs de ramen flitsen, staat een vrouw te dommelen in de propvolle wagon. Ze schrikt wakker van het eindpunt: station Corinthians-Itaquera.

Voetbalfans uit de hele wereld stappen hier over drie jaar uit voor de openingswedstrijd van het WK. Pal naast het station gaat de populaire volksclub Corinthians daartoe een nieuw stadion bouwen, het Itaquerão (prijskaartje: 450 miljoen euro).

São Paulo heeft al een groot en modern stadion (Morumbi), maar de club die daarin speelt (São Paulo) leeft op voet van oorlog met de voorzitter van de Braziliaanse voetbalbond. De bond sprak een veto uit over het Morumbi-stadion.

Een duur grapje, letterlijk en mogelijk ook figuurlijk. Want de bouw van het Itaquerão is een race tegen de klok geworden. Er dreigt een afgang als bij het WK van 1950, toen het Maracanã-stadion in Rio de Janeiro nog één grote bouwput was bij de aftrap.

“Brazilië heeft alles om een schitterend WK te organiseren. In 2038”, kopte een tijdschrift.

Tijd voor een kijkje op de bouwkeet. Ik loop over een viaduct het metrostation uit richting ‘stadion’. Algauw beland ik in een niemandsland met struikgewas. Plots zie ik twee jongens van achteren naderen. Ik sprint weg, maar het is te laat.

“Ik snijd je open als je nog iets geks doet”, zegt een halfbloed met een groot mes. “Laat je geld zien”, maant een pokdalige zwarte met een pistool.

Rustig haal ik mijn broekzakken leeg. Na ruim vijf jaar in Brazilië moest dit toch een keer gebeuren. Gelukkig blijken de overvallers tevreden met de buit van zo’n 120 euro en mijn mobiel.

“En je rugzak?”, vragen ze, kalmer nu. Daar gaat mijn dure digitale camera, denk ik. Maar: “Die mag je houden. Ok journalist?”, zegt de zwarte, op wie ik intussen wat heb ingepraat. Dankjewel!

Als het duo verdwenen is, word ik gewenkt door vier mannen die het tafereel van een afstandje hebben gadegeslagen. “Er zijn hier elke dag overvallen. We lopen in gewapende groepjes van de metro naar ons werk”, vertellen ze.

Politie is er in geen velden of wegen te bekennen. Ook na een belletje komen de dienders niet opdagen.

Je kunt een leukere plek verzinnen voor een groot voetbalfeest. Maar de bouw van het Itaquerão is deze maand in ieder geval begonnen.

zaterdag, juni 18, 2011

Repo Marabá

Uit de krant van vandaag.

(En hier een indrukwekkende documentaire over de moord op kastanjeplukker José Claudio Ribeiro.)
------------------------------------------------------------------------------------
Vanuit het vliegtuig naar de Amazonestad Marabá is te zien wat voor een lachertje de huidige Braziliaanse boswetgeving is. De landgoederen beneden zijn voor gemiddeld 10% bedekt met bomen, waar 80% de norm is. Het tropisch regenwoud is afgebroken tot een dorre vlakte met her en der een koe.

Het Braziliaanse bospardon dat in de maak is, zorgt hier dan ook voor blije gezichten. Eigenaren van een ‘klein’ stuk grond (tot 400 hectare) hoeven veel illegale kap van vóór 2008 niet opnieuw aan te planten. Liever wat minder strenge normen dan een wet die van bijna alle boeren milieuboeven maakt, zo vindt een grote meerderheid van de Kamer van Afgevaardigden.

“Het is weer een bewijs dat misdaad loont in de Amazone”, zegt advocaat João Batista van de ngo CPT, die de oorlog om land en bos rond Marabá op de voet volgt. De omgeving van de stoffige wildweststad is de laatste jaren afgegleden tot de meest gewelddadige streek van het immense Zuid-Amerikaanse land.

Na de recente liquidatie van enkele kastanjeplukkers die hun bomen probeerden te beschermen, stuurde president Dilma Rousseff afgelopen week soldaten en federale rechercheurs naar Marabá. Volgens Batista wordt nog geen procent van de moorden opgelost hier in het zuidoosten van de provincie Pará. “En de straffeloosheid zal alleen maar toenemen door het bospardon.”

De vermoorde milieuactivist José Claudio Ribeiro met Majesteit, zijn favoriete kastanjeboom. Onder: de dodenlijst waar hij opstond

Voorstanders van het pardon wijzen op kromme toestanden in allang ontboste landbouwgebieden in het zuiden van Brazilië, waar de meeste boeren ook illegaal zijn. Dat de kap van het verre Amazonewoud volgens wetenschappers versnelt door het pardon, zal veel van deze boze boeren een zorg zijn.

Onverstandig, vindt de bekende Amazone-expert Antonio Nobre. “In het zuiden beseffen ze niet dat hun rijke soja- en suikerrietgebieden zonder het Amazonewoud in een woestijn veranderen. Deze regio ligt op dezelfde breedte als de woestijnen in Chili, Afrika en Australië, maar wordt door verdamping via bomen bewaterd door een enorme ‘vliegende rivier’ vanuit de Amazone. Zonder deze waterpomp is de landbouw ten dode opgeschreven.”

Het pardon moet nog door de Senaat, waarin de boeren erg machtig zijn. Liefhebbers van de Amazone hopen op een veto van president Dilma Rousseff. Zij is volgend jaar gastvrouw van de internationale milieutop Rio+20 en zou vrezen voor haar imago.

zaterdag, juni 04, 2011

Topkok: 'Vrijheden Peru staan op het spel'

Uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
De beslissende ronde van de Peruaanse verkiezingen wordt morgen met argusogen gevolgd in het buitenland. De rechtse dictatordochter Keiko Fujimori en de linkse oud-couppleger Ollanta Humala maken in een nek-aan-nekrace uit wie de nieuwe president wordt.

“De vrijheden die Peru afgelopen tien jaar heeft gewonnen, staan nu op het spel,” zegt de topkok Gastón Acurio in een interview met deze krant. De baas van de internationale restaurantketen 'Astrid y Gaston' is een ster in het kookgekke Andesland en wordt zelfs genoemd als toekomstig president.

“Ik ben de vrucht van de prille Peruaanse democratie, met een vrije markt, stevige instituties en veel minder corruptie dan in de jaren negentig” (toen Keiko's vader Alberto Fujimori het land met harde hand regeerde).

Met een gemiddelde groei van ruim 7% was de Peruaanse economie afgelopen vijf jaar de topper van Zuid-Amerika. De armoede daalde van 45% naar 31%.

Waarom staan er morgen dan toch twee protestkandidaten in de verkiezingsfinale?

Acurio: “Omdat de democratische middenpartijen zo stom waren om in de eerste ronde met drie kandidaten mee te doen, met vrijwel hetzelfde programma. En omdat een derde van de mensen nog steeds in armoede leeft, schandelijk veel voor een rijk bedeeld land als Peru.”

De gepensioneerde luitenant-kolonel Humala is een oude vriend van Hugo Chávez, maar spiegelt zich nu aan de gematigd linkse Braziliaan Lula. Hij wil onder meer de contracten met buitenlandse mijnbouwbedrijven openbreken.

Keiko Fujimori erkent intussen de fouten van vader Alberto, die in 2009 25 jaar cel kreeg voor mensenrechtenschendingen en corruptie. Ze belooft dat ze hem niet zal vrijlaten als ze gekozen wordt.

Eerst zien dan geloven, aldus Acurio, die zelf twijfelt over een mogelijk politiek avontuur. “Koks zijn voor Peru wat voetballers zijn voor Nederland. Ze maken het land trots en eensgezind, terwijl de politiek verdeeldheid zaait. Ik denk dat ik in de keuken meer kan betekenen voor mijn land.”

dinsdag, mei 17, 2011

'Portugal beter af als Braziliaanse provincie'

Column die een tijdje op de plank lag en vanochtend toch de krant nog haalde.
-----------------------------------------------------------------------------------
Aardig ballonnetje laatst in de zakenkrant Financial Times. Waarom laat het financieel geplaagde Portugal zich niet inlijven door zijn vroegere kolonie Brazilië?

Het gaat de Brazilianen economisch voor de wind en ze spreken dezelfde taal.
Portugal zou als Braziliaanse provincie goed zijn voor 10% van het BNP, 5% van de bevolking en een luttele 1% van het grondgebied.

Beter een uithoek van de opkomende wereldmacht dan van het oude, vermoeide Europa, aldus het betoog in de krant. Ook niet onbelangrijk: samen zouden Brazilië en Portugal een onverslaanbaar voetbalelftal vormen.

In Lissabon en Brasília werd de suggestie niet serieus genomen. Maar Brazilië bood Portugal wel financiële hulp aan, ten teken dat de panelen schuiven in de wereld. En steeds meer jonge Portugezen steken de oceaan over om in Brazilië aan de slag te gaan.

Ik was een tijdje terug op vakantie in Porto en merkte dat de Portugezen trots zijn op het economische succes van hun oud-kolonie. Je hoort in Brazilië vaak dat de Portugese kolonisatie rampzalig was voor het land. ‘Ach waren de Hollanders maar gebleven’, wordt er dan verzucht, doelend op onze kortstondige bezetting van het Braziliaanse noordoosten (1630-1654).

“Maar als de Portugese kolonisatie echt zo slecht was, hoe verklaar je de opkomst van Brazilië dan?”, is de retorische hamvraag in het boek 'A Colonização Portuguesa e a Emergência do Brasil' van de Portugese schrijver J.F. Fafe.

De Portugezen roffelen zich vooral op de borst om het feit dat ze hun deel van Zuid-Amerika begin 19e eeuw bijeen wisten te houden, terwijl het Spaanse gedeelte in tig landen uit elkaar spatte.

De Portugese monarchie was namelijk zo sluw om haar hoofdstad in 1808 naar Rio de Janeiro te verplaatsen, vlak voordat Napoleon Lissabon binnenviel. De koninklijke familie was daarna een belangrijke bindende factor voor de enorme kolonie.

Bovendien was het een lid van de familie zelf die de Zuid-Amerikaanse reus in 1822 bevrijdde van de Europese dwerg.

„Het is fysiek en moreel onmogelijk dat Portugal Brazilië regeert. Ik ben geen rebel, het zijn de omstandigheden”, zo verdedigde de Portugese prins en eerste Braziliaanse keizer Pedro de Eerste zijn breuk met het moederland.

Brazilië was geboren: een blut, geïsoleerd, analfabeet en bureaucratisch slavenland. Wat de Portugezen nu ook beweren, het kostte de reus bijna twee eeuwen om op te krabbelen van deze valse start.

dinsdag, mei 10, 2011

Boer vs Bos vandaag in Brazilië

Uit de krant van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
Zo’n 90% van de Braziliaanse landeigenaren lapt de boswetgeving aan de laars. Tot woede van milieuactivisten is er een grote pardonregeling in de maak. “Dit is de motorzaag aan het Amazonewoud”, zo trekt Greenpeace aan de bel.

Brazilië is al weken in de ban van de omstreden nieuwe ‘Boscode’, waarover het parlement vanaf vandaag het laatste woord heeft.

Illegale houthakkers wrijven zich alvast in de handen. Aan de zuidrand van het Amazonebos is in maart en april ruim drie keer zo veel gekapt als vorig jaar, meldt de Braziliaanse milieuwaakhond Ibama. “Ze hakken alles om, want iedereen denkt er nu toch mee weg te komen.”

Ook de boeren zijn blij. Zij zijn nu nog allemaal verplicht om een eigen natuurreservaat aan te houden. In het (grotendeels ontboste) zuiden van Brazilië gaat het om 20% van hun land, in het Amazonegebied (niet te verwarren met het Amazonewoud, dat intussen een stuk kleiner is) om wel 80%.

Deze norm werd in 1998 ingevoerd, terwijl kolonisten in het Amazonegebied in de tijd van de dictatuur (1964-1985) juist straf riskeerden als ze de helft van hun bos níet kapten.

Ook mogen boeren niets doen met heuvels en oevers op hun land. Volgens de huidige milieueisen moet er bos staan op dertig tot vijfhonderd meter van de rivier (hangt af van de breedte). Dit maakt een groot deel van de Braziliaanse landbouwproductie illegaal. Zo is driekwart van de rijst niet koosjer omdat akkerbouw op drassig land wettelijk taboe is.

“Het is van de gekke. Vroeger was het een zegen als je water op je land had, nu is het een vloek. Terwijl ze in China, India en Vietnam al duizenden jaar zo rijst verbouwen”, zei de auteur van de nieuwe Boscode, het communistische congreslid Aldo Rebelo, tegen het opinietijdschrift Veja.

De boeren krijgen in de nieuwe code vrijstellingen in water- en heuvelrijke gebieden met een landbouwtraditie. En op kaal gekapte rivieroevers hoeft (bij smalle rivieren) nog maar vijftien meter bos terug te worden geplant.

De grote twistappel wordt vandaag het pardon. Dat geldt volgens Rebelo’s voorstel voor alle ‘kleine’ landeigenaren (met een areaal tot 400 hectare) die hun reservaat niet op orde hebben.

Bos dat zij per juli 2008 tekort kwamen, hoeven ze niet bij te planten. De illegale houthakkers die volgens Ibama nu extra actief zijn, blijven dus wel degelijk strafbaar.

De fractie van de Arbeiderspartij van president Dilma Rousseff twijfelt nog over het pardon. Volgens de milieubeweging zou dat een vrijbrief voor meer ontbossing zijn. Volgens de boeren is het de enige manier om het platteland in de legaliteit te trekken en op deze manier het resterende bos effectiever te beschermen.