woensdag, november 17, 2010

Column Geesten

Uit de krant van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------------
Geesten zijn in Brazilië onderdeel van het dagelijks leven. Miljoenen mensen bezoeken centra waar mediums contact leggen met overleden familieleden en onbekende geesten.

Als aanhangers van het spiritisme geloven ze dat je geest het eeuwige leven heeft en na de dood in een ander lichaam trekt (reïncarnatie).

Dit jaar is het een eeuw geleden dat het bekendste Braziliaanse medium, Chico Xavier, werd geboren. Reden voor een film over het leven van deze weldoener, die gesouffleerd door geesten ruim vierhonderd boeken schreef, met zijn ogen dicht! De film brak alle records.

Een Braziliaanse vriendin nam me onlangs op sleeptouw naar zo’n centrum in São Paulo. Het leek van buiten meer op een buurthuis dan op een religieuze tempel. Langs een snackbar en een boekwinkeltje liepen we naar een zaaltje achterin het gebouw.

Hier werden ‘passes’ uitgedeeld, een soort schoonmaakbeurt voor de ziel, waarbij een medium positieve energie overbrengt van zogeheten ‘verheven’ geesten. Als nuchtere Nederlander klonk me dat nogal onwaarschijnlijk in de oren, maar goed.

Een dame heet de nieuwkomer welkom en legt uit wat de bedoeling is. “Rechtop zitten, handen op je bovenbenen, ogen dicht houden en je openen voor wat komt.”

Een minuut later zit ik op een krukje in een donkere naastgelegen ruimte. Voor me staat een medium dat haar hand vlak boven mijn hoofd houdt. Na een seconde of tien voel ik iets veranderen. Na anderhalve minuut is ze klaar.

De rest van de dag heb ik een licht, helder gevoel en enkele goede ideeën. Mijn benen zijn wiebelig. Merkwaardig. Er is iets gebeurd in de donkere kamer, maar wat? Heeft het medium me soms gehypnotiseerd of gedrogeerd?

Een paar weken later neem ik nog een ‘passe’, ditmaal met twee Hollandse vrienden. Eén zegt niks te voelen, de ander wel wat. Ook ik bespeur weer een zekere energie in de ruimte, maar het effect is ditmaal veel zwakker. Het geeft te denken.

Hoe dan ook komt het centrum me sympathiek voor. Anders dan in Braziliaanse pinksterkerken, komt er geen geldbakje langs. Er worden geen medische en financiële wonderen beloofd. Er staat geen dominee met zijn vingertje te zwaaien.

“Je moet niks hier”, zegt mijn Braziliaanse vriendin. “Het spiritisme is gericht op persoonlijke groei. Doe ermee wat je wilt.”

zaterdag, oktober 30, 2010

Column Nacht van de nacht

Column uit de krant van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------------
Nederland is een nachtmerrie voor wie graag naar de sterren kijkt. Ons land hoort, samen met België en Puerto Rico, namelijk tot de meest verlichte landen ter wereld. Door de gebrekkige duisternis kunnen we onze eigen Melkweg niet eens meer zien.

Gelukkig voor sterrenkijkers zijn er nog genoeg plekken op de wereld waar het ’s nachts wel oerdonker is, vooral op het dunbevolkte zuidelijke halfrond. Hier ligt dan ook het walhalla voor astronomen: de Atacama-woestijn in Chili.

Door het kurkdroge klimaat kent dit gebied tot wel 350 heldere nachten per jaar. En de Chilenen zijn erg zuinig op hun duisternis. De overheid strijdt tegen lichtvervuiling met een Agentschap ter Bescherming van de Kwaliteit van de Hemel. ’s Werelds beste telescopen staan opgelijnd in de Atacamawoestijn en dat willen de Zuid-Amerikanen natuurlijk graag zo houden.

Dat levert spectaculaire nachten op.

Onlangs kon ik er voor het eerst de Melkweg zien met het blote oog. Sterrenbeelden als Schorpioen (in het hart van de Melkweg) en Lama fonkelden haarscherp aan het firmament. In het verlengde van het Zuiderkruis was zelfs de Grote Magelhaense Wolk vagelijk te ontwaren, die buiten ons sterrenstelsel ligt.

Een Chileense wetenschapsjournalist legde het allemaal enthousiast uit. En dat terwijl we niet ver buiten de stad La Serena stonden, één van de weinige grote lichtbronnen in de woestijn.

Toen we terugreden over een onverlichte snelweg, hing er in de verte een zachte, gelijkmatige gloed boven La Serena. Geen spoor van schreeuwerig neon of schel witlicht in de lucht.

Eenmaal in de straten van de stad werd duidelijk waarom. La Serena maakt sinds tien jaar werk van de Chileense Norm tegen Lichtvervuiling. Zo zijn de koloniale lantaarnpalen in het centrum voorzien van gele natriumlampen, die pal op de grond staan gericht en van boven zijn afgedekt.

Simpele aanpassingen als deze zorgen volgens het stadsbestuur voor méér licht op straat (68%), minder licht aan de hemel (-93%) en een energiebesparing van 19%. Ook zouden de duistere nachten gezonder zijn voor mens en dier.

Vanavond begint in Nederland de Nacht van de Nacht om soortgelijke initiatieven te steunen.

Zonsondergang bij de sterrenwacht La Silla in de omgeving van La Serena

donderdag, september 30, 2010

Een dagje São 'Power'

Uit het reiskatern van De Telegraaf.
------------------------------------------------------------------------------------
São Paulo in één dag willen zien? Een stad van twintig miljoen inwoners? Gekkenwerk! Maar als je bezoek uit Nederland krijgt, dan draai je wat je gevraagd wordt. De enige echte Braziliaanse wereldstad staat nu eenmaal niet bekend als een paradijs voor toeristen. Dus we gaan een poging wagen. Start de klok!

Om gelijk even de kracht en het tempo van São Paulo te voelen, pakken we in de ochtendspits de metro naar het ‘Braziliaanse Manhattan', de Avenida Paulista. We kuieren tussen zakenmannen en kantoorkolossen naar het einde van de vier kilometer lange ansichtkaart van de stad.

Hier (metro Paraiso) ligt het Casa das Rosas, een oud landhuis dat mooi standhoudt tussen het betongeweld. Op het terras in een parkje vol rozen en fruitbomen kun je lekker rustig koffie drinken.

Kantoorkolos op Avenida Paulista

We lopen terug richting het Museum voor Moderne Kunst (MASP). Een topmuseum waar je de tijd voor moet nemen, dus een bezoek zit er vandaag niet in. We laten het gekrioel van ‘de Paulista’ achter ons.

Na een steile afdaling komen we uit in Bixiga, een pittoresk Italiaans wijkje vol ‘cantinas’ en gekleurde huisjes. Smeltkroes als São Paulo is, lopen we even later alweer tussen Aziatische gezichten en boeddhistische tempels in de wijk Liberdade. Hoewel deze van origine Japanse buurt gestaag wordt overgenomen door Chinezen, Koreanen en Brazilianen, blijft het een toplocatie om sushi te eten.

In een sakebar op de hoofdstraat (Galvão Bueno 364) kunnen ook exclusieve viseieren worden geproefd, ‘karasumi’, “het meest verfijnde, duurste en lekkerste aperitief voor sake.” Japanners schijnen er een moord voor te doen.

Japanse supermarkt in Liberdade

Via Liberdade lopen we het historische centrum binnen. Dat is niet bepaald moeders mooiste, zoals schoonheid sowieso niet het sterkste punt is van ‘Sampa’ (al maken we een uitzondering voor de vrouwen op straat).

Maar ook lelijkheid kan indrukwekkend zijn. Kijk maar vanaf de 35e verdieping van de Banespa-toren, waar je op doordeweekse dagen (10h-15h) gratis de lift kunt pakken. Je kunt hier op het dak een rondje lopen en je 360 graden lang vergapen aan de woekerende betonjungle.

“Ik heb nog nooit zo’n rare skyline gezien. Er is geen enkel oriëntatiepunt,” zegt mijn Nederlandse bezoek. Jammer dat de suppoost ons binnen vijf minuten wegbonjourt. Dat is gebruikelijk, vertelt hij, vanwege de beperkte ruimte boven. Begin dus gelijk met foto’s maken. Wie de tijd wil nemen voor het uitzicht, kan elders in het centrum voor zeven euro terecht op de 45e verdieping van het Edificio Italia (metro República).

Oriëntatiepunt?

Na al dat gewandel wordt het hoog tijd voor de lunch. In São Paulo heeft zowat elke keuken ter wereld een eigen restaurant, dus aan keus geen gebrek. We lopen langs het klooster van São Bento over de Rua 25 de Março.

Deze mierenhoop vormt de bekendste straatmarkt van Brazilië. Leuk om rond te kijken, maar pas een beetje op. Een aantrekkelijk geprijsde USB-stick (64 GB!)die ik hier onlangs aanschafte bij een straatventer, bleek thuis op de computer geen sjoege te geven.

Achter de Rua 25 de Março ligt een leuke eetgelegenheid: de Mercado Municipal. In deze gezellige oude markthal is werkelijk alles te krijgen op culinair gebied, van kaaimanbiefstuk tot Braziliaanse kazen tot de betere merken van de suikerrietdrank cachaça (de basis voor caipirinha, de beroemde nationale cocktail).

Culinaire anatomie van de kaaiman

De Brazilianen storten zich bij de lunch op twee traditionele snacks: het broodje mortadela (geen aanrader als je niet van moddervette worst houdt) en balletjes kabeljauw (wel erg lekker). Boven worden op volle terrassen ook visschotels en koud tapbier geserveerd.

We slenteren nog wat langs de bonte marktkramen en duiken vervolgens de metro weer in (station São Bento). Het is namelijk tijd voor de misschien wel leukste wijk van de stad, Vila Madalena.

Om te beginnen staat deze voormalige bohemienbuurt vol bloeiende tropische bomen (hibiscussen, palmen, acacia’s). Ook is het verkeer er minder dominant aanwezig dan elders in de stad. Liefhebbers van winkelen komen aan hun trekken bij de vele hippe boetiekjes, waar je de mafste dingen kunt kopen (van matroesjka’s tot Indonesische maskers).


Voor ieder wat wils in Vila Madalena

Ook het tiental restaurants waar je voor 15 à 20 euro onbeperkt sushi kunt eten, is zonder meer een sterk punt van deze heuvelachtige buurt. Maar Vila Madalena is vooral populair door de talloze kroegen.

De ‘paulistanos’ verzamelen zich na het werk rond het hart van de wijk (de kruising Rua Aspicuelta/Rua Mourato Coelho). Plots blijkt de stad van auto’s en hekken ook op straat gezellig te kunnen zijn. Cafés als Filial en Genesio zitten ook doordeweeks tot laat in de nacht vol.

Café in Vila Madalena

“Ik heb in Londen en New York gewoond, maar alleen in São Paulo gaat het echt altijd door”, vertelt een jonge Nederlandse zakenbankier.

Buiten Vila Madalena kan ook in buurten als de Rua Augusta, Barra Funda (beide meer underground) en Itaim Bibi (meer Miami-achtig) dagelijks tot in de vroege uurtjes worden doorgehaald. Van sambarock tot house tot Braziliaanse volksmuziek, er is voor ieder wat wils in deze stapstad van 1001 stammen.

Tegen het einde van de nacht nog zin om te eten? Geen probleem, São Paulo is een stad waarin weinig geslapen wordt. Het broodje warme ham van 24-uurs bar Estadão (Viaduto 9 de Julho, centrum) is bij voorbeeld een nachtelijke klassieker. Stop de klok!

-------------------------------------------------------------------------------------
Veiligheid

São Paulo is afgelopen tien jaar één van de veiligste grote Braziliaanse steden geworden. Toeristen hebben er minder last van criminaliteit dan in Rio. Daar ligt een deel van de sloppenwijken pal achter de strandwijken, terwijl de armoede in São Paulo naar de buitenwijken is verdreven. In het historische centrum is het wel oppassen geblazen (vooral voor crackverslaafden), zeker in het weekend als kantoren zijn gesloten en er weinig mensen op straat lopen.

-------------------------------------------------------------------------------------
Verkeer

Het verkeer is ergernis nummer één in São Paulo. Gelukkig is de metro wel snel, overzichtelijk en schoon. De meeste bezienswaardige wijken zijn bereikbaar per metro. Ook de benenwagen is een goed alternatief, al zijn de afstanden en de heuvels soms pittig. Pak ’s avonds de taxi. Veel straten zijn dan uitgestorven. Het kan handig zijn om het adres op een briefje te schrijven. Braziliaanse taxichauffeurs spreken nauwelijks Engels.

Topmetro
-------------------------------------------------------------------------------------
Jetset

De steenrijke elite van São Paulo is een bezienswaardigheid op zich. In ‘AAA’-disco’s als Pink Elephant betaalt een man ruim honderd euro entree en loop je kans om Ronaldo en andere bekende Brazilianen tegen het lijf te lopen. Wie zich zonder te betalen onder de jetset wil begeven, kan terecht in de Skyebar, bovenin Hotel Unique. Op het verwarmde dakterras geniet je op zachte banken van een weids uitzicht. Een watermeloencocktail kost elf euro (het hotel oogt van buiten als een stuk meloen).
-------------------------------------------------------------------------------------
Reiswijzer

KLM vliegt zeven keer per week rechtstreeks van Amsterdam naar São Paulo. Iberia en TAP bieden over het algemeen de laagste tarieven. Je maakt dan wel een overstap in respectievelijk Madrid en Lissabon.
-------------------------------------------------------------------------------------
Restaurants

Braziliaanse grill: Barbacoa, Fogo do Chão (meerdere vestigingen)
Japans: Zeni Sushi (Rua Delfina 131)
Arabisch: Al Kebab (Rua Mourato Coelho 1168)
Peruaans: Killa (Rua Tucuna 689)
Marokkaans: Tanger (Rua Fradique Coutinho 1664)
-------------------------------------------------------------------------------------
Uitgaan

Studio SP (poprock, Rua Augusta 591)
Grazie a Dio (samba rock, Rua Girassol 67)
Clash Club (elektronisch, Rua Barra Funda 969)
D-Edge (elektronisch, Alamedo Olga 170)
Canto da Ema (forró  volksmuziek, Av. Brig. Faria Lima 364)
-------------------------------------------------------------------------------------
Overnachten

Vila Madalena Hostal (hostel, Rua Francisco Leitão 686)
Hotel Ibis São Paulo (midden, Rua Eduardo Viana 163)
Renaissance São Paulo (duur, Alameda Santos 2233)


Zelfs strand in São Paulo!(een vlonder bij SESC Pompeia, een oude fabriek die is opgeknapt tot een cultuur- en sportcomplex)

dinsdag, september 21, 2010

Elsevier-repo: Achterland nu voorop

Uit Elsevier van eind vorige week.
------------------------------------------------------------------------------------
Imperatriz, een provinciestad in Maranhão, de op één na armste deelstaat van Brazilië. Begin van de middag, 35 graden. Een paard en wagen sjokt langs een showroom vol glimmende terreinwagens. Bouwvakkers doen een tukje op de steigers van een nieuwe shopping mall. In dure visrestaurants langs de Tocantins-rivier lunchen de lokale rijken hun buiken rond.

De 191 miljoen inwoners van het grootste land van Zuid-Amerika zijn massaal aan het consumeren geslagen. De economie groeit als een komkommer, vooral dankzij de snel expanderende interne markt. En het land dat als laatste de slavernij afschafte, begint op sociaal vlak iets evenwichtiger te worden.

Imperatriz (250.0000 inwoners) ligt in het noordoostelijke binnenland, een regio die onder president Luiz Inácio Lula da Silva een ‘Chinese’ inhaalslag heeft gemaakt. In een recente enquête beschouwde 97% van de bewoners van Maranhão hem als een ‘goede’ of ‘uitstekende’ president.

“De stadseconomie groeit sinds 2002 met gemiddeld 14% per jaar,” zegt voorzitter Gilson Kyt van de lokale Vereniging van Handel en Industrie (ACII). Imperatriz zuigt als logistieke draaischijf de nieuwe relatieve rijkdom van deze regio naar zich toe.

De stad heeft een vliegveld, een spoor- en rivierverbinding met de kust en ligt langs de vijftig jaar oude snelweg van de hoofdstad Brasília naar de Amazonestad Belém. De zwaarbevochten weg door ooit bosrijk gebied (de hoofdingenieur vond zelfs de dood toen er in Maranhão een boom op zijn tent viel) wordt vervloekt door milieugroeperingen, maar is voor de bevolking de belangrijkste levensader.

Gilson Kyt

De meeste handel wordt gegenereerd door de veeteeltsector, vertelt Kyt op zijn Handelspaleis. “Ons potentieel komt er eindelijk uit. Dat is begonnen door de stabilisering van de economie.”

De Braziliaanse economie is afgelopen tien jaar volwassen geworden. In 2002 leidde de eerste verkiezing van Lula nog tot paniek op de beurzen. Nu maakt geen buitenlandse investeerder zich druk over de vraag wie de marktvriendelijke socialist zal opvolgen.

Na twee opeenvolgende termijnen als president mag hij volgens de kieswet niet meedoen aan de verkiezingen van 3 oktober. Voor het eerst sinds Brazilië in 1985 weer een democratie werd, prijkt zijn naam niet op het stembiljet.

In de campagne is de economie nauwelijks onderwerp van debat. Zowel de kandidaat van Lula’s Arbeiderspartij (PT), Dilma Rousseff (zie kader), als voornaamste opponent José Serra van de sociaaldemocraten (PSDB) prediken continuïteit. Een strakke rijksbegroting zal gepaard blijven gaan met sociale herverdeling.

Lula stond op zijn beurt op de schouders van zijn voorganger Fernando Henrique Cardoso. Deze partijgenoot van Serra wist in de jaren negentig de torenhoge inflatie te beteugelen met een nieuwe munt, de inmiddels keiharde Braziliaanse reaal.

Krabben

Nieuw is dat de groei in de 21e eeuw wordt aangejaagd vanuit het Braziliaanse binnenland. Eeuwenlang was dit het ruige domein van indianen en avonturiers. De Portugezen bleven als volk van zeevaarders als krabben aan de kust van hun kolonie kleven. Alle grote steden ontstonden langs de Atlantische kust.

Omwille van het evenwicht werd Brasília eind jaren vijftig in het hart van het land uit de grond gestampt. Daarna gaf de steeds sterkere Braziliaanse landbouw het achterland nog een flinke slinger. De economie helt nu minder zwaar over naar de kant van de oceaan, zo blijkt uit cijfers van economisch onderzoeksinstituut Ipea.

Het bestaande beeld van Brazilië is dat van een land met enerzijds grote kuststeden met veel armoede, maar ook middenklasse en veel rijkdom. En anderzijds de ongerepte oerwouden in het binnenland, vol met arme boertjes, waar de enige veranderingen bestaan uit het afbranden van grote stukken bos.

De gemeente Imperatriz ligt in het uiterste oosten van het officiële Amazonegebied, maar is door de (afgelopen jaren overigens sterk afgenomen) ontbossing inmiddels ver verwijderd van het Amazonewoud zelf.

De kwaliteit van het leven heeft hier allesbehalve onder geleden. Het inkomen per hoofd is afgelopen acht jaar ruim verdubbeld (over heel Brazilië steeg dit met 24% tot 7520 euro per jaar). En dat terwijl de bevolking snel groeit door de exodus uit het arme platteland van Maranhão.

Door de ontwikkeling van Imperatriz eindigen dus minder gelukszoekers in de overvolle sloppenwijken van Rio de Janeiro en São Paulo. In heel Brazilië bestaat deze trend van middelgrote binnenlandse groeisteden.

Gelokt door het verbeterde consumptiepatroon in Imperatriz, hebben Walmart en Carrefour beide plannen voor een grote supermarkt. “Ook de showrooms van buitenlandse automerken zijn allemaal nieuw hier”, juicht de journalist Conor Farias, de baas van een lokale tv-zender en krant. “Vroeger hadden we hier alleen hout- en goudhandel. Vijf jaar geleden kenden we nog amper een middenklasse.”

Volgens cijfers van de regering zijn 31 miljoen Brazilianen afgelopen acht jaar opgeklommen naar de middenklasse, die daarmee voor het eerst in de meerderheid is.
Brazilië is volgens de VN het op acht na meest ongelijke land ter wereld. Maar het verschil tussen rijk en arm wordt iets kleiner. Het Gini-coëfficiënt, een indicator voor inkomensverschillen, is dalende.

De bodem van de Braziliaanse inkomenspiramide versmalt. Dat komt vooral door de Bolsa Familia (Gezinsbeurs) van Lula. Twaalf miljoen arme families met schoolgaande kinderen krijgen een uitkering tot negentig euro per maand. Dat levert Dilma Rousseff op 3 oktober vooral veel stemmen op in het noordoosten, de thuisregio en machtsbasis van Lula.

Verder steeg het minimumloon afgelopen acht jaar met ruim 50% boven de inflatie, tot 220 euro. Tegelijkertijd werden er veertien miljoen banen gecreëerd. Brazilië blijft door de hoge rente (10,75%) een paradijs voor renteniers, maar ook laaggeschoolde arbeid begint dus een beetje te lonen.

Wolkenkrabbers in het woud

De bouwsector is de belangrijkste banenmotor. Dat terwijl de voorbereidingen voor het WK Voetbal nog op gang moeten komen, tot grote ergernis van de Fifa.

De Amazonemetropool Belém werd verrassend gepasseerd voor het WK. Desalniettemin verrijst er een imposante skyline in de zwoele stad met 2,1 miljoen inwoners en prachtige mangobomen.

Skyline Belém

“Er zijn 150 torens in aanbouw. Tot veertig verdiepingen hoog, dat is hier ongekend. En ook steden in het binnenland krijgen al een skyline”, vertelt Jose Roberto Marquez Rodrigues van de regionale bouwkoepel Sinduscon.

“Er zit in Brazilië enorm veel rek in de huizenmarkt”, vervolgt de econoom. “Het land heeft geen traditie van hypotheken. Dat begint te veranderen, vooral door de daling van inflatie en rente.”

De waarde van hypotheken bedraagt nu slechts 3% van het nationaal inkomen van Brazilië (in Nederland is dat 100%). Analisten schatten dat dit aandeel komende vijf jaar stijgt tot 10%.

Dit wordt in de hand gewerkt door een grootschalig sociaal woningbouwproject van de regering. Vorig jaar begon de bouw van een miljoen gesubsidieerde koopwoningen (à gemiddeld 35.000 euro). Het project (‘Mijn Huis, Mijn Leven’) is het stokpaard van presidentskandidaat Rousseff en bereikt honderden gemeenten over het hele land, waaronder Imperatriz en Belém.

“Hier heb ik jaren van gedroomd”, aldus de verpleegster Liliane Lopes (26) uit Belém. Ze is dolblij met haar nieuwe stulpje van 42 vierkante meter. “Nu ga ik mijn appartement meteen inrichten.”

Tweevijfde van de woningen wordt gereserveerd voor huishoudens die tot drie minimumlonen verdienen. Een staatsbank zorgt voor een goedkope lening. De afbetaling mag over dertig jaar worden uitgesmeerd. De toeloop is zo groot dat Rousseff nog twee miljoen woningen belooft als ze gekozen wordt.

In Belém is goed te merken dat ook rijkere Brazilianen goed hebben geboerd onder Lula. Er is veel nieuw geld in omloop.

Dure jachten tieren welig in de badplaatsen rond de stad. Er rijden steeds meer geblindeerde wagens door de straten. Er worden zoveel auto’s verkocht dat het verkeer dichtslibt. Sommige superrijken hoppen al liever per helikopter van toren naar toren.

’s Avonds zitten de terrassen vol op de chique Gastronomieboulevard langs de rivier. Even verderop wordt er luxe gewinkeld de nieuwe kooptempel van Belém, Boulevard Shopping. Het moderne gebouw van marmer en glas telt zeventien juwelenzaken. Op de spiegelgladde gangen ruikt het naar parfum. Buiten stroomt een open riool voorbij.

Boulevard Shopping

Het geurige contrast is een mooie illustratie van een treurig gegeven. Brazilië staat als achtste economie van de wereld op een 75e plek op de menselijke ontwikkelingsindex (HDI) van de VN (meetjaar 2007). De infrastructuur en de sociale voorzieningen blijven achter bij de economie, ondanks de hoge belastingdruk.

Om met zo’n 6% per jaar te blijven groeien, moeten de investeringen in infrastructuur (‘fysiek kapitaal’) omhoog van de huidige 18% naar zeker 25% van het nationaal inkomen, zo berekende de Beweging Efficiënt Brazilië, een onlangs door ondernemers opgerichte lobbygroep. Helemaal nu het land het WK en de Olympische Spelen mag organiseren.

Volgens de regering zijn die investeringen dit jaar voor het eerst hoger dan de kosten van het zware ambtenarenapparaat. Ook beweert ze dat de 75e plek in de genoemde VN-index achterhaald is. Sinds 2007 zijn er miljarden in riolering geïnvesteerd. In 2008 was het aantal Brazilianen met riolering gestegen tot 45% (tegen 33% in 2000). En de (bescheiden) verbeteringen in het onderwijs werken nu eenmaal langzaam door, aldus Brasília.

Lula’s gedoodverfde opvolger Rousseff denkt met veel extra oliegeld de volgende sociale slag te kunnen maken. Dankzij gigantische voorraden onder de diepzee bij Rio wordt tot 2020 een verdubbeling van de productie verwacht (nu twee miljoen vaten per dag).

Er is dus alle reden voor optimisme. Ook omdat Lula het toenemende economische gewicht diplomatiek heeft weten te verzilveren. In de mondiale fora over handel, financiën en klimaat zit Brazilië tegenwoordig aan de beslissende tafels.

De president waagde zich dit jaar zelfs in de nucleaire crisis rond Iran. Die broek bleek nog te groot. De VN-Veiligheidsraad negeerde het Braziliaans-Turks akkoord met Teheran. De sancties tegen Iran werden verscherpt, tot grote irritatie van de altijd verzoenende Lula.

Brazilië zal niet rusten tot het een permanente zetel in de Veiligheidsraad heeft veroverd. Met ‘soft power’ kweekt het over de hele wereld sympathie voor deze zaak. Onder Lula zijn in acht jaar werden veertig nieuwe ambassades geopend, met een focus op Afrika en Azië.

De grote vriendelijke reus van Zuid-Amerika is de eigen regio ontgroeid. In 2032 is Brazilië volgens Goldman Sachs de vijfde economie ter wereld. Of het daarmee ook een ontwikkeld land wordt? Rousseff zegt van wel.

“Imperatriz ligt er nog bij als een stad uit de Derde Wereld,” geeft Kyt toe. “De bestrating is slecht, er ligt overal afval. Het bedrijfsleven loopt in Brazilië harder dan de overheid. Maar de stad heeft bij voorbeeld wel al zes universiteiten. Talentvolle jongeren blijven tegenwoordig in de stad. Uiteindelijk is de vooruitgang hier niet te stoppen.”

maandag, augustus 09, 2010

Lief Land

Column uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Brazilië staat bekend om zijn relaxte omgangsvormen. Mijn ouders reizen momenteel door Brazilië en ze worden er verlegen van.

Beide zijn leraar, maar hier lijken ze soms wel filmsterren. Op straat worden ze van alle kanten begroet en toegelachen. Afgewimpelde verkopers op het strand reageren met een vriendelijk knikje of een opgestoken duim. Het horecapersoneel is overal beleefd en behulpzaam.

Na een festival in de swingende strandstad São Luis stonden we als haringen in een ton in een stadsbus. De chauffeur deed er een schepje bovenop en schudde de passagiers twintig minuten lang als een centrifuge door elkaar. De typisch Braziliaanse reactie: iedereen lachen.

“Wat een lief land is dit”, zei mijn vader verbaasd. “Het lijkt wel alsof iedereen een engeltje op zijn schouder heeft dat continu influistert: ‘Het gaat goed, wees blij, wees gelukkig.’”

Goed, een reisgenoot uit Martinique droeg dan wel pepperspray bij zich omdat hij al drie keer was beroofd in de Amazonestad Belém. Maar verder doen de Brazilianen er alles aan om de gasten op hun gemak te stellen.

Brazilië is een jong land met een jonge bevolking. Wat gaat er gebeuren nu de Zuid-Amerikaanse reus volwassen wordt? Het land raakt beetje bij beetje strakker georganiseerd. Blijven de mensen in de toekomst zo speels en vrolijk met elkaar omgaan?

Mijn ervaringen in São Paulo stemmen hoopvol. Ook in de meest volgroeide stad van het land is de communicatie doordesemd van de ‘calor humano’ (menselijke warmte).

Arm en rijk houden zich keurig aan de gedragscode van de ‘homem cordial’ (hoffelijke mens), zoals de Braziliaan ooit werd getypeerd door de antropoloog Sergio Buarque de Holanda. We lijken met een diepgeworteld cultureel fenomeen te maken te hebben.

De dikke laag suiker over al het contact heeft overigens wel een schaduwkant. Als iedereen aardig tegen je doet, hoe weet je dan wat de ander echt van je vindt?

Menig buitenlander vindt het lastig om blijvende vriendschappen met Brazilianen op te bouwen.

Maar daarvoor zijn mijn enthousiaste ouders ook niet op vakantie gegaan.

zaterdag, augustus 07, 2010

Treinvervoer leeft op in Brazilië

Uit de krant van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------------
De trein maakt in Brazilië een comeback. Er komt een hsl-lijn tussen Rio de Janeiro en São Paulo. Elders in het land worden duizenden kilometers goederenspoor gelegd.

De ‘trem bala’ (kogeltrein) zal de vijfhonderd kilometer tussen de twee metropolen in anderhalf uur afraffelen. De lijn moet voor de Olympische Spelen van 2016 (in Rio) klaar zijn. Prijskaartje: 14,3 miljard euro.

Geïnteresseerd in de megaklus zijn bedrijven uit China, Frankrijk, Duitsland en Japan. De bieder die het goedkoopste treinkaartje belooft (maximumtarief: 90 euro), wint komende maanden de aanbesteding.

De regering neemt een 33%-aandeel in het project en zorgt voor een gunstige lening. Het is de bedoeling dat de hsl-technologie later voor meer lijnen wordt gebruikt.

Het ooit florerende Braziliaanse spoor zit al vijftig jaar in het slop. Met 29.000 km rails blijft het continentale land achter bij de andere BRIC-landen India (64.000), China (77.800) en Rusland (87.200). Het meeste spoor is bestemd voor goederentransport.

Sinds 1960 daalde het aantal passagiers van honderd naar amper anderhalf miljoen per jaar. Politici gaven de voorkeur aan vervoer op vier wielen en vliegen. In het achterland van São Paulo staan overwoekerde spookstations die eind 19e eeuw nog aan de wieg stonden van de groei van de wereldstad.

Dat Brazilianen wel degelijk graag per trein reizen, blijkt op de noordelijke IJzerlijn van São Luis naar Parauapebas, één van de laatste lange passagierslijnen. Bij vertrek is het ruim vijfhonderd meter lange gevaarte vrijwel tot de laatste stoel gevuld.

“Je wordt er niet zo moe van als van reizen per bus”, zegt student Katiana Miranda Marques (21) in haar goedkope 1e-klasse-stoel. “En het is veiliger. De wegen zijn hier slecht en gevaarlijk. De trein is alleen een beetje langzaam.”

Met tachtig kilometer per uur glijdt de dieseltrein langs palmbossen, eucalyptusbomen, indianenreservaten en ledige dorpjes.

“Voor de lokale bevolking is dit echt een uitkomst”, vertelt treininspecteur Rubinaldo Pinto terwijl hij een tussentijd op zijn blocnote noteert. Hij werkt voor de mijnbouwgigant Vale. Het bedrijf is verplicht om de lijn runnen als tegenprestatie voor zijn lucratieve transport van ijzererts op het spoor.

“Het is zwaar verliesgevend voor ons. Méér passagiersvervoer kan alleen als de regering fors de portemonnee trekt.”

De trein van São Luis naar Parauapebas rijdt drie keer per week op en neer

zondag, augustus 01, 2010

Column Rondkomen

Stond laatst in De Telegraaf.
------------------------------------------------------------------------------------
Denk je in een land te wonen dat ’booming’ is, blijkt ruim twee derde van de huishoudens niet rond te komen. Dat meldde het Braziliaanse CBS (IBGE) onlangs.

De koopkracht zit onder president Lula in de lift. De inkomens zijn gestegen en de inflatie ligt aan de ketting.

Maar Brazilianen lijken wel verslaafd aan schulden. Het beetje extra geld in kas wordt gelijk weer uitgegeven.

Ik ken een alleenstaande 31-jarige architect die met 2000 euro een schappelijk inkomen heeft. Toch staat ze continu in het rood.

Autorijden, uitgaan, in een leuke buurt wonen, wie wil dat immers niet? Zorgen over de wurgende creditcardrentes maakt ze zich niet. Een beetje Nederlander zou er doodnerveus van worden.

Ik mag graag kijken naar de column Huishoudboekje (’Conta Pessoal’) van de tvzender Globo News. Onlangs legde een financieel specialist de kijkers geduldig uit dat de 13e maand niet is bedoeld om schulden af te betalen.

Ene William reageerde: „Maar ik raak in januari al in de problemen. Dan moeten de schoolboeken en de autobelasting worden betaald. En carnavalskleding natuurlijk, want ik blijf een Braziliaan.” Volgende kwestie: „Ik heb geen geld en ik wil een auto kopen. Hoe doe ik dat?”

Dat krijg je kennelijk in een land waar je vroeger met je salaris naar de winkel moest rennen, zo hoog was de inflatie.

Gezegd mag trouwens dat het gegoochel met afbetalingen voor armere Brazilianen vaak bittere noodzaak is. Het is lastig rondkomen in São Paulo, de duurste stad van Latijns-Amerika volgens recent onderzoek van Mercer.

Neem mijn huishoudster Fatima. Een dik, lief, hardwerkend vrouwtje dat de sprong heeft gemaakt naar de nieuwe middenklasse waar Lula zo trots op is.

Je kunt haar kwaad krijgen met een campagnetekst van Lula’s waarschijnlijke opvolger, Dilma Rousseff: ’Brazilianen eten tegenwoordig biefstuk en Danone.’

Fatima verdient omgerekend 700 euro per maand. Vorige week wilde ze 900 euro van me lenen. „Heus niet om luxedingen te kopen. Hoezo biefstuk? Ik zou graag sparen, maar ik houd geen cent over.”