zaterdag, mei 24, 2014

WK-serie Reiskrant: Manaus, Brasília, Cuiabá

In de vierde aflevering van onze zesdelige WK-serie verkennen we Manaus, Brasília en Cuiabá, hete speelsteden in het diepe Braziliaanse binnenland. Gelukkig worden ze alle drie omringd door verkoelende natuur, zoals de jungle-archipel Anavilhanas (bij Manaus) en de groene oases vol watervallen en tafelbergen Chapada dos Veadeiros (bij Brasília) en Chapada dos Guimarães (bij Cuiabá).
---------------------------------------------------------------------------------
Na een lange vlucht over een zee van oneindig groen landen we in Manaus, de merkwaardig gelegen hoofdstad van de deelstaat Amazonas. Waarom zou je een miljoenenstad bouwen midden in de grootste tropische jungle op aarde?

Dat wordt toegelicht tijdens een rondleiding door het imponerende Amazonetheater in het centrum van Manaus. Het roze koepelgebouw stamt uit 1896, toen Manaus nog één van de rijkste steden ter wereld was dankzij het Braziliaanse rubbermonopolie.

We vergapen ons binnen aan het bizar luxe interieur vol Italiaans marmer en kroonluchters van Muranoglas. De lokale rubberbaronnen waren zo rijk dat ze hun was in Parijs lieten doen, vertelt de gids. Totdat een Britse biopiraat (Henry Wickham) het Braziliaanse feestje verstoorde door een lading rubberzaden het land uit te smokkelen. Bezoek het theater als het even kan op zondag, want dan geeft het beroemde Filharmonisch Amazoneorkest regelmatig optredens.

Het Amazonetheater (credit: Werner Zotz)

Na een pitstop op een gezellig terras naast het theater lopen we door naar de centrale markt bij de Rio Negro (Zwarte Rivier). Kramen liggen er vol exotisch fruit en reusachtige zoetwatervissen als de pirarucu, een malse meerval die wel drie meter groot kan worden.

Een gerimpeld marktvrouwtje probeert ons een zak gemalen kattennagels aan te smeren. Werkt goed tegen aids en kanker, zo weet het etiket te melden. We slaan een rondje over maar drinken verderop wel een vermeend potentieverhogend sapje met guaranábessen en koekoekseieren. Bij ijssalon Glacial kun je je op de markt ook verlekkeren aan typische Amazonesmaken als açaí, cupuaçu en bacuri.

Kattennagels tegen aids en kanker

Een dag later pakken we een stadsbus naar het rivierstrand van de rijke wijk Ponta Negra. Locals zoeken hier massaal verkoeling in het frisse water van de Rio Negro. De joekels van kaaimannen die hier volgens lokale media sporadisch opduiken, boezemen kennelijk weinig angst in. Wie liever op het droge blijft, kan zich op de levendige boulevard weer tegoed doen aan allerlei sapjes en vishapjes.

Ook vertrekken in Ponta Negra bootjes naar de Meeting of the Waters, de samenkomst van de donkere Rio Negro en de zandkleurige Amazone. Door het verschil in temperatuur en dichtheid duurt het kilometers voordat het water zich mengt. Goede kans dat er onderwijl hongerige rivierdolfijnen opduiken die komen profiteren van de verwarring onder de vissen.

De zee van groen rond Manaus (credit: Rui Faquina, Embratur)

Tweeduizend kilometer ten zuiden van de oerwoudstad ligt de savannestad Brasília. De Braziliaanse hoofdstad werd tussen 1955 en 1960 uit het niets uit de grond gestampt en is een feest voor liefhebbers van moderne architectuur.

Om ons een beetje te oriënteren op de als een vliegtuig ontworpen stad beklimmen we eerst de tv-toren bij de hotelbuurt. Je hebt er een weids uitzicht over de zogeheten Monumentale As met in de verte de Twin Towers van het Braziliaanse parlement.


Weer beneden denken we hier wel even naartoe te wandelen, maar dat valt nog vies tegen onder de verzengende zon van vandaag.
Afstanden zijn groter dan ze lijken in deze autostad pur sang en de zesbaans snelweg dwars door het stadscentrum is ook niet bevorderlijk voor ons wandelplezier op het naastgelegen stoepje. Via twee creaties van de beroemde architect Oscar Niemeyer (een op een bloem lijkende kathedraal en een piramidevormig theater) belanden we met de tong op de schoenen bij het parlement op het Plein van de Drie Machten, het hart van de Braziliaanse republiek.

Tip: verken de uitgestrekte stad per comfortabele dubbeldekker. Bij de tv-toren vertrekt er om de paar uur een city tour die stopt bij de meeste bezienswaardigheden. Het is alleen jammer dat de route de Dom Bosco-kerk overslaat. Het vlakbij de metro gelegen (halte 102 Sul) kerkgebouw is een apart bezoekje waard vanwege de mooie blauwe glas-in-lood-ramen.

De Dom Bosco-kerk

Een van de gezelligste plekken om 's avonds te vertoeven in de ambtenarenstad is Pontão. Dit is een trendy horecagebied op de oever van het lokale Paranoá-meer, waar tout hip en rijk Brasília te vinden is in tientallen bars en restaurants.

Weer duizend kilometer ten westen van Brasília ligt Cuiabá, de booming hoofdstad van sojadeelstaat Mato Grosso. Het centrale Volksplein (Praça do Povo) heeft gezellige horecagelegenheden waar je je op de terrassen kunt vergapen aan prachtig lokaal vrouwelijk schoon.

Verder is er weinig te doen in Cuiabá zelf. We raden bezoekers daarom aan om te verblijven in het zeventig kilometer verderop gelegen Chapada dos Guimarães, een rustig, georganiseerd stadje in het gelijknamige natuurgebied. Door de ligging op een achthonderd meter hoog rotsplateau is het hier minder heet dan in Cuiabá. Bovendien liggen er schitterende canyons, grotten en watervallen in de omgeving, waaraan de bewoners van Cuiabá zich in de weekenden komen laven.

Een goede plek om te verblijven is de herberg (pousada) Solar do Inglês. De ietwat foute Engelse eigenaar jaagde vroeger illegaal op jaguars in de nabijgelegen Pantanal, maar serveert zijn gasten nu iedere dag braaf thee en scones om 16u.

Het weinig verheffende Cuiabá
---------------------------------------------------------------------------------
Jungle-archipel met roze dolfijnen

Op een kilometer of 150 van Manaus ligt de jungle-archipel Anavilhanas, een tropische variant op de Biesbosch. Bij boottochten door het maagdelijk groene eilandenrijk in de kilometers brede Rio Negro, kun je kaaimannen, toekans en roze rivierdolfijnen zien. Afhankelijk van het seizoen vaar je langs rivierstranden (laag water) of boomtoppen (hoog water). Een bijzonder ritueel vindt plaats in Novo Airão, het enige stadje van het gebied. Dolfijnen eten uit de hand van een oud vrouwtje, terwijl toeristen in het water springen. Overnachtingstip: Anavilhanas Jungle Lodge (anavilhanaslodge.com).

---------------------------------------------------------------------------------
Oase voor hippies en biologen

Op tweehonderd kilometer van Brasília ligt Chapada dos Veadeiros, een bergachtig natuurpark met waanzinnig mooie valleien en watervallen. De oase van groen in de droge binnenlanden trekt veel hippies en biologen, die jaguars en andere dieren komen spotten. Tip: er liggen in tegenstelling tot in Brasília veel leuke herbergen (pousadas genoemd in het Portugees) in het park. Het is het overwegen waard om Chapada dos Veadeiros als uitvalsbasis te gebruiken voor wedstrijden in de hoofdstad, waar het moeilijk ontsnappen is aan de dure eenheidsworst in de lokale hotelsector.
---------------------------------------------------------------------------------
Papegaaien

Cuiabá is een uitvalsbasis naar de schitterende wetlands van de Pantanal, de beste plek in Brazilië om wilde dieren te zien. Voor een trekking moet je wel minstens een halve week uittrekken. Wie die tijd niet heeft en wel dieren wil zien, kan een tocht maken naar het op honderd kilometer (anderhalf uur rijden) van Cuiabá gelegen Nobres. Je kunt er duiken en snorkelen in een kristalheldere rivier met tetravissen en dourados. Bij de Lagoa das Araras landen er aan het einde van de dag meer gele ara's in de bomen dan duiven op de Dam. De hels krijsende papegaaien gebruiken de bomen in de lagune als toevlucht voor jaguars.

Column WK-haters

Hierbij enkele artikelen die afgelopen twee weken in De Telegraaf stonden.
-------------------------------------------------------------------------------
Een kleine maand voor de grote aftrap is er in Brazilië nog weinig van een WK-sfeer te bespeuren. Anders dan bij voorgaande edities hangen er nauwelijks groengele versieringen in de straten van São Paulo en Rio.

Terwijl de Braziliaanse regering druk campagne voert om de zegeningen van de ‘Copa der Copa’s’ aan te prijzen, heerst onder de bevolking bovenal chagrijn over de dure en chaotische organisatie. Volgens een peiling verwacht 55% van de Brazilianen meer kwaads dan goeds van het WK.

Een kleine minderheid poogt op de valreep zelfs een stokje te steken voor het mega-evenement. In meerdere speelsteden gaan demonstranten de straat op met de leus ‘Não vai ter Copa’ ('Het WK gaat niet door').

Sommigen zeggen daar echt in te geloven. "Vorig jaar begonnen de protesten ook klein. Uiteindelijk werden ze zo groot dat de Confederations Cup bijna werd gestaakt”, zegt de gehandicapte geschiedenisleraar Maurício (32) terwijl hij mee hinkt met een stoet WK-haters in São Paulo.

Vindt hij annulering dan niet zonde van al die blinkende nieuwe stadions? “Het is gewoon nodig om de wereld te laten zien dat Brazilië andere prioriteiten heeft. We willen zorg en onderwijs van FIFA-kwaliteit, geen stadions!”

Er zijn meer ME'ers dan demonstranten (circa achthonderd) op de been. Enkele gemaskerde studenten verbranden een album met WK-plakplaatjes voor de camera's van het met helmen en gasmaskers uitgeruste journaille.

Het verder vreedzaam verlopende protest krijgt geen centimeter ruimte van de opgetrommelde agenten. Intussen worden lichtbundels op de demonstranten gepriemd vanuit politiehelikopters die hen als horzels achtervolgen.

"Zo denken ze de protesten klein te houden. Het is een schande”, briest protestleider Júlio Cesar (30) terwijl hij omstanders vergeefs oproept om zich aan te sluiten bij de optocht.

De informaticastudent is niet zo naïef om te denken dat de Copa nog is tegen te houden. Oranjefans hoeven zich ook geen zorgen te maken over hun veiligheid, verzekert Júlio. "De protesten zijn niet gericht tegen WK-toeristen. Maar we gaan zeker proberen om het feestje te verstoren."

dinsdag, april 22, 2014

'Wij zwarten zorgen goed voor het bos'

Uit De Telegraaf van afgelopen zaterdag.
----------------------------------------------------------------------
"Dit maakt iets goed voor een donker verleden," zegt dorpshoofd Chico Mandira (57) in zijn schitterend gelegen 'quilombo', een afgebakend gebied voor Braziliaanse nazaten van slaven.

Zijn 105-koppige stam heeft het rijk alleen in een tweeduizend hectare groot paradijsje vol watervallen en weelderig Atlantisch regenwoud langs de intens groene zuidkust van de deelstaat São Paulo.

Volgens Mandira is het een pleister op de wonde van de slavernij die Brazilië in 1888 als laatste land ter wereld afschafte. "Van echte vrijheid was daarmee geen sprake. Zwarten werden zonder rechten op straat gezet. Daar komt nu gelukkig verandering in."

Quilombos kunnen sinds 2003 worden aangevraagd. Brazilië telt inmiddels al 2400 van deze ‘Afro-Braziliaanse culturele gebieden’ die samen enkele malen de oppervlakte van Nederland bestrijken.

Meestal bestaan de bewoners uit nakomelingen van gevluchte slaven die rond de verstopplekken van hun voorvaderen zijn blijven wonen. Maar de stamboom van Quilombo Mandira gaat negen generaties terug tot een buitenechtelijk kind van een blanke landeigenaar en zijn donkere slavin.

"Het belangrijkste is dat de Mandira's zichzelf als Afro-Brazilianen zien”, zo licht Valmir Mariano Ribeiro van het regionale instituut voor landbeheer (Itesp) de voorwaarden voor erkenning toe. "Daarnaast hebben ze door langdurig isolement een eigen leefwijze ontwikkeld."

De stam leeft van het omringende bos, bovenal van oestervangst in het vruchtbare nabijgelegen mangrovewoud. De mangrove-oesters worden verkocht aan luxe restaurants in de stad São Paulo.

Chico Mandira

Tijdens een boottocht langs oevers vol grote felgekleurde krabben laat Chico Mandira trots zien hoe de oesters op duurzame wijze worden gekweekt. "Wij zwarten zijn net als indianen. We zorgen goed voor het bos. Bij blanken is dat vaak wel anders."

Daarmee geeft het stamhoofd ook een ecologisch argument voor het ruimhartige quilombobeleid. Critici zien dit echter als een uitnodiging tot landjepik. Iedere afgezonderde gemeenschap die zich Afro-Braziliaans noemt, kan immers een quilombo aanvragen. Uit genetisch onderzoek blijkt dat enkele quilombos een grotendeels indiaanse of Europese afkomst hebben.

Ook de Mandira's zijn halfbloeden ofwel mulatten. "Een vreemd, beledigend begrip", meent hun licht getinte dorpshoofd. "Alsof we een soort muilezels zijn. Een mens is voor mij blank of zwart. En wij voelen ons zwart.”

Leden van zijn clan mogen evenwel best trouwen met niet-donkere buitenstaanders. “Iedereen is welkom om zich aan te sluiten. Blanken, indianen, Japanners. Als ze zich maar aanpassen en meedoen met onze Afro-Braziliaanse rituelen.”

Na de erkenning door antropologen ontbreekt het Quilombo Mandira alleen nog aan een eigendomstitel, de laatste horde in een lang bureaucratisch proces.

Punt is dat een boer in de omgeving zo'n 90% van het gebied claimt. Als de claim wordt erkend, dan zal de Braziliaanse overheid hem uitkopen ten faveure van de stam. De eigendomstitels van quilombos zijn collectief en niet verhandelbaar.

Oesters gefilterd voor verkoop aan luxe restaurants in São Paulo

vrijdag, april 18, 2014

WK-serie: Natal + Fortaleza

In de derde aflevering van onze zesdelige WK-verkenning bezoeken we Natal en Fortaleza, de speelsteden die het dichtst bij Nederland liggen. Terwijl het in het zuiden van Brazilië flink koud kan worden tijdens het toernooi, zijn beide noordoostelijke vakantieoorden gezegend met 'winterse' temperaturen rond 28 graden in juni en juli en gemiddeld driehonderd dagen zonneschijn per jaar.
--------------------------------------------------------------------------------
"Mét of zónder emotie?", vraagt onze buggyrijder Odilon als we de duinen inrijden ten zuiden van Natal, de gemoedelijke hoofdstad van de deelstaat Rio Grande do Norte. We zitten achterin het blitse open autootje nog een beetje te balen over onze regenachtige eerste dag in de 'Stad van de Zon', maar Odilon zit voorin wél droog en heeft duidelijk zin in wat actie.

Als we groen licht geven ("met emotie graag!") suist de Braziliaan als een ware Ayrton Senna van een vijftien meter hoge duinpan af. Een paar steile heuvels en een hoop kriebels in de buik later blazen we even uit op een duintop. We worden omringd door een sprookjesachtig Sahara-landschap met plukjes tropisch groen, aapjes en natuurlijke duinmeren.

Duinen rond Natal (credit: Ricardo Rollo)

Via verlaten stranden, pittoreske vissersdorpjes en een veerpontje brommen we verder naar het zuiden. Daar, op 85 kilometer van Natal, ligt namelijk Pipa, dat ook wel het 'St. Tropez van Brazilië' wordt genoemd.

Bij aankomst in het mondaine badplaatsje jakkert onze sportieve chauffeur - Odilon verdiende vroeger de kost als voetvolleyballer ("Ik heb Frank de Boer zelfs een keer verslagen!") - een imposante rode oceaanklif op (de Chapadão) voor een mooi kijkje over de Atlantische Oceaan en kitesurfers die beneden de metershoge golven trotseren.

Paradijs voor watersporters als Pipa is, ruilen we Odilons buggy even later in voor een boot. Volgens onze sympathieke kapitein Dido zijn er in de buurt van Pipa veel dolfijnen te zien. We zetten koers naar de Lagoa das Guarairas, een lagune die hun favoriete lunchplek is dankzij de visrijke mangrovewouden langs de oevers.

Kids in Pipa

De flippers spelen echter verstoppertje vandaag. Mokkend stuurt Dido de woeste open zee op, waar we na een half uur beuken op de golven meer geluk hebben bij het dolfijnenstrand Praia dos Madeiros. Twee tuimelaars belonen ons geduld met een reeks sierlijke synchrone sprongen op amper vijf meter van de boot.

Na zonsondergang kuieren we naar Pipa's centrale Laan van de Dolfijnbaai voor een hapje en drankje. De sfeervolle hoofdstraat biedt keus uit tientallen charmante restaurantjes en drukke bars met reggae, rock en Braziliaanse livemuziek.

Terug in Natal nemen we een kijkje in Ponta Negra, een toeristische wijk aan de voet van de tientallen meters hoge Duin van de Kale Man. Het is er goed toeven op een klassiek bountystrand met palmbomen, azuurblauw oceaanwater en een leger verkopers van heerlijk verse gegrilde garnalen op stokjes. Ook 's avonds trouwens, want dan is de boulevard van Ponta Negra het kloppende uitgaanshart van Natal.

Ponta Negra

Vijfhonderd kilometer aan ongerepte duinen scheiden Natal van grote broer Fortaleza. De hoofdstad van de deelstaat Ceará is met haar 2,5 miljoen inwoners minder kalm en overzichtelijk dan Natal (800.000 inwoners), maar in strandwijken als Iracema, Meireles en Mucuripe kun je je prima afschermen van de grootstedelijke chaos.

De boulevard langs het fraaie strand van Iracema leent zich goed voor een relaxte ochtendwandeling. Honderden Braziliaanse joggers werken zich 's ochtends vroeg al in het zweet in deze openluchttempel voor het menselijk lichaam. Verderop leven surfers zich uit op de traditioneel stevige golven van het heerlijk warme, lichtblauwe oceaanwater.

Praia de Iracema

We krijgen er dorst van en bestellen een gekoelde kokosnoot die kordaat een kopje kleiner wordt gehakt door de straatverkoper. Zijn prijs van 2 real (0,70 euro) is - zoals de meeste tarieven in het relatief goedkope noordoosten - heel vriendelijk in vergelijking met het beduidend duurdere zuiden van Brazilië.

Een andere mooie plek in Iracema om een paar uur door te brengen, is cultureel centrum Dragão do Mar (Zeedraak). Het artistiek vormgegeven complex biedt allerlei vormen van vermaak, zoals dansoptredens, musea, een sterrenwacht, restaurants en disco's waar het 's avonds tot in de vroege uurtjes los gaat.

Nachtvlinders zijn ook elders in de bruisende strandmetropool aan het juiste adres. Op maandagavond is de Piratenbar van Iracema de hotspot. Ondanks de Nederlandse naam wordt er vooral lokale forrómuziek gedraaid, de swingende boerensalsa die alomtegenwoordig is in de cultuur van het noordoosten van Brazilië.

WK-toeristen zullen dat ook zeker merken, want de maand juni staat in deze regio volledig in het teken van grote forró-feesten (festas juninas). Wie zich liever onder de locals begeeft, kan terecht in forrótenten als Arre Égua (in Varjota), Kukukaya (centrum) en Danadim (Maraponga).

Iracema telt ook andere gezellige kroegen waar veel Nederlandse toeristen komen. Ook hier wordt het komende zomer dus één groot feest!
--------------------------------------------------------------------------------
Reuzenboom

Even buiten Natal ligt een bezienswaardig park rond 's werelds grootste cashewnootboom. Door een genetische afwijking is de boom zo ver vertakt dat het bladerdak al een halve kilometer breed is. Het 120 jaar oude groene gevaarte - 'het grootste levende organisme op aarde', zo weten de chauvinistische Brazilianen te melden - groeit door en begint het omringende dorp (Parnamirim) zelfs op te slokken. Bezoekers kunnen een uitzichtstoren beklimmen en krijgen een glas vers cashewnotensap bij de uitgang. Entree: € 2.

Dit is dus één boom
--------------------------------------------------------------------------------
Nederlandse forten

Zowel Fortaleza als Natal bezit een goed bewaard fort waarin de Nederlandse bezetting van het Braziliaanse noordoosten (1630-1654) wordt gememoreerd. In Fortaleza gaat het om Fort Schoonenborch, het oudste gebouw van de stad. Het fort fungeert tegenwoordig als legerkazerne. Braziliaanse militairen verzorgen rondleidingen.

Natal heette in de 17e eeuw een tijdje Nieuw-Amsterdam. Het voormalige Fort Keulen herinnert aan het Hollandse (en Portugese) verleden van de stad en trekt veel Braziliaanse bezoekers. De huidige naam van de hagelwitte, stervormige vesting is Fortaleza dos Reis Magos. Het is zonder gids te bezichtigen, maar alle informatie binnen staat alleen vermeld in het Portugees. Boven op het fort heb je tussen de kantelen een mooi uitzicht op de stad en de oceaan.
--------------------------------------------------------------------------------
Natal in WO II

Voor een provinciestadje van 50.000 inwoners in het Braziliaanse noordoosten speelde Natal een opvallende rol in de Tweede Wereldoorlog. Dankzij de gunstige ligging ten opzichte van Afrika en Europa vestigde het Amerikaanse leger hier zijn twee belangrijkste buitenlandse militaire bases.

Even buiten de stad ligt het voormalige Parnamirim Fields, dat van 1942 tot 1945 als uitvalsbasis fungeerde voor geallieerde bevoorradingsvluchten naar Noord-Afrika. Tegenwoordig is het weer een Braziliaanse luchtmachtbasis, met een klein museum dat een bezoekje waard is. Natal is zo trots op het stukje oorlogsglorie dat de stad zich bedient van de bijnaam 'De Trampoline naar Victorie'.

Het verblijf van 100.000 Amerikaanse militairen heeft ook culturele sporen nagelaten. Zo kent Natal een 'First Avenue'. In bars worden ‘longnecks’ (spreek uit 'longnekkies') geserveerd, een woord dat tegenwoordig ook in de rest van Brazilië wordt gebruikt. Volgens de lokale overlevering heeft ook de naam van de regionale 'forró'-muziek Amerikaanse wortels. De Amerikaanse militairen muntten de forródansen namelijk als 'for all', oftewel openluchtfeesten waarop iedereen welkom was.
--------------------------------------------------------------------------------
Te dromedaris of paard door de duinen

Met een buggy zie je meer van de prachtige duingebieden rond Natal en Fortaleza, maar wie het bezwaarlijk vindt om met soms knallende uitlaat door de natuur te crossen, kan terecht bij stille viervoetige alternatieven. Zo kun je in het Sahara-achtige dorp Genipabu (bij Natal) duintochten maken op de rug van een dromedaris.

Wij kiezen voor een ritje te paard in Tibau do Sul, de gemeente waarvan de populaire badplaats Pipa onderdeel is. Een Braziliaanse indiaan genaamd Nano Indio komt ons 's middags ophalen met zijn hengsten Trovão (Bliksem) en Vilão (Gemenerik).

Het eerste stuk van het 25 euro kostende uitstapje blijkt een lijdensweg. We hobbelen weliswaar door een prachtige omgeving van palmweiden en weelderig tropenbos, maar Nano Indio heeft onze stijgbeugels verkeerd afgesteld. Trovão geselt de edele delen van de onervaren Telegraaf-ruiter, totdat de gids de beugels eindelijk op de juiste hoogte stelt. Even later volgt alsnog een hoogtepunt als we op een duintop een sprookjesachtige zonsondergang beleven.

Credit: Ed. Peixes - Embratur

donderdag, april 03, 2014

'Oplossing Peruaans dolfijnenmysterie'

Uit De Telegraaf van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------
Zeker duizend dolfijnen zijn afgelopen drie maanden gedood door geluidskanonnen van bedrijven die voor de Peruaanse kust naar olie en gas zoeken.

Dat stellen dierenbeschermers van ORCA Peru na pathologisch onderzoek op de met dode dolfijnen bezaaide stranden van de noordelijke provincies Lambayeque en Piura.

"We hebben langs 95 kilometer kust 1022 dode langsnuitdolfijnen en 41 bruinvissen geteld", vertelt de Limburgse medewerker Anique Hoekstra, die gisteren terugkeerde uit het verlaten woestijngebied.

"Een groot aantal had breuken in de gehoorbeentjes. We vonden bij net overleden dieren al luchtbellen in de organen. Dit bewijst dat seismisch onderzoek de doodsoorzaak is."

Hierbij worden intense geluidsgolven vanaf schepen naar de oceaanbodem gezonden om olie- en gasvelden in kaart te brengen. De trillingen ontregelen het fijnbesnaarde gehoor van dolfijnen. Als de gehoorbeentjes breken, veroorzaakt dat een implosie waarbij lucht in de organen terechtkomt.

Ook in het eerste trimester van 2012 spoelden honderden dode dolfijnen aan in het noorden van Peru. Net als nu viel het fenomeen samen met seismisch onderzoek in de olierijke kustwateren.

Desalniettemin concludeerde het Peruaanse Zee-instituut (Imarpe) onlangs dat een giftige algensoort de vermoedelijke boosdoener is achter de mysterieuze massasterfte, net als twee jaar geleden.

"Het is helemaal geen mysterie. De Peruaanse regering neemt gewoon de olie-industrie in bescherming en negeert de ecologische belangen", zegt directeur Carlos Yaipen van ORCA Peru.

"Dat algenverhaal is onzin. Dolfijnen eten vis. Van giftige algen zouden ook andere zeedieren en mensen massaal ziek worden. Daar is geen sprake van. Het is belangrijk dat de ware doodsoorzaak deze keer wel boven water komt."

De gestrande dolfijnen vertonen volgens de zeedierenarts geen tekenen van een slechte conditie of een aanval door haaien of orka's. Complete groepen vinden de dood, van oud tot jong.

"Een virus of andere ziekte valt daardoor uit te sluiten als doodsoorzaak. Want dan zouden zwakkere dieren zoals baby's en oudere dieren eerst sterven en daarna pas de sterkere."

Volgens ORCA Peru ligt het werkelijke dodental hoger dan duizend. Lokale vissers melden gestrande dolfijnen in een vijfhonderd kilometer lange kuststrook. En niet alle dode dieren spoelen aan.

Anique Hoekstra (r) en Carlos Yaipen (m)

dinsdag, april 01, 2014

Column Brood en Spelen

Uit de krant van vandaag.
--------------------------------------------------------------------------------
Brazilië herdenkt vandaag de militaire putsch die precies vijftig jaar geleden een lange dictatuur (1964-1985) inluidde.

In de vroegere martelkamers van de junta, het beruchte Departement voor Politieke en Sociale Orde (DOPS) in São Paulo, kun je zelf ervaren wat voor regime het was. In het tot museum omgetoverde cellencomplex kun je luisteren naar gruwelverhalen over de 339 vermoorde politieke tegenstanders.

Verder laat de tentoonstelling zien hoe voetbal werd gebruikt om de bevolking af te leiden van het schrikbewind. Het Braziliaans elftal veranderde eind jaren zestig in een speelbal van de nationalistische militairen. Door successen van de Goddelijke Kanaries zou de rest van de wereld doordrongen raken van de grootsheid van Brazilië, zo was het idee.

Na het rampzalig verlopen WK van 1966 moest de trofee in 1970 daarom koste wat kost worden herveroverd. Dictator Emilio Medici (1969-1974) nam via de bevriende voorzitter van de voetbalbond, de latere FIFA-baas João Havelange, de touwtjes in handen over de nationale selectie.

Medici besliste mee over de opstelling en liet vlak voor het WK een onwillige bondscoach de laan uitsturen. Dat pakte goed uit. Brazilië werd in 1970 voor de derde keer wereldkampioen, aan de hand genomen door een geniale Pelé.

Intussen liet de voetbalgekke despoot aan de lopende band peperdure stadions bouwen. Verspreid over het hele land verrezen er tussen 1969 en 1975 dertien arena's voor gemiddeld 63.000 toeschouwers.

Medici wist zich populair te maken met zijn politiek van 'brood en spelen'. Maar in de jaren tachtig kreeg Brazilië via een torenhoge staatsschuld en inflatie de rekening gepresenteerd voor de militaire spilzucht.

Anno 2014 gaan voetbal en politiek wederom hand in hand in het Zuid-Amerikaanse land. Amper drie maanden na het WK in eigen land kiest Brazilië een nieuwe president. Volgens analisten zal de verkiezingsuitslag worden beïnvloed door het al dan niet succesvol verlopen van het WK, zowel op als buiten het veld.

De herkiesbare president Dilma Rousseff, een oud-communiste die tijdens het WK van 1970 gevangen zat in de DOPS van São Paulo, zal in juni dus extra hard juichen voor Neymar en co.

donderdag, maart 27, 2014

Deel 2 WK-serie: São Paulo en Belo Horizonte

In aflevering twee van onze WK-serie verkennen we São Paulo en Belo Horizonte, waar Oranje respectievelijk de laatste groepswedstrijd en de eventuele achtste finale speelt. Meereizende fans hoeven zich niet te vervelen in beide bruisende metropolen in de rijke zuidoostelijke binnenlanden, zeker 's avonds niet. 'Sampa' is hét eet- en stapmekka van Zuid-Amerika en het kleinere, gezellige 'BH' heeft de grootste kroegendichtheid van Brazilië.
--------------------------------------------------------------------------------
São Paulo, grootste stad van het zuidelijk halfrond, locomotief van de Braziliaanse economie. Negentien miljoen inwoners, 15.000 bars en clubs, 12.500 restaurants en 150 musea. Waar in hemelsnaam begin je een bezoek?

Om alvast in de WK-stemming te komen, kiezen we 's ochtends voor een tripje naar het lokale Voetbalmuseum (Museu de Futebol). We kuieren naar metrostation Consolação op de beroemde Avenida Paulista en klokken onderweg nog even een koele kokosnoot weg in één van de vele sapbarretjes die de stad rijk is.

São Paulo by night (credit: Jefferson Pancieri)

Via de comfortabele, snelle ondergrondse - dé manier om te ontsnappen aan São Paulo's beruchte verkeersinfarct - zoeven we richting het mythische Pacaembu-stadion (station Clínicas), niet te verwarren met de gloednieuwe Arena Corinthians waar het WK op 12 juni wordt afgetrapt. Het voetbalmuseum, een populair bedevaartsoord voor fans van vijfvoudig wereldkampioen Brazilië, ligt namelijk pal onder de tribunes van het Pacaembu.

Binnen passeert de complete WK-geschiedenis de revue. Bezoekers vermaken zich met een schat aan oude foto's, teksten en videobeelden van legendarische goals en dribbels. De focus van de Braziliaanse curator ligt uiteraard op het glorieuze verleden van de eigen Goddelijke Kanaries, maar ook drievoudig WK-finalist Nederland komt ruimschoots aan bod.

Sapbar

Ook leuk aan het interactieve museum is dat je er zelf een balletje kunt trappen. Algauw worden we door een groepje Brazilianen in groengele shirts uitgedaagd voor een strafschopserie tegen een virtuele keeper die op een muur is geprojecteerd. De doelman bakt er zo weinig van dat we met een gelijkspel genoegen moeten nemen.

We hebben trek gekregen en pakken de metro naar de Japanse wijk Liberdade. Dat São Paulo 's werelds grootste Japanse stad is buiten Japan zelf, merk je hier aan de Japanse straatlantaarns, supermarkten vol sake en zeewier en een keur aan uitmuntende sushirestaurants.

Hongerig als we zijn, lunchen we pal naast station Liberdade in een 'all you can eat'-restaurant ('rodízio de sushi'). De tonijn en zalm zijn zo vers dat we de arme Japanners voor geen € 20 de oren van het hoofd eten.

Voldaan duiken we de metro in naar het nabijgelegen oude stadshart (station São Bento). Hier kun je op doordeweekse dagen (10u-15u) een lift pakken naar het dak van de beroemde Banespa-toren. Vanaf de 35e verdieping heb je een verbluffend uitzicht over de woekerende betonjungle van 'Sampa', zoals de ‘paulistanos’ hun stad liefkozend noemen.

Terug beneden lopen we langs het ruim vier eeuwen oude klooster van São Bento (waar je iedere zondagochtend prachtige Gregoriaanse muziek kunt horen, een aanrader) naar de grootste rommelmarkt van Zuid-Amerika, de Rua 25 de Março.

Pal achter dit paradijs voor koopjesjagers ligt de statige markthal (Mercado Municipal). De tot in de puntjes verzorgde kramen zijn ware kunstwerken vol felgekleurd exotisch fruit, vissen en kazen. De lokale specialiteit van de markt, moddervette broodjes mortadela, oogt minder aantrekkelijk en slaan we dus maar even over.

De snacks in de vlakbij gelegen automatiek Quickies (shopping Ladeira Porto Geral) zijn daarentegen wel het proberen waard. Eigenaar Marcus Vinicius de Lima, een Braziliaan die in Nederland heeft gewoond, pioniert sinds twee jaar met het Febo-concept en heeft (inclusief franchises) al meerdere vestigingen in São Paulo. Grappig om de Brazilianen ietwat onwennig hun eerste kroket, kaassoufflé of bamischijf uit de muur te zien trekken!

We reizen terug naar metrostation Consolação, het kruispunt van de Avenida Paulista en de hippe Rua Augusta. Je kunt nu twee kanten op. Wie van chique winkelen houdt, duikt de dure kant van 'de' Augusta in. Even verderop ligt de lokale PC Hooftstraat (Rua Oscar Freire) en daarna volgen onder andere showrooms van Lamborghini, Ferrari en Spyker.

Het Museum voor Moderne Kunst (MASP) op de Avenida Paulista (credit: Embratur)

De andere kant van Rua Augusta (centrumzijde) is echter gezelliger. Deze voormalige rosse buurt is afgelopen jaren opgebloeid tot een tropisch Soho met tientallen bars en restaurant. Wie de straat uitloopt, komt in het oude centrum uit bij het mooie gemeentelijke theater (Teatro Municipal). Maar wij gaan liever meteen op een terrasje zitten om nog wat energie over te houden voor wat nachtelijke actie in hét stapmekka van Zuid-Amerika (zie onder).

Anders dan het kris kras door elkaar gebouwde São Paulo is Belo Horizonte (vijfhonderd kilometer verderop) een stad die is ontworpen op de tekentafel. De hoofdstad van de deelstaat Minas Gerais is ondanks haar forse omvang (2,5 miljoen inwoners) vrij overzichtelijk en groen dankzij de vele stadsparken.

Veel toeristen gebruiken 'BH' alleen als springplank naar de charmante koloniale goudstadjes in de omgeving. Ten onrechte, vindt onze taxichauffeur Eduardo. De trotse 'mineiro' (bijnaam voor de zwijgzame, hardwerkende Brazilianen uit Minas Gerais) neemt ons op sleeptouw door zijn stad. Eerste stop is het Pampulha-meer, pal achter het Mineirão-stadion waar zes WK-duels worden gespeeld.

Goudstadje São José Del-Rei

De complete omgeving van het meer geldt als Unesco-erfgoed. Vooral het golvende Heilige Franciscus-kerkje van de wereldberoemde Braziliaanse architect Oscar Niemeyer blijkt de moeite waard. Binnen hangen prachtige werken van de Braziliaanse schilder Cândido Portinari.

Op een steenworp van het meer maken we in Restaurante Xapuri kennis met de in heel Brazilië bekende boerenkeuken van Minas Gerais. We merken dat deze wordt gekenmerkt door genereuze porties en eerlijke, verse ingrediënten, waaronder veel varkensvlees, maniokwortel en bonen.

Meer van Pampulha en het Mineirão (credit: Embratur)
Naast de goede restaurants geniet Belo Horizonte in Brazilië ook faam om de maar liefst 12.000 kroegen ('botecos') die de stad rijk is. 's Avonds bezoeken we er een paar in de levendige studentenwijk Savassi.

De menu's worden gedomineerd door een breed scala aan ambachtelijke soorten cachaça, de Braziliaanse suikerrietlikeur die in Minas Gerais het lekkerst gebrouwen wordt. De kruidige drank, die de basis vormt voor caipirinha, blijkt ook puur heel wel te drinken. Na een paar glaasjes Lua Cheia (Volle Maan), naar onze smaak het lekkerste merk, waggelen we voldaan terug naar ons hotel.
--------------------------------------------------------------------------------
Stapmekka São Paulo

Clubtoerisme is in opmars in São Paulo. Een groeiend aantal buitenlandse toeristen komt een weekendje stappen in de Braziliaanse 24-uursstad die ook wel het 'New York van het zuiden' wordt genoemd. Of een hele week, want ook doordeweeks heeft 'Sampa' veel nachtelijke actie te bieden.

De eerste stop voor clubtoeristen is vaak D-Edge, één van de vijf beste clubs ter wereld volgens het toonaangevende Wallpaper Magazine. Van donderdag tot en met zondag wordt er tot in de vroege uurtjes elektronische muziek gedraaid en op maandag komen de rockers aan hun trekken. Het in dezelfde wijk (Barra Funda) als D-Edge gelegen Clash Club is ook populair bij houseliefhebbers.

In het centrum van de stad is Lions Nightclub de 'hot spot'. Hippe Brazilianen dansen er op aanstekelijke poprock en borrelen tussendoor op een grote veranda met uitzicht op de Sé-kathedraal.

Kathedraal van Sé (credit: Embratur)

Vila Madalena is een buurt met veel gezellige cafés. Op en rond de Rua Augusta wemelt het van de altoclubs (onze aanrader is Alberta3). Clubs in de wijken Itaim Bibi en Vila Olimpia trekken een meer vermogend publiek. Wie wil dansen op de Braziliaanse folkloremuziek van artiesten als Michel Teló kan terecht in Villa Country en Brook's Bar.

Georganiseerde kroegentochten kunnen worden geboekt via pubcrawlsp.com en www.facebook.com/sampabeertour. Het lokale reisbureau van de Nederlander Martyn Menke organiseert stapweekenden in São Paulo.

Tip: afhankelijk van de geplande drankconsumptie is het soms de moeite waard om een hogere entree ('consumação') te betalen bij nachtclubs. Dit bedrag kan binnen worden opgemaakt, wat niet geldt voor de lage entreeprijs ('sem consumação').
--------------------------------------------------------------------------------
Culinair paradijs São Paulo

São Paulo beschikt overt enkele van de beste restaurants ter wereld. De topper is D.O.M (Deo Optimo Maximo; de beste en grootste God) van de Braziliaanse sterkok Alex Atala, dat wordt gerekend tot de beste vijf restaurants van de wereld.

Atala bereidt exclusieve gerechten van originele ingrediënten uit het Amazonewoud. Door culinaire waarde toe te voegen aan producten uit de Amazone hoopt hij de overlevingskansen van het bedreigde bos te vergroten.

Ook populair maar minder prijzig is het Braziliaanse restaurant Mocotó. Verder is São Paulo een waar pizzaparadijs dankzij miljoenen Italiaanse migranten. De beste pizzaria heet Casa Bráz. Liefhebbers van grillvlees kunnen terecht in Baby Beef Rubaiyat.
--------------------------------------------------------------------------------
Wolven kijken in de bergen

Vanuit Belo Horizonte is er een bijzonder uitstapje te maken naar het honderd kilometer verderop gelegen Santa Barbara, een pelgrimstadje in de ruige, groene bergen. Aan het einde van de middag drommen toeristen hier samen bij een fraai 18e-eeuws klooster. De lokale paters voeren dan een roedel wolven in de kloostertuin. Het alfawolfje loopt uiteraard als eerste op de voederbak af.

"Santa Barbara is een plek waar ik mensen altijd met liefde naartoe stuur. Heel bijzonder", zegt Martyn Menke, de Nederlandse eigenaar van een lokaal reisbureau (Jacaré Travel) dat trips naar Santa Barbara organiseert.
--------------------------------------------------------------------------------
Openluchtmuseum Ouro Preto

Op 1,5 uur rijden van WK-speelstad Belo Horizonte ligt Ouro Preto, een kleurrijk en karaktervol openluchtmuseum. Het koloniale stadje in de groene bergen van de deelstaat Minas Gerais was op het hoogtepunt van de 18e-eeuwse goudkoorts de grootste stad van Brazilië. Het rijke verleden is zo goed bewaard dat de Unesco het als werelderfgoed beschouwt.

Er ligt zo veel historie verborgen in Ouro Preto dat het zonde is om de stad zonder gids te verkennen. Op die manier haal je meer uit de verplichte bezoekjes aan het Tiradentes-museum (naar de Braziliaanse held 'Tandentrekker' die in 1792 in opstand kwam tegen de Portugese kolonisator) en de barokke kerken met versieringen van de kreupele beeldhouwer Aleijadinho (bijgenaamd de 'Braziliaanse Michelangelo'). Gids João Bosco Pereira (wtour70@yahoo.com.br) is een aanrader en kost zo'n 40 euro voor een halve dag.

Even buiten de stad, in Mariana, kun je een oude goudmijn bezoeken en zelf goud zoeken. Aantrekkelijk aan Ouro Preto is verder dat de stad architectonisch weliswaar in de tijd bleef stilstaan, maar tegenwoordig een levendige studentenstad is met veel horeca.