dinsdag, mei 17, 2011

'Portugal beter af als Braziliaanse provincie'

Column die een tijdje op de plank lag en vanochtend toch de krant nog haalde.
-----------------------------------------------------------------------------------
Aardig ballonnetje laatst in de zakenkrant Financial Times. Waarom laat het financieel geplaagde Portugal zich niet inlijven door zijn vroegere kolonie Brazilië?

Het gaat de Brazilianen economisch voor de wind en ze spreken dezelfde taal.
Portugal zou als Braziliaanse provincie goed zijn voor 10% van het BNP, 5% van de bevolking en een luttele 1% van het grondgebied.

Beter een uithoek van de opkomende wereldmacht dan van het oude, vermoeide Europa, aldus het betoog in de krant. Ook niet onbelangrijk: samen zouden Brazilië en Portugal een onverslaanbaar voetbalelftal vormen.

In Lissabon en Brasília werd de suggestie niet serieus genomen. Maar Brazilië bood Portugal wel financiële hulp aan, ten teken dat de panelen schuiven in de wereld. En steeds meer jonge Portugezen steken de oceaan over om in Brazilië aan de slag te gaan.

Ik was een tijdje terug op vakantie in Porto en merkte dat de Portugezen trots zijn op het economische succes van hun oud-kolonie. Je hoort in Brazilië vaak dat de Portugese kolonisatie rampzalig was voor het land. ‘Ach waren de Hollanders maar gebleven’, wordt er dan verzucht, doelend op onze kortstondige bezetting van het Braziliaanse noordoosten (1630-1654).

“Maar als de Portugese kolonisatie echt zo slecht was, hoe verklaar je de opkomst van Brazilië dan?”, is de retorische hamvraag in het boek 'A Colonização Portuguesa e a Emergência do Brasil' van de Portugese schrijver J.F. Fafe.

De Portugezen roffelen zich vooral op de borst om het feit dat ze hun deel van Zuid-Amerika begin 19e eeuw bijeen wisten te houden, terwijl het Spaanse gedeelte in tig landen uit elkaar spatte.

De Portugese monarchie was namelijk zo sluw om haar hoofdstad in 1808 naar Rio de Janeiro te verplaatsen, vlak voordat Napoleon Lissabon binnenviel. De koninklijke familie was daarna een belangrijke bindende factor voor de enorme kolonie.

Bovendien was het een lid van de familie zelf die de Zuid-Amerikaanse reus in 1822 bevrijdde van de Europese dwerg.

„Het is fysiek en moreel onmogelijk dat Portugal Brazilië regeert. Ik ben geen rebel, het zijn de omstandigheden”, zo verdedigde de Portugese prins en eerste Braziliaanse keizer Pedro de Eerste zijn breuk met het moederland.

Brazilië was geboren: een blut, geïsoleerd, analfabeet en bureaucratisch slavenland. Wat de Portugezen nu ook beweren, het kostte de reus bijna twee eeuwen om op te krabbelen van deze valse start.

dinsdag, mei 10, 2011

Boer vs Bos vandaag in Brazilië

Uit de krant van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
Zo’n 90% van de Braziliaanse landeigenaren lapt de boswetgeving aan de laars. Tot woede van milieuactivisten is er een grote pardonregeling in de maak. “Dit is de motorzaag aan het Amazonewoud”, zo trekt Greenpeace aan de bel.

Brazilië is al weken in de ban van de omstreden nieuwe ‘Boscode’, waarover het parlement vanaf vandaag het laatste woord heeft.

Illegale houthakkers wrijven zich alvast in de handen. Aan de zuidrand van het Amazonebos is in maart en april ruim drie keer zo veel gekapt als vorig jaar, meldt de Braziliaanse milieuwaakhond Ibama. “Ze hakken alles om, want iedereen denkt er nu toch mee weg te komen.”

Ook de boeren zijn blij. Zij zijn nu nog allemaal verplicht om een eigen natuurreservaat aan te houden. In het (grotendeels ontboste) zuiden van Brazilië gaat het om 20% van hun land, in het Amazonegebied (niet te verwarren met het Amazonewoud, dat intussen een stuk kleiner is) om wel 80%.

Deze norm werd in 1998 ingevoerd, terwijl kolonisten in het Amazonegebied in de tijd van de dictatuur (1964-1985) juist straf riskeerden als ze de helft van hun bos níet kapten.

Ook mogen boeren niets doen met heuvels en oevers op hun land. Volgens de huidige milieueisen moet er bos staan op dertig tot vijfhonderd meter van de rivier (hangt af van de breedte). Dit maakt een groot deel van de Braziliaanse landbouwproductie illegaal. Zo is driekwart van de rijst niet koosjer omdat akkerbouw op drassig land wettelijk taboe is.

“Het is van de gekke. Vroeger was het een zegen als je water op je land had, nu is het een vloek. Terwijl ze in China, India en Vietnam al duizenden jaar zo rijst verbouwen”, zei de auteur van de nieuwe Boscode, het communistische congreslid Aldo Rebelo, tegen het opinietijdschrift Veja.

De boeren krijgen in de nieuwe code vrijstellingen in water- en heuvelrijke gebieden met een landbouwtraditie. En op kaal gekapte rivieroevers hoeft (bij smalle rivieren) nog maar vijftien meter bos terug te worden geplant.

De grote twistappel wordt vandaag het pardon. Dat geldt volgens Rebelo’s voorstel voor alle ‘kleine’ landeigenaren (met een areaal tot 400 hectare) die hun reservaat niet op orde hebben.

Bos dat zij per juli 2008 tekort kwamen, hoeven ze niet bij te planten. De illegale houthakkers die volgens Ibama nu extra actief zijn, blijven dus wel degelijk strafbaar.

De fractie van de Arbeiderspartij van president Dilma Rousseff twijfelt nog over het pardon. Volgens de milieubeweging zou dat een vrijbrief voor meer ontbossing zijn. Volgens de boeren is het de enige manier om het platteland in de legaliteit te trekken en op deze manier het resterende bos effectiever te beschermen.

donderdag, april 21, 2011

Over de absurde Venezolaanse benzinesubsidie

Behendig wurmt Felix Alvarado (65) zijn Chevrolet Malibu (bouwjaar ’77) door de ochtendspits van Caracas. De glanzend witte taxi, uitgerust met een geruisloze achtcilindermotor en een fluweelzachte voorbank, is een lust voor oog, oor en bil.

„In Venezuela is dit een auto voor arme mensen”, lacht de grijsaard. „Voor een paar duizend dollar heb je er al één.”

Felix Alvarado

In Nederland was Alvarado allang failliet gegaan bij de pomp. Zijn Amerikaanse benzineslurper houdt het nog geen vier kilometer vol op één liter. „Hindert niet. Voor anderhalve dollar gooi ik mijn tank vol.”

Uit onderzoek van de Amerikaanse ANWB (AAA) blijkt dat Caracas met een literprijs van anderhalve dollarcent met afstand de goedkoopste benzine ter wereld heeft. In de tweede stad op de lijst, de Saoedische hoofdstad Riaad, is tanken bijna acht keer zo duur, om over Amsterdam maar niet te spreken.

Het cadeautje kost de regering van het Zuid-Amerikaanse olieland naar schatting zes tot tien miljard dollar per jaar. Een enorm bedrag op een rijksbegroting van vijftig miljard dollar (2010).

Een paar jaar terug liet president Hugo Chávez zich ontvallen dat hij eigenlijk „walgt” van zijn brandstofsubsidie. Het leidt tot verspilling en daaraan zegt de socialist een broertje dood te hebben.

„Drie minuten douchen is meer dan genoeg”, zei hij ook. Dus waarom laat hij de benzine nog steeds bijna gratis gutsen, met alle files en luchtvervuiling in Caracas van dien?

De reden is simpel: Chávez is een politieke overlever. En de laatste president die de benzineprijs wilde verhogen, Carlos Andrés Pérez, moest dat in 1989 bekopen met een volksopstand die honderden levens kostte. De Venezolanen zijn de subsidie als een natuurrecht gaan beschouwen na de invoering in de jaren veertig van de vorige eeuw.

Bovendien waarschuwen economen dat hogere transportkosten ook andere prijzen opdrijven. De inflatie is met bijna 30 procent nu al zo hoog dat rijke Venezolanen hun geld liever in een nieuwe Hummer investeren dan in hun spaarrekening.

Intussen ploetert de trotse eigenaar van de Chevrolet Malibu vrolijk verder in de eeuwige file op de Francisco Fajardo, de belangrijkste snelweg door Caracas. Zijn rijplezier lijkt er niet onder te lijden. „Alles is duur in Venezuela, maar dit neemt niemand ons af.”

Deze taxi was een genot voor de zintuigen en door de files duurde de rit ook lekker lang

zondag, april 17, 2011

Chávez bouwt rood schaduwleger

Uit de krant van gisteren.
------------------------------------------------------------------------------------
Venezuela heeft sinds kort twee legers. President Hugo Chávez heeft de zogeheten Bolivariaanse militie, zijn snel groeiende rode 'volksleger', via een omstreden decreet buiten de hiërarchie van het reguliere leger geplaatst.

De militie, met 125.000 leden al groter dan dit gewone leger, valt voortaan onder directe verantwoordelijk van 'El Comandante' Chávez. Het krijgt eigen wapens (maar voorlopig geen zwaar oorlogstuig), kan zelf officieren benoemen en iedere niet-soldaat kan lid worden. Het aantal militiestrijders loopt volgens plan dit jaar op tot 500.000 en in 2012 tot een miljoen.

Hun missie is het verdedigen van de socialistische revolutie van de president. De Venezolanen krijgen via staatsmedia ingeprent dat het Zuid-Amerikaanse olieland net als Libië een invasie boven het hoofd hangt door de gehate VS en bondgenoten.

En Chávez twijfelt sinds een mislukte staatsgreep in 2002 aan de loyaliteit van delen van zijn gewone leger.

De scheiding tussen leger en militie opent de weg naar een gewapend conflict tussenbeide, zo stellen critici. De bekende journalist Teodoro Petkoff vergelijkt de militie met de Praetoriaanse garde van Romeinse keizers. “Ze staat in dienst van de president en zijn partij en níet van het land. Erg zorgelijk, want Chávez is tot alles in staat aan om aan de macht te blijven.”

Anderhalf jaar voor de cruciale presidentsverkiezingen van 2012 hangt er een gevaarlijke militaristische sfeer in het gespleten Venezuela. Chávez, al twaalf jaar aan de macht, wil opnieuw herkozen worden. Maar volgens een recente peiling zou hij de stembusstrijd nu nipt verliezen van een (nog onbekende) tegenkandidaat.

Chávez krijgt geen vat op de enorme criminaliteit, inflatie, corruptie en voedselschaarste in zijn land. Toch blijft hij populair onder arme Venezolanen, die blij zijn met de sociale programma's van zijn regering.

Meerdere militieleden laten deze krant dan ook weten dat een verkiezingsnederlaag voor hen onacceptabel zou zijn. “Anders is twaalf jaar revolutie in één keer naar de knoppen”, zegt een jonge ‘soldaat’ op een militiepost op een steenworp van het presidentiële paleis in Caracas.


Zijn collega Jhanko Torrealba (18) vertelt hoe makkelijk het was om militielid te worden. “Ik was klaar met de middelbare school en dit leek me mooi werk.” Hij ging anderhalve maand op cursus, leerde hoe je wapens gebruikt en een guerrillaoorlog voert en ontvangt nu een minimumloon (200 euro) om met een geweer op straat te patrouilleren.

Even verderop ligt het hoofdkwartier van de militie, een fort in de beruchte sloppenwijk Barrio 23 de Enero. Op de binnenplaats marcheren de strijders, van huisvrouwen tot olie-ingenieurs. Boven hun hoofden hangt een groot spandoek met een breeduit lachende Chávez en de tekst: ‘Het volk bewapend’.


Het fort in '23 de Enero'

zaterdag, april 02, 2011

Hoop gedoe om dollars in Venezuela

Een column en een economisch artikel uit twee kranten van afgelopen week.
-------------------------------------------------------------------------------------
Iets stoms gedaan vorige week: naar Venezuela reizen zonder een pak contante dollars in de bagage. Pas bij het verlaten van de aankomsthal van vliegveld Maiquetia in Caracas besefte ik mijn fout.

Je loopt daar in een fuik van geldwisselaars. „Heb je dollars? Goede koers!” roepen ze. Aan mijn Braziliaanse realen hadden ze geen behoefte, dus ik was voor mijn eerste Venezolaanse bolivars aangewezen op de pinautomaat. En het gekke is dat je daarmee een enorme dief van je eigen portemonnee bent in het land van Hugo Chávez.

Terwijl de dollar officieel 4,3 bolivars doet, krijg je er op straat zo’n 8,5 bolivars voor. Chávez verbiedt het om deze zwarte wisselkoers te publiceren, maar de website Lechuga Verde (Groene Sla) biedt wat dat betreft uitkomst. Overigens ligt de schaduwkoers op het vliegveld lager, de genoemde geldwisselaars zijn afzetters.

Tot januari golden er zelfs drie verschillende wisselkoersen in het Zuid-Amerikaanse land. Zaken als voedsel en medicijnen konden tegen een gunstige koers van 2,6 bolivars per dollar worden geïmporteerd, maar de tweede devaluatie binnen een jaar trok deze koers op naar 4,3.

Terug naar mijn financiële beslommeringen. Gelukkig kon ik dankzij een voorschot van een kennis alsnog een zwarte wisseltruc uithalen. Het is vervelend om je in een gevaarlijk en corrupt land als Venezuela met illegale praktijken bezig te houden.

Maar alles is hier dermate duur voor een braaf pinnende buitenlander, dat je er eigenlijk toe gedwongen wordt.

„Ik betaal 30 euro voor een pot pindakaas”, zegt een westerse diplomaat. „Met mijn functie kan ik het niet maken om me op de zwarte markt te begeven.”

Het grote koersverschil wordt veroorzaakt door de schaarste aan dollars. Om kapitaalvlucht tegen te gaan, zijn deze alleen verkrijgbaar bij de regering, en zeer beperkt. Chávez probeert met een kunstmatig sterke munt ook de inflatie (27% in 2010, één van de hoogste ter wereld) tegen te gaan.

De monetaire capriolen van de socialist hebben Venezuela in één groot casino veranderd, zo vertelt een financieel journalist uit de VS die in Caracas werkt. Om zijn inkomen op peil te houden, laat hij zijn verdiende dollars overmaken naar een Amerikaanse bankrekening van een Venezolaanse casinohouder. Deze stort vervolgens bolivars tegen de zwarte koers op zijn Venezolaanse rekening.

„Iedereen sjoemelt, ook de regering wisselt oliedollars in op de zwarte markt”, zegt de journalist. „Het is een kwestie van overleven.”

Mijn eerste pak zwarte boli's
------------------------------------------------------------------------------------
De weinige overgebleven Nederlandse ondernemers in Venezuela zuchten onder het strikte dollarbeleid van president Hugo Chávez. Volgens de Venezolaans-Amerikaanse Kamer van Koophandel voorziet de centrale bank in slechts de helft van de dollarbehoefte van bedrijven.

Dit zet een rem op de Venezolaanse economie, die in 2010 als enige in de regio voor het tweede jaar op rij kromp, ondanks de gestegen olieprijs.

Sinds de socialist de Venezolaanse valutamarkt vorig jaar nationaliseerde, moeten bedrijven al hun benodigde dollars aanvragen bij de regering. Het olieland importeert bijna alles wat het nodig heeft en de regering kan nu precies bepalen wat er binnen komt, los van de zwarte markt.

Chávez is al twaalf jaar aan de macht en zet alles op alles om in 2012 voor de derde keer gekozen te worden. Hij reserveert de opbrengsten uit de olie-export ($55 miljard in 2010) grotendeels voor de import van voedsel en medicijnen en voor sociale projecten waar zijn arme aanhang van profiteert.

„Verlichting staat niet op de lijst van primaire behoeften”, zegt Jeroen Candel, directeur van de lokale Philips-distributeur Ivisa. Het bedrijf haalt daardoor bakzeil bij de nationale deviezenbeheerder (Cadivi), die dollars verkoopt tegen een voordelige koers van 4,3 Venezolaanse bolivars.

Candel is voor de import aangewezen op de duurdere dollars (5,3 bolivars) van de centrale bank (Sitme). „Maar het is elke maand weer afwachten of je het geld krijgt. En er geldt een maximum van 350.000 dollar per maand, niet genoeg voor ons. De omzet is gedaald, het is moeilijk momenteel.”

Een Nederlandse vloerimporteur die al twintig jaar in Venezuela woont, stopte onlangs met zijn handel.

„Tot juni 2010 kon ik via Cadivi dollars krijgen om mijn leveranciers te betalen. Toen vielen bouwproducten van de lijst. En bij de centrale bank waren de fondsen erg gelimiteerd en kreeg ik na een tijdje ook geen geld meer. Op de zwarte markt dollars kopen is te riskant, zeker voor een buitenlander. Het was niet meer te doen.”

Door de grote schaarste doet de dollar op de parallelmarkt ruim 8,5 bolivars.

Titus van den Oever is oudvoorzitter van de inmiddels opgeheven Kamer van Koophandel in de hoofdstad Caracas. Hij heeft meer begrip voor het strikte importbeleid, al betekende dit het einde voor zijn bloemenimport.

„Venezuela heeft dezelfde klimatologische condities als buurland en bloemenproducent Colombia, dus je moet die bloemen hier produceren. Het land moet af van de gewoonte om alles te importeren.”

Via de logge bureaucratie die gepaard gaat aan de dollarverstrekking, dwingt de regering bedrijven om hun belasting- en personeelszaken op orde te brengen.

Van den Oever: „Daar heeft het jarenlang aan ontbroken. En dat er geen preferentiële dollars worden verstrekt voor merkhorloges, Schotse whisky en dure auto’s lijkt me te verdedigen in een land waar 70% van de bevolking dagelijks moet vechten om de eindjes aan elkaar te knopen.”

Het is sinds vorig jaar moeilijker om aan sommige luxeproducten te komen, maar via de zwarte markt valt nog altijd veel te regelen.

De resterende Nederlandse bedrijven in Venezuela, waaronder Shell, Unilever en SHV, ontsnappen tot dusver aan de nationaliseringen van Chávez.

SHV is met de groothandel Makro zelfs flink aan het uitbreiden, mede doordat valutabeperkingen het moeilijk maken om alle winsten het land uit te sluizen. Het bedrijf creëerde een nieuwe formule, de Mikro, een kleinere winkel die in arme wijken concurreert met de staatssupermarkt Mercal.

Toch wordt investeren in Venezuela over het algemeen afgeraden gezien het onzekere politieke klimaat. Chavez zegde in 2008 een overeenkomst met ons land op die investeringen in Venezuela beschermde.

„Maar je kunt hier wel goed verkopen aan de overheid, vooral voedsel”, zegt de vloerimporteur.

woensdag, februari 16, 2011

Column 'De lucht in'

Uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Een Braziliaanse miljonair in een goudkleurige kamerjas staat hardop te tobben in zijn villa in Miami. “Ik maak me grote zorgen over de situatie in Brazilië”, vertelt de zelfverklaarde ‘vluchteling’ terwijl hij met een zuur bekje van een glas rode wijn nipt.

“Ze zeggen dat het goed gaat met Brazilië. Dat arme mensen tegenwoordig ook per vliegtuig kunnen reizen. Wat is daar goed aan? Ik – met al mijn verplichtingen – loop door de drukte op vliegvelden vertraging op met mijn privéjet. Laat die armen gewoon de bus pakken, zoals het hoort volgens een goede traditie van dit land!”

Wat een idioot, zult u wellicht denken. Welnu, het is de Braziliaanse komediant Marcelo Adnet slechts. Met de sketch slaat hij de spijker op zijn kop. Aan de ene kant zijn rijke Brazilianen momenteel half Miami aan het opkopen met hun keiharde Braziliaanse realen. En aan de andere kant voltrekt zich aan het thuisfront inderdaad een revolutie in het luchtruim.

Maar liefst elf van de 190 miljoen Brazilianen stappen tussen juli 2010 en 2011 voor het eerst aan boord van een vliegtuig. Ze profiteren van de groeiende koopkracht en goedkoper krediet in de opkomende Zuid-Amerikaanse economie.

Vorig jaar zat ik op een vlucht van São Paulo naar de Amazonestad Belém naast een mevrouw die continu schietgebedjes prevelde. Ze ging voor het eerst de lucht in, dankzij een ticket dat ze in 24 termijnen kon afbetalen. Ze had haar moeder in de noordelijke binnenlanden al vier jaar niet gezien.

En zo wonen er in São Paulo en omgeving nog 5,5 miljoen migranten uit het verre noorden die graag bij hun familie op bezoek gaan zonder dagenlang in de bus te zitten. Vliegmaatschappijen spelen hier gretig op in en openen sinds kort zelfs winkels in sloppenwijken.

Keerzijde van dit alles is dat de ondermaatse vliegvelden van het land volledig vastlopen. Het verantwoordelijke staatsbedrijf (Infraero) loopt hopeloos achter de feiten aan. Als dat zo doorgaat, kunnen Oranje-fans die meereizen naar het WK Voetbal van 2014 alvast hun borst opmaken.

De nieuwe Braziliaanse president Dilma Rousseff lijkt echter in te zien dat het zo niet verder kan en flirt intussen met een (gedeeltelijke) privatisering van de roestige vliegveldbureaucratie.

zondag, januari 16, 2011

Column Narcostilte

Column uit De Telegraaf van afgelopen vrijdag.
------------------------------------------------------------------------------------
Bewoners van de bierstad Monterrey, de Mexicaanse thuisbasis van Heineken, schrokken deze week op van een granaataanval op de lokale krant El Norte. Of de heren en dames journalisten even wilden dimmen, was de bijgevoegde boodschap van een drugsbende.

Dit soort intimidatie is schering en inslag in het noorden van Mexico. Media durven daardoor nauwelijks verslag meer te doen van de drugsoorlog, die vorig jaar een record van 15.273 doden boekte.

Slechts één van de tien drugsmoorden haalt de kolommen van lokale en regionale kranten, bleek onlangs uit onderzoek van de stichting Mepi. De Mexicanen hebben er een mooie term vorm: ‘narcostilte.’

Bij een bezoek aan de redactie van El Norte in Ciudad Juarez, 's lands gevaarlijkste stad, zag ik de journalisten worstelen met die narcostilte. Een misdaadverslaggever vertelde me op fluistertoon (“ook hier moet je op je hoede zijn”) over een primeur die hij onder de pet hield.

Hij was getipt dat een grote groep huurmoordenaars zich schuilhield op een boerderij buiten de stad. Hij wist precies waar.

“Maar het is zelfmoord om dat op te schrijven”, zei hij. Zijn misdaadcollega bij El Norte was al vermoord. “We publiceren alleen nog informatie uit officiële bron. Het heeft geen zin te provoceren tot er een granaat op de redactie wordt gegooid.”

De concurrerende krant in Ciudad Juarez, El Diario, maakte laatst een nog diepere knieval voor de kartels. “Zeg ons wat jullie van ons willen, wat we wel of niet moeten publiceren”, schreef de wanhopige hoofdredactie na de moord op één van haar fotografen. De wereld op zijn kop natuurlijk.

Mexico is het gevaarlijkste land van het westelijk halfrond voor het persgilde. Vorig jaar werden er zeventien journalisten vermoord.

De regering is bezig met een speciale eenheid om journalisten te beschermen. De persvrijheid zou gegarandeerd zijn. Maar volgens journalisten komt een groot deel van de bedreigingen juist van corrupte functionarissen die heulen met de kartels.

Een mysterieuze Mexicaanse student spint garen bij de zelfcensuur van journalisten.

Hij scoort wekelijks miljoenen hits met zijn Blog del Narco, een site vol drugsnieuws en gruwelijke filmpjes van executies. “Om te laten zien wat er echt gaande is in Mexico”, aldus de anonieme klokkenluider.