dinsdag, april 22, 2014

'Wij zwarten zorgen goed voor het bos'

Uit De Telegraaf van afgelopen zaterdag.
----------------------------------------------------------------------
"Dit maakt iets goed voor een donker verleden," zegt dorpshoofd Chico Mandira (57) in zijn schitterend gelegen 'quilombo', een afgebakend gebied voor Braziliaanse nazaten van slaven.

Zijn 105-koppige stam heeft het rijk alleen in een tweeduizend hectare groot paradijsje vol watervallen en weelderig Atlantisch regenwoud langs de intens groene zuidkust van de deelstaat São Paulo.

Volgens Mandira is het een pleister op de wonde van de slavernij die Brazilië in 1888 als laatste land ter wereld afschafte. "Van echte vrijheid was daarmee geen sprake. Zwarten werden zonder rechten op straat gezet. Daar komt nu gelukkig verandering in."

Quilombos kunnen sinds 2003 worden aangevraagd. Brazilië telt inmiddels al 2400 van deze ‘Afro-Braziliaanse culturele gebieden’ die samen enkele malen de oppervlakte van Nederland bestrijken.

Meestal bestaan de bewoners uit nakomelingen van gevluchte slaven die rond de verstopplekken van hun voorvaderen zijn blijven wonen. Maar de stamboom van Quilombo Mandira gaat negen generaties terug tot een buitenechtelijk kind van een blanke landeigenaar en zijn donkere slavin.

"Het belangrijkste is dat de Mandira's zichzelf als Afro-Brazilianen zien”, zo licht Valmir Mariano Ribeiro van het regionale instituut voor landbeheer (Itesp) de voorwaarden voor erkenning toe. "Daarnaast hebben ze door langdurig isolement een eigen leefwijze ontwikkeld."

De stam leeft van het omringende bos, bovenal van oestervangst in het vruchtbare nabijgelegen mangrovewoud. De mangrove-oesters worden verkocht aan luxe restaurants in de stad São Paulo.

Chico Mandira

Tijdens een boottocht langs oevers vol grote felgekleurde krabben laat Chico Mandira trots zien hoe de oesters op duurzame wijze worden gekweekt. "Wij zwarten zijn net als indianen. We zorgen goed voor het bos. Bij blanken is dat vaak wel anders."

Daarmee geeft het stamhoofd ook een ecologisch argument voor het ruimhartige quilombobeleid. Critici zien dit echter als een uitnodiging tot landjepik. Iedere afgezonderde gemeenschap die zich Afro-Braziliaans noemt, kan immers een quilombo aanvragen. Uit genetisch onderzoek blijkt dat enkele quilombos een grotendeels indiaanse of Europese afkomst hebben.

Ook de Mandira's zijn halfbloeden ofwel mulatten. "Een vreemd, beledigend begrip", meent hun licht getinte dorpshoofd. "Alsof we een soort muilezels zijn. Een mens is voor mij blank of zwart. En wij voelen ons zwart.”

Leden van zijn clan mogen evenwel best trouwen met niet-donkere buitenstaanders. “Iedereen is welkom om zich aan te sluiten. Blanken, indianen, Japanners. Als ze zich maar aanpassen en meedoen met onze Afro-Braziliaanse rituelen.”

Na de erkenning door antropologen ontbreekt het Quilombo Mandira alleen nog aan een eigendomstitel, de laatste horde in een lang bureaucratisch proces.

Punt is dat een boer in de omgeving zo'n 90% van het gebied claimt. Als de claim wordt erkend, dan zal de Braziliaanse overheid hem uitkopen ten faveure van de stam. De eigendomstitels van quilombos zijn collectief en niet verhandelbaar.

Oesters gefilterd voor verkoop aan luxe restaurants in São Paulo

vrijdag, april 18, 2014

WK-serie: Natal + Fortaleza

In de derde aflevering van onze zesdelige WK-verkenning bezoeken we Natal en Fortaleza, de speelsteden die het dichtst bij Nederland liggen. Terwijl het in het zuiden van Brazilië flink koud kan worden tijdens het toernooi, zijn beide noordoostelijke vakantieoorden gezegend met 'winterse' temperaturen rond 28 graden in juni en juli en gemiddeld driehonderd dagen zonneschijn per jaar.
--------------------------------------------------------------------------------
"Mét of zónder emotie?", vraagt onze buggyrijder Odilon als we de duinen inrijden ten zuiden van Natal, de gemoedelijke hoofdstad van de deelstaat Rio Grande do Norte. We zitten achterin het blitse open autootje nog een beetje te balen over onze regenachtige eerste dag in de 'Stad van de Zon', maar Odilon zit voorin wél droog en heeft duidelijk zin in wat actie.

Als we groen licht geven ("met emotie graag!") suist de Braziliaan als een ware Ayrton Senna van een vijftien meter hoge duinpan af. Een paar steile heuvels en een hoop kriebels in de buik later blazen we even uit op een duintop. We worden omringd door een sprookjesachtig Sahara-landschap met plukjes tropisch groen, aapjes en natuurlijke duinmeren.

Duinen rond Natal (credit: Ricardo Rollo)

Via verlaten stranden, pittoreske vissersdorpjes en een veerpontje brommen we verder naar het zuiden. Daar, op 85 kilometer van Natal, ligt namelijk Pipa, dat ook wel het 'St. Tropez van Brazilië' wordt genoemd.

Bij aankomst in het mondaine badplaatsje jakkert onze sportieve chauffeur - Odilon verdiende vroeger de kost als voetvolleyballer ("Ik heb Frank de Boer zelfs een keer verslagen!") - een imposante rode oceaanklif op (de Chapadão) voor een mooi kijkje over de Atlantische Oceaan en kitesurfers die beneden de metershoge golven trotseren.

Paradijs voor watersporters als Pipa is, ruilen we Odilons buggy even later in voor een boot. Volgens onze sympathieke kapitein Dido zijn er in de buurt van Pipa veel dolfijnen te zien. We zetten koers naar de Lagoa das Guarairas, een lagune die hun favoriete lunchplek is dankzij de visrijke mangrovewouden langs de oevers.

Kids in Pipa

De flippers spelen echter verstoppertje vandaag. Mokkend stuurt Dido de woeste open zee op, waar we na een half uur beuken op de golven meer geluk hebben bij het dolfijnenstrand Praia dos Madeiros. Twee tuimelaars belonen ons geduld met een reeks sierlijke synchrone sprongen op amper vijf meter van de boot.

Na zonsondergang kuieren we naar Pipa's centrale Laan van de Dolfijnbaai voor een hapje en drankje. De sfeervolle hoofdstraat biedt keus uit tientallen charmante restaurantjes en drukke bars met reggae, rock en Braziliaanse livemuziek.

Terug in Natal nemen we een kijkje in Ponta Negra, een toeristische wijk aan de voet van de tientallen meters hoge Duin van de Kale Man. Het is er goed toeven op een klassiek bountystrand met palmbomen, azuurblauw oceaanwater en een leger verkopers van heerlijk verse gegrilde garnalen op stokjes. Ook 's avonds trouwens, want dan is de boulevard van Ponta Negra het kloppende uitgaanshart van Natal.

Ponta Negra

Vijfhonderd kilometer aan ongerepte duinen scheiden Natal van grote broer Fortaleza. De hoofdstad van de deelstaat Ceará is met haar 2,5 miljoen inwoners minder kalm en overzichtelijk dan Natal (800.000 inwoners), maar in strandwijken als Iracema, Meireles en Mucuripe kun je je prima afschermen van de grootstedelijke chaos.

De boulevard langs het fraaie strand van Iracema leent zich goed voor een relaxte ochtendwandeling. Honderden Braziliaanse joggers werken zich 's ochtends vroeg al in het zweet in deze openluchttempel voor het menselijk lichaam. Verderop leven surfers zich uit op de traditioneel stevige golven van het heerlijk warme, lichtblauwe oceaanwater.

Praia de Iracema

We krijgen er dorst van en bestellen een gekoelde kokosnoot die kordaat een kopje kleiner wordt gehakt door de straatverkoper. Zijn prijs van 2 real (0,70 euro) is - zoals de meeste tarieven in het relatief goedkope noordoosten - heel vriendelijk in vergelijking met het beduidend duurdere zuiden van Brazilië.

Een andere mooie plek in Iracema om een paar uur door te brengen, is cultureel centrum Dragão do Mar (Zeedraak). Het artistiek vormgegeven complex biedt allerlei vormen van vermaak, zoals dansoptredens, musea, een sterrenwacht, restaurants en disco's waar het 's avonds tot in de vroege uurtjes los gaat.

Nachtvlinders zijn ook elders in de bruisende strandmetropool aan het juiste adres. Op maandagavond is de Piratenbar van Iracema de hotspot. Ondanks de Nederlandse naam wordt er vooral lokale forrómuziek gedraaid, de swingende boerensalsa die alomtegenwoordig is in de cultuur van het noordoosten van Brazilië.

WK-toeristen zullen dat ook zeker merken, want de maand juni staat in deze regio volledig in het teken van grote forró-feesten (festas juninas). Wie zich liever onder de locals begeeft, kan terecht in forrótenten als Arre Égua (in Varjota), Kukukaya (centrum) en Danadim (Maraponga).

Iracema telt ook andere gezellige kroegen waar veel Nederlandse toeristen komen. Ook hier wordt het komende zomer dus één groot feest!
--------------------------------------------------------------------------------
Reuzenboom

Even buiten Natal ligt een bezienswaardig park rond 's werelds grootste cashewnootboom. Door een genetische afwijking is de boom zo ver vertakt dat het bladerdak al een halve kilometer breed is. Het 120 jaar oude groene gevaarte - 'het grootste levende organisme op aarde', zo weten de chauvinistische Brazilianen te melden - groeit door en begint het omringende dorp (Parnamirim) zelfs op te slokken. Bezoekers kunnen een uitzichtstoren beklimmen en krijgen een glas vers cashewnotensap bij de uitgang. Entree: € 2.

Dit is dus één boom
--------------------------------------------------------------------------------
Nederlandse forten

Zowel Fortaleza als Natal bezit een goed bewaard fort waarin de Nederlandse bezetting van het Braziliaanse noordoosten (1630-1654) wordt gememoreerd. In Fortaleza gaat het om Fort Schoonenborch, het oudste gebouw van de stad. Het fort fungeert tegenwoordig als legerkazerne. Braziliaanse militairen verzorgen rondleidingen.

Natal heette in de 17e eeuw een tijdje Nieuw-Amsterdam. Het voormalige Fort Keulen herinnert aan het Hollandse (en Portugese) verleden van de stad en trekt veel Braziliaanse bezoekers. De huidige naam van de hagelwitte, stervormige vesting is Fortaleza dos Reis Magos. Het is zonder gids te bezichtigen, maar alle informatie binnen staat alleen vermeld in het Portugees. Boven op het fort heb je tussen de kantelen een mooi uitzicht op de stad en de oceaan.
--------------------------------------------------------------------------------
Natal in WO II

Voor een provinciestadje van 50.000 inwoners in het Braziliaanse noordoosten speelde Natal een opvallende rol in de Tweede Wereldoorlog. Dankzij de gunstige ligging ten opzichte van Afrika en Europa vestigde het Amerikaanse leger hier zijn twee belangrijkste buitenlandse militaire bases.

Even buiten de stad ligt het voormalige Parnamirim Fields, dat van 1942 tot 1945 als uitvalsbasis fungeerde voor geallieerde bevoorradingsvluchten naar Noord-Afrika. Tegenwoordig is het weer een Braziliaanse luchtmachtbasis, met een klein museum dat een bezoekje waard is. Natal is zo trots op het stukje oorlogsglorie dat de stad zich bedient van de bijnaam 'De Trampoline naar Victorie'.

Het verblijf van 100.000 Amerikaanse militairen heeft ook culturele sporen nagelaten. Zo kent Natal een 'First Avenue'. In bars worden ‘longnecks’ (spreek uit 'longnekkies') geserveerd, een woord dat tegenwoordig ook in de rest van Brazilië wordt gebruikt. Volgens de lokale overlevering heeft ook de naam van de regionale 'forró'-muziek Amerikaanse wortels. De Amerikaanse militairen muntten de forródansen namelijk als 'for all', oftewel openluchtfeesten waarop iedereen welkom was.
--------------------------------------------------------------------------------
Te dromedaris of paard door de duinen

Met een buggy zie je meer van de prachtige duingebieden rond Natal en Fortaleza, maar wie het bezwaarlijk vindt om met soms knallende uitlaat door de natuur te crossen, kan terecht bij stille viervoetige alternatieven. Zo kun je in het Sahara-achtige dorp Genipabu (bij Natal) duintochten maken op de rug van een dromedaris.

Wij kiezen voor een ritje te paard in Tibau do Sul, de gemeente waarvan de populaire badplaats Pipa onderdeel is. Een Braziliaanse indiaan genaamd Nano Indio komt ons 's middags ophalen met zijn hengsten Trovão (Bliksem) en Vilão (Gemenerik).

Het eerste stuk van het 25 euro kostende uitstapje blijkt een lijdensweg. We hobbelen weliswaar door een prachtige omgeving van palmweiden en weelderig tropenbos, maar Nano Indio heeft onze stijgbeugels verkeerd afgesteld. Trovão geselt de edele delen van de onervaren Telegraaf-ruiter, totdat de gids de beugels eindelijk op de juiste hoogte stelt. Even later volgt alsnog een hoogtepunt als we op een duintop een sprookjesachtige zonsondergang beleven.

Credit: Ed. Peixes - Embratur

donderdag, april 03, 2014

'Oplossing Peruaans dolfijnenmysterie'

Uit De Telegraaf van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------
Zeker duizend dolfijnen zijn afgelopen drie maanden gedood door geluidskanonnen van bedrijven die voor de Peruaanse kust naar olie en gas zoeken.

Dat stellen dierenbeschermers van ORCA Peru na pathologisch onderzoek op de met dode dolfijnen bezaaide stranden van de noordelijke provincies Lambayeque en Piura.

"We hebben langs 95 kilometer kust 1022 dode langsnuitdolfijnen en 41 bruinvissen geteld", vertelt de Limburgse medewerker Anique Hoekstra, die gisteren terugkeerde uit het verlaten woestijngebied.

"Een groot aantal had breuken in de gehoorbeentjes. We vonden bij net overleden dieren al luchtbellen in de organen. Dit bewijst dat seismisch onderzoek de doodsoorzaak is."

Hierbij worden intense geluidsgolven vanaf schepen naar de oceaanbodem gezonden om olie- en gasvelden in kaart te brengen. De trillingen ontregelen het fijnbesnaarde gehoor van dolfijnen. Als de gehoorbeentjes breken, veroorzaakt dat een implosie waarbij lucht in de organen terechtkomt.

Ook in het eerste trimester van 2012 spoelden honderden dode dolfijnen aan in het noorden van Peru. Net als nu viel het fenomeen samen met seismisch onderzoek in de olierijke kustwateren.

Desalniettemin concludeerde het Peruaanse Zee-instituut (Imarpe) onlangs dat een giftige algensoort de vermoedelijke boosdoener is achter de mysterieuze massasterfte, net als twee jaar geleden.

"Het is helemaal geen mysterie. De Peruaanse regering neemt gewoon de olie-industrie in bescherming en negeert de ecologische belangen", zegt directeur Carlos Yaipen van ORCA Peru.

"Dat algenverhaal is onzin. Dolfijnen eten vis. Van giftige algen zouden ook andere zeedieren en mensen massaal ziek worden. Daar is geen sprake van. Het is belangrijk dat de ware doodsoorzaak deze keer wel boven water komt."

De gestrande dolfijnen vertonen volgens de zeedierenarts geen tekenen van een slechte conditie of een aanval door haaien of orka's. Complete groepen vinden de dood, van oud tot jong.

"Een virus of andere ziekte valt daardoor uit te sluiten als doodsoorzaak. Want dan zouden zwakkere dieren zoals baby's en oudere dieren eerst sterven en daarna pas de sterkere."

Volgens ORCA Peru ligt het werkelijke dodental hoger dan duizend. Lokale vissers melden gestrande dolfijnen in een vijfhonderd kilometer lange kuststrook. En niet alle dode dieren spoelen aan.

Anique Hoekstra (r) en Carlos Yaipen (m)

dinsdag, april 01, 2014

Column Brood en Spelen

Uit de krant van vandaag.
--------------------------------------------------------------------------------
Brazilië herdenkt vandaag de militaire putsch die precies vijftig jaar geleden een lange dictatuur (1964-1985) inluidde.

In de vroegere martelkamers van de junta, het beruchte Departement voor Politieke en Sociale Orde (DOPS) in São Paulo, kun je zelf ervaren wat voor regime het was. In het tot museum omgetoverde cellencomplex kun je luisteren naar gruwelverhalen over de 339 vermoorde politieke tegenstanders.

Verder laat de tentoonstelling zien hoe voetbal werd gebruikt om de bevolking af te leiden van het schrikbewind. Het Braziliaans elftal veranderde eind jaren zestig in een speelbal van de nationalistische militairen. Door successen van de Goddelijke Kanaries zou de rest van de wereld doordrongen raken van de grootsheid van Brazilië, zo was het idee.

Na het rampzalig verlopen WK van 1966 moest de trofee in 1970 daarom koste wat kost worden herveroverd. Dictator Emilio Medici (1969-1974) nam via de bevriende voorzitter van de voetbalbond, de latere FIFA-baas João Havelange, de touwtjes in handen over de nationale selectie.

Medici besliste mee over de opstelling en liet vlak voor het WK een onwillige bondscoach de laan uitsturen. Dat pakte goed uit. Brazilië werd in 1970 voor de derde keer wereldkampioen, aan de hand genomen door een geniale Pelé.

Intussen liet de voetbalgekke despoot aan de lopende band peperdure stadions bouwen. Verspreid over het hele land verrezen er tussen 1969 en 1975 dertien arena's voor gemiddeld 63.000 toeschouwers.

Medici wist zich populair te maken met zijn politiek van 'brood en spelen'. Maar in de jaren tachtig kreeg Brazilië via een torenhoge staatsschuld en inflatie de rekening gepresenteerd voor de militaire spilzucht.

Anno 2014 gaan voetbal en politiek wederom hand in hand in het Zuid-Amerikaanse land. Amper drie maanden na het WK in eigen land kiest Brazilië een nieuwe president. Volgens analisten zal de verkiezingsuitslag worden beïnvloed door het al dan niet succesvol verlopen van het WK, zowel op als buiten het veld.

De herkiesbare president Dilma Rousseff, een oud-communiste die tijdens het WK van 1970 gevangen zat in de DOPS van São Paulo, zal in juni dus extra hard juichen voor Neymar en co.

donderdag, maart 27, 2014

Deel 2 WK-serie: São Paulo en Belo Horizonte

In aflevering twee van onze WK-serie verkennen we São Paulo en Belo Horizonte, waar Oranje respectievelijk de laatste groepswedstrijd en de eventuele achtste finale speelt. Meereizende fans hoeven zich niet te vervelen in beide bruisende metropolen in de rijke zuidoostelijke binnenlanden, zeker 's avonds niet. 'Sampa' is hét eet- en stapmekka van Zuid-Amerika en het kleinere, gezellige 'BH' heeft de grootste kroegendichtheid van Brazilië.
--------------------------------------------------------------------------------
São Paulo, grootste stad van het zuidelijk halfrond, locomotief van de Braziliaanse economie. Negentien miljoen inwoners, 15.000 bars en clubs, 12.500 restaurants en 150 musea. Waar in hemelsnaam begin je een bezoek?

Om alvast in de WK-stemming te komen, kiezen we 's ochtends voor een tripje naar het lokale Voetbalmuseum (Museu de Futebol). We kuieren naar metrostation Consolação op de beroemde Avenida Paulista en klokken onderweg nog even een koele kokosnoot weg in één van de vele sapbarretjes die de stad rijk is.

São Paulo by night (credit: Jefferson Pancieri)

Via de comfortabele, snelle ondergrondse - dé manier om te ontsnappen aan São Paulo's beruchte verkeersinfarct - zoeven we richting het mythische Pacaembu-stadion (station Clínicas), niet te verwarren met de gloednieuwe Arena Corinthians waar het WK op 12 juni wordt afgetrapt. Het voetbalmuseum, een populair bedevaartsoord voor fans van vijfvoudig wereldkampioen Brazilië, ligt namelijk pal onder de tribunes van het Pacaembu.

Binnen passeert de complete WK-geschiedenis de revue. Bezoekers vermaken zich met een schat aan oude foto's, teksten en videobeelden van legendarische goals en dribbels. De focus van de Braziliaanse curator ligt uiteraard op het glorieuze verleden van de eigen Goddelijke Kanaries, maar ook drievoudig WK-finalist Nederland komt ruimschoots aan bod.

Sapbar

Ook leuk aan het interactieve museum is dat je er zelf een balletje kunt trappen. Algauw worden we door een groepje Brazilianen in groengele shirts uitgedaagd voor een strafschopserie tegen een virtuele keeper die op een muur is geprojecteerd. De doelman bakt er zo weinig van dat we met een gelijkspel genoegen moeten nemen.

We hebben trek gekregen en pakken de metro naar de Japanse wijk Liberdade. Dat São Paulo 's werelds grootste Japanse stad is buiten Japan zelf, merk je hier aan de Japanse straatlantaarns, supermarkten vol sake en zeewier en een keur aan uitmuntende sushirestaurants.

Hongerig als we zijn, lunchen we pal naast station Liberdade in een 'all you can eat'-restaurant ('rodízio de sushi'). De tonijn en zalm zijn zo vers dat we de arme Japanners voor geen € 20 de oren van het hoofd eten.

Voldaan duiken we de metro in naar het nabijgelegen oude stadshart (station São Bento). Hier kun je op doordeweekse dagen (10u-15u) een lift pakken naar het dak van de beroemde Banespa-toren. Vanaf de 35e verdieping heb je een verbluffend uitzicht over de woekerende betonjungle van 'Sampa', zoals de ‘paulistanos’ hun stad liefkozend noemen.

Terug beneden lopen we langs het ruim vier eeuwen oude klooster van São Bento (waar je iedere zondagochtend prachtige Gregoriaanse muziek kunt horen, een aanrader) naar de grootste rommelmarkt van Zuid-Amerika, de Rua 25 de Março.

Pal achter dit paradijs voor koopjesjagers ligt de statige markthal (Mercado Municipal). De tot in de puntjes verzorgde kramen zijn ware kunstwerken vol felgekleurd exotisch fruit, vissen en kazen. De lokale specialiteit van de markt, moddervette broodjes mortadela, oogt minder aantrekkelijk en slaan we dus maar even over.

De snacks in de vlakbij gelegen automatiek Quickies (shopping Ladeira Porto Geral) zijn daarentegen wel het proberen waard. Eigenaar Marcus Vinicius de Lima, een Braziliaan die in Nederland heeft gewoond, pioniert sinds twee jaar met het Febo-concept en heeft (inclusief franchises) al meerdere vestigingen in São Paulo. Grappig om de Brazilianen ietwat onwennig hun eerste kroket, kaassoufflé of bamischijf uit de muur te zien trekken!

We reizen terug naar metrostation Consolação, het kruispunt van de Avenida Paulista en de hippe Rua Augusta. Je kunt nu twee kanten op. Wie van chique winkelen houdt, duikt de dure kant van 'de' Augusta in. Even verderop ligt de lokale PC Hooftstraat (Rua Oscar Freire) en daarna volgen onder andere showrooms van Lamborghini, Ferrari en Spyker.

Het Museum voor Moderne Kunst (MASP) op de Avenida Paulista (credit: Embratur)

De andere kant van Rua Augusta (centrumzijde) is echter gezelliger. Deze voormalige rosse buurt is afgelopen jaren opgebloeid tot een tropisch Soho met tientallen bars en restaurant. Wie de straat uitloopt, komt in het oude centrum uit bij het mooie gemeentelijke theater (Teatro Municipal). Maar wij gaan liever meteen op een terrasje zitten om nog wat energie over te houden voor wat nachtelijke actie in hét stapmekka van Zuid-Amerika (zie onder).

Anders dan het kris kras door elkaar gebouwde São Paulo is Belo Horizonte (vijfhonderd kilometer verderop) een stad die is ontworpen op de tekentafel. De hoofdstad van de deelstaat Minas Gerais is ondanks haar forse omvang (2,5 miljoen inwoners) vrij overzichtelijk en groen dankzij de vele stadsparken.

Veel toeristen gebruiken 'BH' alleen als springplank naar de charmante koloniale goudstadjes in de omgeving. Ten onrechte, vindt onze taxichauffeur Eduardo. De trotse 'mineiro' (bijnaam voor de zwijgzame, hardwerkende Brazilianen uit Minas Gerais) neemt ons op sleeptouw door zijn stad. Eerste stop is het Pampulha-meer, pal achter het Mineirão-stadion waar zes WK-duels worden gespeeld.

Goudstadje São José Del-Rei

De complete omgeving van het meer geldt als Unesco-erfgoed. Vooral het golvende Heilige Franciscus-kerkje van de wereldberoemde Braziliaanse architect Oscar Niemeyer blijkt de moeite waard. Binnen hangen prachtige werken van de Braziliaanse schilder Cândido Portinari.

Op een steenworp van het meer maken we in Restaurante Xapuri kennis met de in heel Brazilië bekende boerenkeuken van Minas Gerais. We merken dat deze wordt gekenmerkt door genereuze porties en eerlijke, verse ingrediënten, waaronder veel varkensvlees, maniokwortel en bonen.

Meer van Pampulha en het Mineirão (credit: Embratur)
Naast de goede restaurants geniet Belo Horizonte in Brazilië ook faam om de maar liefst 12.000 kroegen ('botecos') die de stad rijk is. 's Avonds bezoeken we er een paar in de levendige studentenwijk Savassi.

De menu's worden gedomineerd door een breed scala aan ambachtelijke soorten cachaça, de Braziliaanse suikerrietlikeur die in Minas Gerais het lekkerst gebrouwen wordt. De kruidige drank, die de basis vormt voor caipirinha, blijkt ook puur heel wel te drinken. Na een paar glaasjes Lua Cheia (Volle Maan), naar onze smaak het lekkerste merk, waggelen we voldaan terug naar ons hotel.
--------------------------------------------------------------------------------
Stapmekka São Paulo

Clubtoerisme is in opmars in São Paulo. Een groeiend aantal buitenlandse toeristen komt een weekendje stappen in de Braziliaanse 24-uursstad die ook wel het 'New York van het zuiden' wordt genoemd. Of een hele week, want ook doordeweeks heeft 'Sampa' veel nachtelijke actie te bieden.

De eerste stop voor clubtoeristen is vaak D-Edge, één van de vijf beste clubs ter wereld volgens het toonaangevende Wallpaper Magazine. Van donderdag tot en met zondag wordt er tot in de vroege uurtjes elektronische muziek gedraaid en op maandag komen de rockers aan hun trekken. Het in dezelfde wijk (Barra Funda) als D-Edge gelegen Clash Club is ook populair bij houseliefhebbers.

In het centrum van de stad is Lions Nightclub de 'hot spot'. Hippe Brazilianen dansen er op aanstekelijke poprock en borrelen tussendoor op een grote veranda met uitzicht op de Sé-kathedraal.

Kathedraal van Sé (credit: Embratur)

Vila Madalena is een buurt met veel gezellige cafés. Op en rond de Rua Augusta wemelt het van de altoclubs (onze aanrader is Alberta3). Clubs in de wijken Itaim Bibi en Vila Olimpia trekken een meer vermogend publiek. Wie wil dansen op de Braziliaanse folkloremuziek van artiesten als Michel Teló kan terecht in Villa Country en Brook's Bar.

Georganiseerde kroegentochten kunnen worden geboekt via pubcrawlsp.com en www.facebook.com/sampabeertour. Het lokale reisbureau van de Nederlander Martyn Menke organiseert stapweekenden in São Paulo.

Tip: afhankelijk van de geplande drankconsumptie is het soms de moeite waard om een hogere entree ('consumação') te betalen bij nachtclubs. Dit bedrag kan binnen worden opgemaakt, wat niet geldt voor de lage entreeprijs ('sem consumação').
--------------------------------------------------------------------------------
Culinair paradijs São Paulo

São Paulo beschikt overt enkele van de beste restaurants ter wereld. De topper is D.O.M (Deo Optimo Maximo; de beste en grootste God) van de Braziliaanse sterkok Alex Atala, dat wordt gerekend tot de beste vijf restaurants van de wereld.

Atala bereidt exclusieve gerechten van originele ingrediënten uit het Amazonewoud. Door culinaire waarde toe te voegen aan producten uit de Amazone hoopt hij de overlevingskansen van het bedreigde bos te vergroten.

Ook populair maar minder prijzig is het Braziliaanse restaurant Mocotó. Verder is São Paulo een waar pizzaparadijs dankzij miljoenen Italiaanse migranten. De beste pizzaria heet Casa Bráz. Liefhebbers van grillvlees kunnen terecht in Baby Beef Rubaiyat.
--------------------------------------------------------------------------------
Wolven kijken in de bergen

Vanuit Belo Horizonte is er een bijzonder uitstapje te maken naar het honderd kilometer verderop gelegen Santa Barbara, een pelgrimstadje in de ruige, groene bergen. Aan het einde van de middag drommen toeristen hier samen bij een fraai 18e-eeuws klooster. De lokale paters voeren dan een roedel wolven in de kloostertuin. Het alfawolfje loopt uiteraard als eerste op de voederbak af.

"Santa Barbara is een plek waar ik mensen altijd met liefde naartoe stuur. Heel bijzonder", zegt Martyn Menke, de Nederlandse eigenaar van een lokaal reisbureau (Jacaré Travel) dat trips naar Santa Barbara organiseert.
--------------------------------------------------------------------------------
Openluchtmuseum Ouro Preto

Op 1,5 uur rijden van WK-speelstad Belo Horizonte ligt Ouro Preto, een kleurrijk en karaktervol openluchtmuseum. Het koloniale stadje in de groene bergen van de deelstaat Minas Gerais was op het hoogtepunt van de 18e-eeuwse goudkoorts de grootste stad van Brazilië. Het rijke verleden is zo goed bewaard dat de Unesco het als werelderfgoed beschouwt.

Er ligt zo veel historie verborgen in Ouro Preto dat het zonde is om de stad zonder gids te verkennen. Op die manier haal je meer uit de verplichte bezoekjes aan het Tiradentes-museum (naar de Braziliaanse held 'Tandentrekker' die in 1792 in opstand kwam tegen de Portugese kolonisator) en de barokke kerken met versieringen van de kreupele beeldhouwer Aleijadinho (bijgenaamd de 'Braziliaanse Michelangelo'). Gids João Bosco Pereira (wtour70@yahoo.com.br) is een aanrader en kost zo'n 40 euro voor een halve dag.

Even buiten de stad, in Mariana, kun je een oude goudmijn bezoeken en zelf goud zoeken. Aantrekkelijk aan Ouro Preto is verder dat de stad architectonisch weliswaar in de tijd bleef stilstaan, maar tegenwoordig een levendige studentenstad is met veel horeca.

donderdag, februari 13, 2014

Op een oranje fiets door Rio


Reisartikel over Rio dat afgelopen weekend in de krant stond.
-----------------------------------------------------------------------------------
Een zonovergoten zondagochtend, 8h30. Het is al 30 graden en de fietspaden langs de beroemde stranden van Rio zien oranje van de fietsers. De zogeheten laranjinhas - oranje huurfietsen waarmee je goedkoop (€ 1,5 per dag of € 3 per maand) kunt peddelen tussen zestig stallingen in de stad - vallen duidelijk goed in de smaak bij de cariocas (inwoners van Rio).

Ook toeristen kunnen de huurfietsen gebruiken, maar voor ons staat er al een stalen ros klaar voor vandaag. We hebben afgesproken met de kersverse Nederlandse fietsgids Philip de Wit (48) van Rio by Bike.

“Het is zonde om Rio te ontdekken vanachter het raam van een hete touringcar. De stad heeft vrijwel constant lekker fietsweer en de meeste bezienswaardigheden zijn goed te bereiken met de fiets", weet de enthousiaste voormalige journalist die al zes jaar in Rio woont.

Onze groep bestaat verder uit drie Fransen: twee dames op middelbare leeftijd en een stoere 13-jarige jongen. Philip waarschuwt hen vooraf wel even voor de gevaren op de Braziliaanse weg. "De fiets staat nog laag in de pikorde van het verkeer. Voorrang hebben is dus niet altijd voorrang krijgen," drukt hij de begrijpend knikkende Fransen op het hart.

We beginnen op het mooiste stukje van de 320 kilometer fietspad die Rio rijk is. Op de fietsstrook langs het strand van Ipanema heb je een prachtige uitzicht op de imposante tweelingrots Dois Irmãos (Twee Broers) in de verte. Opgeschoten automobilisten zijn in de verste verte niet te bekennen, want de weg langs het strand wordt iedere zondag afgezet.

Gids Philip de Wit in Ipanema

Het grootste gevaar blijkt te komen van de vele badgasten die plompverloren oversteken in strakke zwembroeken en bikini's. We rijden langs strandpaal 9 - de verzamelplaats van de mooiste garotas (meisjes) van Ipanema én de strategische plek waar Oranje in het Caesar Palace hotel zal vertoeven - en vergapen ons aan de enorme mensenzee op het strand.

“Het strand is dé ontmoetingsplek van Rio", vertelt Philip terwijl we even stoppen om een gekoelde kokosnoot leeg te lurken en wat verse zonnebrand te smeren. "Cariocas komen hier niet alleen om bruin te worden, maar ook om vrienden en familie te zien, om zaken te doen.”

Van Ipanema steken we door naar de achtergelegen lagune van Rio. Deze sprookjesachtig mooie Lagoa Rodrigo de Freitas wordt omringd door het beroemde Christusbeeld, weelderig Atlantisch regenwoud én een zeven kilometer lang fietspad. Het pad moet wel gedeeld worden met voetgangers en skaters, wat ons op deze drukke zondag dwingt tot een slakkengang en een continue slalom.

Het leuke aan Philips journalistieke achtergrond is dat de gids er lol in schept om ook Rio's minder toeristische plekjes te bezoeken. We rijden richting naar de achter de lagune gelegen volkswijk Botafogo, bekend van de club waar Clarence Seedorf tot voor kort de sterren van de hemel speelde.

Het blijkt in Botafogo soms wel even zoeken naar fietspaden, die soms abrupt eindigen. Maar de lommerrijke straten vol vrolijk gekleurde koloniale panden maken het ommetje zeker de moeite waard. De wijk heeft ook een enorme begraafplaats vol beroemde Brazilianen (Cemitério São João Batista) en een bezienswaardige sloppenwijk (Favela Santa Marta) die tegenwoordig veilig terrein is voor toeristen.

Favela Santa Marta

Het kwik heeft intussen de 35 graden aangetikt, hoog tijd voor nog een drankje dus. Philip kiest voor een pitstop in zogenaamde 'vieze voetbar' (boteco pé sujo), simpele maar gezellige snackbars waar cariocas uit alle klassen en standen samenkomen. "De boteco is net zo'n instituut voor Rio als het strand," vertelt de gids terwijl we ons tegoed doen aan wat smakelijke Braziliaanse vlammetjes (pastel) en een fles ijskoud Antarcticabier.

Van Botafogo kun je via de wijk Flamengo langs Rio's schitterende Guanabara-baai doorfietsen naar het oude centrum. Daar liggen de bizarre kathedraal die meer op een kernreactor lijkt, het prachtige gemeentelijke theater op het Cinelândia-plein, het iconische aquaduct van Lapa en de beschilderde trappen naar de kleurrijke bohemienwijk Santa Teresa.

De trappen naar Santa Teresa (credit: Pedro Kirilos, Riotur)

Klinkt aanlokkelijk, maar voor die extra lus is het ons toch wat te heet vandaag. Op de route ligt wel nog het bucolische buurtje (Urca) rond de beroemde Suikerbroodberg. Je kunt de fiets beneden neerzetten bij het kabelbaanstation voor een spectaculair kijkje over de Baai van Botafogo en het strand van Copacabana.

Via het strand van Botafogo op weg naar de Suikerbroodberg (achtergrond)

Wie door de bergtunnel van Urca naar Copacabana fietst, reist bijna vier eeuwen door de geschiedenis. Terwijl Urca in de 16e eeuw de eerste nederzetting van Rio was, bleven de oceaanstranden van Copacabana en Ipanema niemandsland tot de aanleg van de tunnel in 1906. "Dit deel van de stad is opvallend laat blootgelegd", vertelt Philip aan de hand van historische foto's tijdens een stop voor het super-de-luxe Copacabana Palace Hotel.

Als slot van de afwisselende tour zetten de fietsen neer bij Arpoador, de pier tussen Copacabana en Ipanema die tegen zonsondergang volloopt met locals en toeristen. Terwijl de zon langzaam in zee zakt achter de Twee Broers, barst de menigte los in een applaus voor de Cidade Maravilhosa (Wonderschone Stad).

De Twee Broers

-------------------------------------------------------------------
Rijk verleden

Als voormalige Braziliaanse hoofdstad (1763-1960) beschikt Rio over een rijk verleden. Onze favoriete plek om hierover meer te weten te komen is het Museum van de Republiek (Museu da República) in de wijk Catete (pal naast het gelijknamige metrostation). Het museum, dat van 1897 tot 1960 het hart van de Braziliaanse republiek was, ligt in een prachtig ingericht 19e-eeuws barokpaleis.

Op de 2e verdieping ligt de met een kogelgat doorboorde pyjama van oud-president Getúlio Vargas. De belangrijkste Braziliaanse leider van de 20e eeuw pleegde hier in 1954 zelfmoord vanwege een politiek schandaal. Het museum bevat nog veel meer info over de vorming van het moderne Brazilië. Een Engelstalige audiotour kost 2 euro. De entree ook (op woensdag en zondag gratis, maandag gesloten).
----------------------------------------------------------------------
Samba en forró

In de bohemienwijk Lapa lijkt het wel iedere vrijdag Koninginnenacht. De straten rond de sierlijke witte Bogen van Lapa (een goed geconserveerd aquaduct uit de koloniale Portugese tijd) vullen zich dan met stapgrage Brazilianen, sambabands en verkopers van allerlei hapjes en drankjes.

De sfeer is doorgaans geweldig, maar het is wel oppassen voor zakkenrollers in de menigte. Wie zich liever afzijdig houdt van straatgewoel en toch live sambamuziek wil horen, kan in Lapa terecht in de klassieke sambatenten Rio Scenarium en Carioca da Gema.

Het aquaduct in Lapa (credit: Embratur)

Een andere levendige plek met veel couleur locale is de Feira Nordestina. Deze in een stadion gelegen markt, niet ver van het mythische Maracanã in het noorden van Rio, is één groot eerbetoon aan de rijke cultuur van het Braziliaanse noordoosten. Dat betekent vooral veel lekker eten en swingende forrómuziek waarop tot in de vroege uurtjes wordt gedanst. Entree: 1 euro.
-----------------------------------------------------------------------
Ontsnappen aan dure hotels

Hotels in Rio horen bij de duurste ter wereld, terwijl de gemiddelde kwaliteit daarvoor geen enkele aanleiding geeft. Veel toeristen zoeken daarom alternatieve accommodatie. Bij steeds meer Braziliaanse particulieren kun je bij voorbeeld thuis overnachten (tegen betaling uiteraard). Zie websites als Cama e Café en Airbnb.

De site Hidden Pousadas is erg handig om betaalbare herbergen te vinden (in heel Brazilië).

De Nederlander Rolf Reijers verhuurt appartementen in Rio.

Overigens zijn hotels vooral duur in de wijken Ipanema, Leblon en Copacabana. Buurten als Botafogo, Flamengo, Catete en Gloria zijn minder prijzig en ligger dichter bij het internationale vliegveld en het Maracanãstadion.

zaterdag, februari 08, 2014

Sloppenbewoners São blij met WK

Uit de krant van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------
Een goede vier maanden voor de aftrap van het WK Voetbal is de omgeving van de Arena Corinthians in São Paulo nog één grote bouwput. Het ruige, verre oosten van de Braziliaanse megastad waar Oranje op 23 juni zijn laatste groepswedstrijd tegen Chili speelt, ondergaat een ingrijpende opknapbeurt.

Dat betekent voor honderden bewoners van de sloppenwijk Vila da Paz - op achthonderd meter van het stadion - dat ze binnenkort moeten verhuizen. En daar zijn ze maar wat blij mee, vertelt secretaris Drancy Silva (58) van de bewonersvereniging.

"Het WK wordt voor ons een grote overwinning", juicht de gepensioneerde busconducteur in zijn benauwde krot langs een riviertje dat fungeert als open riool. Op een kalender boven het bed van de op krukken lopende Braziliaan (hij werd op jonge leeftijd door polio getroffen) is de maand juni omcirkeld met een rode viltstift.

“We vragen hier al jaren tevergeefs om betere voorzieningen", aldus de goedlachse gehandicapte die al achttien jaar in de favela woont. "Maar sinds oktober luistert de gemeente ineens naar ons. Allemaal dankzij het WK!"

Alle families die op de rivieroever wonen, krijgen voor juni een sociale woning drie kilometer verderop. Hun huisjes worden gesloopt gezien het gevaar van overstromingen en aardverschuivingen.

Silva is er allesbehalve rouwig om. “Kijk, dit wordt ons gebouw. Veel comfortabeler toch?", vertelt hij terwijl hij een foto toont op zijn computer. Hij klikt door naar luchtfoto's van Vila da Paz, waarop is te zien dat de overvolle oever de laatste tijd nieuwe bewoners heeft gekregen. Ze nemen de stank voor lief om mee te profiteren van de gunstige woningruil.

“Iedereen wil hier ineens wonen. We zitten op goud", lacht Solange da Paz (27), een zwaarlijvige kapster die op een bloedhete namiddag voor haar houten krot zit. In de verte torenen hijskranen uit boven het stadion, dat naar verwachting pas in april wordt opgeleverd.

De donkere Braziliaanse hoeft niet te vertrekken voor het WK. Wie niet op de riskante oever woont, verhuist pas in 2016 naar andere sociale woningbouw die in aanbouw is. "Mooi, maar wel jammer dat we zo lang moeten wachten", zegt Da Paz. De favela wordt intussen opgeknapt, belooft de gemeente.

Ook elders in de omgeving van het stadion overheerst vreugde over de kansen die het WK creëert voor de zogeheten 'Lost Zone' (naar 'Zona Leste', oostkant) van São Paulo. Het lang vergeten stadsdeel herbergt 35% van de 'paulistanos' en slechts 16% van de lokale werkgelegenheid.

Deze verhouding moet minder scheef worden door investeringen van honderden miljoenen euro's in infrastructuur, winkelcentra, hotels en een technische school rond het stadion. Belastingprikkels voor bedrijven die zich in het oosten vestigen, moeten ervoor zorgen dat de prille economische bloei na het WK doorzet.