zaterdag, oktober 25, 2014

Column Kleurtje

Een van mijn Telegraaf-stukjes over de Braziliaanse presidentsverkiezingen van morgen.
---------------------------------------------------------------------------------
Kaneelkleurig, sinaasappel, honingachtig, rood; het klinkt als een verzameling theesoorten maar het zijn vier van de 134 huidskleuren die de Brazilianen zich toedichtten bij de volkstelling van 1976.

Tegenwoordig wordt de regenboognatie in grofweg drie hokjes verdeeld door het landelijke statistiekbureau: blank (48%), halfbloed (43%) en zwart (8%). Wel zo overzichtelijk.

Gekleurde Brazilianen zijn licht in de meerderheid maar leverden nooit de president. In de huidige verkiezingsrace leek dit te gaan veranderen door de opkomst van de donkere Marina Silva.

Het getinte kleurtje van de kandidate was nauwelijks noemenswaardig in de campagne. Dat was in de VS en Zuid-Afrika wel anders bij de opkomst van Obama en Mandela. In het meer gemengde Brazilië, dat nooit officiële segregatie heeft gekend, liggen raskwesties minder gevoelig.

Het gekke is dat huidskleur plots wel een verkiezingsthema is nu er twee lelieblanke kandidaten zijn overgebleven voor de beslissende tweede ronde van komende zondag. Sinds het verrassende afvallen van Silva doet de herkiesbare presidente Dilma Rousseff zich voor als beschermvrouwe van gekleurde Brazilianen.

„Ik ben eigenlijk een beetje donker”, zei de dochter van een Bulgaar en een blanke Braziliaanse in Salvador, het hart van Afro-Brazilië. Konden de overwegend donkere locals geen plekje voor haar regelen in de beroemde lokale drumband Olodum?

Rousseff gaat in sommige tekeningen op haar campagnesite getooid met flitsende afro- en rastakapsels. Intussen wordt oppositiekandidaat Aécio Neves in verkiezingsspotjes weggezet als blanke rijkeluiszoon zonder hart voor het arme donkere noorden.

Voorlopig plukt ’donkere Dilma’ de vruchten van het tweespalt zaaien. Dankzij een grote voorsprong in het noorden ligt ze in de peilingen iets voor op Neves.

zondag, augustus 10, 2014

Met weemoed terugdenken aan Hollandse tijd

Reportage die onlangs verscheen in een Brazilië-special van Elsevier.
-------------------------------------------------------------------------
Nederlanders zijn geliefd in Recife, de voormalige hoofdstad van Nederlands Brazilië (1630-1654). Dat is vooral te danken aan de erfenis van gouverneur-generaal Johan Maurits van Nassau-Siegen (1637-1644), een Duitser nota bene. "Hij heeft in zeven jaar meer voor Brazilië gedaan dan de Portugezen in driehonderd jaar."

Het is rustig vanochtend in Fort Frederik Hendrik (1630), een voormalig Nederlands fort dat tegenwoordig dienstdoet als het Stadsmuseum van de broeierige havenstad van 3,7 miljoen inwoners. Boven kuieren enkele bezoekers rond tussen zeventiende-eeuwse kanonnen en stenen met Nederlandse inscripties ('Niet sonder Got'; 'Anno 1637').

Beneden, in een gekoeld kamertje aan de met palmbomen beplante binnenplaats, buigt een groep Braziliaanse onderzoekers zich over een grote verzameling archeologisch materiaal. Tabakspijpen, kogels, dobbelstenen, scherven, knopen; alles wordt netjes gecatalogiseerd.

De voorwerpen zijn deels afkomstig uit de Nederlandse periode, weet onderzoeksleider Simone Reis (1957). “Het meeste materiaal is opgegraven in de jaren zeventig. Er is nu pas budget om alles in kaart te brengen.”

De tijdrovende klus zal in de loop van 2014 resulteren in een tentoonstelling over O Brasil Holandês, verzekert Reis. "Het is de rijkste stuk uit de geschiedenis van Recife. Het is het eerste waar bezoekers naar vragen. Belangrijk dus dat we er meer informatie over bieden."

Fort Frederik Hendrik (onder Brazilianen beter bekend als het Forte das Cinco Pontas) is een historische plek. In 1654 gaven de Nederlanders zich hier na 24 jaar bezetting over aan de Portugezen. De Pruisische kolonel Sigismund von Schoppe, één van de vele
buitenlandse huurlingen in het leger van de West-Indische Compagnie (WIC), overhandigde symbolisch de sleutel van zijn laatste militaire bolwerk in Recife.

"Eeuwig zonde", treurt Reis' collega Maria de Lourdes Cordeiro (1981) terwijl ze een stokoude kanonskogel onder de loep neemt in de onderzoeksruimte. Het koloniale bewind van de Portugezen, dat stand zou houden tot de Braziliaanse onafhankelijkheid in 1822, bracht het land daarna weinig goeds, verzucht Cordeiro.

Onderzoeker Maria de Lourdes Cordeiro

"Bureaucratie, corruptie, analfabetisme. Wat zou er gebeurd zijn als de Hollanders wel waren gebleven? Dat is de grote vraag die we ons hier altijd zullen stellen."

Museumdirectrice Betânia Corrêa de Araújo, een in Nederlands Brazilië gespecialiseerde architect, plaatst even later een kanttekening bij de nostalgie van haar stadsgenoten. "De Hollanders hadden over het algemeen een 'normaal' koloniaal project. Brazilië werd uitgebuit en er was slavernij."

Eén man maakte echter het verschil, meent Araújo. "Maurits was een visionair bestuurder. Hij bouwde hier de eerste geplande Braziliaanse stad. En door zijn goede gevoel voor marketing liet hij al zijn wapenfeiten vastleggen. Daardoor is zijn periode de best gedocumenteerde uit de koloniale geschiedenis van Brazilië.”

Graaf Maurits, een achterneef van Willem van Oranje, werd in 1604 geboren op slot Dillenburg (huidig Duitsland). In 1636 gaven de Heren Negentien van de WIC hem de opdracht om de suikerproductie te vergroten in Brazilië. Op eigen initiatief nam de humanistische mecenas een groep kunstenaars en wetenschappers mee om onderzoek te doen naar de verre, onbekende kolonie.

Dat leverde onder meer het boek Historia Naturalis Brasiliae op, met de eerste gedetailleerde beschrijvingen van de inheemse bevolking, flora en fauna. De schilders Frans Post en Albert Eckhout zorgden voor de eerste natuurgetrouwe afbeeldingen van Brazilië. Een belangrijk deel van hun werk is in Recife te bewonderen in het Instituto Ricardo Brennand (zie kader 1 onderaan de tekst).

Maurits van Nassau

Ook op militair gebied toonde Maurits zich een ambitieus leider. De jonge dertiger veroverde algauw de Afrikaanse slavenhavens Elmina (huidig Ghana, in 1637) en Luanda (Angola, in 1641) om de suikercyclus geheel onder controle te krijgen. Ook wist de gouverneur-generaal vanuit Mauritsstad (nu Recife) zeven van de vijftien Braziliaanse capitanías (provincies) in te lijven.

De expansiedrift is terug te vinden in de overblijfselen van Nederlandse forten langs duizenden kilometers Braziliaanse kust. De Amsterdamse archeoloog Oscar Hefting, directeur van de New Holland Foundation, doet hier sinds 2002 onderzoek naar. Met behulp van archieven, luchtfoto’s en veldonderzoek tekende hij er al 78 op in zijn digitale 'Atlas of Dutch Brazil', van het Amazonegebied tot iets ten noorden van Rio de Janeiro.

"Deze Amazone-forten komen niet uit de tijd van Maurits”, vertelt Hefting terwijl we in een taxi door het helse verkeer van Recife ploeteren. “Ze waren van de Zeeuwen die al rond 1585 naar Brazilië voeren voor tabak en Brazielhout."

Als Nederland vanaf 1630 vaste voet krijgt in Brazilië – mede dankzij het kapen van de Spaanse zilvervloot in 1628 kan de WIC zich het koloniale avontuur permitteren - neemt het aantal forten snel toe.

Een sinecure is het niet om de resten op te sporen, aldus fortenjager Hefting. “Anders dan de Portugezen bouwden Nederlandse ingenieurs forten van opgeworpen aarde, net als in Nederland. Daar was immers geen natuursteen voorhanden. Bovendien vestigden Nederlanders zich voornamelijk op zeeniveau, op strategische plekken bij riviermondingen. Veel sporen zijn daardoor weggespoeld."

Het tweede goed bewaarde fort van Recife is Fort de Bruyn (Forte do Brum, 1631). Het werd - net als Fort Frederik Hendrik - na de Nederlandse aftocht in steen herbouwd door de Portugezen.

Archeoloog Oscar Hefting voor Fort de Bruyn

Tegenwoordig fungeert het gave, hagelwitte fort in de vervallen stadshaven als kazerne en museum van het Braziliaanse leger. Bij de ingang worden we verwelkomd door de jonge soldaat Mendonça.

Binnen toont de geüniformeerde gids een bescheiden verzameling voorwerpen uit de Nederlandse tijd. Een paar zalen verderop blijkt dat er in Fort de Bruyn minder romantisch wordt gedacht over deze periode.

Er hangen schilderijen van de Batalhas dos Guararapes, de veldslagen in 1648 en 1649 waarin ‘de Hollandse indringers’ een pijnlijke nederlaag leden tegen een lokaal guerrillaleger. "Voor het eerst vochten de drie Braziliaanse rassen samen (blanken, zwarten en indianen, KK). Het was de geboorte van het Braziliaanse vaderland", ronkt een tekst bij een schilderij.

Schilderij van de Batalhas dos Guararapes

Maar Mendonça maakt desgevraagd een kanttekening. "Enerzijds vind ik het goed dat de Hollanders zijn verdreven. Ik ben een Braziliaanse soldaat. Anderzijds waren ze hier wel echt iets aan het opbouwen. Ze hadden nog meer voor Brazilië kunnen betekenen."

Een kleine kilometer verderop ligt de meest 'Nederlandse' straat in het oude centrum van Recife, de Rua do Bom Jesus (Straat van de Goede Jezus). Dit was van 1636 tot 1654 de Jodenstraat.

Archeologische opgravingen in 1999 bewezen dat hier onder Maurits de eerste synagoge van de Nieuwe Wereld was gehuisvest, de Kahal Zur Israel (Rots van Israël). Op de ruïnes van het gebouw staat nu een joods cultureel centrum met een museum.

We worden binnen opgewacht door directrice Tânia Kauffman (1939), een Braziliaanse met Europese, joodse ouders die in de jaren dertig hun toevlucht in Recife zochtten. Trots toont ze de resten van de oorspronkelijke muren van de synagoge (gemaakt van Hollandse bakstenen) en de mikwe, een put voor joodse reinigingsrituelen.

"De Nederlandse periode was een bloeitijd voor joden”, weet Kauffman. “Zeker onder Maurits, die een relatieve godsdienstvrijheid invoerde. Hij had de joden namelijk nodig voor de opbouw van zijn kolonie.”

Al vóór 1630 kende Pernambuco, de provincie waarvan Recife de hoofdstad is, een omvangrijke joodse gemeenschap. Deze bestond voornamelijk uit Portugese joden die door de inquisitie van het Iberisch Schiereiland waren verjaagd. Als verplicht bekeerde ‘nieuwe christenen’ werd hun aanwezigheid in de Portugese kolonie Brazilië wel gedoogd.

Naambordje in de vroegere Jodenstraat

De joden controleerden de Pernambucaanse suiker- en slavenhandel, aldus Kauffman. "Ze waren belangrijk voor Maurits. Hij stond hen toe hun christelijke masker te laten vallen. Er waren in Nederlands Brazilië nog wel pesterijen tegen joden, maar de synagoge werd gerespecteerd. Dit tot woede van veel Portugese katholieken en Nederlandse protestanten."

In Nederlands Brazilië konden joden beroepen vrij uitoefenen, anders dan in Nederland en de rest van Europa. Ter illustratie van de religieuze tolerantie wordt in het museum verteld over de Jodenwacht. Leden van deze joodse militie in het WIC-leger konden tegen betaling van veertien stuivers vrijaf nemen tijdens de sabbat.

De Portugese joden in Brazilië gaven het goede nieuws door aan land- en geloofsgenoten in Amsterdam. Daarop reisden velen Maurits achterna. Joden vormden 15% tot 25% van de bevolking van Recife (zes- tot achtduizend inwoners). "Joden waren de brains van de kolonie", stelt Kauffman. "Ze werkten als bankier, dokter, ingenieur en tolk" (dankzij hun Nederlands Portugese tweetaligheid).

Toen Maurits vertrok in 1644 brokkelde de godsdienstvrijheid langzaam af. Na de Portugese machtovername in 1654 was het helemaal gedaan met de vrijheid van joden. Ze kregen drie maanden om hun bezittingen te verkopen en Brazilië te verlaten (zie kader).

Even verderop in de sfeervolle Rua do Bom Jesus herinneren ook de smalle, hoge, vrolijk gekleurde herenhuizen aan de Nederlandse tijd. "De funderingen stammen nog uit die periode”, vertelt Daniel Breda (1983), een Braziliaanse historicus die de 'Nederlandse' plekjes in Recife op zijn duimpje kent. “Maar alles wat je boven de grond ziet, is later herbouwd door Portugezen en Brazilianen."

Herenhuizen in de Rua do Bom Jesus

We lopen langs de zogeheten Ambassade van de Reuzenpoppen – een eerbetoon aan het carnaval van Recife, één van de grootste van Brazilië – door naar een oranje pand op nummer 143. "Dit is de uitzondering op wat ik net zei. Kijk, je kunt nog Hollandse bakstenen zien." Even verderop bezoeken we een kunstgalerij. Binnen is onder een glazen plaat een oorspronkelijke Nederlandse dijk te zien.

“Pas op, nu naderen we een ramp," lacht Breda terwijl we doorlopen naar Marco Zero (Nulpunt), het modern ogende oudste plein van Recife. "Alle koloniale architectuur is hier eind 19e eeuw vernietigd. Er heerste een antikoloniaal klimaat; de jonge Braziliaanse republiek wilde afrekenen met het verleden.”

Recife wordt door de vele bruggen en kanalen ook wel het 'Venetië van Brazilië' genoemd. Ook dat is een Nederlandse erfenis. We steken de Mauritsbrug over, die het oude centrum verbindt met het vroegere Mauritsstad (nu ook Recife) op het Antônio Vaz-eiland. De houten brug uit 1640, de eerste van Brazilië, is tegenwoordig van beton.

Mauritsstad is volgens Breda "het meest Hollandse stuk van de stad. Toen de Nederlanders aankwamen in 1630, telde het oude centrum al twee, drie straten. Maar dit stadsdeel is vanaf nul opgebouwd door Maurits", verzekert de historicus terwijl we een blauw huis zien waar de graaf even woonde na aankomst. De woning fungeerde tevens als 'eerste sterrenwacht van de Amerika's' en weerstation, aldus een begeleidend bordje op de muur.

Een paar honderd meter verderop belanden we op het Plein van de Republiek. Hier liet de gouverneur-generaal zijn regeringspaleis Vrijburg bouwen, op de oever van de Beberibe-rivier. Er is niets van overgebleven. Evenmin van zijn botanische tuin en dierentuin met jaguars, neusberen en miereneters. De enige herinnering op het plein is een standbeeldje van Maurits. “Een geschenk van de Duitse regering”, staat er op het plakkaat.

Daniel Breda voor het beeld van Maurits van Nassau

Breda zucht. "We geven in Recife hoog op over de Hollandse tijd. Maar er wordt weinig geïnvesteerd in historisch onderzoek. Terwijl er nog veel archeologische schatten in de bodem moeten liggen.”

Het ophemelen van een ver verleden is volgens de nuchtere Braziliaans een vorm van gemakzucht. "Brazilië heeft zijn hedendaagse kwalen toch echt aan zichzelf te wijten. Maar het is makkelijker om de Portugezen overal de schuld van te geven.”

Hoog boven Recife steekt de zusterstad Olinda uit. Hier heerst beduidend minder enthousiasme over de Nederlandse nalatenschap. De over zeven heuvelen gedrapeerde kerkenstad is ouder dan Recife, maar werd in 1631 in brand gestoken door de Nederlanders.

Olinda (De Schone) is met zijn bochtige, steile straatjes vormgegeven als een Portugese stad. De bezetters uit de Lage Landen voelden zich er niet thuis na de verovering in 1630. Ze besloten daarom Recife (Rif) uit te bouwen, een toen nog piepkleine nederzetting op zeeniveau die makkelijker verdedigbaar was door een groot rif pal voor de kust.

Tegenwoordig is Olinda hersteld in zijn oude barokluister. De stad geldt als Unesco-werelderfgoed. Maar de locals zijn de “schandelijke Hollandse aanval op vaderland en religie” niet vergeten, getuige een woedende tekst op een kerk op het centrale plein Alto da Sé.

Tirade in Olinda tegen de 'criminele Hollandse indringers'

"Wat jullie in Olinda deden, kon echt niet", zo stoot de Braziliaanse ambtenaar Edson Lima de Nederlandse verslaggever aan. "Al die prachtige kerken afbranden, een calvinistische wraakactie. Maurits had dat nooit goedgekeurd. Jammer dat hij pas in 1637 in Brazilië arriveerde."

Veertig kilometer ten noorden van Olinda drukten de Nederlanders ook een flinke stempel op de geschiedenis van het Ilha de Itamaracá. Het eiland was door zijn natuurlijke haven, suikerplantages en vruchtenteelt van groot strategisch belang voor de continu met voedseltekorten en ziekten als scheurbuik kampende Nederlanders.

Het WIC-leger deed er tot 1634 over om het te veroveren. De Portugezen verdedigden zich zoals gewoonlijk vanuit een hooggelegen nederzetting, Vila Velha, het latere Schoppestad (naar de genoemde Pruisische kolonel).

In het landerige dorp is weinig terug te vinden van de Nederlandse aanwezigheid. Locals vinden sporadisch nog een Hollandse kleipijp in het zand rond een 16e-eeuws kerkje. Een dorpeling houdt er thuis een archeologisch museumpje op na, maar is helaas niet aanwezig vandaag.

Kunstwerk in het vroegere Schoppestad

Schoppestad werd het trieste lot van Olinda bespaard, maar de Nederlanders bouwden wel weer een eigen steunpunt op zeeniveau, genaamd Fort Oranje. We lopen over het zogeheten Pad van de Hollanders (Trilha dos Holandeses) onder de zinderende tropenzon door naar het fort aan de monding van het Santa Cruz-kanaal.

De ligging van Fort Oranje is schitterend. De toeristische trekpleister ligt ingeklemd tussen een hagelwit palmstrand, een opvangcentrum voor bedreigde zeekoeien en het luxueuze Oranjehotel waar oud-koningin Beatrix in 2003 verbleef tijdens een staatsbezoek.

Binnen lezen in zwembroek gehulde Braziliaanse bezoekers dat Fort Oranje feitelijk bestaat uit twee forten. Archeoloog Hefting ontdekte hier in 2002 dat de Portugezen hun latere stenen fort tegen een kleiner, Nederlands zandfort hadden aangebouwd (zie kader). Het dubbelfort is nu een boeiend museum met een schat aan informatie over Nederlands Brazilië.

Enige smet is de vieze, krakkemikkige buitenmuur, die restauratie behoeft. Lokale autoriteiten steggelen echter al vele jaren over de financiering. “Het duurt veel te lang”, klaagt Bento Minervino de Araújo (1946) in zijn tegenover het fort gelegen Bar Aconchegante (Gezellige Bar). “Braziliaanse politici investeren liever in hun eigen broekzak. Hadden we onze Maurício hier nog maar”, mijmert de Braziliaan.

Toeristen in Fort Oranje

Terug in Recife raadpleegt Elsevier tot slot één van de grootste Maurits-kenners, José Luiz Mota Menezes (1936). De Braziliaanse architect was in 2004 voorzitter van een feestcomité ter ere van het vierhonderdjarige jubileum van de geboortedag van Maurits. Eerder voorspelde Menezes via analyse van oude kaarten de exacte locatie van de genoemde synagoge. Zijn indrukwekkende thuisbibliotheek (10.900 boeken!) bevat veel atlassen en kunstwerken van Nederlands Brazilië.

“Het bijzondere van die periode was dat de WIC een man van het kaliber van Maurits naar Brazilië stuurde. Men was hier gewend aan dikwijls analfabete Portugese bestuurders. Maurits was een geletterde man, een veelzijdig leider. En hij was zelf ook dol op Brazilië.”

Het klikte tussen 'de Braziliaan' (Maurits’ bijnaam) en de lokale bevolking. "Hij benaderde hen niet als vijand maar als burgers. Hij bevorderde vrijhandel en er ontstond voor het eerst een middenklasse. Maurits was een natiebouwer, een staatsman.”

Onder zijn leiding bloeide de lokale suikerindustrie op. Na jaren van oorlog heerste er vrede in Nederlands Brazilië tussen 1637 en 1644. Het terugroepen van de gouverneur-generaal, die in de ogen van de Heren Negentien te hoge kosten maakte in de kolonie, was een typisch geval van “goedkoop is duurkoop”, meent Menezes.

“De joodse gemeenschap bood de WIC 12.000 gulden om hem te laten blijven. Hadden ze beter kunnen accepteren. Door het vertrek van Maurits ontstonden veel conflicten en dat was slecht voor de suikeropbrengsten.”

José Menezes (achter hem de ouders van zijn held Maurits van Nassau)

Als de WIC hem in 1647 vraagt terug te keren naar Brazilië, wordt dat geweigerd door de gekrenkte graaf. Na de rampzalige veldslagen in de Guararapes is het begin van de Nederlands-Engelse oorlog (1652-1654) uiteindelijk de doodsteek voor de kolonie.

Ter compensatie van het verlies dwingt Nederland bij de Vrede van Den Haag (1661) wel nog 63 ton goud en handelsvoordelen af bij de Portugezen. Maurits was ondertussen naar Duitsland vertrokken om stadhouder te worden van Kleef, vlak over de grens bij Nijmegen.

Menezes lijkt er nog steeds kapot van. “We zullen hem nooit vergeten. Hij is de beste burgemeester die Recife ooit heeft gehad."
-----------------------------------------------------------------------
Kader 1 - Sprookjesachtig kasteel

Aan de rand van Recife gaat het chaotische stadslandschap abrupt over in een kaarsrechte weg onder een haag van keizerspalmen. Aan het einde ligt het Instituto Ricardo Brennand, een sierlijk park vol fonteinen, beelden en een museum dat is ontworpen als een sprookjesachtig kasteel.

De excentrieke Braziliaanse industrieel Ricardo Brennand toont hier de grootste particuliere verzameling van kunst uit Nederlands Brazilië. Naast schilderijen van Frans Post en wandtapijten van werken van Albert Eckhout zijn er boeken, kaarten en munten uit de Nederlandse tijd te zien. Oud-koningin Beatrix en het huidige koningspaar Willem-Alexander en Máxima verrichtten in 2003 de officiële opening van de Frans Post-vleugel.
-----------------------------------------------------------------------
Kader 2 - De 23 joden

Een groep van 23 joden begint aan een dramatische tocht na het gedwongen vertrek uit Brazilië in 1654. Hun schip zet koers naar Amsterdam, maar drijft door een sterke oceaanstroom af naar de Cariben. Daar wordt het geënterd door Spanjaarden die dreigen met uitlevering aan de inquisitie. Maar de Spanjaarden worden op hun beurt overmeesterd door een Frans schip. De Fransen brengen de joden naar Nieuw Amsterdam, het latere New York. Daar kopen de 23 zich vrij en zetten ze de eerste synagoge van Noord-Amerika op.

-----------------------------------------------------------------------
Kader 3 - Dubbel fort

"Rond kerst 2002 begon ik het Spaans benauwd te krijgen", vertelt archeoloog Oscar Hefting over het onderzoek dat hij toen deed in Fort Oranje op Ilha de Itamaracá.

"Koningin Beatrix zou op 23 maart 2003 op bezoek komen. En ik had nog geen bewijs gevonden voor mijn stelling dat er een Nederlands fort lag verborgen onder het stenen fort van de Portugezen."

Terwijl Braziliaanse archeologen geloofden dat het Nederlandse fort was vernietigd, kon Hefting door een archeologische doorbraak bewijzen dat de oude structuur inderdaad nog deels intact was. "Eerst zochten we in de randen van het Portugese fort naar resten van de Nederlandse wallen. Maar op een dag ontdekten we de resten van de Hollandse waterput uit het midden van het Portugese fort. Toen pas besefte ik dat het Nederlandse fort kleiner was geweest. Daarna vielen alle puzzelstukjes op hun plek. We vonden de Nederlandse poort, de kruitkamer en de wallen."

Oscar Hefting in Fort Oranje

Het is belangrijk om de forten te lokaliseren, vindt het lid van de Commissie Overzeese Vestingwerken van de Stichting Menno van Coehoorn. "Bekend is dat Nederlanders van de zestiende tot de negentiende eeuw minimaal vijfhonderd forten hebben gebouwd in het buitenland. Ze zijn een typisch exportproduct dat de Nederlanders over de hele wereld hebben neergezet om hun handelspositie te verstevigen.

Door de forten in kaart te brengen, creëren we kennis over het gedeelde verleden met andere landen. Zo kunnen vroegere militaire objecten bijdragen aan vriendschappelijke banden voor de toekomst."

donderdag, augustus 07, 2014

Column Megatempel

Uit De Telegraaf.
---------------------------------------------------------------------------
Is Brazilië in 2050 nog het land van caipirinha, strakke bikini's en een losse seksuele moraal? Niet als het aan de ultraconservatieve pinksterkerken ligt die steeds meer zieltjes winnen in het grootste katholieke land ter wereld.

Al bijna een kwart van de Brazilianen is evangelisch (tegen 6% in 1980). De stille revolutie werd afgelopen week geïllustreerd met de opening van de zogeheten Tempel van Salomo in São Paulo. De replica van de mythische tempel in Jeruzalem is de nieuwe hoofdzetel van de ook in Nederland actieve Universele Kerk van Gods Rijk (UKGR).

"Twee keer zo hoog als het Christusbeeld", zo ronkt de pinksterkerk over de pompeuze kolos midden in de arme volkswijk Brás. De steenrijke UKGR-leider Edir Macedo liet er speciaal Italiaans marmer en 'heilige' stenen uit Israël voor invliegen.

Templo de Salomão (credit: IURD)

De gepeperde rekening (220 miljoen euro) werd deels opgehoest door zijn arme aanhang. Giften aan zijn kerk worden volgens de 'welvaartstheologie' van Macedo met rente terugbetaald door Onze-Lieve-Heer, niet in de hemel maar in het hier en nu.

"Dit unieke gebouw is het waard. Ik ben zo blij dat ik dit mee mag maken," zwijmelt de Braziliaanse huisvrouw Zelinda Pacheco (69), een van de vele nieuwsgierigen die voor een gebed of selfie naar de tempel is afgereisd. Souvenirwinkels doen goede zaken rond de nieuwe ansichtkaart van de stad.

Bars en restaurants doen alcohol en sigaretten in de ban om vrome pelgrims te lokken. Ook uitdagende kleding is taboe bij de tempel. "Ik kan niet eens een glaasje cachaça krijgen. Het lijkt wel of de Taliban de wijk heeft overgenomen", moppert een jonge katholieke loodgieter in een naastgelegen kroeg.

Evangelische politici hijsen bij de presidentsverkiezingen van oktober voor het eerst een eigen kandidaat op het schild, genaamd dominee Everaldo. De herkiesbare president Dilma Rousseff - niet gelovig maar wel aanwezig bij de opening van de megatempel - kiest eieren voor haar geld en paait evangelische kiezers met de belofte om homo- en abortuswetten niet te versoepelen.

In het libertijnse Rio gaan verrassend twee evangelische kandidaten aan kop in de strijd om het gouverneurschap, onder wie de neef van Macedo. Deze oud-gospelzanger Marcelo Crivella wil een lokale wet tegen homodiscriminatie torpederen en de verkoop van drank aan banden leggen.

vrijdag, juli 25, 2014

Column Onderwijsramp

Uit De Telegraaf.
-------------------------------------------------------------------------------
De Franse voetballer Thierry Henry zorgde jaren geleden voor ophef in Brazilië met zijn verklaring voor het welig tieren van lokaal voetbaltalent. "Ik moest als kind elke dag van 7h tot 17h studeren. Braziliaanse kinderen kunnen daarentegen de hele dag voetballen", zo overdreef de spits.

Toch klopt het dat Braziliaanse scholen kampen met schrikbarend hoge uitval. Bovendien zitten negen van de tien kinderen die wel gewoon naar de basisschool gaan, slechts vier uur per dag in de schoolbankjes.

"En ze leren echt niks in dat ene dagdeel", vertelt directeur Edwin Roodenburg van een school (Estrela da Favela) op een steenworp van het Maracanãstadion in Rio de Janeiro. Kinderen uit sloppenwijken krijgen hier kans om hun magere schooldag te verdubbelen.

"We krijgen kinderen van twaalf binnen die niet eens weten hoe veel 3x3 is", vervolgt de Nederlandse vrijwilliger. "Ze begrijpen vaak niet eens in welke stad ze wonen. Dan kruisen ze 'Buenos Aires' aan terwijl ze nog nooit buiten Rio zijn geweest, heel droevig."

Ook hier in het iets beter opgeleide São Paulo word je regelmatig geconfronteerd met de trieste gevolgen van het rampzalige Braziliaanse basisonderwijs. Zo pakken caissières in supermarkten voor de simpelste sommetjes hun rekenmachine erbij.

Helemaal pijnlijk was de verbazing op het gezicht van mijn schoonmaakster toen ik haar uitlegde waarom haar woonwijk niet is aangegeven op de kaart van Zuid-Amerika die boven mijn bed hangt. De semigeletterde dertiger bleek onbekend met het begrip 'schaal'.

Onderwijs staat met recht hoog op de agenda van de kandidaten voor de Braziliaanse presidentsverkiezingen in oktober. Nu het WK erop zit, kan de campagne eindelijk losbarsten.

Dankzij een recente wet die 50% van de inkomsten uit enorme nieuwe olievelden opzij zet voor onderwijs, is er financiële ruimte voor ingrijpende plannen. Een daarvan is binnen tien jaar een 7-urige schooldag invoeren voor minstens de helft van de basisscholieren. Intussen moet ook de kwaliteit omhoog via fors hogere lonen voor leraren - nu nog het afvoerputje van de Braziliaanse arbeidsmarkt - en andere maatregelen.

Wie weet gaat vijfvoudig wereldkampioen voetbal Brazilië zo op termijn ook eens zijn eerste Nobelprijs winnen.

maandag, juli 14, 2014

Het fruit hangt niet laag in Brazilië

Uit de onlangs uitgekomen Brazilië-special van Elsevier.
-----------------------------------------------------------------------------------
Brazilië biedt grote kansen voor ondernemers, maar het kost veel tijd, energie en geld om die te verzilveren. Dat is de ervaring van vier Nederlandse ondernemers in de Braziliaanse zakenhoofdstad São Paulo. "Er is geen laaghangend fruit in Brazilië."

De Limburgse Braziliaan Jan Wiegerinck (1927) is de nestor van het bedrijfsleven van São Paulo, de economische hoofdstad van Brazilië waar bijna 20% van het bruto nationaal product wordt verdiend.

In 1955 vertrok de president-directeur van uitzendbureau Gelre definitief naar Brazilië, waar hij na zijn rechtenstudie in Nijmegen aan de slag kon voor de Hollandsche Bank-Unie. "Maar ondernemen trok uiteindelijk toch meer", vertelt de kwieke tachtiger op zijn sobere kantoor naast het gemeentelijke theater in het oude centrum van São Paulo.

In 1963 greep de man uit Heerlen zijn kans toen Manpower iemand zocht om een franchise op te zetten, het eerste uitzendbureau van Brazilië. Na een paar jaar kocht hij de Amerikanen uit. De nieuwe naam van zijn bedrijf was een eerbetoon aan de Gelderse wortels van zijn familie.

Jan Wiegerinck voor het theater van São Paulo

Wiegerinck groeide daarna uit tot één van de grootste werkgevers van het Zuid-Amerikaanse land. Hij hielp reeds vier miljoen Brazilianen aan een tijdelijke baan. Bij de ingang van Gelre hangt een waslijst aan onderscheidingen voor de genaturaliseerde Braziliaan.

Ondernemen in de jojoënde Braziliaanse economie was lang een kwestie van overleven, aldus Wiegerinck. Zo ging het land tussen 1990 en 1994 gebukt onder hyperinflatie van gemiddeld 764% per jaar. "Heel lastig was dat. We gingen iedere vrijdagmiddag naar de bank en betaalden dan meteen het weekloon uit, contant. Er stonden dozen vol cash op kantoor. De waarde verdampte met het uur."

Dit veranderde in 1994 met de introductie van een sterkere nieuwe munt. Deze real luidde na de sambacrisis van 1999 een periode van ongekende stabiliteit en welvaart in. "Zeker, onze economie is geweldig verbeterd. Vooral dankzij gunstige externe factoren, zoals de Chinese honger naar Braziliaanse grondstoffen."

De oud-voorzitter van de Zuid-Amerikaanse werkgeversbond is kritisch over zijn tweede vaderland. Het blijft behelpen met het Braziliaanse ondernemersklimaat. In de Doing Business-lijst van de Wereldbank staat het land stijf in de lage middenmoot (116e van 189 landen in 2014).

"De bureaucratie is - ondanks de digitalisering - afgelopen vijftien jaar nóg ingewikkelder geworden. Het belastingstelsel, de arbeidswetgeving. Met een beetje gezond verstand was Brazilië al zo veel verder geweest", verzucht Wiegerinck.

Dat succes voor ondernemers in Brazilië niet voor het oprapen ligt, wordt bevestigd door een onderzoek naar tweehonderd lokaal opererende Nederlandse bedrijven. De Nederlands-Braziliaanse Kamer van Koophandel in São Paulo concludeerde dat na tien jaar (1995-2005) maar een kwart zwarte cijfers schreef. De overige ondernemingen leden verlies of bestonden niet meer.

Het onderzoek weerhield Pieter Lekkerkerk (1975) in 2009 niet van het opzetten van een Braziliaanse start-up. De Schiedamse ondernemer en zijn Nederlandse zakenpartner hadden pas na een jaar de vergunningen op orde voor hun digitale verzekeringswinkel EscolherSeguro. "Gelukkig hadden we een stevig startkapitaal," vertelt hij op het balkon van zijn penthouse met een indrukwekkend uitzicht over de skyline van São Paulo.

Pieter Lekkerkerk op het balkon van zijn penthouse in São Paulo

Lekkerkerk zag kansen toen hij als financieel strateeg bij consultancybureau McKinsey de Braziliaanse verzekeringsmarkt leerde kennen. Vrijwel alle verzekeringen (99%) worden in Brazilië afgesloten via kleine tussenpersonen. "Een duur en stroperig proces. Onze site vervangt deze tussenlaag. Dat bevordert concurrentie, transparantie en lagere prijzen."

Brazilianen sluiten steeds meer verzekeringen af. Zo groeit het aantal autoverzekeringen 15% per jaar, mede doordat nog maar 30% van de auto's verzekerd rondrijdt. "Brazilianen verleggen hun planningshorizon. Hun munt is geen monopoliegeld meer en de koopkracht neemt toe. Daardoor hoeven ze minder van dag tot dag tot leven."

Van rijke Brazilianen moet EscolherSeguro het niet hebben, weet Lekkerkerk. "Die zeggen hun verzekering niet op voor een paar tientjes besparing per jaar. Driekwart van onze klanten komt uit de nieuwe Braziliaanse middenklasse."

Officieel klommen sinds 2003 veertig miljoen Brazilianen op uit de armoede. Maar met een gezinsinkomen van 400 tot 1800 euro blijft deze zogeheten 'C-klasse' - waartoe voor het eerst meer dan de helft van de Braziliaanse bevolking (200 miljoen) behoort - krap bij kas zitten in het prijzige land, merkt Lekkerkerk. "Het zijn families die elk dubbeltje moeten omdraaien. Het zijn klanten aan wie je de voorwaarden van je product heel goed moet uitleggen."

Na een stroeve start verdubbelde de omzet van EscolherSeguro in 2013 tot vier miljoen euro. Na lovende kritieken in lokale media kregen de Nederlanders onlangs een geldinjectie van een groep institutionele Braziliaanse investeerders.

Toch wordt er nog geen winst gemaakt na vijf jaar zwoegen. Lekkerkerk: "Brazilië is geen land voor 'quick bucks'. Het fruit hangt hoog en het wijkt soms. Maar het blijft wel hangen, we gaan de goede kant op."

Doordat Brazilië het ondernemers zo moeilijk maakt - bedrijven zijn gemiddeld 2600 uur per jaar kwijt aan belastingverplichtingen - zijn deze meer gericht op hoge marges dan op groei, aldus Lekkerkerk.

Zelf zet hij voorlopig in op snelle volumegroei met kleine marges. "Brazilië verandert voorzichtig van een producenten- in een consumentenland. Vooral dankzij die kritische nieuwe middenklasse. Dat biedt kansen voor Nederlandse ondernemers, die qua klantvriendelijkheid beter scoren dan Brazilianen."

Volgens de Schiedammer kan een buitenlandse ondernemer een echte insider worden in Brazilië. "Er is geen sprake van institutioneel buitenlandertje pesten. Uiteindelijk is het voor alle ondernemers even lastig. En Brazilië staat cultureel veel dichter bij ons dan de andere BRIC-landen."

Hij vindt de levenskwaliteit in Brazilië beduidend hoger dan in China, India en Rusland. "Lekker weer en eten, aardige mensen, goede muziek. Ok, São Paulo is een betonnen Amazonewoud, maar daar ben je binnen een uurtje uit. "

Ook Ralph Winkelmolen (1976) beleefde in 2010 zijn Braziliaanse vuurdoop als ondernemer. Eerst nog onder de vleugels van een moedermaatschappij, maar in 2012 kocht hij het landbouwmachinebedrijf Herder do Brasil van de Nederlandse investeringsmaatschappij Dutch Power Company (DPC), zijn toenmalige werkgever.

"Brazilië is de boerderij van de wereld, een kansrijke markt dus", vertelt de Maastrichtenaar in een park in de chique, joodse wijk van São Paulo (Higienópolis). "Toch draaide Herder verlies. Het punt was dat DPC niemand in Brazilië had zitten, terwijl dat een must is om hier te verkopen. Persoonlijke relaties zijn heel belangrijk in het Braziliaanse zakenleven."

Ralph Winkelmolen in Higienópolis

Belangrijk is ook het vinden van een betrouwbare Braziliaanse zakenpartner, meent Winkelmolen. "Zonder mijn compagnon Hudson zou het heel lastig worden. Hij opent politieke deuren die voor mij als gringo gesloten blijven en loopt alle barbecues af om onze contacten warm te houden."

Herder zetelt in Matão, een bloedheet boerenstadje in São Paulo's rijke achterland. Het verkoopt vooral klepelmaaiers, een nichemarkt in de competitieve landbouwsector. "In Brazilië is een stevige mechanisatieslag gaande om de productie per vierkante meter op te krikken. Dat speelt ons in de kaart. Ons product is beter en duurder dan dat van lokale concurrenten."

Na zes jaar schreef Herder in 2013 voor het eerst zwarte cijfers in Brazilië (omzet: drie miljoen euro). "Het is mijn taak om heel strak op de kosten zitten, die anders algauw oncontroleerbaar oplopen. Ik bel zo nodig elke bon na die medewerkers declareren."

Verder is een streng debiteurenbeheer een absolute must in Brazilië, aldus de voormalige advocaat. "Een klant die één dag te laat is, krijgt een telefoontje. Na drie dagen sturen we een brief en na vijf dagen schakelen we een advocaat in als er nog niet is betaald. Brazilianen vinden me dan wellicht een irritante Nederlander, maar het helpt wel. Onze dubieuze debiteurenstand is lager dan 1% van de omzet."

Wennen is het verder aan de weinig planmatige instelling en de omslachtige communicatie van Brazilianen. "Morgen betekent iedere dag na vandaag. En onze Nederlandse directheid wordt niet altijd gewaardeerd. Toen ik een medewerker laatst vertelde dat ik op één verbeterpuntje na tevreden over haar was, wilde ze boos ontslag nemen. Je moet kritiek heel voorzichtig brengen."

Boudewijn Rooseboom(1976) ontdekte Brazilië tijdens een motorreis van Vuurland naar Alaska in 2003. Vervolgens deed hij twee jaar later precies wat de andere drie ondernemers afraden vanwege de torenhoge Braziliaanse rente. Hij vertrok zonder spaargeld naar Rio met de ambitie om een bedrijf te starten.

"Ik wilde weg, Nederland was me te uitgekauwd. En ondernemen trok me meer dan een expattraject," vertelt de boomlange econoom uit Enschede op een terras op een steenworp van de Avenida Paulista, het zakenhart van São Paulo.

Via een bevriende Nederlandse zakenman kreeg hij kans om een restaurant bij Rio op te bouwen. "Dat was een harde ontgroening als entrepreneur. Rio bleek bij uitstek een moeilijke plek om zaken geregeld te krijgen. Personeel dat niet kwam opdagen, gedoe met leveranciers. Ik kreeg van alle kanten tegenwind, elk stapje kostte tien keer zoveel energie."

Net toen het restaurant winstgevend was na anderhalf jaar, werd er een brute overval gepleegd op een late zondagavond. "De daders liepen rechtstreeks naar de tafel van een politieagent die nog zat te dineren. Hij werd ontvoerd en een paar uur later dood teruggevonden in een uitgebrande kofferbak. Later hoorde ik dat het een afrekening was tussen militaire en civiele agenten."

Ook Rooseboom werd ontvoerd. "Ik werd de hele nacht thuis vastgehouden, beroofd en bedreigd. Dat was de druppel. Ik was klaar met Rio."

Hij trok door naar São Paulo. Hij probeerde meerdere zaken uit (stroopwafels, patat, een datingsite, consultancy) en verkocht een tijdje hijskranen namens een Russisch bedrijf. "De crisis van 2008 gooide roet in het eten. De dollar schoot als een raket omhoog, waardoor de kranen onbetaalbaar werden voor Braziliaanse klanten."

Meer geluk heeft hij sinds 2009 als projectontwikkelaar. Toen Nederlandse investeerders bij hem informeerden naar kansen in de Braziliaanse vastgoedmarkt, besloot hij zelf huizen te gaan bouwen.

Zijn bedrijf StoneRose Property, een joint venture met een Braziliaanse aannemerij, ontwikkelt sociale woningbouw in de noordoostelijke stad Natal. De huizen worden verkocht via Minha Casa Minha Vida (Mijn Huis Mijn Leven), een programma van de federale regering die drie miljoen gesubsidieerde koopwoningen laat bouwen voor armere Brazilianen.

Boudewijn Rooseboom in Natal


Rooseboom: "Het voordeel van het programma is dat je de huizen sowieso verkoopt door de subsidies. Het nadeel is dat je alles moet regelen via een bureaucratische staatsbank, de Caixa."

Daarbij merkte hij hoe onvoorspelbaar Braziliaanse instellingen kunnen zijn. "Eisen werden voortdurend gewijzigd. Dan moest er ineens een put worden geslagen, dan een nieuwe elektriciteitsleiding aangelegd. Informatie is waterig en veranderlijk in Brazilië."

Bij zulke tegenslagen is het zaak om vriendelijk te blijven lachen. "Ik werd Facebook-vrienden met de bankmanagers en gebruikte mijn charmes bij de dames op het lokale notariskantoor. Ik was daar kind aan huis en betaalde me helemaal blauw aan stempels."

Het project liep een jaar vertraging op, maar de huizen staan er. "De investeerders scoren een mooi rendement, maar zelf heb ik nog geen klapper gemaakt. Ik beschik nu wel over de instrumenten om de volgende bouwronde sneller te doorlopen. Na negen jaar ploeteren in Brazilië heb ik voor het eerst het idee dat ik mijn zaken onder controle heb."

Uitgerekend de door de wol geverfde Jan Wiegerinck raakte die controle kwijt in 2008. Net toen hij de leiding over zijn bedrijf wat wilde delegeren, werd Gelre zwaar getroffen door de kredietcrisis. "We verloren cliënten doordat banken geen krediet meer gaven. Het management maakte fouten. Ik sta dus weer aan het roer, we zijn aan het opkrabbelen."

De bevlogen ondernemer roert zich intussen in het publieke debat. In opinieartikelen voor Braziliaanse kranten roept de Limburger op tot broodnodige hervormingen. "Brazilië zit in een impasse. Neem de stugge arbeidsmarkt. Er wordt al jaren gepraat over het wettelijk regelen van outsourcing, maar werknemers en werkgevers geven elkaar geen centimeter toe. Ik zie dat overal in Brazilië. Iedereen beschermt alleen zijn eigen turfje. Er is een gebrek aan vertrouwen. Dat verklaart ook die enorme bureaucratie."

Verzekeringsspecialist Pieter Lekkerkerk werkte eerder in Peru. In het Zuid-Amerikaanse buurland verbetert het ondernemersklimaat wel in rap tempo (42e op de Doing Business-lijst van 2014) en groeide de economie gemiddeld 6% per jaar sinds 2011 (2% in Brazilië).

"Je ziet dat alles veel makkelijker gaat in de Pacific-landen van het continent. Containers importeren, huizen verkopen, een bedrijf openen. Het zijn simpele ingrepen die Brazilië voor zich uit blijft schuiven. Ik ben verbijsterd over de besluiteloosheid van de Braziliaanse regering."

De tijd begint te dringen, aldus Ralph Winkelmolen. "Brazilië kan al jaren bogen op de groei van de interne markt, maar er komt een moment dat de rek daar uit is. Dan moet het land echt meer concurrerend worden, wat een hele uitdaging wordt. Dat tipping point komt mogelijk na de Olympische Spelen van 2016. Dan zullen we weten of Brazilië echt een nieuwe trekker wordt van de wereldeconomie."

dinsdag, juli 08, 2014

Groengeel tot in de dood

Uit de krant van vandaag.
----------------------------------------------------------------------------
Zelfs naar Braziliaanse begrippen gaat Nelson Paviotti (63) wel erg ver met zijn passie voor de 'goddelijke kanaries'. De advocaat is uitgegroeid tot een landelijke bekendheid door zich al twintig jaar in groengele kleding te hullen, van onderbroek tot begrafenispak. Ook zijn huis, kantoor, twee Kevers en dieet (!) zijn speciaal voor het WK getooid in de kleuren van de Braziliaanse vlag.

"Het begon allemaal in 1958", vertelt de voetbalfanaat in zijn kanariegele advocatenpraktijk in Campinas, op anderhalf uur rijden van Oranjespeelstad São Paulo. "Ik was zeven en Brazilië won zijn eerste WK. Ik huilde veel als kind maar als mijn moeder 'Pelé' tegen me zei, dan begon ik te lachen."

Paviotti voor zijn huis en twee Kevers

In 1994 deed Paviotti een ingrijpende belofte. Het frustreerde hem dat Brazilië al 24 jaar droog stond sinds de derde WK-titel van 1970. Hij zwoer zijn garderobe bij een nieuwe zege compleet groengeel te maken voor de rest van zijn leven. "Niemand geloofde nog in de Braziliaanse selectie. Ik wilde iets bijzonders doen om de jongens te steunen."

De voormalige suikerrietkapper - via avondopleidingen schopte hij het op zijn 35e tot arbeidsadvocaat - hield woord nadat Roberto Baggio de beslissende penalty hoog over had geschoten in de WK-finale Brazilië-Italië. "Er zijn veel Brazilianen die maar één keer in de vier jaar juichen voor hun land. Ik vind dat je altijd een patriot moet zijn," vervolgt Paviotti terwijl we met zijn groengele Kever 'Neymar' (bouwjaar: 1982) door het centrum van Campinas tuffen.

Via de geluidsinstallatie op zijn dak schalt het Braziliaanse volkslied door de straten. Terwijl een enkele voorbijganger meewarig het hoofd schudt, wordt de lokale beroemdheid door de meesten enthousiast begroet.

Paviotti op zijn kantoor

"Kijk, ik weet dat er veel mis is met Brazilië. Vooral de corruptie is een ramp. Vorig jaar liep ik tijdens de Confederations Cup mee met de protesten daartegen. Maar er bestaat ook een ander Brazilië van prachtig voetbal, stranden, vrouwen en oerwouden. Daar mogen we best trots op zijn."

Zijn familie, vrienden en collega’s op het lokale justitiepaleis zijn inmiddels gewend aan zijn felgekleurde kloffie. "Niemand had verwacht dat Nelson het zo lang vol zou houden. Maar niemand op de rechtbank heeft er moeite mee", vertelt de bevriende advocaat Davis Miranda.

"In WK-tijd schiet hij wel een beetje door", zegt Paviotti's vrouw Maria Antonieta in hun met honderden Braziliaanse vlaggen en prullaria versierde huis in een buitenwijk van Campinas.

Zelfs de inhoud van de koelkast kleurt in deze periode groen, geel, blauw of wit (de twee andere kleuren op de Braziliaanse vlag). "Zo lastig is zo’n WK-dieet niet", kaatst Paviotti. "Ik bof juist enorm met deze kleuren. Er bestaat veel lekker en gezond groen en geel eten. Paprika's, courgette, rucola, meloen, ananas, avocado, peren. Goed voor mijn bloeddruk! Verder eet ik rijst met saffraan, spaghetti, ei. Bier, whisky en koffie met melk mogen ook."

Paviotti verorbert een groengele lunch

Paviotti gelooft heilig dat Brazilië zijn zesde WK gaat pakken in de finale van komende zondag. Misschien een goed moment om een punt te zetten achter zijn prijzige hobby? "Nee hoor, beloofd is beloofd. Ze mogen me begraven in een groengele kist, onder een groengele grafsteen!"

zondag, juli 06, 2014

Regenboognatie verbleekt op WK-tribunes

Uit De Telegraaf.
--------------------------------------------------------------------------
'Copa pra quem?' (WK voor wie?), staat er op de voorgevel van het krot van Washington Gleybson (31). De bewoner van een van de vijftien sloppenwijken rond het WK-stadion in São Paulo waar Oranje woensdag de halve finale speelt, geeft zelf antwoord op de vraag.

"Het WK is voor de rijken, voor de blanken. Kaartjes zijn voor ons veel te duur. De gewone man staat buitenspel", treurt de donkere Braziliaan in zijn keurige maar benauwde huiskamer met uitzicht op een open riool.

De leider van de lokale bewonersvereniging volgt het toernooi via de tv. De beelden van de wedstrijden lijken de kanariegeel uitgedoste voetbalfanaat gelijk te geven. Er is op de tribunes weinig te bespeuren van de Braziliaanse regenboognatie.

Hoewel iets meer dan de helft van de bevolking zich halfbloed (43%) of zwart (8%) noemt, is er amper een getinte toeschouwer te zien. Zelfs bij het duel Duitsland-Ghana in de Afro-Braziliaanse speelstad Salvador beperkten de donkere stadionbezoekers zich tot de meegereisde fans uit Ghana.

'WK voor wie?' Graffiti op de gevel van Gleybson, vlakbij het WK-stadion.

Onderzoeksbureau Datafolha nam afgelopen week de proef op de som bij de wedstrijd Brazilië-Chili. Twee derde van de kaartjeshouders bleek blank en 90% rekende zich tot de rijkste 15% van de bevolking (de zogeheten A- en B-klasse).

Armoede en een donkere huidskleur gaan - 125 jaar na de afschaffing van de slavernij - nog altijd hand in hand in Brazilië. De grote meerderheid van de getinte Brazilianen verdient hooguit één of twee keer het minimumloon (240 euro). Een WK-kaartje (kosten: 70 tot 750 euro) is voor hen een rib uit het lijf.

De Fifa stelt zo'n 5% van de kaartjes met 50% korting beschikbaar aan onder meer studenten en ouderen. Verder verdeelde de Braziliaanse regering 100.000 entreebewijzen onder bouwvakkers in WK-stadions, uitkeringstrekkers en indianen.

Ook de sloppenwijk van Gleybson kreeg twee kaartjes cadeau. "Ze maken zeker een grapje. Twee kaartjes voor 377 families", gromt de Braziliaan. "Militairen blokkeren de toegang tot het stadion op wedstrijddagen. Daardoor moeten we 50 minuten omlopen voor de metro. Het is een gebrek aan respect."

Toch valt er ook zeker wat te juichen in de sloppen rond de Arena Corinthians. Door druk van de gemeente São Paulo liet de FIFA vierhonderd lokale bier- en frisverkopers toe in de exclusieve zone rond het stadion.

Voorts profiteren de favela's mee van de opknapbeurt van de rauwe stadionomgeving in het lang vergeten oosten van São Paulo. Zo wordt de sloppenwijk van Gleybson aangesloten op de waterleiding en het stroomnet. "Dat was zonder het WK niet gelukt."

Washington Gleybson volgt het WK thuis voor de buis